12-11-08

Een idyllisch plekje aan de Stille Oceaan

Zondag 17 juli 2005         

Vandaag verlaten we het Noorden en rijden in een lange busrit (550 kilometer) langsheen de kust van de Stille Oceaan terug naar Lima. We moeten dan ook al om kwart na vijf uit de veren, want de bus vertrekt al om 6.30 uur. Mijn darmen rammelen als ik opsta en ja hoor... ik heb Immodium nodig. Ik ben voorzichtig bij het ontbijt, maar het eten smaakt mij toch. De zon is natuurlijk niet van de partij – de winterperiode in het Noorden kenmerkt zich niet zozeer door regen, maar wel door een grijze, mistige hemel – en de kans dat we de zon vandaag nog te zien krijgen, is ook niet groot. In de stad valt op dat er geen riolen zijn. Bij regenbuien en vooral als El Niño opduikt, is het dan ook niet te verwonderen dat binnen de kortste keren overstromingen plaats hebben. Zolang dat niet het geval is, gebruiken de Peruanen de straatgoot om er hun zakjes vuilnis neer te zetten, die dan af en toe eens opgehaald worden. Aanvankelijk rijden we door een landbouwgebied dat door Peru 24excellente irrigatiesystemen op de woestijn is gewonnen. Er worden vooral asperges gekweekt, maar verder zowat van alles: artisjokken, rode pepers, maïs en marigole, een oranje bloempje dat aan kippenvoer wordt toegevoegd om het vlees een mooie gele kleur te geven. Deze streek brengt zo’n 150.000 ton asperges per jaar voort, waarvan 92% voor de uitvoer bestemd is. Wanneer we bij één van de reusachtige plantages halt houden om eens een kijkje te nemen, worden we door een opzichter tamelijk vijandig ontvangen en verjaagd. Dit heeft alles te maken met de weinig fraaie werkomstandigheden die hier naar het schijnt nog schering en inslag zijn en bewijzen dat slavenarbeid nog niet ver achter de rug ligt, als het überhaupt al achter de rug zou zijn. Op de weg rijden we talrijke vrachtwagens voorbij die op weg zijn naar de markten van Lima. Vele hebben grote takken achteraan op de vracht gebonden Ze bevatten grote scherpe doornen en dienen om de vracht tegen diefstal te beschermen. 

In Sechin stoppen we bij een ruïne van 3600 jaar oud. Dit is ongetwijfeld de oudste archeologische plek die we op onze reis zullen bezoeken. Grote monolithische grafietstenen getuigen er van een heiligdom uit de pre-Chavinperiode (1200 tot 1400 Peru 25vóór Christus). Ze zijn versierd met afbeeldingen van krijgers maar ook met symmetrische figuren die verwijzen naar mathematisch-kosmische berekeningen en tijdmetingen. Een van de hoge stenen zou zelfs een ingenieus soort jaarkalender zijn, die evenwel nog steeds niet is ontcijferd. De tempel ligt tegen een heuvel aan en we maken de klim om de site van bovenuit te bewonderen, waar we opnieuw geïnteresseerd naar de boeiende verhalen van Karel luisteren. Tegen de middag verlaat de bus plots de highway en volgt een onzichtbare weg dwars door de woestijn, tot aan zee. Peru 26Hier ligt een kleine nederzetting met een vijftal vakantiewoningen en een restaurant: ‘Las Almas Corredor’. Idyllisch en niet te vinden als je het niet weet. In de palmbomen zitten zowaar wilde papegaaien en op een omheining zit een prachtig geel-blauw exemplaar dat zich gewillig laat benaderen en fotograferen. Het zandstrand wordt afgewisseld met rotsen waartegen de branding van de Pacific met veel gedruis tegenaan beukt en bij sommigen van de groep voor natte voeten zorgt.

Peru 27

De zeebries doet deugd en de korte strandwandeling levert enkele mooie schelpjes op, en natuurlijk... mooie foto’s en videobeelden. Ondanks de eerder frisse temperatuur genieten we op het terras met een pisco sour van de zee vooraleer we aan tafel gaan. Het eten, zeebaars, is eenvoudig maar het restaurantje is zeer verzorgd en gezellig. 

