15-11-08

El condor pasa...

Woensdag 20 juli 2005                     

Als we de condors willen zien, moeten we er iets voor over hebben: we worden al om 5 uur gewekt. Het was inderdaad koud vannacht, maar onder de dikke dekens was het lekker slapen. In het schaars verlichte restaurant is het gezellig ontbijten bij de open haard en met kaarslicht. De hemel is niet wolkenloos maar de gloed van de opkomende zon achter de bergen geeft ons hoop. De meesten zijn voldoende opgeknapt voor een nieuwe dag, alleen Maria is té ziek en zal in de lodge blijven. Wij komen haar na de middag terug oppikken. Christiane en ik voelen ons nog steeds kiplekker, weliswaar mits een Dafalgan, maar dat is eerder preventief. Om 6.30 uur vertrekken we voor een rit van één uur en driekwartier doorheen de schitterende Colca-vallei.
Peru 38Onderweg aan een pittoresk kerkje staan een viertal vrouwen in prachtige klederdracht te smeken om gefotografeerd te worden, schilderachtiger kan niet. Twee van hen hebben een grote vogel (een valk?) op de arm en de andere hoeden twee schattige babylamaatjes. De fototoestellen staan niet stil en iedere klik levert de dames een sol op. 
Tijdens de busrit leren we meer over de condors, de grootste vogels ter wereld, althans die van de Andes, die een vleugelwijdte hebben van 3 tot 4 meter. Hun broertjes uit Californië zijn maar half zo groot. Ze wegen 14 kilo, halen snelheden van 75 tot 80 kilometer per uur en kunnen 75 jaar oud worden. We komen als één van de eersten aan bij het Cruz del Condor, de plaats waar de condors huizen en op aanwijzen van onze ervaren gids, nemen we de beste plaatsen in voor het spektakel. De kans dat we de vogels te zien krijgen is groot, maar zekerheid heb je nooit. Ze hebben hun nesten in de steile wand van de diepe canyon onder ons. Normaal trekken ze er overdag op uit op zoek naar voedsel, want het zijn geen roof- maar aasvogels, die dus leven van krengen. Om iets te vinden, leggen ze soms een paar honderd kilometer af, drijvend op de thermiek van de warme luchtlagen. Intussen stromen de toeristen toe en tegen 9 uur staan er enkele honderden op de verschillende uitkijkplateaus. Aanvankelijk lijkt er niets te gaan gebeuren, maar Karel blijft er rustig bij; in 95% van zijn reizen heeft hij condors gezien en aangezien het weer mooi is, zal dat vandaag wel niet anders zijn. En plots, enig rumoer en jawel, daar is de eerste.
 Peru 39
Het is alsof hij even polshoogte komt nemen over het opgekomen publiek. Hij zweeft majestueus laag boven de hoofden van het tweede uitkijkplatform en duikt daarna weer de diepe kloof in zodat wij hem ook van bovenuit kunnen bewonderen. Indrukwekkend! En daarna duiken er regelmatig nieuwe op. Op een bepaald ogenblik zijn ze zelfs met vier terzelfdertijd. In de grootsheid van het landschap zien ze er niet zo groot uit als ik mij voorstelde, maar ze zijn er niet minder imposant om. Ze heersen duidelijk over de vallei en zelfs over de mensenmassa die hier samengetroept is. Je ziet ze slechts heel zelden klapwieken en hun zweefvlucht is sierlijk en gracieus en zo geruisloos dat het de hele tijd doodstil blijft ondanks de honderden mensen. Alleen een “oh” of “ah” als er eens eentje wat dichterbij komt. Het is niet makkelijk om ze in het vizier van de camera te houden, maar er zullen toch wel mooie beelden en foto’s bij zijn, denk ik. En dan, na een gezamenlijke verkenning hoog in de blauwe hemel, verdwijnen ze plots in de verte. De mensenmassa komt terug tot leven en begeeft zich naar de wachtende bussen.
Peru 40Op de parkeerplaatsen staat natuurlijk een hele rij kraampjes met vooral producten van lama- en alpacawol, zeer kleurig textiel en handgevlochten linten van alle formaten. De fotogenieke vrouwen met hun fijn geborduurde hoeden en lange rokken leveren ons, tegen de indrukwekkende achtergrond van canyon en terrassen, prachtige foto’s op. Er wordt dan ook meer gefotografeerd dan gekocht, maar daar verdienen de dames minstens evenveel geld aan.
 

Tijdens het wachten op de condors maakte Karel kennis met een jong koppel uit Hasselt, dat voor 12 maanden op wereldreis is en na Azië en Australië de reis aan het afronden is in Bolivië en Peru. In september hopen ze terug thuis te zijn. Ze zijn met het openbaar vervoer tot hier gekomen en ze dreigen het spektakel te missen omdat de condors op zich laten wachten en de bus waarvoor ze op voorhand betaald hebben, weldra vertrekt. Karel belooft ze een lift en ze zijn hem natuurlijk heel dankbaar. Ze geven als dank een reproductie van een schilderijtje van de Brusselse Markt. Op de terugweg stoppen we nog hier en daar voor enkele mooie zichten op de terrassenbouw en de 3.000 meter diepe Colcakloof en telkens staan er vrouwen met hun koopwaar. Behalve een klein halslintje en een geldbeursje, kopen wij niets, maar Reggy en Astrid laten zich niet onbetuigd: zij kopen voor elk een mooie wollen trui. Peru 41Terug in de vallei stappen we uit in het dorpje waar deze morgen de vrouwen met hun valken stonden. We wandelen door de smalle straatjes naar een restaurant voor het middagmaal. Het ligt op de bergflank tegenover onze lodge en van hieruit hebben we dus een prachtig uitzicht over de vallei en de paradijselijke plek waar we de nacht hebben doorgebracht. In het restaurant hebben we een tafel bij het raam zodat we de hele tijd van het schitterende landschap kunnen genieten. Er staat alpaca op het menu. Het stuk van Christiane is mals en lekker; dat van mij is zo taai als leer. 

En dan volgt gedurende de hele namiddag de lange rit, terug naar Arequipa. De meesten zijn moe en vrezen de tweede overtocht van de piek van 5.000 meter. De tocht duurt lang maar verloopt vlot en bij aankomst is iedereen toch een beetje van de kaart en hunkert naar een frisse douche. Het was heet en stoffig vandaag. Karel meldt dat morgen onze vlucht naar Cusco pas in de namiddag is en dat we dus in de voormiddag extragelegenheid hebben voor een individueel bezoek aan Arequipa. Dat is goed nieuws, want de stad heeft naar het schijnt veel te bieden. Dat wordt ons bevestigd door een opgeknapte Johan, die ons – en vooral zijn Rita natuurlijk -  bij aankomst staat op te wachten. Hij heeft ruim de tijd gehad om Arequipa te bezoeken en hij beveelt ons sterk het Monasterio Santa Catalina aan. Na een verfrissende douche, zakken we af naar de bar voor de tot nu toe beste pisco sour van de reis. We hadden hier de rest van de groep verwacht, maar naast ons beiden zijn alleen de drie jongeren op post; de anderen hebben blijkbaar meer recuperatietijd nodig. We zijn tevreden dat wij zo goed de hoogte hebben doorstaan en verwerkt. In het restaurant staat een lekker buffet klaar en we laten het ons goed smaken.

11:04 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: peru, arequipa, colcavallei |  Facebook | |

De commentaren zijn gesloten.