19-09-08

Dag 15: "Als hij aanvalt, vecht dan terug!"

Maandag 24 juli 2006

 

Vandaag trekken we naar het Sequoia National Park en als we voldoende tijd willen maken voor een bezoek, moeten we vroeg vertrekken. De wekker staat dus op 6 uur. Het golfterrein ligt er zo vroeg ’s morgens heel mooi bij: nevel in de verte en als ze daarbij dan nog eens de vele USA NW 66sproeiers aanzetten, is het echt een mooi schouwspel. We kunnen er tijdens het ontbijt bij het venster rustig van genieten. Eigenlijk is het hotel toch geen 5 sterren waard. In de gang staat op de grond vóór een van de kamers al sinds gisterenavond een schotel met de verdroogde resten van een maaltijd. Op de parking van het hotel zien we nu pas hoeveel motorrijders hier overnacht hebben. Overal staan moto’s geparkeerd. Ze moeten ofwel vannacht héél stil geweest zijn, ofwel hebben wij zéér vast geslapen, want we hebben er helemaal niets van gehoord. Voor het vertrek wil ik nog onze terugvlucht bevestigen bij American Airlines, dat moet immers drie dagen vooraf. De telefoon is gratis (0800-nummer) en alles verloopt via spraaktechnologie. Ik moet duidelijk antwoorden op alle vragen die een opgenomen computerstem mij stelt: vluchtnummer, stad van vertrek en aankomst, vertrekuur, enz. Alles gaat goed tot ik mijn naam moet zeggen. De computer antwoordt door mijn naam te spellen, maar tot 3 keer toe lijkt het er helemaal niet op. Ten einde raad schakelt hij mij door naar een operator en dan is de zaak binnen de minuut geklonken. Dat heet dan technologische vooruitgang! Het heeft meer dan 10 minuten geduurd... 

Om 8.30 uur zijn we weg. Het is aanschuiven aan de balie van het hotel om uit te checken. We moeten eerst enkele mijlen terugkeren op onze stappen, dus Noordwaarts, om terug op de CA1 te komen en dan de CA156 te nemen in Oostelijke richting. Het eerste deel van de route loopt door een mooi landschap met gele golvende velden waarin prachtige donkergroene bomen. Daarna komen we in een vlakte en de hele dag rijden we doorheen immense USA NW 67groenten- en fruitvelden: aardappelen, uien, artisjokken, aardbeien. We stoppen in Hollister, een klein maar tamelijk mooi stadje met enkele zeer mooie huizen in een residentiële wijk. We stappen binnen in de Bank of America om onze traveler cheques te wisselen, die ik nog over heb van onze reis van vorig jaar naar Peru. Dat gaat vlot en zeer snel en we zijn opnieuw 250 dollar rijker. Wellicht volstaat dit voor de rest van de reis. Heel de route verloopt verder over freeways aan 65 à 70 mijl per uur, dus dat schiet lekker op en om 12 uur rijden we al Fresno voorbij. Hier is het verkeer zeer druk en er is vooral veel vrachtverkeer. Vóór het Sequoia Park moeten we toch nog iets te eten vinden en omdat we mijlen lang nauwelijks een huis hebben gezien, stoppen we bij de eerste de beste general store. We zijn namelijk bang dat we verder helemaal niets meer vinden. Ze hebben er alles, maar geen fresh food. Noodgedwongen eten we rechtstaand in de koele winkel – buiten is het 107°F (42°C) – een wrap (C) en een broodje met kalkoen (ik). Lekker is anders, maar we hebben geen keus. 

Om 14 uur rijden we al het Sequoia National Park, Amerika’s tweede oudste national park, binnen. We hebben er al 150 mijl opzitten vandaag. Aanvankelijk klimt de weg steeds hoger in een kaal landschap zonder begroeiing; geen bos te zien, laat staan hoge sequoia’s. Maar dan komen we in het Giant Forest en daar prijken de reuzen met hun prachtige roestbruine schors. Sommige hebben een diameter van wel 40 voet en zijn meer dan 300 voet hoog. We maken vooral videobeelden vanuit de rijdende auto, maar bij Moro Rock stappen we toch even uit. Hier loopt een smal pad (400 trappen omhoog) tot boven op het topje van de indrukwekkende rots.USA NW 68 C blijft bij de auto en ik trek, gewapend met foto- en videocamera, alleen naar boven. In de verte dreigt onweer: er hangen donkere onheilspellende wolken en in de verte hoor je af en toe gerommel. Aan het begin van de trail waarschuwt een bord dat dit een “Area of Extreme Danger” is en dat je onmiddellijk moet terugkeren als er een onweer dreigt. Ik waag het er toch op en ben daarbij trouwens niet alleen. Hier ter plekke schijnt de zon nog steeds, maar door de hoogte (meer dan 2.000 meter) is de temperatuur gedaald tot een zalige 80°F (26°C). De steile klim is lastig en gelukkig kan ik af en toe eens uitblazen als ik stop om een foto te maken. Het is meer dan de moeite waard. Boven heb je een 360° uitzicht. Onvergetelijk. Op de top ben ik helemaal alleen en ik haast me gauw naar beneden en dat gaat natuurlijk veel sneller. Ik ben opgelucht dat ik vóór het onweer beneden ben. 

