30-09-08

De langste rit

Woensdag 16 mei 2007 

Een half uur vóór de wekker afloopt, lig ik al wakker. Vandaag staat de langste rit van de reis op het programma: bijna 400 kilometer naar León, dus we moeten vroeg uit de veren. Om 6 uur al! We nemen rustig de tijd om te ontbijten, rekenen af in het hotel – mijn Mastercard doet het weer niet; ook gisterenavond waren er al problemen – en om 8.30 uur zijn we weg. Het is zwaar bewolkt vandaag maar droog. Deze keer geraken we zonder problemen de stad uit. Ik ben niet helemaal gerust in de grote afstand, vooral omdat de weg grotendeels door de bergen loopt, en uiteindelijk kiezen we toch maar voor het alternatief langs de autostrade via Santander. Dat is een serieuze omweg maar het is wel 45 minuten sneller.  In de buurt van de havenstad Santander worden de wolken zo mogelijk nog zwarter en weldra zitten we in de mist en begint het te stortregenen. Maar goed dat we nu niet in de bergen zitten. We rijden de provincie Cantabria binnen. spanje 14Het verkeer op de snelweg is tamelijk druk maar vlot. Om 10.45 uur bereiken we Aguilar en hebben we al 205 kilometer afgelegd. De weg verandert hier in een nieuw aangelegde en nog nauwelijks bereden autostrade met verschillende tunnels. Vervolgens gaat het naar Cervera via een kalme weg die kronkelt langs verschillende stuwmeren, wat prachtige zichten oplevert, vooral met de besneeuwde bergtoppen in de achtergrond. Dit is de Reserva Nacional de Fuentes Carrionas. Het regent intussen al lang niet meer en de zon is zelfs van de partij. De hemel is staalblauw, met hier en daar een klein wit wolkje. Het is duidelijk lente. Bloeiende bremstruiken kleuren het hele landschap geel, terwijl andere bergflanken helemaal mauve zien door een soort oversizede erica. Verder staat het gras in de bermen vol met witte, blauwe en gele voorjaarsbloemen en hier en daar is zelfs nog een bloeiende fruitboom te zien. Overigens beginnen de meeste bomen hier nu pas te kiemen. Wat moet een mens meer hebben om te filmen en foto’s te maken? En dan de temperatuur… een zalige 20 à 22 graden. Dit is een heerlijk seizoen om door Spanje te rijden! We stoppen ettelijke keren, zelfs bij de meest banale dorpjes, op zoek naar fotogenieke plekjes. We hebben er trouwens ruim de tijd voor, want we naderen León gestaag. 

Om 13 uur stoppen we bij een eenvoudige bar-restaurant langs de weg, in de hoop daar de echte lokale keuken te vinden. Het oogt zeer authentiek en ziet er netjes verzorgd en aantrekkelijk uit. Er is nog niemand, maar het ruikt er al heerlijk! De kokkin zegt echter dat ze pas om 13.30 uur open gaat. We besluiten niet te wachten en rijden teleurgesteld door. Tegen 14 uur zijn we de bergen uit en in een banaal dorpje (Puente Almuhey, ergens tussen Guardo en Cistierna) vinden we een al even banaal hotel-restaurant. Er zit heel wat volk in de bar, maar in het restaurant is het nog donker. Ja, we kunnen er eten. Het licht wordt aangestoken en we kunnen plaats nemen. Weldra krijgen we het gezelschap van drie mannen, die onmiddellijk de tv aanzetten, zodat we er nog het gezelschap van de Spaanssprekende Simpsons bovenop krijgen. Uit het dagmenu kiezen we voor vis, zonder te weten welke of hoe. Er komt een slaatje met warme groenten vooraf en natuurlijk een fles rode wijn. Daarna volgt een enorme schotel met niet minder dan acht stukken gebakken vis. We kunnen hem nog steeds niet thuisbrengen. Het is een witte, stevige maar vrij droge vis op een zwart vel en hij zwemt in een olijfoliesaus. De smaak is onbestemd en het vlees doet aan kip denken. Zou dit zwaardvis kunnen zijn? “Palomida”, zegt de vrouw des huizes, maar dat vinden we niet in ons klein zakwoordenboekje. We houden het tenslotte op heilbot, maar zeker zijn we er niet van. Later vind ik op het internet dat het om de leervis gaat (liche in het Frans, leerfish in het Engels), die vooral in Zuid-Afrika voorkomt, maar ook in de Golf van Biskaje. Het is niet slecht maar ook niets speciaals en we krijgen met moeite de helft van de schotel op. Achteraf volgt nog een dessertje en een koffie en in totaal betalen we 21 Euro voor ons twee, wijn inbegrepen. Daarvoor mag je natuurlijk niet moeilijk doen. 

