11-11-08

Miljoenen adobestenen

Zaterdag 16 juli 2005

’s Morgens ziet het er opnieuw vrij triestig uit: motregen, mist in de bergen en vrij koud. Dit wordt onze tweede Mochico-dag. De Mochico- of Mochecultuur situeert zich aan de Peruaanse Noordkust en dateert van 200 tot ongeveer 600 na Christus. Zij aanbaden de hemellichamen en bouwden o.m. even buiten Trujillo de immense zonne- en maantempels, de Huacas del Sol y de la Luna. Het zijn die tempels die we vandaag gaan bezoeken. We verlaten de stad en rijden door een vruchtbare streek waar we kennismaken met het échte Noord-Peruaanse leven: over een onverharde en smalle weg, waar de bus amper door kan, rijden we langsheen een breed irrigatiekanaal door een landbouwdorpje: armtierige, vuile huizen, verdroogde tuintjes, wasdraden, overal honden en vriendelijk wuivende mensen. Peru 17
De
Zonnetempel
ziet er vanuit de verte als een gewone heuvel uit. Hij bestaat echter uit adobestenen, in de zon gedroogde klei, gemengd met stro. Volgens Karel waren er voor deze tempel niet minder dan 15 miljoen nodig. Volgens mijn Nelles Reisgids waren het er maar één miljoen, maar op een andere bladzijde is er zelfs sprake van 50 miljoen! Ik heb ze niet geteld, maar het waren er in ieder geval zéér veel. De tempel is niet mooi, maar wordt pas interessant door de opnieuw boeiende uitleg van Karel. Onder de grond zitten hier volgens hem nog talloze schatten verborgen. Als je de juiste plek vindt, hoef je maar enkele tientallen centimeters te graven om intact aardewerk te vinden. Dat is hier in het verleden trouwens ook massaal gebeurd en zo is er een schat aan historisch materiaal clandestien verkocht en het land uit gesmokkeld of in privé-bezit terecht gekomen. In Peru is het nog altijd toegelaten om een privé-museum thuis te hebben op voorwaarde dat je de vondsten officieel aangeeft en laat registreren. De vraag is maar of dat ook werkelijk gebeurt. In ieder geval moet je aan de douane, als je het land verlaat, een attest van “onechtheid” kunnen voorleggen, dat verklaart dat het voorwerp dat je uitvoert, een kopie is en niet echt. De omgekeerde wereld dus.

We wandelen verder naar de Maantempel die dateert van ongeveer 700 na Christus. Peru 18Hier begroeven de Moches en de Chimu hun doden. Er zijn prachtig bewaarde muurschilderingen te zien, waarvan sommige pas enkele maanden geleden werden blootgelegd en die Karel dus ook nog nooit heeft gezien. Van de tempel als constructie is niet veel overgebleven, maar het woestijnzand en het droge klimaat hebben ervoor gezorgd Peru 19
dat de rood-zwart-gele tekeningen die vooral symmetrische figuren en vervaarlijke monsterkoppen voorstellen, zeer goed bewaard zijn. Op een grote, recent ontdekte muur zijn een hele rij primitieve afbeeldingen van krijgers voorgesteld. Mooi om zien is ook hoe de adobestenen stuk voor stuk de stempel dragen van de persoon of de familie die ze gemaakt heeft. Op een eenvoudige manier, één of meerdere gaten met de vinger aangebracht, zijn de stenen gemerkt, wat soms leuke effecten geeft zoals bv. een soort bowlingbal-patroon, een smily-achtig gezichtje, enzovoort. Het bezoek aan beide tempels heeft ruim 2,5 uren geduurd, maar toch zijn we een beetje voor op ons schema en Karel vergast ons op een extraatje. Aan de rand van de stad ligt de Huaca del Dragon, Peru 20een schitterende Chimu-tempel met lemen basreliëfs, die zo gaaf zijn dat ze er zelfs té jong uitzien. Ze doen denken aan de zandsculpturen die bij ons jaarlijks op het strand van Blankenberge worden opgezet. De tekeningen zijn zeer primitief en tonen mensen en dieren. Vaak zijn ze met elkaar verbonden door parallelle lijnen die de regenboog voorstellen, een natuurfenomeen dat natuurlijk ook vereerd werd.
 