We rijden door naar de General Sherman Tree Trail. Deze wandeling leidt niet alleen naar de grootste boom van het woud, maar dit zou zelfs de grootste boom ter wereld zijn. De trail is maar een kleine mijl lang en duurt slechts 30 à 45 minuten, maar we aarzelen om het nog te riskeren. Ik vrees immers dat het niet meer zo lang droog zal blijven en inderdaad plots beginnen de eerste druppels te vallen. We haasten ons naar de auto en daarbij struikelt Christiane over een trapje. Wat heeft ze toch? Ze voelt zich zo onzeker dat ze overal schrik heeft te vallen en dan gebeurt het natuurlijk. Gelukkig is het zonder erg deze keer, maar ze heeft er nog wat minder zelfvertrouwen door USA NW 69gekregen. We rijden nu verder naar onze bestemming: Wuksachi Village (spreek uit: wuksètchie), enkele mijlen verder, dus middenin het park. Onderweg stoppen we even voor twee hertjes die rustig aan de rand van de weg aan het grazen zijn. Sinds we het park binnenreden is de temperatuur gezakt van 107°F (42°C) tot 67°F (19°C). De Village bestaat eigenlijk alleen uit de Wuksachi Lodge, een hotelcomplex bestaande uit drie blokken waar de kamers gevestigd zijn en aan de overkant van de weg een centraal gebouw met shop en restaurant en dat alles midden de stilte en de rust van de bossen. Het is pas 17 uur, dus we hebben ruim de tijd om vóór het dinner te douchen, mijn dagboek in te vullen en dan nog een kleine wandeling in de omgeving van het hotel. USA NW 70Op de parking staan borden die waarschuwen voor muggen, teken en... beren. We mogen absoluut geen eten in de auto laten en zelfs geen tassen of dozen die eten zouden kunnen bevatten. Die beren zijn naar het schijnt zó slim en zo’n snoepers dat ze de auto gewoon zouden openbreken om toch maar iets lekkers te vinden. Allemaal een beetje show, denk ik; beren lopen er zo dik niet en zelfs in de Rocky Mountains en Yellowstone hebben we er niet één gezien. Zo dicht bij de drukte is het volgens mij dan nog minder waarschijnlijk. Helemaal mooi zijn de raadgevingen voor het geval je toch een beer zou ontmoeten: “Geef nooit de indruk dat je een prooi bent.”, “ Als de beer je iets afpakt, probeer nooit het terug te pakken.”, “Als hij aanvalt, laat je niet doen en vecht terug.” en “Als je bang bent, deins achteruit en vraag een ranger om hulp.” Dus... nu we dit allemaal weten, kan ons niets meer gebeuren. 

Ik heb gereserveerd in het restaurant tegen 19.30 uur, maar als we daar aankomen, moeten we toch nog wat wachten want het is zeer druk. Niet te verwonderen, want iedereen die hier logeert, moet hier natuurlijk ook eten en mijlenver is hier geen huis, laat staan een restaurant te vinden. In afwachting nemen we in de bar een glaasje huiswijn en daarna worden we beloond met een mooi tafeltje aan het venster. Het grote restaurant zit goed vol, al beginnen er nu toch al regelmatig lege tafeltjes te komen. Het wordt dan ook rustiger. Bij het eten kies ik voor een White Zinfandel van Beringer, een van de wijnhuizen in Napa Valley die we vorige week bezochten. Die blijken ze niet meer in voorraad te hebben, dus ik neem vrede met de White Zinfandel huiswijn. Tot mijn verbazing komt de ober aanzetten met een fles lichtrode wijn die, wanneer ik hem proef, daarenboven nog veel te zoet blijkt te zijn. No problem!” zegt de vriendelijke ober, “You can change if you want.” Dat heb ik nog nooit geweten. Dankbaar schakel ik dan ook over op een Chardonnay en de brave man schrikt even als ik (voor de grap) zeg dat ik die ook niet lekker vind. We eten een prima rode zalmforel, een “Red Mountain Sole” vers uit de bergrivier, maar jammer genoeg is die iets te droog gebakken. De bediening is efficiënt en supersnel zodat we na amper 45 minuten al klaar zijn. Toch is het een gezellige avond, maar om 21 uur liggen we al in bed.

10:28 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: usa, california, north-west |  Facebook | |

De commentaren zijn gesloten.