28-08-08

Een gratis maaltijd voor het hele dorp

Vrijdag 7 september 2007 

Ik heb vandaag de wekker niet gezet, maar toch ben ik om 8 uur wakker. De zon is uiteraard op het appel, maar er staat opnieuw wat wind, zij het niet zo erg als eergisteren. Toch wordt het ontbijt vandaag niet buiten geserveerd. We slaan een praatje met Debbie en Kris, het pasgehuwde koppeltje dat maandag ook meegaat op cruise. Daarna schrijf ik nog een kaartje naar W en J om via de receptie aan Sofie te bezorgen die vandaag langskomt. Om 10 uur trekken we op pad, zuidwaarts deze keer. We zien af van een wandeling van anderhalf uur van Kamari naar Ancient Thira, een oude nederzetting van de Doriërs daterend van 1000 jaar vóór Christus. We zien wat op tegen de lange klim in de hete zon en willen eerder flaneren en rustig genieten. De andere ‘culturele must’ van het eiland, met name de opgravingen van Akrotiri, zijn Santorini 12momenteel zelfs helemaal voor het publiek gesloten wegens restauratiewerken. We houden het dus maar volledig bij een ‘cultuurloze’ rondreis met de klemtoon op de natuur en de pittoreske dorpjes. We vertrekken dus op goed geluk af en zien wel wat we onderweg tegenkomen; de wegenkaart volgen lukt toch nauwelijks. Onze eerste halte is Exo Goniá. Hier maken we tientallen foto’s aan een mooi kerkje met kerkhof. Verschillende grafzerken zijn voorzien van een soort etalagekastje waarin naast bloemen en de foto van de overledene, ook allerlei andere voorwerpen zoals vaasjes, speelgoedjes e.d. achter glas staan uitgestald. Even verder ligt Messa Goniá. Dit is een spookstadje met heel wat ruïnes die herinneren aan de aardbeving van 1956. Vele mensen, vooral ouderen, zochten hier hun toevlucht omdat ze meenden hier veilig te zijn, maar werden tóch verrast en onder het puin bedolven. Aan een klein kerkje hangen kleurrijke vlaggetjes. Een oudere dame is er aan het poetsen en verwelkomt ons vriendelijk. Ze laat ons binnen in het kleine, zeer verzorgde kerkje waar zeer mooie iconen en andere orthodoxe kunstwerken hangen en staan. De dame vertelt ons - in voortreffelijk Engels - dat het kerkje privébezit is van haar familie en dat het slechts twee keer per jaar geopend wordt; morgen is dat het geval. Vandaar het poetsen en de feestelijke vlaggetjes want traditiegetrouw nodigt de familie dan het hele dorp uit op een gratis feestmaaltijd. Vorig jaar hebben ze 70 kilo vis geserveerd en ook dit jaar staat tong op het menu. We zijn ook welkom. We twijfelen even, maar bedanken toch vriendelijk voor de uitnodiging. De dame wandelt nog een eindje met ons mee en vertelt dat ze weduwe is en in de Peloponnesos woont, maar een paar keer per jaar naar haar geboortedorp terugkomt. Ze brengt ons naar de ruïnes van haar ouderlijke woning. Alles is tot op de grond ingestort en als ik haar vraag hoe ze hier levend is uit gekomen, zegt ze dat haar moeder hen mee naar buiten nam en dat het dak achter hun rug instortte. Uit dankbaarheid dat ze het overleefd hebben, hebben ze het eveneens verwoeste kerkje heropgebouwd en geven ze hier tweemaal per jaar dit dorpsfeest. Een beklijvend verhaal. 

