17-12-08

Twaalf Euro om ons te laten fotograferen

Maandag 24 mei 2004

Als we opstaan, is er nog steeds geen elektriciteit. Dat hoeft ook niet want het is klaar en de zon schijnt volop. Toch moeten we ons wassen en scheren in een halfduister badkamertje. Daarenboven duurt het ruim 5 minuten voor er warm water uit de kraan komt. Het ontbijt is nóg soberder dan het diner van gisterenavond: enkele droge stukken brood, confituur en een La-Vache-qui-Rit-kaasje. We vertrekken al vóór negen uur met een blinkende jeep; Brahim heeft hem al mooi gewassen en dat was wel nodig na de deels stoffige en deels modderige tocht van de voorbije dagen. Hijzelf draagt vandaag zijn berberkleed niet.

Marokko 15c

We zijn onmiddellijk in de Dadèskloof en het landschap is ronduit sensationeel de rivier vindt haar weg tussen steile hoge rotswanden en van op de hoogten ontvouwt zich een indrukwekkend landschap met grillige rotsformaties die ons doen denken aan Canyonlands. Vooral “la Tortue du Dadès” – een rotsplateau in de vorm van een schildpad waarrond de rivier kronkelend meandert – zou evengoed in de natuurparken van de Verenigde Staten kunnen liggen. De weg is breed en goed bereidbaar maar hier en daar overspoeld door modder die door de regen van gisteren naar beneden is meegesleurd. Er is zo goed als geen verkeer. Op een parkeerplaats waar we stoppen voor het mooie panorama, hebben twee oude berbermannen hun koopwaar uitgestald: eenvoudige ambachtelijk gemaakte voorwerpen zoals je ze in alle winkeltjes aantreft, maar volgens Brahim ben je er hier tenminste zeker van dat ze echt zijn. Het zal wel waar zijn zeker? Ik zwicht voor een mooi oranjekleurig flesje in aardewerk met een lange sierlijke hals in metaal en dat dient om rozenwater te sprenkelen. De man vraagt er 400 Dirham (ongeveer 40 Euro) voor en ik betaal uiteindelijk 250 Dirham. Zoals altijd heb ik het gevoel toch nog veel te veel betaald te hebben, maar Brahim vindt dat ik een goede onderhandelaar ben. Ik hou er tóch geen goed gevoel aan over. 
 

We volgen de vallei tot in Msemco, waar normaal de piste begint. We moeten echter rechtsomkeer maken, want de piste is door de regenval onbruikbaar. Via een omweg langs Boumaine Dadès vangen we de lange rit aan naar Tinerhir of Tineghir (‘gh’ wordt immers uitgesproken als ‘r’). Bij het binnenrijden van de stad stoppen we bij een plaatselijke markt, die jammer genoeg op een einde loopt. Het is er toch nog behoorlijk druk. Je stapt binnen in een groot ommuurd terrein via een grote ingangspoort en je staat voor een intrigerend schouwspel van armzalige kraampjes, grote pakken en zakken, karren, één enkele vrachtwagen en vooral veel ezeltjes en mensen, hoofdzakelijk oude mannen. Naar het schijnt is in Marokko inkopen en vooral onderhandelen een mannenzaak. Er lopen echter ook heel wat gesluierde vrouwen. Het filmen verloopt voorzichtig en een beetje angstig, maar ik slaag er wel in enkele mooie tafereeltjes vast te leggen. We laten Tinerhir voorlopig links liggen en rijden een flink stuk verder door naar de Gorges du Todra. Dit is één van de grote toeristische trekpleisters en het is er dan ook aanzienlijk drukker dan wat we gewoon zijn.

Marokko 16
In de smalle kloof staan zelfs twee autocars het mooie zicht te belemmeren. De toeristen zijn hoofdzakelijk Fransen. Brahim noemt hen “les Zolalas” omdat ze voortdurend “Ohlala!” zeggen; de autocarreizigers noemt hij “le Tribu des Tamalos” omdat het meestal oude mensen zijn die je vaak hoort zeggen: “T’as mal au dos?”,J’ai mal aux jambes” of dergelijke. Midden in de kloof staat aan de overkant van de rivier (die Brahim niet zonder enige zin voor sensatie met de jeep oversteekt) een restaurant. Hier gebruiken we de lunch in een grote zaal die aangekleed is als een nomadentent: plafond en wanden zijn gedrapeerd met groen-rood gestreept doek met goudgele versieringen. Het heeft wel iets, ook al zitten we er alleen. De Franse toeristen zitten blijkbaar in een andere zaal, want de een na de ander moet even in “onze tent” komen binnenkijken. Het eten is zeer verzorgd en vooral zeer copieus en ondanks het late uur eten we ons buikje vol. Bij het vertrekken steekt Brahim met plezier nog eens de rivier over en doet het water extrahoog opspatten terwijl ik van op de andere oever film. Helaas zal later blijken dat de opname mislukt is: ik heb de camera af in plaats van aan gezet.
 

