21-08-08

Het Oude Marseille

Vrijdag 11 januari 2008 

Vannacht heb ik slecht geslapen. Op straat was het nochtans stil, maar het waren het lawaai van de airco en de warmte op de kamer die me regelmatig wakker maakten. En tegen half zeven Marseille101begon het op straat: bussen, auto’s en moto’s en opnieuw regelmatig de loeiende politiesirenes… Zelfs het lawaai van luid pratende voorbijgangers drong ondanks de nieuwe ramen met dubbel glas, toch nog door tot op de kamer.  Blijkbaar ben ik onder de ochtend toch weer in slaap gesukkeld, want plots merk ik dat het al 8.40 uur is. Opstaan dus! We genieten van een degelijk ontbijtbuffet en tegen 10 uur gaan we op stap voor de echte eerste dag in Marseille. Natuurlijk trekken we meteen naar le Vieux Port waar op de Quai des Belges elke ochtend een kleurrijke vismarkt plaats heeft. Vissers leggen er aan met hun kleine bootjes en stellen hun kraampjes op aan de kaai. De vers gevangen vissen liggen er in alle kleuren, maten en gewichten in lage bakken tentoongespreid, Marseille102vele ervan nog levend. Er is een enorm gevarieerd aanbod, gaande van de klassieke lotte, merlot, rouget grondin, vive, dorade, pladijs en tong tot heel speciale vissoorten die ik niet kan thuisbrengen. Op de bordjes lees ik dat het o.a. gaat om de felrode rascasse, de palingachtige geelbruin gevlekte congre en de kleine poissons de rocher in alle mogelijke kleuren. Er liggen zelfs zeepaardjes. Aan een van de kraampjes koop ik voor 5 Euro een mooie gevlekte schelp waarin je het ruisen van de zee kan horen. Er heerst een gezellige drukte zoals dat hier waarschijnlijk al sinds mensenheugenis het geval is. Ik kan me voorstellen dat er hier honderd jaar geleden precies dezelfde sfeer hing. Huismoeders komen hun inkopen doen en een praatje slaan met elkaar of met de visser in zijn kraam. Achter de kraampjes staan verschillende “echte” typische visserskoppen, zowel bij de mannen als bij de vrouwen: bruine, door de zon en de zeebries verweerde en gerimpelde gezichten. Ze roepen, praten en lachen. De meesten kennen hier elkaar en de enkele toeristen die er tussen lopen, gunnen ze geen blik. Voor hen zijn wij onvermijdelijk alleen maar deel van het decor. Aan ons verdienen ze toch geen cent en we zijn zelfs eerder hinderlijk. Bij een enkele uitzondering word ik zelfs uitgescholden en weggestuurd als ik naar zijn mening iets te lang blijf filmen. Een van de vrouwen verwijt ons dat we hen het slechte weer hebben meegebracht, maar dat is eerder als grap bedoeld. De lucht is inderdaad grijs, maar het is droog en helemaal niet koud.

We geraken slechts met moeite en na tientallen foto’s en ettelijke minuten videobeelden weg van deze sfeervolle plek en trekken richting “Le Panier”, de oudste stadswijk van Marseille, gelegen achter de oude haven. Op ons stadsplan is een wandeling door de wijk aangeduid van Marseille103twee uren. Daarenboven is het parcours met een rode lijn op de grond aangegeven, dus dat moet makkelijk te vinden zijn, je hebt maar te volgen. Maar… hier en daar is een nieuw trottoir aangelegd en is de lijn natuurlijk verdwenen, zodat we toch af en toe een beetje moeten zoeken. Maar al bij al valt het nog mee. De wandeling begint aan het Hôtel de Ville. De hele omgeving is volledig nieuw aangelegd met parkjes en trappen die leiden naar de oude stadswijk. Een van de pleintjes staat vol met tientallen reuzengrote terracottapotten met oude olijfbomen. Heel mooi. Bij de Eglise des Accoules stappen we een oude bakkerij binnen en kopen er de lokale lekkernij: ‘des navettes’, een lang bootvormig koekje met oranjebloesemparfum. Best lekker. We dalen eerst nog een straatje af naar het Maison Diamantée met zijn speciale diamantvormige gevelstenen. En dan trekken we de eigenlijke Le Panier in, trappen op door smalle straatjes tussen oude gevels met balkonnetjes en gietijzeren balustrades en met kleurrijke deuren, ramen en luikjes. Zeer schilderachtig en dus voer voor de fotograaf en cineast in ons. Ademloos hollen we beiden van het ene mooie plaatje naar het andere. Verweerde en halfvergane, maar nog perfect leesbare opschriften op de lichtblauwe en gele gevels zijn er de getuigen van dat hier decennialang geen lik verf meer is gezet. Kleine winkeltjes, cafeetjes en restaurantjes zijn eveneens in honderd jaar nauwelijks veranderd. Ze geven een nostalgisch karakter aan de gezellige pleintjes, waar de zon schuchter door de wintertooi van de schaarse platanen probeert heen te prikken: Place du Lenche, Place du Moulin. Er is geen enkele toerist te bespeuren, maar ook van de bewoners is nauwelijks iemand te zien. Het lijkt wel of we de hele wijk voor ons alleen hebben.