Na de middag zetten we onze reis verder, richting León. De route loopt nog een tijdje langs een “groene weg” op de kaart en is inderdaad zeer mooi: een groen landschap bezaaid met ontelbare bloemen. Op sommige laatsen lijkt het wel alsof je door een grote tuin rijdt. Om 17 uur zijn we op onze bestemming. spanje 15Het hotel Infantes de León is gevestigd in een moderne nieuwbouw en is niet erg smaakvol ingericht. De ligging daarentegen is prima, slechts enkele straten verwijderd van de kathedraal. Het hotel heeft een gratis ondergrondse parking en de kamer kost slechts 54 Euro, ontbijt inbegrepen. Al te veeleisend mogen we dus niet zijn. Toch hebben we een mooie en ruime kamer en gratis – zij het slechts na enige moeite- internetverbinding. Het nazien van onze e-mail en de andere “administratie” (dagboek etc) houdt ons nog tot half acht op onze kamer en dan trekken we voor een eerste verkenning de stad in. De zon staat laag en verlicht prachtig de indrukwekkende kathedraal en het plein ervóór. De hemel is staalblauw, dus ideaal voor foto’s. We houden ons echter een beetje in, want morgen komt ook nog. We verkiezen een terrasje vanwaar we de mensen kunnen observeren (één van onze favoriete bezigheden) die rustig kuieren over het plein in de zachte avondzon.  En dan gaan we op zoek naar een restaurantje in het oude gedeelte van de stad rond de Plaza Mayor. De oude stad doet wat Italiaans aan en heeft wel iets. Er zijn echter niet zo veel restaurantjes te vinden, maar op de hoek van de plaza vinden we toch een min of meer aantrekkelijke taberna. We eten er niet slecht. Vooral de solomillo (ossenhaas en geen kalfsvlees zoals foutief in ons woordenboekje staat vermeld) is zeer lekker. We zijn vroeg terug thuis (23 uur).

11:36 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: spanje, leon, castilla-y-leon |  Facebook | |

29-09-08

Sprakeloos in Guggenheim

Dinsdag 15 mei 2007  

Het is 8.30 uur als we wakker worden! Het was vannacht in het hotel inderdaad zeer rustig en stil. De hemel is bewolkt, maar het is (voorlopig?) nog droog. We zullen voor de zekerheid maar een paraplu meenemen en een pull, want het is amper 14°C. Om kwart na tien zijn we op pad, richting Guggenheim Museum waarvoor we vandaag voldoende tijd willen uittrekken. Om 10.30 uur stappen we het museum binnen en komen meteen in het indrukwekkende, 50 meter hoge atrium. Een reuzengroot werk van Anselm Kiefer, aan wie momenteel een grote overzichts-tentoonstelling is geweid, spanje 11.gifsiert één van de wanden en reikt tot de tweede verdieping. We merken meteen dat het onduidelijk is wat hier het meest indrukwekkend zal zijn, de architectuur van het gebouw of de kunstwerken. Om eerlijk te zijn, wij hadden beiden nog nooit van Kiefer gehoord (shame on us!), maar we geraken al snel in de ban van zijn monumentale werken. Anselm Kiefer is één van de belangrijkste hedendaagse Duitse schilders en is een vertegenwoordiger van de neo-expressionistische school. Momenteel woont en werkt hij in Frankrijk. Eigenlijk zijn Kiefer’s werken schilderijen, maar door de gebruikte materialen, zoals lood, zand, klei, gedroogde planten, stro, haar, hout, beton en zelfs hele meubelstukken, zou ik het eerder constructies noemen. Zo vult bv één werk een hele zaal: het zijn een tiental betonnen trappen die, gedeeltelijk in gruizelementen, op de grond verspreid liggen of ondersteboven tegen de wand hangen. Het maken van deze werken (en het ophangen) moet echt zware fysieke arbeid vergen. In een andere zaal staan tientallen bedden opgesteld waarin telkens andere taferelen zijn uitgebeeld. De schilderijen zelf, die meestal geïnspireerd zijn door de oorlog, baden door hun donkerbruine en zwarte tonen in een sombere sfeer.   