Het landschap wordt meer en meer bergachtig en in combinatie met de wilde golven van de oceaan levert dat prachtige landschappen op. De busreis is dan ook verre van vervelend. Er zijn nauwelijks personenwagens te bespeuren op deze Pan-American Highway. De reden is vrij eenvoudig: op het platteland kan niemand zich een auto permitteren. De enige uitzonderingen zijn enkele oude VW-kevers, die tot voor kort in Brazilië geproduceerd werden. Ook af en toe een iets modernere Koreaanse Daewoo, maar hun kostprijs (14.000 Amerikaanse dollars) ligt ook in het bereik van zeer weinigen. We rijden doorheen Chimbote, volgens Karel één van de vuilste en meest te mijden oorden van Peru. Peru 28 Het is een vervallen industrieel stadje waar stinkend vismeel wordt verwerkt en constant een bruingrijze mist hangt. Hier komt gedurende het hele jaar geen zonnestraaltje door, nooit!... Opvallend is ook hoe hier aan bijna alle huizen elektriciteit clandestien, of beter: openbaar, afgetapt wordt. Een oogluikend toegelaten fraude, en dat zal wel niet de enige zijn, denk ik. In Super Puerto stoppen we even voor een processie met een soort “Binches”: mannen met grote kleurige struisvogelveren op hun hoofd en belletjes rond hun benen, die onophoudelijk dansen op de tonen van een povere fanfare. De stoet draagt dezelfde Virgen del Carmen mee als gisterenavond in Trujillo. Dit is blijkbaar haar weekend. Net voor Lima splitst de baan zich: de vrachtwagens blijven beneden langs de kust en de auto’s, die inmiddels wat talrijker zijn geworden, moeten een 800 meter hoge heuvel op. Wij mogen met de bus ook de hoge weg gebruiken en aldus genieten van het mooie panorama. De drukte is toegenomen want dit is de enige toegangsweg tot Lima vanuit het Noorden. Vooral het vrachtverkeer is druk want de handelaars moeten op zondagavond op post zijn om de maandagmarkten te bevoorraden. Om een goede indruk te maken, gaan ze, vooraleer Lima binnen te rijden, eerst nog eens langs bij een van de vele ‘lavaderos’, wasplaatsen voor vrachtwagens en hun chauffeurs, waar het stof van de lange rit wordt weggespoeld. We rijden een super-de-luxe autocar voorbij met volledig geblindeerde ruiten: de nationale voetbalploeg van Peru. 

Het binnenrijden van Lima is zeer deprimerend. De weg voert namelijk langs de uitgestrekte sloppenwijken. Hier wonen niet minder dan 1,3 miljoen mensen in Peru 29erbarmelijke omstandigheden. In 1950 is er een grote trek naar Lima op gang gekomen, gelokt door mooie politieke beloften en als vlucht uit de bergstreken voor de moordende rebellen van het “Lichtend Pad”. Hier vonden de meesten niets dan teleurstelling en kwamen terecht van de regen in de drop. Nu nog breiden de sloppenwijken zich op een sluipende manier verder uit doordat desperados zonder schroom grond inpalmen door er een houten of zelfs kartonnen krot op te trekken. Zo was15 jaar geleden Ancon dé chique badplaats van Lima, maar nu is het volledig ingepalmd door de sloppen. Dat het leven hier hard is, bewijst het feit dat één op vier bewoners lijdt aan een of andere chronische ziekte aan de luchtwegen. We zijn hier als toeristen niet welkom in deze buurt. Tot tweemaal toe wordt onze bus gestopt door de politie en onze chauffeur moet meer dan moeite doen om toch te mogen doorrijden. Karel houdt zich gedeisd, is nerveus en doet alsof hij uitleg aan het geven is. 

Om 18 uur zijn we in ons hotel, hetzelfde als woensdag, en we krijgen ook exact dezelfde kamer toegewezen. We kunnen ons dus al een beetje thuis voelen. Ik ben moe, voel me wat koortsig en heb absoluut geen eetlust. Toch ga ik mee met de groep aan tafel, maar de copieuze maaltijd kan mij niet bekoren. Het is daarenboven een onpersoonlijk westers menu (rundvlees in rode wijnsaus, gebakken aardappeltjes en groentenkrans) en ik besluit dan maar mijn hele bord aan Reggy door te schuiven, die het met dank aanvaardt en met veel smaak verorbert. Ik denk zelfs dat hij ook nog een derde bord zou aankunnen. Reggy is één van de drie jonge mensen in de groep. Hij werkt, samen met zijn vriendin Astrid, in de nachtploeg bij Opel in Antwerpen. Het is een ietwat ruwe kerel maar met een gevoelig hartje. Hij is stapelverliefd en uitermate fier op zijn vriendin, maar toont zich ook bezorgd en voorkomend tegenover iedereen in de groep. Beiden genieten zij van deze reis en vooral van de luxe van de hotels. De derde man is Tony, een tamelijk verlegen jongen met witblond geverfd punkkapsel en een oorring. Samen zullen ze de hele reis onafscheidelijk blijven en met hun drieën een kamer delen. Ze blijken een zeer stevige en gezonde band met elkaar te hebben. Als ik om 9 uur op de kamer kom, besluit ik toch eens mijn koorts te meten: 36,8 dus geen koorts. Ik heb het moeilijk om mij wakker te houden terwijl ik mijn dagboek invul en na het vervullen van deze dagelijkse “plicht”, val ik als een blok in slaap. Morgen mogen we uitslapen, in afwachting van de zware tocht naar de Colca-vallei overmorgen.

09:45 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: peru, lima, trujillo |  Facebook | |

De commentaren zijn gesloten.