Rond de kathedraal zijn er immense bouwwerken aan de gang. Het gaat om “Euroméditerrannée”, een prestigieus project dat Marseille moet optrekken tot een levende en moderne stad. In de wijk La Joliette, waar we ons nu bevinden, verrijst een nieuw zakencentrum, dat zich als doel heeft gesteld om tegen 2010 10.000 inwoners aan te trekken en 20.000 nieuwe arbeidsplaatsen te creëren. Een zestiger klampt ons aan en heeft blijkbaar zin in een praatje. Na een mislukte belgenmop looft hij de werklust van de Belgen om tenslotte tot zijn eigenlijke punt te komen: de luiheid en het ongedisciplineerde gedrag van zijn Franse medemensen. Hij ergert zich vooral aan de vele hondendrollen op de pétanquebaan naast de kathedraal. Typisch voor deze tijd, vindt hij. Achter de kathedraal strekt zich de nieuwe haven uit. Een imposante veerboot ligt er aangemeerd en lijkt wel te proberen om met haar immense omvang te wedijveren met de kathedraal. De indrukwekkende kathedraal bestaat eigenlijk uit twee kathedralen: la Nouvelle Major en l’Ancienne Major, maar beide zijn voor renovatieMarseille104 momenteel gesloten. We moeten het dus doen met de buitenkant, een indrukwekkend bouwwerk in Byzantijnse stijl met verschillende koepeltorens. Het hele gebouw is opgetrokken in horizontaal wit-zwart gestreepte stenen. Het geheel ligt voorlopig wat vereenzaamd tussen de bouwwerken en de weidse vlakte van het havengebied.We trekken dus maar gauw weer de smalle straatjes van La Joliette en Le Panier in. Hier is het meteen gezelliger en we wanen ons bijna in de vorige eeuw. Tegen de middag komen we terecht ‘Chez Etienne’ in de rue Lorette, volgens onze reisgids het beste pizza-adres van de stad. Om je “titre de vrai Marseillais” te krijgen, moet je hier gegeten hebben. Het is inderdaad de moeite waard: we komen binnen in een bomvolle, oude herberg en worden meteen verwelkomd door de patron. Alles lijkt vol te zitten, maar we mogen op zij van de toog even wachten op een vrijkomend tafeltje. Aan de muren hangen overal foto’s van beroemde gasten en er heerst een drukte van belang. Obers lopen af en aan en aan de tafeltjes wordt luidruchtig gebabbeld. Al gauw worden we naar een grote tafel geleid waar later nog twee toeristen bij ons komen aanschuiven. We bestellen een half litertje roséwijn en een pizza ‘mixed anchois et fromage’. Hij is supereenvoudig en smaakt superlekker. Overigens, dit is geen ‘pizzeria”, maar een “pizzaria”. Zou dit een taalfout zijn, of is dit de Zuid-Franse versie? In ieder geval, dit was échte folklore en een hele belevenis. Na het eten slenteren we terug door het oude Marseille en komen terecht bij La Vieille Charité, een groot gebouw uit de 17e eeuw dat oorspronkelijk het groot stedelijk hospitaal herbergde waar armen en bedelaars werden opgevangen, maar nu is omgebouwd tot niet minder dan drie musea. De vier vleugels van het gebouw met elk drie overdekte gaanderijen boven elkaar, scharen zich rond een vierkante binnenplaats met een grote kapel in het midden. Het is een harmonieus geheel waar een zekere rust van uit gaat. We besluiten om ons tevreden te stellen met een vluchtige rondgang door de gangen en geen van de drie musea te bezoeken. Langs de stille smalle straatjes dalen we af en komen uit bij het Fort Saint-Jean, waar we een mooi uitzicht hebben over de toegang tot de oude haven. We wandelen langs de oude muren en de torens van het fort tot helemaal op het uiteinde van de pier. Er staat veel wind en het is tamelijk koud; dikke zwarte wolken dreigen, maar voorlopig blijft de regen uit. Het is inmiddels 16 uur en we beginnen toch wat moe te worden, dus tijd om uit te kijken naar een lekker kopje koffie. Aan de Accoules vinden we een kleine en gezellige tearoom annex librairie, “Cup of Tea” genaamd. In de warme gezelligheid en in gezelschap van een grote loebas van een brave hond, kiest C voor een chocolat chaud en ik voor een ‘thé à la Marquise’ met een aangename mengeling van oosterse smaken.