We worden door het museum geleid door een handig gidsensysteem waarmee we in een soort telefoontoestel bij elk werk informatie kunnen opvragen. Zeer interessant, want anders zouden we er waarschijnlijk geen snars van begrijpen.  Zo vernemen we in een andere zaal dat de lopende teksten op de metershoge elektronische tekstzuilen aan de éne kant in het Engels en Spaans zijn en aan de andere kant in het Baskisch. Het is een ode van de Amerikaanse kunstenares Jenny Holzer – die dit werk speciaal creëerde voor Bilbao – aan de Baskische cultuur in haar relatie tot de wereld. Zo wandelen we door de verschillende zalen en vallen van de ene verwondering in de andere. Misschien nog het meeste indruk maakt de bootvormige zaal met een reeks reusachtige stalen platen van de Amerikaan Richard Serra. Ook deze werken zijn speciaal voor het Guggenheim Museum gemaakt en vormen een onderdeel van de vaste collectie. De immense stalen platen (4 meter hoog) staan rechtop en zijn in allerlei bochten en rondingen gebogen zodat je er als bezoeker tussendoor kan lopen. Soms zij de wanden zo schuin en staan ze zo dicht op elkaar, dat je de indruk hebt erdoor verpletterd te zullen worden. Het heeft iets van een labyrint en is daardoor soms zelfs een beetje beangstigend. Maar niet alleen hier zijn we onder de indruk van de architectuur. Het hele gebouw, zowel van binnen als van buiten, verrast voortdurend door zijn lijnenspel. Jammer dat we hier niet mogen filmen of fotograferen – bij het binnenkomen hebben ze mijn videotoestel verpakt in een verzegelde plastic zak. Maar misschien is het wel beter zo; nu kunnen we ons helemaal concentreren op de kunstwerken. Het kleine cameraatje van Christiane hebben we echter niet aangegeven, dus ik kan in het geniep toch een paar foto’s maken in de grote inkomhall. Verder waag ik het niet. 

En dan volgt nog een bezoek aan de omgeving van het museum, die al evenmin te versmaden is, ook al is het hier en daar nog een beetje een bouwwerf. Het is intussen zonnig geworden, dus hier kunnen we ons beide eindelijk uitleven met onze camera. Langs de zijkant van het museum zorgt een lange rij fonteinen, die onregelmatig plots als in een soort ballet uit de grond opspuiten, voor veel jolijt bij de kinderen die proberen er met droge kleren doorheen te lopen. Aan de achterkant is er een waterpartij en trekken twee reuzengrote sculpturen de aandacht. Op het terras liggen een soort bloemen in blinkend metaal van verschillende kleuren te schitteren in de zon. Op de brede promenade die rond het museum loopt, wandel je onder een immense spin door. Het is een sculptuur van de Franse kunstenares Louise Bourgeois. Op het uiteinde loopt de auto- en voetgangersbrug als het ware door het gebouw heen. Een staaltje van perfecte integratie van de architectuur in de omgeving. Om 12.30 uur zijn we rond. We verpozen even in de cafetaria van het museum met een koffietje en gaan dan even langs in het kantoortje van de toeristische dienst van de stad, vlak vóór het museum. Zij kunnen ons misschien helpen aan een stadsplannetje en ons daarop aanduiden waar het restaurant Zortziko, waar we voor vanavond gereserveerd hebben, zich bevindt. Ze hebben nog nooit van het restaurant gehoord en, sterker nog, ze kennen ook de Alameda de Mazzareda niet. Onbegrijpelijk, want daarna ontdekken we dat het de brede avenue is waaraan ook de toeristische dienst ligt. Begrijpe wie begrijpen kan! Het is dus dichtbij en we besluiten om alvast een kijkje te gaan nemen. Gezien de ligging besluiten we om er vanavond te voet naar toe te komen. Maar nu is het de hoogste tijd om een hapje te eten (het is al 14 uur intussen). We vinden een geschikt restaurant en komen in de verleiding om opnieuw een dagmenu (slechts 9 Euro…) te nemen, maar gezien onze plannen voor vanavond, doen we het maar niet. We “nemen vrede” met elk 3 tapa’s op een leuk terrasje op een plein. Het is er zeer aangenaam vertoeven en de tapa’s smaken heerlijk. Na het eten wandelen we langs de Gran Via Haro over de brug over de Nervión naar Casco Viejo, de oude stad.

