16-11-08

De zon zien ondergaan in Cusco

Donderdag 21 juli 2005

We hebben gezien de extra vrije voormiddag de wekker niet gezet, maar ik ben toch al om 7 uur wakker. Iedereen blijkt fit te zijn, behalve Roland, die een keelontsteking zou hebben. Roland is een actieve zestiger die alleen reist. Zijn vrouw is niet tot dit soort reizen te bewegen en hijzelf heeft ook pas twee jaar geleden ontdekt dat er in het leven meer is dan hard werken alleen. Hij woont in Eke en is een ex-kaderlid van Recticel maar heeft nu een agentuur voor enkele Franse en Italiaanse bedrijven. Hij ging tot voor kort nooit op reis, maar lijkt nu in ijltempo zijn schade te willen inhalen: na China eerder dit jaar en Peru nu, gaat hij in het najaar nog naar Argentinië, alles met ‘Anders dan Anders’. Hij is voorzien van alle moderne technologie: behalve een dure Canon Eos en een digitale videocamera heeft hij ook nog een i-Pod en een electronische hoogtemeter bij en uiteraard een gsm met alles erop en eraan. Hij is van het type dat in een groep van goudwaarde is: door zijn humor en fratsen wint hij niet alleen ieders sympathie, maar hij is vaak ook de bliksemafleider als het ergens wat stroever gaat. Vandaag is hij echter min of meer uitgeteld. Het is prachtig weer: geen wolkje aan de helderblauwe lucht en een zeer aangename temperatuur. Om 8.30 hebben we het lekkere ontbijt al achter de kiezen en we stappen in één van de leuke kleine taxietjes waarvan het in de stad krioelt. Het zijn kleine Daewoos in knalgeel, -rood of –blauw en op het dak een reuzengrote lichtbak met reclame. De rit naar het stadscentrum kost slechts 3 soles of 0,75 Euro. Arequipa is de tweede stad van Peru en telt een miljoen inwoners. Precies 3 jaar geleden, op 24 juli 2002 had hier een aardbeving plaats van 8 op de schaal van Richter die de hele stad platlegde. O.m. in ons hotel geeft een bordje met een “S” erop, de veiligste plek aan in geval van een aardbeving. 

De Plaza de Armas van Arequipa schijnt één van de mooiste van het land te zijn, maar wij laten ons eerst afzetten bij het Monasterio Santa Catalina. Het is pas 9 uur en we zijn niet alleen de eersten van Peru 42onze groep, er zijn in het geheel nog maar een paar toeristen te zien. Het klooster is eigenlijk een stadje met smalle straatjes en tientallen kleine huisjes met binnentuintje. Het concept is precies hetzelfde als de begijnhoven bij ons, maar de kloosterlingen waren hier echte nonnetjes. Meer nog, om hier te mogen binnentreden moesten ze destijds niet alleen kunnen bewijzen dar ze van Spaansen bloede waren, maar vooral moesten ze een aanzienlijke financiële bijdrage kunnen betalen. Sommige religieuzen hadden zelfs hun eigen dienstmeid. Vandaag – er huizen hier nog altijd een 25-tal religieuzen – is dit niet meer het geval. We treden binnen onder een poort waarboven veelbetekenend in grote letters “Silencio” staat geschilderd. Op uitzondering van een beetje geel en wit, zijn steenrood en hemelsblauw hier de hoofdkleuren. Alle muren zijn hier in die kleuren geschilderd en het is soms moeilijk om de blauwe muren te onderscheiden van de al even blauwe hemel. We besluiten geen gids te nemen en op eigen houtje en tempo door het klooster te wandelen. Dit is pas het paradijs voor de fotograaf! Elk hoekje, elk straatje en pleintje, elke deur of raam is hier pittoresk. Ik film nagenoeg constant en als we na anderhalf uur buiten komen, heeft Christiane niet minder dan 200 foto’s gemaakt. Op het einde van het bezoek volgt nog een relatief groot museum met hoofdzakelijk religieuze kunst: houten polychrome heiligenbeelden en schilderijen van Onze-Lieve-Heer, van de Maagd Maria en van andere heiligen. Het is opnieuw overduidelijk dat de plaatselijke kunstenaars hier nog niet aan de enkels reikten van hun Europese tijdgenoten. De schilderijen zijn slappe kopieën en vaak op het potsierlijke af. De proporties kloppen meestal niet en het contrast met wat we in Europa gewoon zijn, is enorm. 

Als we om half elf buiten komen, haasten we ons naar de Plaza de Armas die op een boogscheut verwijderd ligt. Het is inderdaad een prachtig plein met rondom mooie arcaden en Peru 43aan één zijde een imposante witte kathedraal met twee ranke torens. Voor de kathedraal staat een imposant hek in smeedijzer en op het plein omringen hoge palmbomen een mooie fontein. Hier en daar beleeft een jacaranda de laatste dagen van zijn opvallende blauwe bloei. Mensen genieten van de zon op een van de vele bankjes en voederen de massa duiven tot ze door een spelend kind worden opgejaagd en in een wriemelende massa wegfladderen. Vanuit de verste hoek van de Peru 44Plaza nadert tromgeroffel en muziek. We hebben niet meer al te veel tijd en moeten kiezen: ofwel de kathedraal bezoeken, ofwel de stoet bekijken. We beginnen alvast met het laatste en zien dan wel of we er de kathedraal nog kunnen bijnemen. Het is een wervelende folklorestoet met verschillende kleurrijke gezelschappen in een soort eerbetoon aan het vaderland onder het motto “Rescatemos los Valores Patrios”. De povere fanfare kent jammer genoeg maar vijf noten en blijft die eindeloos herhalen ondersteund door steeds hetzelfde ritmisch getrommel. Sommige muzikanten hebben zelfs nog moeite om die vijf noten te passen. De dansende groepen zijn al even stuntelig en van het aangeboren samba- of ander Latijns-Amerikaans gevoel is ook helemaal niets te merken. Ik dacht dat enkel de Europeanen zonder gevoel voor ritme geboren worden, maar deze Peruanen zijn evenmin goed bedeeld geweest. Maar... het is een mooi en afwisselend spektakel dat echte vrolijkheid en blijdschap uitstraalt. Ik ben zeer blij dat we ook dit op video hebben kunnen vastleggen; Achteraf blijkt trouwens dat niemand anders van de groep deze stoet gezien heeft. Ze hadden deze morgen maar wat vroeger moeten vertrekken. 

Het is inderdaad te laat om nog de kathedraal te bezoeken en we spenderen ons laatste halfuurtje op de Plaza de Armas. Peru 45Wanneer een vrouw in klederdracht, bolhoedje incluis, en met een baby op de rug aan Christiane een poppetje verkoopt, maak ik één van de mooiste foto’s van onze reis. Op een bakje zit een “schrijver” te tikken op een ouderwetse typmachine op zijn schoot. Hier zorgen de schaarse geletterden voor de massa ongeletterden door hun brieven op te stellen en te typen. Aan de schoolse ontwikkeling van de jongeren valt hier trouwens nog veel te werken, doch amper 8% van de begroting gaat naar het onderwijs. We brengen een blitsbezoek aan de Iglesia de la Compaña of de Jezuïetenkerk met haar overdadig versierd altaar en onder één van de arcades kopen we onze postkaarten. Er liggen ook cd’s met typische Peruaanse Peru 46muziek en die blijken maar 5 soles te kosten, 50 Bfr! Het zijn ongetwijfeld illegale kopies, maar ik neem er toch een drietal mee in de hoop dat de kwaliteit in orde is. Achteraf blijkt dat voor twee van de drie inderdaad het geval te zijn. Een taxi brengt ons tegen de middag terug naar het hotel. Het is intussen zelfs ronduit heet geworden. Om 12 uur stipt vertrekken we naar de luchthaven waar we een croque monsieur eten op een terras met een mooi zicht op de Misti-vulkaan die, volledig vrij van wolken, schitterend wit afsteekt tegen de felblauwe lucht. In het deugddoende zonnetje genieten we nog even van een zeer lekkere lemonada. Het is limoensap en de smaak is bijna dezelfde als de pisco sour, maar dan zonder alcohol. Het is overigens zeer stil op de kleine luchthaven.  

Om 14.30 uur stijgt ons LAN-toestel op voor de vlucht naar Cusco, die 40 minuten zal duren. Dank zij het heldere weer wordt het een schitterende vlucht: het vliegtuig neemt een wijde bocht boven de Misti en de andere besneeuwde vulkaankraters, maar even later neemt de bewolking toe en is er vrij veel turbulentie. Bij aankomst in Cusco is het zonnig, maar met veel wolken. Sommige zijn zelfs dreigend zwart en het is behoorlijk fris. We hebben onmiddellijk onze warme fleece nodig. Bij het uitstappen worden we koppel per koppel gefotografeerd. Karel duwt ons snel op een klaarstaande bus die ons onmiddellijk naar Sacsayhuaman moet brengen.
Peru 47