We keren terug naar de winkelstraten van het stadscentrum via de Quai des Belges. De batterij van mijn videocamera is op van het vele filmen, dus ik ben voor de rest van de avond “vrij van filmplicht”. Het is al donker en er heerst een gezellige drukte op straat. Er lopen vooral veel jongeren. We wandelen langs de verlichte etalages van de grote, vooral goedkopere merken zoals Bata, Eram, e.d. en komen tegen 18 uur via de Opéra en het beursgebouw terug bij ons hotel. We stappen toch nog eerst even het moderne Centre Bourse binnen waar o.a. de Fnac en de Galéries Lafayette zijn gevestigd. Hier gaan we voor onze buurvrouw op zoek naar een dvd over Jemen, die ze in België niet kan vinden. Het is een recente uitgave van FR3, maar ook hier is hij nog niet beschikbaar. Vóór we naar onze kamer trekken, gaan we eerst een tafeltje bestellen in Une Table Au Sud voor morgenavond. Dit is het best aangeschreven restaurant van de Quai du Port, heel chique en… een Michelinster!  We besluiten voor één keer niet naar de prijs te kijken en er mijn verjaardag van zondag te vieren. Het restaurant is echter volgeboekt, maar bij nader inzien, blijkt er een annulatie te zijn en zo hebben we onverhoopt toch een plaats. We gaan meteen ook, maar al een tafel reserveren voor maandagavond bij Oscar, enkele huizen verder. En dan gaan we eindelijk naar onze kamer om wat uit te rusten, een douche te nemen en wat te schrijven.

Tegen 19.00 uur zijn we al weer de straat op voor een aperitiefje in bar La Samaritaine op de hoek. We kiezen allebei een Ricard omdat dat toch echt bij de Provence hoort. Eigenlijk zijn we beiden geen echte liefhebbers van anijs, maar nu smaakt het drankje ons uitstekend. Zo zie je maar wat de sfeer vermag. Het is dicht bij sluitingstijd en Marseille105alle tafels worden binnen opgestapeld. We mogen ons drankje rustig beëindigen, maar gezellig is het natuurlijk niet meer. Tegen half negen trekken we naar restaurant Miramar,  ook maar een paar huizen verder; alles ligt hier op een kluitje bijeen op een paar passen van ons hotel. Het is er nog allesbehalve druk. Een tiental obers, in stijlvol zwarte pak, staan werkloos op de gasten te wachten. Dit is volgens alle boekjes hét adres van Marseille voor de echte bouillabaisse, “le vrai”. De inrichting van het restaurant is smaakloos ouderwets, maar het personeel doet zijn uiterste best om er iets stijlvols van te maken. Het is een heel leger: maître d’hôtel, sommelier, obers in zwarte en stagiaires in gele vestjes, een meisje voor de hapjes en de koffie?... Bij het aperitief krijgen we een lekker hapje met truffel! En uiteraard bestellen we le vrai bouillabaisse, dé specialiteit van Marseille. Die kost hier niet minder dan 55 Euro per persoon, maar dat is het ons waard. Een vriendelijke zwarte ober legt ons uit hoe de bouillabaisse wordt opgediend en welke vissoorten hij moet bevatten. Er moeten minstens deze 6 vissen in zitten: Saint-Pierre, lotte, rascasse, rouget grondin, vive en cong. Eerst wordt de verse vis op een schotel getoond en vervolgens wordt eerst een bord soep opgediend met rouille en croûtons, die je moet insmeren met look. In een tweede ronde wordt dan de vis geserveerd, overgoten met de rest van de soep. Bij het opdienen wordt zelfs een certificaat van echtheid afgeleverd. Onze ober is zo vriendelijk om voor ons alle vissoorten mooi op te schrijven op een kaartje. Een Japanse ober maakt een fotootje van ons beiden. Het smaakt natuurlijk heerlijk, maar toch ben ik een klein beetje ontgoocheld. Ik vind dat ik al betere vissoep gegeten heb, maar ja, dat zal dan wel niet de “echte” geweest zijn zeker. Vooral de rekening valt me tamelijk zwaar: 166 Euro en ik had nochtans de goedkoopste wijn op de kaart uitgezocht. Maar die kostte al 39 Euro! Als we om 22.15 uur buiten komen, staat er een stevige mistral. Naar het schijnt waait die steeds voor enkele dagen: 3, 6 of 9 zegt men! De krant voorspelt nochtans zon voor morgen, maar waarschuwt ook voor hevige ‘rafales’ in de namiddag en… het zou kouder worden. Volgens mijn Hachette-gidsje hebben ze in Marseille 350 dagen zon per jaar. Het kan toch niet dat wij hier 5 dagen lang de zon niet zullen te zien krijgen? In ieder geval nu is het zó grijs dat het bijna niet te geloven is dat ze er morgen zal zijn. We zullen zien!

08:42 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: reizen, frankrijk, marseille |  Facebook | |

De commentaren zijn gesloten.