We rijden verder naar Panagía Episkopí. Deze oude Byzantijnse kerk behoort tot de weinige topattracties van Santorini en dat is er ook aan te zien: Hier worden de cruisetoeristen massaal in bussen aangevoerd. Vandaag valt het nog mee en we kunnen rustig op het domein rondlopen en fotograferen. Binnenin wijst een oud vrouwtje ons kordaat en Santorini 13met luide stem erop dat binnen niet gefotografeerd mag worden. Jammer, want hier zijn wel zeer mooie kunstschatten te bewonderen. Vooral de typische, rijkelijk van goud voorziene iconostase is indrukwekkend. Het is zéér warm geworden intussen. We nemen de weg richting Kamari aan de oostkust en rijden meteen door naar Monolithos. Hier is er namelijk een restaurantje dat ons door K en J is aanbevolen. Monolithos ligt aan het uiteinde van de landingsbaan van de luchthaven en dankt zijn naam aan een enorme rotsblok die op het strand ligt. Eigenlijk is het niet meer dan een rij huizen waaronder enkele restaurants. K heeft ons gezegd dat we Skaramangas moeten nemen, het laatste van de rij. Dat ziet er inderdaad het meest aantrekkelijke uit, maar omdat het nog tamelijk vroeg is, rijden we nog even de kustweg verder af. Op de plaats waar de verharde weg overgaat in een zandweg stuiten we op een ander restaurantje dat er zeer idyllisch uitziet: Panos. C herinnert zich dat ze ergens gelezen heeft dat dit “het beste visrestaurant van Santorini” zou zijn. Afgezien daarvan heeft het een zeer aantrekkelijk terras, dus we besluiten om hier te eten. Zowel binnen als buiten zijn de witte muren beschilderd met zeer kleurige Griekse tafereeltjes in kinderlijk-naïeve stijl. De zaak wordt gerund door een Duitse dame met haar dochter, maar vandaag is ook de Duitse grootmoeder op bezoek. Zij neemt de bediening voor haar rekening en vertelt ons dat haar dochter gehuwd is met een lokale visser, die nog dagelijks zelf voor de aanvoer van verse vis zorgt. Dat belooft! Er is inderdaad een  ruime keuze aan vis, in alle kleuren: zwarte, rode, gele. We vragen om een 4 à 5-tal verschillende vissen voor ons te roosteren. Als entree eten we eerst tzatziki en een bordje fava, een puree van gele erwten, één van de typische streekgerechten van Santorini. Het is zalig toeven op dit terras: een mooi uitzicht op het met bomen begroeide strand en zeer rustig, ondanks af en toe een laag overvliegend vliegtuig want we zitten hier op amper een paar 100 meter van de startbaan. De vissen smaken prima en we drinken er tweemaal een halve liter wijn bij. Alles bij elkaar betalen we nog geen 30 Euro… 

Daarna trekken we verder via Karterados (geen stop) naar Megalochori. De naam betekent letterlijk ‘grote stad’, maar dat is zeer misleidend want het is eerder een klein dorpje met slechts 300 inwoners. We moeten de auto achterlaten op een (lege) parking aan de ingang van het dorpje. Onder een loodzware zon wandelen we de totaal verlaten straatjes van het dorpje in. Het is alsof we in de middeleeuwen terechtkomen: een wirwar van smalle straatjes, Santorini 14poortjes, trappen en alle huizen met witte muren en daken en blauw geverfde deurtjes en raampjes. Er is geen mens te zien. Op een pleintje bij een van de prachtige kerken vleien we ons neer op een terras onder de bomen, bij ‘Paki’. Hier werd in 2004 een film opgenomen, zo getuigen de foto’s die in de kleine bar tegen de muur hangen. We genieten van een ijskoffie en laten de tijd rustig voorbij glijden. Dit is écht waarvoor we naar hier gekomen zijn. We zetten onze tocht zuidwaarts verder richting Perissa, maar stoppen eerst in Emborio, het volgende dorpje langs onze weg. Het is er zo mogelijk nóg rustiger, nóg mooier en nóg authentieker. Vooral het bovenste gedeelte van het stadje is zeer gezellig met zijn kleine straatjes, boogdoorgangen, verdedigingsmuren, trapjes en witte kerken met alweer blauwe koepels. We maken ontelbare foto’s van deurtjes, poortjes, raampjes, bloemen en zelfs ezeltjes. Het is niet te geloven dat hier geen toeristen komen. Op heel onze wandeling door het stadje ontmoeten we welgeteld één ander koppel. Het zijn Duitsers en ze zijn zo mogelijk nog meer onder de indruk dan wij. Ze vinden het spannend. We laten ons verleiden door een lieflijk klein terrasje en een bord dat “yoghurt with sour cherries” belooft. Het is een smaakvol ingericht piepklein cafeetje dat opengehouden wordt door een vriendelijke dame, die alle moeite doet om Engels te spreken. Het is ons trouwens opgevallen dat de meeste Grieken hier, in tegenstelling tot de Fransen, Italianen en vooral de Spanjaarden, alle mogelijke talen proberen te spreken. Daartoe zijn ze uiteraard, net zoals wij Vlamingen, wel verplicht want welke toerist spreekt nu Grieks? Onze yoghurt met krieken wordt zeer mooi geserveerd op een zilveren schotel. Ik vraag de bazin om een foto van ons beiden te nemen en ze is hierdoor zo gecharmeerd dat ze ons uitnodigt om binnen te komen om nog meer foto’s te maken van het interieur. Ze beklaagt zich erover dat er zo weinig toeristen de weg vinden naar haar cafeetje. 

