30-11-08

Ontdekking van de Lubéron

Maandag 16 juni 2008

We hebben beiden goed geslapen, tot 8 uur. Vóór het ontbijt probeer ik nog eens mijn laptop met het internet te verbinden –er is gratis wifi in het hotel- maar tevergeefs. Ik durf niets wijzigen aan de instellingen van mijn pc en besluit dan maar om het zo te laten. Het zal wel gaan zonder internet ook, denk ik. Ondanks de frisse morgen en de grijze hemel kunnen we toch ontbijten op het terras. Het “buffet” valt een beetje tegen: er is een behoorlijke keuze, maar behalve de fruitkorf en een hard gekookt eitje, is alles voorverpakt en/of industrieel: cakes, kaasjes, céréales, yoghurt. Aan tafel wordt daarbij het klassieke ontbijtmandje opgediend met per persoon één stuk stokbrood, één croissant en één klein chocoladebroodje. We vragen er toch maar een extra stuk brood bij en dat krijgen we zonder probleem. Het smaakt en we genieten vooral van de sfeer en het vakantiegevoel. Aan tafel overleggen we het programma voor de week en besluiten vandaag de Lubéron te bezoeken. Dat is een deel van de Provence dat we nog nooit gedaan hebben en dat volgens onze reisgids heel wat mooie dorpjes telt. In afwachting van de zon trekken we erop uit. De weg loopt eerst langs Cavaillon, waar de gelijknamige meloenen vandaan komen. Bij het buitenrijden komen we langs “ons” Hotel Van Gogh en ook hier komt alles zeer vertrouwd over. Cavaillon ligt een kleine 20 kilometer ten oosten van Saint-Rémy en blijkt een tamelijk grote stad te zijn. Het is er zo druk dat we besluiten hier geen halt te houden en meteen verder door te stoten naar de nog iets oostelijker gelegen dorpjes Oppède-le-Vieux, Ménerbes, Lacoste en Bonnieux. Dit is de Petit-Lubéron omdat de heuvels hier nog minder hoog zijn. Voorbij Apt begint de Grand-Lubéron die zich uitstrekt tot Manosque en Forcalquier, maar dat is voor vandaag te ver gegrepen. 

We hebben nog maar pas Cavaillon verlaten als we rechts afslaan naar Maubec, een klein verlaten dorpje dat van ver ligt te blinkenProvence 11bis tegen de heuvelflank. Hier houden we van: slenteren door smalle straatjes op zoek naar verrassende ontdekkingen. We worden niet teleurgesteld want dit blijkt een heel gezellig dorpje  te zijn met veel bloemen, amper een tiental huizen en een kerk. Alles is mooi gerestaureerd en netjes onderhouden. We zijn er helemaal alleen en meteen staan onze camera’s roodgloeiend. En dan is de volgende halte Oppède-le-Vieux. We moeten de auto achterlaten op een grote (betalende) parking aan de voet van de heuvel en te voet de klim doen naar het dorpje. Het is een bijzonder aangename wandeling door een soort botanische tuin waar hoge cipressen en talrijke kleurige bloemen een prachtig panorama omkaderen. De zon is nog steeds niet  van de partij, maar de temperatuur is zeer mild en aangenaam. En dan komen we terecht in een smal Provence 12straatje dat uitmondt op een vrij groot plein. Oppède-le-Vieux is een verlaten middeleeuws spookstadje op een heuvel waarvan de top gedomineerd wordt door een kerk de ruïnes van een grote burcht. In 1274 was het hele dorpje eigendom van de pauzen van Avignon en het kende zijn grootste bloei in de 14e tot 16e eeuw. Daarna kent het een groot verval wegens zijn moeilijk bereikbare ligging en veel inwoners verlaten het stadje. Oppède is dan ook al voor het grootste deel verlaten wanneer een aardbeving het in 1731 de genadeslag geeft. In de 20e eeuw wordt het terug ontdekt door studenten en artisten die de vervallen huizen nieuw leven inblazen. Nu ligt het te wachten op een revival in de 21e eeuw als toeristische trekpleister. 