De oude stad bestaat uit een wirwar van smalle straatjes met hoge huizen met van die typisch Baskische loggia’s en balkons met sierlijke, in alle kleuren geverfde balustrades in smeedijzer. Voor de rest zijn er slechts hier en daar bloemen en opvallend weinig winkeltjes. Toch bezoeken we er één van “koloniale” waren: ze verkopen vooral vis in blik: ansjovis, sardienen, enz. en spanje 12daarnaast massa’s stukken ingezouten bacalao of kabeljauw.  Mooi om te zien. We rusten uit en lessen onze dorst met een watertje op wat wel het enige terras van de stad lijkt te zijn, op het pleintje vóór de kathedraal. De kathedraal zelf blijkt gesloten. Daarna drentelen we zowat alle straatjes van de binnenstad af en we keren naar terug langs de Haro. Even  binnengewipt in “El Corte Inglès", hét Spaanse grootwarenhuis bij uitstek, waar Christiane een sjaaltje koopt in de solden. Ik heb wel zin in een ijsje en de mokka die ik hier krijg, is van de beste die ik ooit gegeten heb. Op de Plaza Moyùa, het centrale plein van de moderne stad, komen twee jonge kerels op me af met camera en microfoon. Ze interviewen mij over wat ik van hun stad denk en vragen mij achteraf of ze mij een “knuffel” mogen geven. Ze voeren – net zoals ik dat bij ons ook al gezien heb – een actie “Geef elkaar een knuffel”. Ik laat me (onder het oog van de camera) dus maar knuffelen. Wie weet ziet heel Spanje dit vanavond op tv? Om 18.15 uur zijn we terug in ons hotel. Even uitblazen en een druppeltje in mijn oog, want ik heb er af en toe een beetje last van. Het is nog te vroeg voor het restaurant, dus keren we nog even naar de binnenstad terug voor een aperitiefje. Een glas wijn is hier duidelijk goedkoper dan bij ons (slechts 1,90 Euro), maar ze schenken zo weinig in de nochtans grote glazen, dat het uiteindelijk misschien wel duurder is. Dan keren we nog eens terug naar het hotel om alvast onze koffers in te pakken, zodat we morgen vroeg kunnen vertrekken en om 8.45 uur verlaten we voor de zoveelste keer ons hotel op weg naar restaurant Zortziko, waar we heel veel van verwachten. 

We stappen het statige herenhuis, dat we deze middag al even verkend hebben, binnen en komen terecht in een zeer stijlvol en chique restaurant. spanje 13We hadden een veel moderner interieur verwacht, want de keuken wordt geklasseerd bij de moderne Spaanse keuken en staat gekend als één van de trendy restaurants van Bilbao op dit ogenblik. We worden ontvangen door een hele schare garçons in keurig zwart pak en naar onze tafel geleid. Dit is topklasse op alle gebied! We zijn blijkbaar de eerste klanten vanavond, maar de zaal loopt in korte tijd helemaal vol. We kiezen voor het menu à 80 Euro, dat bestaat uit “11 Tastes” of proevertjes en voor een fles Catalaanse wijn à 24 Euro (dat valt nog mee…). Vooraf bestellen we een glas cava en tot onze ontgoocheling krijgen we er geen enkel hapje bij. En dan begint het défilé van de 11 gerechtjes. Sommige zijn amper een aperitiefhapje groot, andere zijn volwaardige gerechten, maar het geheel is zo uitgebalanceerd dat we op het einde méér dan genoeg  gegeten  hebben.  Eerst  krijgen  we  drie kleine hapjes in één keer opgediend (dat zijn er al 3 van de 11 en even vrezen we dat we op die manier snel gedaan zullen hebben…):  

  • dun gesneden lam op honingbrood met specerijen
  •  een vloeibaar garnalenkroketje met gepofte rijst
  •  schijfjes tonijn op peperpuree met een gelei van gerookte tonijn 

Verrukkelijk! En dan komen de echte gerechtjes. Achtereenvolgens komen op tafel: 

  • salade met amanitas, Sint-Jakobsschelp, truffel en asperges met knapperige kleine groentjes in truffelolie
  • appelraviolis gevuld met foie gras, gegrilde koningskrab met papaverzaad en champagnesaus
  • baby inktvis met zijn tagliatelle, zwarte saus en groene Ojiblanca-olie
  • kabeljauw op Zortziko’s wijze gekookt
  • geroosterd varkensvlees met Arbequina-olie, wilde oregano en wortel- en appelsiensap
  • een glaasje met amandel- en pistachetoffee en hazelnoot-crème
  • chocolademousse met Frantoio-olie, maldónzout en cacaosorbet
  • sponscake van pijnboompitten. 

Een indrukwekkend en origineel menu, stuk voor stuk, maar minder creatief dan we verwacht hadden. Maar ja, dat ligt natuurlijk aan onze (té) hoge verwachtingen. We zijn hoe dan ook zeer tevreden. Op het einde van het diner heb ik echter zo veel last van mijn contactlens dat ik van het laatste gerechtje en het dessert nog nauwelijks kan genieten. Daardoor nemen we ook geen koffie meer. We wandelen door de verlaten straten voorde laatste keer naar ons hotel en het is kwart over middernacht als we op onze kamer komen. Maar gauw slapen want morgen loopt de wekker af om 6.30 uur!

 

09:56 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: spanje, baskenland, bilbao |  Facebook | |

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende