23-11-08

Het hoogst gelegen meer ter wereld

Donderdag 28 juli 2005

Vandaag hebben we opnieuw een lange busrit voor de boeg: 390 kilometer naar het Titicacameer. We sliepen vannacht opnieuw op 3.400 meter en de hoogte heeft eens te meer haar tol geëist. Deze keer zijn Reggy en opnieuw Luc van de kaart. Vele anderen, waaronder ikzelf, hebben enkel last van wat buikloop maar daar is Immodium een efficiënt middel tegen. Henri en Annemie blijken wél in Monasterio te zijn geweest. Ze beweren dat zij ons wél gezien hebben, maar wij hen niet. Mysterieus! De zon schijnt volop, het wordt weer een prachtige dag. Al om 7 uur vertrekt de bus. We volgen de Urubambarivier stroomopwaarts en zien de rivier steeds kleiner en smaller worden naarmate wijzelf hoger de bergen in stijgen. Peru 85Aanvankelijk is het landschap bergachtig maar geleidelijk trekt het Andesgebergte zich open in een brede vallei. Op het hoogste punt (4.400 meter) houden we een fotostop. Dit is een echt postkaartenplaatje en het wordt nóg mooier als twee kinderen met hun babyalpaca’s komen poseren. Daarna doorkruisen we een hoogvlakte met veel landbouw en vooral veeteelt. In de vlaktes grazen koeien en regelmatig passeren we een arme boer die een kleine gemengde kudde voor zich uit Peru 86drijft: één koe, een paar lama’s en één of twee varkens. De eentonigheid, de lange rit en de vermoeidheid doen menigeen indommelen. Op de middag rijden we door Juliaca, een vrij grote maar groezelige stad die gonst van de activiteit. Dit is het centrum van “alles wat niet deugt”: smokkel (Bolivië), drugs, zwarte markt, diefstal, maffia. De politie krijgt de zone niet onder controle ondanks de vele wegcontroles. Ook onze bus wordt tweemaal staande gehouden. Deze regio is 180 jaar lang compleet geïsoleerd geweest van de rest van Peru en pas in 1999 is deze weg aangelegd waardoor de streek ook per auto bereikbaar werd. Het is dan ook de armste regio van het land. 

Aan de eerste boorden van het Titicacameer, het hoogste bevaarbare meer ter wereld (3.800 meter), houden we halt voor een picknick. Karel waarschuwt ons voor de koude wind, maar dat blijkt ten onrechte. Het is lekker warm in het zonnetje. Peru 87En dan bereiken we Puno, een grote stad aan de boorden van het meer. We laten de stad links liggen want die is niet veel beter dan Juliaca. Ons hotel (opnieuw van de Libertador-keten) is een oude gevangenis die is omgebouwd tot een mooi en modern hotel met strakke witgeschilderde muren en veel glas. Het is schitterend gelegen op een schiereiland in het Titicacameer, dat er met zijn azuurblauwe water vol kronkelende felgroene slierten van drijfplanten, een onvergetelijke aanblik biedt. Op dit tijdstip van de dag zit de zon perfect voor de beste foto’s. Dat belooft voor de boottocht, die we onmiddellijk zullen maken langs de Islas Flottantes of drijvende eilanden van de Uru’s.
Peru 88Niettegenstaande deze Indianenstam ongeveer 80 jaar geleden is uitgestorven, wonen er nu nog een 2.500 afstammelingen op enkele tientallen van deze merkwaardige eilandjes, die gevormd worden door opeengepakte bussels stro. Alles wat je ziet is van riet gemaakt, ook de hutten en de boten die met hun vervaarlijk uitziende monsterkoppen op de boeg een beetje doen denken aan de vikingschepen. Aan een steiger bij het hotel stappen we op een motorboot. Eerst varen we langsheen de eilanden om foto’s te nemen. Op elk ervan staan vrouwen en kinderen te wuiven in de hoop dat we bij hen aan wal zouden gaan. Zij leven hoofdzakelijk van het toerisme en er wordt beweerd dat zij nog enkel voor de toeristen hun primitieve levenswijze in stand houden. Het is moeilijk in te schatten hoe authentiek dit nog is. Ze zouden nog steeds leven van riet en van vis- en vogelvangst, ook al beweert Karel dat het ijskoude water van dit meer nauwelijks vissen bevat. Ik kan me echt niet voorstellen dat ze hier in deze tijden nog altijd zonder het modernste comfort leven, vooral omdat ze hier dagelijks met de rijkdom van de toeristen worden geconfronteerd en op slechts een boogscheut van de grootstad Puno leven. We gaan aan wal op één van de eilanden. Stappen op Peru 89het drijvende eiland geeft een beetje het gevoel van een springkasteel. Twee keer per jaar moet het eiland met nieuw riet aangevuld worden omdat de onderste lagen wegrotten. Dat rottingsproces zorgt er trouwens ook voor dat in de diepere lagen een soort brei ontstaat waarin zelfs aardappelen kunnen geteeld worden. Onmiddellijk spreiden ook hier de vrouwen hun koopwaar uit en we kunnen niet nalaten twee aardewerken kommetjes te kopen. Bij een klein jongetje kopen we een zelfgemaakte tekening. Hij blijkt al zeer goed door de commerciële wol gewassen en naast de 6 soles die ik er na stevig onderhandelen voor moet betalen, bedelt hij mij ook mijn Peru-cocarde af die ik op mijn pull-over gespeld heb.
 

Om 16 uur zijn we terug bij het hotel en we hebben nog een paar uurtjes vrij. Op de hotelkamer is het snikheet en we krijgen de vensters niet open. Peru 90We vluchten dus maar naar de bar en drinken er een heerlijke lemonada. Door de grote vensters kunnen we nog genieten van de ondergaande zon boven het Titicacameer. Onvergetelijk! Maar van zodra de zon onder is, wordt het koud, zó koud dat we een hete douche nodig hebben om terug op temperatuur te komen. We eten in het hotel, niets om over naar huis te schrijven, en we liggen vrij vroeg in bed. Morgen mogen we uitslapen. Christiane heeft echter een rauwe keel en stem. De hoogte? Een verkoudheid? Hopelijk gaat het morgen beter.

09:00 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: peru, titicaca |  Facebook | |

De commentaren zijn gesloten.