Het is inmiddels middag geworden en dus tijd om te eten. Dat zal gebeuren in het vissersdorpje Huanchaco. Eerst doen we echter even het strand aan waar de typische rieten boten van Peru 21de vissers met hun scherpe boeg omhoog tegen de kademuur geplaatst staan. Ze zijn 3 à 4 meter lang en dateren al uit de Chimu-tijd. Ze houden eigenlijk het midden tussen een kano en een surfplank. De visser bestuurt de boot namelijk geknield of rechtopstaand en laat zich op de golven meeglijden. Deze kuststrook is trouwens één van de beste surfkusten ter wereld. De visserssloepen worden vandaag waarschijnlijk vooral in leven gehouden voor de toeristen en het duurt dan ook niet lang of er duikt een visser op die zijn kunsten demonstreert. De man stuurt zijn vaartuig zeer behendig waarheen hij wil en dat is waarschijnlijk niet zo evident, zeker niet als je weet dat zo’n boot 90 kilo weegt! Elke foto kost natuurlijk een solletje. We wandelen doorheen de smalle straatjes van Huanchaco naar een lokaal visrestaurant. De huizen geven ondanks hun kleurrijk geverfde gevels en traliewerk voor de ramen een armoedige en wat troosteloze aanblik. Het hele stadje ziet er trouwens nogal slordig en verwaarloosd uit en ook het strand straalt weinig vakantiesfeer uit, maar dat zal wel grotendeels te wijten zijn aan het grijze en mistige weer. Restaurant ‘Club Colonial’ oogt wél aantrekkelijk: via een poortje en een stemmig binnenplaatsje komen we in een gezellige eetzaal met zwart geschilderde muren en talloze voorwerpen in retrostijl. Vooral de grote spiegel, de moderne schilderijen aan de muur en de rood-groene art-décoglasramen zorgen voor sfeer, ook al zal daar weinig typisch lokaal aan zijn. Wellicht heeft de Brusselse uitbaatster geprobeerd de Europese en Zuid-Amerikaanse cultuur hier wat te verzoenen. De hoge verwachtingen die we bij een visrestaurant aan de kust altijd hebben, worden al evenmin bevredigd. Geen vis bij het voorgerecht en de onbestemde vis van het hoofdgerecht is wel vers, maar platgekookt. 

Chan-Chan is ongetwijfeld één van de belangrijkste historische plaatsen van Noord-Peru. Op een oppervlakte van 24 vierkante kilometer strekt zichPeru 22 de grootste pre-Columbiaanse stad van Peru en de grootste adobestad ter wereld uit. Hij werd in 1200 door de Chimu gebouwd als hun hoofdstad en telde 60.000 inwoners. De huidige ruïnes bestaan uit verschillende straatjes, enkele grote pleinen en een paar paleizen, waarvan het Tchulli-paleis het grootste en mooiste is. Door hun symmetrie en met hun strakke lijnen en eenvoudige gestileerde figuren, geven sommige delen een verrassend moderne en minimalistische indruk. Hier kan je oneindig blijven fotograferen. Het geheel is een echte doolhof en naar het schijnt werden hier tot 10 jaar geleden nog regelmatig toeristen van al hun bezittingen beroofd en zonder kleren achtergelaten, waarna de daders spoorloos in het labyrint verdwenen. Om kwart na vijf zijn we terug in ons hotel in Trujillo. Bij aankomst spoeden Christiane en ik ons naar de Plaza de Armas, waar een kleurrijke processie ter ere van de Virgen del Carmen voorbijtrekt. Het is een zeer devote, maar ook vrij luidruchtige bedoening. Het publiek bestaat hoofdzakelijk uit in het zwart geklede dames van middelbare leeftijd. Vooraan rijdt een auto met luidspreker waaruit de voorbede weerklinkt die door de gelovigen telkens overtuigend beantwoord wordt.

Peru 23
Daarna worden een Mariabeeld en een beeld van het kindje Jezus op de schouders getorst. Er wordt mij een bidprentje in de handen gestopt, maar daarvoor hoort uiteraard een “donatio”. Als we in het hotel komen, blijken we de briefing voor morgen te hebben gemist, wat Karel naar het schijnt niet zeer geapprecieerd heeft. Maar deze kans – ik beschouw zo’n processie als een typische uiting van de Latijns-Amerikaanse volksgeest – mochten we toch niet laten voorbijgaan. Ik verontschuldig mij bij Karel, maar zo erg vond hij het niet. We maken nog een wandeling door de Calle Pizarro en slaan een nieuwe voorraad water en Gatorade in voor morgen.

09:43 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: peru, trujillo |  Facebook | |

De commentaren zijn gesloten.