Het is al over zessen ondertussen. We besluiten om toch nog even verder te rijden naar Perissa om ook dat deel van Santorini eens gezien te hebben. Hier komen we terecht in het massatoerisme, maar op dit uur liggen de zwarte stranden met hun massa rieten parasols er nagenoeg verlaten bij. Langsheen het strand is er een hele rij restaurantjes, maar ze zijn stuk voor stuk van die echte smaakloze toeristenvallen. Ook hier geen volk. Santorini 15Ligt dat nu aan het seizoen of aan het uur van de dag? Wellicht zitten we op dit uur tussen de strand- en avonddrukte in. Overal wordt reclame gemaakt voor danspartijen en ambiance, maar de massale terrassen liggen er nu verlaten bij en maken een beetje een potsierlijke en zielige indruk. Hier is het andere Santorini, waar we zo enthousiast over zijn, ver weg! We rijden dus maar gauw terug naar ons hotel. Het is nu 19 uur en het is opnieuw gaan waaien, zo erg zelfs dat we bij ons hotel niet eens van de zonsondergang kunnen genieten. We nemen een douche; ik vul mijn dagboek in. We hebben geen zin om vanavond naar Fira te rijden want het is te stormachtig en te koud. We gaan naar de Taverna Kallisti in Pyrgos, in het binnenland. Als we de kaart bekijken, blijkt dit onmiddellijk een goede keuze te zijn. Bij de ingang in een soort vitrinekast ligt heerlijk lamsvlees naar ons te lonken. Het restaurant is echter volzet maar we kunnen wél plaatsnemen op een terras dat met wapperende plastieken zeildoeken is afgespannen. Het is er alles bijeen toch frisjes en helemaal niet gezellig. De ober belooft ons het eerste tafeltje binnen dat vrij komt en we kunnen al snel verhuizen. Binnen hangt een gezellige sfeer. Dit restaurant is, ook bij de lokale bevolking, gekend om zijn voortreffelijke Griekse keuken. We eten er gegrilde witte aubergines, die pas aan tafel door de ober worden fijn gehakt en heerlijke gedroogde tomaatjes van Santorini. Daarna kiezen we met varkensvlees gevuld lamsvlees aan het spit en ook dat blijkt een ware lekkernij. Achteraf krijgen we bij de (Griekse) koffie nog gratis een lekker klein gebakje toe. Dit is een adresje om te noteren! We moeten nu in het donker langs de kronkelende weg ons hotel zien terug te vinden, maar we beginnen de omgeving al een beetje te kennen en dat lukt dus zonder problemen. Om 22.15 uur zijn we terug. Het is doodstil in het hotel; iedereen is blijkbaar binnen gekropen. De wind beukt en jaagt zand en steentjes over de terrassen. Op onze kamer krijzelt de vloer van het zand dat onder de deur door is binnen gewaaid.

10:15 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: reizen, griekenland, santorini |  Facebook | |

De commentaren zijn gesloten.