21-09-08

Dag 17: Luxe en kitsch in Hearst Castle

Woensdag 26 juli 2006 

Er hangt een dikke mist als we opstaan. We steken de weg over naar Cavalier voor het ontbijt, want aan het armtierige indoor zwembad van ons hotel zien we het niet zitten. Hier valt het zeer goed mee: de Denver omlette en de Buckwheat pancakes with blackberry sauce zijn vers klaargemaakt en smaken heerlijk. Er is een sms van H met slecht nieuws. Omdat hij allergisch reageert op een van de producten, moet hij vier in plaats van drie chemosessies hebben. Dat bericht drukt meteen onze stemming. Het is dus met lood in de schoenen dat we naar Hearst Castle vertrekken. Om 8.30 uur staan we al op de parking van het Visitor Center in de hoop dat boven in de heuvels de zon al schijnt, maar er is geen sprankeltje zon te zien en het is fris: 58°F (14°C). Er is nog alle plaats op de ruime parking. Een Amerikaan uit Cleveland spreekt ons aan; meer nog, we geraken hem niet kwijt en... het is een zagevent. Hij weet waar België ligt want in een soort quiz op het internet - ”Can you locate this country on the globe?” of zoiets – had hij “that one wrong” but... he had Luxemburg and Liechtenstein right! Sindsdien weet hij goed waar België ligt. Hij praat over van alles: politiek, het onderwijs, de kranten in de USA. Hij haalt zelfs een artikel uit de Wall Street Journal uit zijn zak, “the best newspaper in the whole US” om zijn betoog over het lage onderwijsniveau van de Amerikanen te staven. “Very few Americans can read and write” zegt hij en hij benijdt ons Europeanen voor onze intelligentie. Als de Amerikaanse universiteiten een goede reputatie hebben, dan hebben ze dat volgens hem te danken aan de vele Aziaten die er komen studeren. Zij zijn de meest intelligente en succesrijke studenten. 

We schrijven in voor Tour 1, zoals ons gisteren werd aangeraden, maar eerst moeten we nog ons entreegeld van de film van gisteren gaan recupereren, en zo verliezen we onze vriend uit het oog. Hij vertelde ons dat hij hier gisteren al was, dus we hopen dat hij nu niet gekomen is voor Tour 1. De bus vertrekt stipt om 8.50 uur voor een rit van 5 mijlen naar het kasteel, boven in de heuvels. We halen opgelucht adem als we de man uit Cleveland op het perron van Tour 2 zien staan. Alles is perfect getimed: precies op het juiste moment wordt de tape met muziek en commentaar gestart zodat de uitleg exact klopt waar we passeren. Als we aan het kasteel komen, is er volle zon en een blauwe hemel, maar het is nog lekker fris! Daar is ook onze gids blij om, want de voorbije dagen waren hier ondraaglijk heet, zegt ze. Als we in de vallei kijken, hangt daar nog steeds een grijze mist. De gids leidt ons rond om en in het indrukwekkende kasteel en beschrijft de sfeer die hier in de twintiger jaren heerste. USA NW 78We beginnen bij het schitterende en vermaarde buitenzwembad, met het Griekse tempeldecor en de blauwe tegels met oud-klassiek motief. Dan bezoeken we de gastenvertrekken, de eetkamer en de theaterzaal, waar Hearst’s speelfilms in première werden gedraaid in aanwezigheid van de acteurs. Tenslotte wandelen we door de exotische tuinen langs de tennisbanen naar het werkelijk prachtige binnenzwembad. Alles getuigt van een onvoorstelbare luxe maar meer nog van een decadente en exuberante grootheidswaanzin, die alleen kan vergeleken worden met het Versailles van Louis XV. Hier kwamen in de jaren 20 de grootheden van de Amerikaanse film, politiek, pers en zakenwereld bijeen met als enig doel elkaar te impressioneren en liefst te overtroeven. Het kasteel en de hele omgeving zijn indrukwekkend, maar de Amerikanen lijken het verschil niet te zien tussen deze kitsch en de Europese cultuur. 

We zijn terug beneden om 10.40 uur, precies volgens planning. Hier is het inmiddels ook mooi en zonnig. We gaan voor de rest van de dag een ritje maken langs de kust en kiezen voor de zuidelijke richting met als hoofddoel Morro Bay. Onze eerste stop is echter Cambria, waar we in de plaatselijke bibliotheek nog even onze e-mails gaan controleren. Er is een vriendelijk en USA NW 79moedgevend berichtje van R en we sturen haar een kort antwoordje. Op de website van De Standaard lees ik over de hittegolf die hier heerst. In Central Valley zouden temperaturen van 45°C gemeten zijn en er zijn al 50 dodelijke slachtoffers gevallen, o.a. in Sacramento, waar we gisteren zijn voorbij gereden. Cambria is een gezellig en druk stadje met een aantal oude winkeltjes, veel bloemen en veel zon. We slenteren er een beetje rond en stappen hier en daar een winkeltje binnen. Mooi om zien, maar niets dat in aanmerking komt om als souvenir te kopen. We trekken verder Zuidwaarts langs de kust met als hoofddoel Morro Bay. Hoe dichter we naderen, hoe dichter ook de mist weer wordt. Tegen de middag zijn we op onze bestemming, maar dat valt tegen. In plaats van het idyllische strand dat ik me van de vorige keer herinner, komen we nu terecht in een druk toeristisch centrum dat aan Blankenberge doet denken. Het is middag, dus kiezen we een restaurant uit met zicht op de jachthaven, waar bootjes aan en afvaren en de Morro Rock enkele honderden meter ver in zee, een mooi decor vormt. Het restaurant oogt aantrekkelijk en netjes maar ik durf er toch geen verse vis bestellen omdat ik het niet vertrouw. Het ziet er téveel uit als een toeristenval. We nemen vrede met een triple decker met tonijnsalade (ik) en 6 oesters (C). Het kan door de beugel, maar de bediening is bijzonder traag. 

Na het eten besluiten we naar San Luis Obispo te rijden, waar we tien jaar geleden gelogeerd hebben en dat had toch wel een beetje de allure van een leuk stadje. We beschikken over geen enkele gedetailleerde kaart, laat staan een stadsplan en dat zullen we geweten hebben! We rijden straat in en boulevard en drive uit, maar we vinden geen enkele aanwijzing naar een centrum of downtown. Niets te vinden! We besluiten dan maar onverrichterzake rechtsomkeer te maken en ondervinden zelfs veel moeite om de CA1 terug te vinden. Op de terugweg stoppen we nog even in Cayucos, waar we op de pier de surfers gadeslaan. Er zit weinig beweging in; met tientallen USA NW 80liggen ze onbeweeglijk te dobberen op de golven en er is er niet één die het waagt om eens recht te gaan staan. Luiheid? Of zouden de golven vandaag niet geschikt zijn? De mist is intussen grotendeels weg. Net vóór Cambria, nemen we nog even de afslag naar Harmony. We herinneren ons nog levendig het kleine stadje van onze vorige reis. Toen stond er bij het binnenrijden een bordje “Town for Sale”. Het hele USA NW 81stadje stond toen te koop. Niet moeilijk trouwens, want het telt slechts een handvol huizen en amper 18 inwoners. Er was ook nog een oud en piepklein postkantoortje en een souvenirshop. Het bord is weg, maar de rest is zo goed als onveranderd, zij het duidelijk onbewoond en in verval. Het is ongelooflijk hoe goed dit nog in ons geheugen aanwezig was en het wordt echt een déja-vu als op exact dezelfde plaats als 10 jaar geleden een man met cowboyhoed aan hetzelfde kleine huisje uit zijn pick-up stapt. Ik stap op de man af en vraag hem of het dorpje destijds verkocht is. Dat blijkt inderdaad het geval, behalve het ene huisje waar hij de tuin komt onderhouden. De rest van het stadje is volledig verlaten en de nieuwe eigenaar heeft sindsdien niets meer aan de huizen gedaan. Ook de souvenirshop staat leeg, maar het postkantoortje is nog in gebruik. Ongelooflijk! Je kan er zomaar binnenwandelen, doch er is niemand. Achter het glas van de postbussen, zie je briefwisseling zitten. Ik vraag me af voor wie, of zou die hier ook al 10 jaar zijn blijven liggen? 

Terug in Cambria, komen we aan de Moonstone Beach Drive waar mooie villaatjes staan en vooral een paar restaurantjes. We proberen te reserveren in Oyster Bar The Sea Chest, dat een goede faam heeft, maar ze nemen geen reservaties aan. We kunnen wel op de wachtlijst en moeten dan vanavond onze beurt afwachten. We keren dan maar naar het hotel terug om ons te verfrissen en zorgen dat we al om 19 uur bij het restaurant terug zijn. Hier worden we in een wachtkamertje gezet waar allerlei spellen ter beschikking staan om de tijd te doden: schaak- en damspel, scrabble e.a. We moeten echter niet lang wachten want het eerste tafeltje dat vrijkomt, is voor ons. We zitten mooi aan het venster en kunnen genieten van de zonsondergang – USA NW 82of wat er min of meer kan voor doorgaan – boven de zee. Het eten is echt zéér lekker: oyster stew en dan willen we een verse lokale vis. De meeste vissen op de kaart komen uit Alaska (halibut) of Hawaï (Opah en Yellow Tail) maar de Petrale Sole en de Local Halibut komen van hier. Ze smaken heerlijk en we drinken er een hele liter Chardonnay bij. Dit restaurant, in de moderne brasseriestijl zoals we die bij ons kennen, is blijkbaar een gekend adres en ‘the place-to-be’. Het plafond (en meer dan dat) hangt helemaal vol met business cards. Echt gezellig voor onze laatste echte avond. Op de terugweg stel ik plots vast dat mijn benzinemeter bijna op nul staat. Ik had die even uit het oog verloren. Ik maak me zorgen en hoop dat we nog aan ons hotel geraken. Stel je voor dat we hier en nu zonder benzine vallen, ik mag er niet aan denken. We slaken een grote zucht van verlichting als we aan het hotel aankomen en zullen morgenvroeg wel zien en zo snel mogelijk trachten te tanken. Terwijl ik mijn dagboek invul, ligt C al te snurken. Ik kruip er ook maar onmiddellijk in, want mijn ogen vallen dicht. De wijn?... Dit was eigenlijk onze laatste dag. Morgen begint de terugreis. Misschien onderweg nog wat sightseeing, maar veel zal dat wel niet meer zijn.

10:24 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: usa, california, north-west |  Facebook | |

De commentaren zijn gesloten.