De Todrakloof is zeer mooi: hoge rotswanden omsluiten een grillig kronkelende rivier en hier en daar maakt een eenzame palmboom het plaatje compleet. We rijden er enkele kilometer in tot aan een eenzaam klein wit gebouwtje. Het is een ‘marabout’ die diende om zieken in afzondering te verzorgen zodat ze geen besmetting konden overzetten op anderen. Hier draaien we terug richting Tinerhir en na 10 kilometer bereiken we de Palmeraie van Tinerhir waar we door een jonge kerel worden opgewacht die ons in de palmentuin zal rondleiden.

Marokko 17
Dit is paradijselijk: grote dadel- en andere palmen, oleanders, granaatappel- en amandelbomen en frisgroene tuintjes waarin allerlei groenten en fruit wordt gekweekt. We zien prachtige bloemen en mooie kleurige vogels. Overal klatert het water in de rivier en in de talloze irrigatiekanaaltjes die de Palmeraie doorkruisen. En dit alles tegen een achtergrond van bergen en een helblauwe hemel. Af en toe kom je vriendelijke mensen tegen die in alle rust en sereniteit in hun moestuin aan het werken zijn. De hectische wereld is ver weg... dit  is zalig. Onze gids geeft uitleg bij alle planten en gewassen en als souvenir vlecht hij voor Christiane uit een palmblad een heus dromedarisje.  We blijven er in totaal een uur en we zouden er gerust nog veel langer kunnen blijven maar de tijd dringt. Het is halfzes als we ons hotel bereiken: Hotel Tomboctou in Tinerhir. Het is een eenvoudig hotel in een authentieke oude kasba. Via een smal toegangspoortje en een donkere gang kom je op een ruime binnentuin met zwembad en sta je voor de imposante gevel van het hoofdgebouw.  De inrichting is sober maar authentiek: lemen vloeren en muren in de typisch roodbruine kleur, echte antieke deuren met grendel en hangslot; eenvoudig aangepast meubilair. Alle kamers dragen de naam van een stad op de oude karavaanroute. Onze kamer noemt “Gao” naar een stad op ongeveer 400 kilometer van Timbouctou, nu in Mali gelegen.
 

Ondanks de dreigende onweerswolken besluit Brahim om nog eens naar het stadscentrum te rijden. Ik had onderweg al gevraagd welke muziek ik kon kopen voor mijn videofilm. Brahim zal mij helpen om in een cd-winkel de geschikte muziek uit te kiezen. Het stadje is zeer levendig en wij voelen opnieuw, terecht of ten onrechte, een beetje een dreigende sfeer. We volgen onze gids op de hielen uit schrik hier verloren te lopen of door een of andere onvriendelijke Arabier aangesproken te worden. Nochtans is niemand onvriendelijk  maar onveiligheid is een subjectief en niet te ontkennen gevoel.  In een piepklein ateliertje toont een man ons hoe hier de houten blaasbalgen worden vervaardigd waarvoor Tinerhir gekend blijkt te zijn. Het zijn onooglijke, ruw afgewerkte en in een blekkend rood geverfde tuigen van alle formaten. In het cd-winkeltje beluistert Brahim een tiental cd-tjes (meer hebben ze er niet...) en lijkt niet helemaal zijn zin te vinden. De muziek die we in de wagen onderweg voortdurend te horen kregen, en waarmee we intussen heel erg vertrouwd zijn, is er wél bij. Ik koop uiteindelijk twee cd’s aan 25 Dirham per stuk of 2,50 Euro. 

Bij het Marokko 18avondmaal in het hotel is de patron, een rondbuikige Zwitser met grote snor en dito bakkebaarden,  én het personeel druk in de weer met een fototoestel. Er worden foto’s gemaakt voor een nieuwe hotelbrochure. De man heeft het hotel recent overgenomen van een Spaans schrijver-dichter en wil duidelijk een nieuwe start nemen. De ober, de chef-kok, ja zelfs de klanten moeten één voor één poseren voor een aantal scènes uit het drukke leven in het hotel-restaurant.  Ook de patron zelf neemt plaats aan een tafeltje zodat het restaurant toch wat gevuld is en dus ook wij ontsnappen niet aan onze figurantenrol. Als beloning voor bewezen diensten besluit de patron onze fles wijn niet aan te rekenen. Drie dagen geleden vroeg men ons in Marrakech nog 100 Dirham om een foto te maken; we betaalden tegen onze zin 50 Dirham en vandaag incasseren we zelf 120 Dirham om gefotografeerd te worden. Voorwaar een straffe toer, vind ik.

09:00 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: marokko, dadeskloof, tinerhir, todra |  Facebook | |

De commentaren zijn gesloten.