Vanaf het pleintje vertrekt een steil wandelpad naar boven. Vanaf hier zijn er nog enkel vervallen gebouwen die voor een zeer schilderachtig decor zorgen. Ik heb even veel geluk wanneer een speelse jonge hond nogal onzacht tegen mijn oog aanspringt. Achteraf blijkt dat de botsing me een blauwe vlek heeft nagelaten op mijn oogscheel. Eén centimeter lager en het was veel erger geweest. Oef! De wandeling is zo mooi en biedt zoveel foto- en filmmogelijkheden, dat we er tot ruim na de middag blijven hangen. Er is een restaurant met een terras op het dorpspleintje, maar niettegenstaande er relatief weinig volk is, lijkt het ons toch té toeristisch en we besluiten hier niet te eten en even door te rijden naar het volgende dorpje Ménerbes, dat slechts een vijftal kilometer verder ligt. Het dorpje heeft verschillende beroemdheden aangetrokken, waaronder Picasso en de Franse president François Mitterand maar het werd vooral bekend door Provence 13Een Jaar in de Provence”, de bestseller van de Engelse schrijver Peter Mayle dat ook werd verfilmd.
Het is al half twee voorbij als we er aankomen, dus gaan we snel op zoek naar iets te
eten. Veel keuze is er niet, maar een klein eenvoudig restaurantje ziet er toch aantrekkelijk uit. Er is nog net één tafeltje voor twee vrij, dus we nemen snel plaats. De dienster zegt ons dat het wegens de drukte nog wel 20 minuten zal duren voor ze ons kan bedienen en dat we dus beter eerst nog maar een klein wandelingetje gaan maken. Ze zal ons tafeltje vrij houden. Dat doen we dan maar. Ook in dit dorpje lijkt de tijd te zijn blijven stilstaan en opnieuw maken we tientallen mooie foto’s. En dan begint het te regenen en we spoeden ons snel terug. Ook de toeristen die op het terras hadden plaats genomen, vluchten nu naar binnen zodat het een echte chaos wordt in het kleine eetzaaltje. Toch slagen we erin het ons beloofde tafeltje in te palmen, maar door de drukte ziet het er plots allemaal veel minder aantrekkelijk uit en we besluiten op te stappen en op zoek te gaan naar iets anders. Het eerste restaurant waar we aankomen is vandaag gesloten en in het volgende willen ze ons niet meer bedienen want ze sluiten om 14 uur. Als ik de onvriendelijke ober er op wijs dat het nog maar 13.50 uur is, blijft hij onverzettelijk en… we mogen afdruipen. Meteen zijn we ook verplicht vroegtijdig Ménerbes te verlaten en door te rijden naar Lacoste, 8 kilometer verder. 

Net vóór we het dorpje binnenrijden, zien we een terrasje waar een groepje toeristen zit te eten. We wagen onze kans, maar ook hier blijkt de keuken al gesloten! Op mijn aandringen is de uitbaatster, na overleg met de chef (een vriendelijke Zuid-Afrikaan), uiteindelijk toch bereid ons een slaatje te serveren. We zijn hen zeer dankbaar. Opgelucht nemen we plaats op het terras, dat gelukkig overdekt is. Het regent niet echt meer, maar af en toe vallen er toch nog enkele druppels. De andere toeristen zijn een groep Amerikanen, allemaal ingeduffeld in anoraks alsof ze in de hoge Alpen zitten. Nochtans is de temperatuur zacht. Onze “Salade Lubéron” (met geitenkaas en gebakken spekblokjes) is zeer vers en smaakt heerlijk met een karafje roséwijn, maar de porties zijn wel wat klein voor hun prijs: we betalen in totaal 30 Euro. Na het eten wandelen we het dorpje in. De straatjes zijn hier zo mogelijk nog schilderachtiger. We wandelen door oude poorten, langs een kerkje met een klokkentoren in smeedijzer, typisch voor deze streek. In een smal hoekhuis tussen twee steegjes was vroeger een bakker gevestigd; alleen het eeuwenoude opschrift herinnert daar nog aan. Provence 14Een groot deel van de oude gerestaureerde huizen is ingenomen door het Amerikaanse Savannah College of Art and Design, één van de belangrijkste designscholen in de wereld. Boven komen we op een open plateau waarop de ruïnes van het kasteel dat ooit toebehoorde aan de Marquis de Sade. De ophaalbrug lijkt helemaal vernieuwd en bij nader toezien is een deel van het kasteel nog bewoond. Discreet, zelfs bijna onzichtbaar van buitenaf,  is achter de oude muren L’Espace Pierre Cardin ingericht, waar jaarlijks een theaterfestival plaats heeft.  Van hieruit heb je een kilometers ver uitzicht over de vallei: veel wijnvelden, oude huisjes met hun typische daken. Prachtig. Beneden genieten we op een terras nog even van het landschap en van een lekker stuk tarte Tatin met een koffietje. Het weer is intussen verbeterd en de zon komt af en toe zelfs even door de wolken piepen en geeft veel warmte. We genieten.  

