21-12-08

Het paradijs op aarde: de Majorelletuin

Vrijdag 28 mei 2004

We hebben zeer goed geslapen in ons reuzengroot bed. Het ontbijt wordt uiteraard geserveerd op het terras waar het werkelijk heerlijk toeven is. We hebben de keuze uit alle mogelijke lekkernijen: zoet en zout, koud en warm, Marokkaans en Westers, kaas, vlees, cakes, fruit... Aan een fornuisje maakt een kok omeletten naar smaak en bakt tussendoor kleine dikke pannenkoekjes. We weten niet waar eerst toetasten. De zon is al volop van de partij en ik besluit om me deze keer goed met zonnecrème te beschermen. Stipt om 9 uur komt onze gids Mouir ons in een klein Fiatje ophalen, vergezeld van Mohammed, de chauffeur. Deze keer is het geen Berber, maar een Arabier; een zeer beschaafde, verzorgd en rijk geklede jongeman; zeer vriendelijk, maar een beetje kruiperig en onecht: “Oui, Monsieur. Biensûr Monsieur.” Hij doet weinig enthousiast over de Berbers. Marrakech is oorspronkelijk een Berberstad maar nu bestaat de bevolking, meer dan enkele miljoen inwoners, uit ongeveer evenveel Arabieren als Berbers. Ondanks de aanwezigheid van een Joodse wijk zijn er nog amper 500 Joden. We doen deze voormiddag het geleide bezoek aan de stadsmuren en de tuinen. De indrukwekkende, kilometerslange stadsmuren krijgen we natuurlijk slechts vanuit de auto te zien en onze eerste halte is de Menara-tuin. Midden een uitgestrekt park, dat weliswaar zeer groen is maar een nauwelijks aangelegde of verzorgde indruk biedt, ligt een grote vijver met aan de rand ervan een eerder eenvoudig paviljoen. Mouir geeft de reuzengrote karpers in de vijver enkele brokken brood, maar ook dat vind ik helemaal niet spectaculair en nauwelijks het vermelden waard. We vertoeven hier dan ook niet al te lang en zetten onze tocht verder naar de Majorelle-tuin. Dit is een echte openbaring!

Marokko 34.gif

Schitterende palmbomen, cactussen van alle formaten en vormen, exotische bloemen, bougainvilles, pergola’s, fonteintjes en waterpartijen vormen het decor voor een opvallend azuurblauw gekleurde villa die nóg kleurrijker gemaakt is door andere felgekleurde elementen zoals knalgele ramen, groene deuren, pastelkleurige bloempotten, enz. Dezelfde kleuren worden doorheen de hele tuin in allerlei ornamenten herhaald: blauw, geel, roze, licht groen, lichtblauw. Dit zijn dé typische foto’s uit de reclameposters voor Marokko. De felle zon en de staalblauwe hemel vervolledigen de paradijselijke en onmiskenbaar Oosterse sfeer. Het huis in Art Nouveaustijl en de tuin zijn in 1931 gebouwd door de Franse schilder Jacques Majorelle, die hier niet alleen verliefd werd op het land maar vooral op het licht. Na zijn dood geraakte alles in verval tot de befaamde couturier Yves Saint-Laurent het huis kocht en in zijn oorspronkelijke glorie herstelde. In de villa is een kleine tentoonstelling gewijd aan Majorelle en is een heel mooi museum van Marokkaanse kunst ondergebracht. We hebben jammer genoeg niet de tijd voor een bezoek maar nemen daarentegen uitgebreid de tijd om van de tuin te genieten. En, hoe raad je het? Filmen en fotograferen maar...
 

We rijden terug naar de stad en aan één van de oude poorten parkeert Mohammed zijn auto en wij volgen Mouir de smalle straatjes in. We gaan de wijk van de leerlooiers bezoeken. Die ligt aan de rand van de Medina omwille van de stank die de rottende dierenvellen verspreiden. Eerst koopt onze gids een bosje verse munt en geeft ons elk de helft ervan. “Des masques de gaz” zegt hij, om ons een beetje te beschermen tegen de kwalijke geurtjes.