Deze site met de bijna onuitspreekbare naam (de Amerikanen zeggen gemakshalve ‘Sexy Woman’), is een van de merkwaardigste en interessantste overblijfselen van het Incarijk. Cusco was trouwens dé Incahoofdstad.  Sacsayhuaman is een immens militair verdedigingsbouwwerk waaraan naar verluidt tienduizenden mensen gedurende 70 jaren hebben gewerkt om de Peru 48reusachtige rotsblokken naar boven te slepen en te stapelen tot een onneembare verdedigingsmuur. Het meest merkwaardige en indrukwekkende van het bouwwerk is de manier waarop de stenen met hun lijnrechte kanten en kantjes zodanig in elkaar gepuzzeld zijn dat er tussen de voegen geen papiertje in te schuiven is. De blokken, die tientallen tonnen wegen, zijn zonder cement gestapeld en hebben de tijd en de aardbevingen moeiteloos doorstaan. Bij de beklimming trappen we wat op onze adem; we zijn immers opnieuw wat hoger gekomen: Cusco ligt op 3.300 meter. Karel verbiedt ons om foto’s te maken van alle folkloristische figuren die zich vanaf nu zullen aanbieden. We bevinden ons namelijk in een van dé toeristische centra van Peru. Wij benaderen de site vanuit een ongewone hoek, met name van bovenuit en op het mooiste tijdstip van de dag, namelijk bij valavond. Dan zijn er nog nauwelijks toeristen en de ondergaande zon werpt lange schaduwen en een warm licht over het landschap. Vandaag maakt een dreigende wolkenpartij boven de stad het geheel nog mystieker en onvergetelijker. Ik begrijp nu als Peru 49Johan Verminnen zingt dat hij  de zon heeft zien ondergaan in Cusco” dat het van hieruit moet zijn geweest, want dit is écht een onvergetelijk schouwspel: van bovenop de heuvel, aan de voet van een groot kruis en met een panoramisch zicht op de stad, zien we het warme licht geleidelijk zwakker en de omgeving steeds vager worden. De zwarte wolkenmassa verliest stilletjes haar oranje gloed en het duister daalt zachtjes neer over de stad. Hier zouden we uren kunnen blijven, ware het niet dat het zo koud begint te worden. De site is inmiddels trouwens zo goed als verlaten. Bij de bus staat een dame ons op te wachten met de foto’s die bij aankomst op de luchthaven zijn gemaakt. Ze zijn afgedrukt op een postkaart met “Greetings from Cusco” en zijn dus zeer in trek. Ze zijn echter zeer duur en die van ons is niet goed gelukt, dus we kopen hem niet. 

Als we tegen 17.30 uur langs de Plaza de Armas rijden, is het bijna donker, wat de aanblik ervan er niet minder indrukwekkend om maakt, integendeel. De eenvoudige verlichting dompelt het plein in een wat melancholische sfeer en Cusco heeft meteen ons hart gewonnen. We logeren opnieuw in een Libertador Hotel. Peru 50Vijfsterren deze keer en het is inderdaad schitterend: een oud Incapaleis, later verbouwd door de Spanjaarden en zo groot dat we eerst een rondleiding nodig hebben om er onze weg in te vinden. Verschillende salons, mooie winkeltjes, chique bar, tea-room en restaurant zijn verbonden door lange gangen en overal staan antieke meubelen en authentieke kunstvoorwerpen. Het geheel is stijlvol geharmonieerd met hedendaagse elementen die voor het moderne comfort moeten zorgen. En dat alles centraal gelegen in hartje Cusco. We krijgen tot 19.30 uur om ons te verfrissen en dan gaan we in groep eten in een restaurant aan de Plaza de Armas. Een klein deurtje en smalle trap leiden ons naar een groot restaurant op de eerste verdieping. Het is een druk toeristenrestaurant maar de kaarsverlichting en een orkestje zorgen toch voor enige sfeer. Het grote buffet biedt een grote variatie aan lokale schotels, al kan je het sushi-assortiment bezwaarlijk een lokale specialiteit noemen. Tussendoor speelt het orkest, net iets té luidruchtig, folkloristische muziek waarop een viertal dansers hun kunsten en vooral hun groot arsenaal aan typische klederdracht en maskers kunnen demonstreren. We brengen een aangename avond door in het gezelschap van Rita en Johan en vullen ons buikje met al te veel heerlijks. Als we terugwandelen naar het hotel is het nog steeds behoorlijk druk op de Plaza. Het is er stemmig, maar toch overheerst bij mij het gevoel van massatoerisme. Wanneer ik aan één van de bedelende vrouwtjes een sol geef, krijg ik hem prompt terug: vals! Wie in Gods naam doet zich de moeite om zo’n kleine geldstukjes na te maken? Je vraagt je af of ze het er kunnen voor doen. Ik zie trouwens het verschil niet tussen de echte en de valse, dus waarschijnlijk zitten er nog valse in mijn portemonnee. We springen nog snel even binnen in een supermarktje om frisdrank op te slaan en iets tegen gekloven lippen. Het enige wat ze er hebben is een klein klompje “mantegua de cacao” of cacaoboter in een zilverpapiertje. Ziet er zeer primitief uit en kost maar 50 centimos (5 Bfr); daar kan je toch niet gefopt aan zijn?

10:07 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: peru, arequipa, cusco |  Facebook | |

De commentaren zijn gesloten.