Bonnieux is het laatste dorpje dat we vandaag willen aandoen. Even ervóór stoppen we bij een kersentuin waar de takken bijna tot op de grond hangen van de overvloedige trossen rijpe kersen. Provence 15Hier kunnen we toch niet nalaten om er een handvol (dat kan met één greep) te plukken en lekker te verorberen. Zo’n massa kersen hebben we nog nooit gezien, dus het zal wel op die 100 gram niet aankomen zeker?  Samen met de klaprozen, de glooiende wijngaarden en het dorpje in de achtergrond vormen de boomgaarden schitterende beelden op. We parkeren de auto even verder, beneden aan de voet van het dorp. Het is een lange en steile klim langs een eeuwenoude, verweerde trap, maar boven worden we beloond met een ronduit sensationeel panorama. Bonnieux heeft twee kerken, één beneden en één boven. Het is inmiddels zeer warm geworden. Boven staan een paar enorme pins parasols die niet alleen aangenaam verfrissende schaduw bieden, maar tevens een schitterende omkadering geven aan het panoramische landschap. We geraken er moeilijk weg, maar toch moeten we stilaan opschieten: het is al ruim 18 uur voorbij en we moeten nog 50 kilometer terug naar Saint-Rémy. Toch kunnen we onderweg niet nalaten nog tweemaal te stoppen voor foto’s: een veld dat helemaal rood kleurt van de klaprozen en een groot lavendelveld, waar de bloemen in tegenstelling met elders, vol paars bloeien. Dit is hét beeld van de Provence dat we niet mogen missen. We hebben vandaag maar een klein stukje van de Lubéron gezien, een echte openbaring! Hier moeten we zeker nog terugkomen, want ik ben er zeker van dat hier nog veel mooie plekjes te ontdekken zijn. 

Zo is het 19 uur als we terug bij ons hotel zijn. Een snelle douche en om 19.30 uur zijn we al terug op pad. We eten zeer lekker in de Bistrot des Alpilles. Na een voorgerecht met asperges en een terrine van aubergines, maken we kennis met een streekspecialiteit: de aïoli: gekookte kabeljauw vergezeld van wulken, diverse gestoomde groenten en… een hard gekookt ei. Daarbij natuurlijk de gekende lookmayonaise. Zéér lekker! Na het eten dwalen we nog een beetje door de oude binnenstad en maken wat avondfoto’s. Het is een zeer zachte avond en op het terras van de Bar des Alpilles drinken we nog een koffie. Er heerst een rustige drukte. Bij de niet zo talrijke toeristen overheersen duidelijk de Duitsers, maar vooral de Vlamingen. Om 22.30 uur zijn we terug in het hotel waar we bij de vriendelijke dame in de receptie informeren naar de meteo. Die ziet er veelbelovend uit: morgen opklaringen en de volgende dagen niets dan zon. Vrijdag zelfs “estival”!

10:05 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: frankrijk, provence, luberon |  Facebook | |

De commentaren zijn gesloten.