Marokko 35Op een soort binnenkoer zijn mannen allerlei vieze werkjes aan het uitvoeren in en rond cirkelvormige waterputten. De ene staat tot aan zijn knieën in het vieze water en duwt de vellen trappelend in het bruine sop; een andere maakt de lichtgroenkleurende vellen kaal door er de haren af te stropen en nog anderen slepen de kletsnatte vellen druipend uit de kuilen en laden ze over op een karretje waaraan een ezeltje geduldig staat te wachten. Niemand lijkt zich ook maar een greintje aan te trekken van de viezigheid of de stank. Die laatste valt trouwens nog mee; ik had het me veel erger voorgesteld en de stank valt te harden ook zonder ons “gasmasker”. Maar goed ook want we geraken onze munttakken al gauw kwijt wanneer drie geiten ze ons opdringerig komen afbedelen. Daarna loodst Mouir ons binnen in het Palais Vizir, een van de vele oude paleizen in het centrum van de oude binnenstad met prachtig gedecoreerde deuren, Marokko 36muren en plafonds. Maar dit is een zuiver commercieel bezoek: we worden weliswaar door de kamers van het gebouw rondgeleid en krijgen een demonstratie van het knopen van tapijten  - Christiane mag het zelfs zelf eens proberen - maar hoofddoel van de vriendelijke ontvangst is de presentatie en eventueel verkoop van tapijten. Er zijn echt prachtige exemplaren bij, maar we durven niet naar de prijs te vragen uit schrik dat dit als een bod zal beschouwd worden en we niet met rust zullen gelaten worden tot we kopen. Van zodra de verkoper er zeker van is dat hij aan ons niets zal slijten, laat hij ons als een steen vallen, weliswaar niet zonder ons de obligate muntthee te hebben ingeschonken.  

Op onze verdere wandeling in de Medina, in de buurt van het koninklijke paleis, zit een oude vrouw lood te smelten op een vuurtje terwijl een drietal vrouwen geduldig staan te wachten. Het is één van de rituelen die bedevaarders hier ondergaan op zoek naar geluk, rijkdom of de oplossing van een probleem. Wanneer het lood volledig gesmolten is wordt de pan van het vuur genomen en gaat één van de vrouwen met opgeheven rokken en gespreide benen over de rook staan. Uit de patronen die zich in het opnieuw gestolde lood aftekenen, wordt dan de toekomst of ik weet niet wat afgelezen. Er komen jaarlijks duizenden moslims op bedevaart naar Marrakech, de stad van de 7 patroons. De bedevaarders komen voor een hele week naar de stad en smeken met soms heel bizarre ceremonies en rituelen elke dag van een andere patroon een of andere gunst af. Even verder maakt onze gids ons attent op een ijzeren hek dat vol hangt met kleine hangslotjes. Ze zijn er aan het begin van de week door bedevaarders aangehangen als symbool voor hun probleem. Na de rituelen, gebeden en offers worden de slotjes losgemaakt om het deblokkeren of oplossen van hun probleem te symboliseren. Intrigerend allemaal en kleinigheden die ons zonder gids ongetwijfeld zouden ontgaan. 

Om 12 uur zijn we terug bij ons hotel. In de koele binnentuin is het heerlijk toeven op het heetste van de dag. We gebruiken er een lichte maaltijd en verpozen daarna een paar uurtjes in en om het zwembad. In de kamer wacht ons een leuke en originele verrassing: in de wc-pot zijn rozenblaadjes gestrooid. Om 15 uur gaan we opnieuw op stap, richting Saadische Graven, Marokko 37die vlakbij ons hotel gelegen zijn. Het is vrij rustig in de stad want het is vrijdag vandaag en dat is voor de moslims wat voor ons de zondag is. Bij de graven is er echter veel volk, maar we kunnen ons toch makkelijk tussen de groepen toeristen door wringen. Dit is een van de mooiste plekken van Marrakech en wellicht van Marokko. Hier bouwden de Saadische prinsen in de twaalfde eeuw graftomben in schitterend versierde mausolea met ragfijn stucwerk op plafonds, muren en ingangspoorten. De marmeren grafstenen zelf zijn klein maar zeer fijn gesculpteerd met arabesken en inscripties. Deze plek is werkelijk een must voor iedereen die Marrakech bezoekt. Daarna gaan we op zoek naar het Palais de Bahia en dat valt niet echt mee. We wijzen alle jongetjes af die zich als gids aanbieden maar ons stadsplannetje is te weinig gedetailleerd om zelf onze weg te vinden en vooral, er zijn geen straatnaamborden. We vinden toch een bordje dat naar het Bahia-paleis wijst, maar al gauw staan we in een doodlopend steegje. Ik verdenk de jonge “gidsjes” ervan dat zij die bordjes hebben opgehangen om zichzelf onmisbaar te maken. Marokko 38Overal waar toeristen zijn, ruiken de plaatselijke kinderen geld en worden ze bijzonder creatief om dat in hun zakken te krijgen. Maar we houden koppig vol en het is pas nadat we de hulp van een politieman hebben ingeroepen – en een paar nodeloze kilometer hebben afgelegd -  dat we het paleis vinden.  Het is snikheet. Het paleis met zijn tuinen en patio’s biedt echter wat koelte en we genieten echt van dit bezoek. De vele kamers en tuintjes zijn zeer gevarieerd en sommige zijn werkelijk adembenemend. We vallen van de ene verrassing in de andere en hoe dieper je in het paleis doordringt, hoe groter de luxe. De kamers zijn ook hier voorzien van ragfijn beschilderde en bewerkte plafonds in cederhout; de deurnissen zijn uitgewerkt in pleisterwerk dat fijn beschilderd is en er uit ziet als kant; de deuren zelf zijn kunstig bewerkt en geschilderd. Het lijkt wel eindeloos en het ene gebouw volgt het andere tuintje op. 

Ook om terug te keren naar het hotel is het even zoeken, maar instinctief volgen we de goede richting. We hebben nog de tijd voor een terrasje, maar dat is eerder gezegd dan gedaan. Behalve op het drukke Jemaa-el-Fna-plein en de nog drukkere winkelstraat in de buurt is er nergens een terras te bespeuren. Maar waar kunnen we beter even tot rust komen dan in ons eigen hotel en er nog wat nagenieten van alweer een dag vol onvergetelijke indrukken. Er is intussen, net zoals gisterenavond, een wind opgestoken. Een ober van het hotel zegt dat dat in deze periode van het jaar normaal is. Het zijn winden die uit de bergen komen en hij noemt het “l’été qui dit au revoir à l’hiver”. Het duurt meestal ongeveer een week . Om 20 uur worden we door Pampas Voyages opnieuw opgehaald voor de Soirée Marocaine. Onze chauffeur is opnieuw Mohammed, maar deze keer met een mooiere en grotere auto.

Marokko 39
Hij zet ons af aan restaurant Ksar el Hamra midden in de Medina en zal blijven wachten tot we klaar zijn. Het is een authentiek oud paleis met een weelderige tuin waar het openluchtrestaurant zeer stemmig is ingericht en waar op een podiumpje twee muzikanten traditionele muziek ten beste geven. De tafels zijn chique gedekt met veel zilverwerk en de obers dragen mooie witte pakken met rode afbiezing en rode fez. Vóór de maaltijd komen twee obers met een mooie zilveren kan en kom en overgieten onze handen met water. We zijn aanvankelijk bijna alleen in het grote restaurant maar al gauw loopt de zaak vol met een paar groepen toeristen, voornamelijk Amerikanen die naarmate de avond vordert, steeds luidruchtiger worden. We worden vergast op een uitgebreid menu met alle mogelijke Marokkaanse specialiteiten: hors d’oeuvres (niet minder dan 9 kleine kommetjes), tajine, pastilla de pigeon, oranges au canel. Zeer lekker, maar uiteindelijk blijkt het gamma toch eerder beperkt te zijn. 
 

Op de terugweg vertelt Mohammed dat er vandaag een staking was bij Royal Air Maroc. We slaan er niet veel acht op want wij vertrekken pas overmorgen en we zullen wel zien. Op onze kamer worden we verrast met een stuk chocolade op ons hoofdkussen met de groeten van Marika, “votre femme de chambre”. Die verwacht dus ook een fooi...

09:00 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: marokko, marrakech |  Facebook | |

De commentaren zijn gesloten.