03-01-09

Per fiets door de geschiedenis

Donderdag 10 juli 2003  

Onze vijfde dag begint met een bezoek aan Pitsanuloke. De stad is vrij recent, in de jaren '60, volledig door brand verwoest. In de Wat Sri Ratana heeft een schitterend interieur en er staat een prachtig gouden boeddhabeeld, veel fijner en eleganter dan de meeste andere. Thailand 19De kolossale beschilderde zuilen lopen tegen de zoldering uit op een lotusbloem, in de deuren zijn kunstige versieringen aangebracht door middel van ingelegd parelmoer en de wanden zijn versierd met grote muurschilderingen in warme donkere kleuren. Bij het verlaten van de tempel toont Guido zich opnieuw zeer gehaast. Hij jaagt ons over het grasperk, achter de kraampjes door naar de bus. Het wordt al gauw duidelijk waarom: we worden verwacht op één van zijn favoriete (lucratieve?) plekken: een atelier van boeddhabeelden. Guido geeft een lange technische uitleg die de meesten maar matig kan boeien. Het is wél mooi om eens te zien met hoeveel geduld en op welke oude traditionele manier hier boeddhabeelden in brons worden gegoten. In alle maten en gewichten en elk stuk is uniek. Vooral interessant is het bekleden van de beelden met goud. Zeer vaardig en vingervlug worden de flinterdunne goudblaadjes van een papiertje afgepeld en op het beeld gedrukt waarna ze met een penseeltje worden aangewreven. De honderden papiertjes dwarrelen op een grote hoop op de grond rond het beeld. 


Van hieruit is het slechts een halfuurtje rijden naar een van de culturele hoogtepunten van onze reis: de oude hoofdstad Sukhotai. In de 13e eeuw was dit wellicht één van de rijkste en mooiste steden ter wereld met zijn ontelbare tempels en paleizen. Thailand 20Nu is het nog slechts een ruïnepark, maar wat voor een
Er staan honderden monumenten verspreid in een park van ettelijke vierkante kilometers. Onmogelijk om het helemaal te bezoeken, tenzij… met de fiets. En dat doen we dus. Het is heerlijk fietsen langs de brede autovrije lanen tussen de prachtige bomen, vijvers en kanalen, oude stadsmuren en tempels. Rustig genieten! We stoppen onder andere aan de beroemde Wat Mahathat waar we eerst leren hoe een lotus-bloem moet opengeplooid worden voor ze aan Boeddha wordt geofferd en dan mogen we een wens doen terwijl we een voor een de bloem in een vaas aan een van de vele boeddhabeelden deponeren.

Thailand 21

Even verder komen we aan het standbeeld van koning Ramkhamhaeng die op basis van het Sanskriet het Thaise schrift heeft uitgevonden. Tot dan (ongeveer 1300) hadden de Thais nog geen schrift en tot op heden is dat nog steeds het geval voor sommige van de bergvolkeren. Dit is één van de heilige plaatsen waar alle Thais ooit eens willen komen. Er is een groep schoolkinderen op bezoek in kleurige uniformen in fel geel en blauw. Ze knielen eerbiedig voor het beeld van de koning, maar natuurlijk niet zonder hun schoenen uit te doen. De groteren onder hen worden prompt naar ons gestuurd met een vragenlijstje om ons te interviewen. "Where are you from? What is your name? How do you like Thailand? Do you like Thai food?" en ze doen hun uiterste best om enkele woordjes van ons antwoord te noteren. Praktijkles Engels. 

De fietstocht heeft een uurtje geduurd en had gerust nog heel wat langer mogen duren. Maar ja, we moeten nog heel ver vandaag, helemaal tot in Nan, nog ruim 4 uren rijden! Maar eerst gaan we nog lunchen in het prachtige Sukhotai Resort Hotel. Het heeft is omringd door een prachtige tuin en een kunstmatig aangelegde vallei waarover een heuse mini-"River Kwai"-brug. Het is er overigens helemaal leeg en dat is niet te verwonderen want het resort ligt zó afgelegen dat waarschijnlijk niemand het vindt. Het eten is heerlijk. Opnieuw een zeer rijke variatie en steeds nieuwe gerechten. Aan tafel maken we nader kennis met het geheimzinnige eenzame koppel waarvan we zelfs nog steeds de naam niet kennen. Althans, dat proberen we maar we stuiten op een muur van halsstarrig zwijgen. Ik kom alleen te weten dat hij van Gent afkomstig is maar nu in het Brugse woont. Als ik verder vraag, krijg ik enkel als antwoord: "Is dat belangrijk misschien?" Verder blijkt hij zeer bereisd te zijn, maar details vernemen we niet. Zij zegt niets.  

De busrit in de namiddag is zeer lang. Guido heeft de schoolse gewoonte om na de middag het siësta-uurtje aan te kondigen met een melig slaapliedje en na afloop schrikt hij iedereen op door ons te "wekken" met een of ander opgewekt, maar meestal afgezaagd en versleten deuntje dat hij onaangekondigd en keihard door de luidsprekers jaagt. Hij en niemand anders bepaalt wanneer je slaapt en wanneer niet! De lange rit wordt onderbroken voor een korte wandeling in "Geestenstad", een klein stukje natuurschoon dat vrij spectaculair en dus zeker een stop waard is. Door water en wind is de zachte kalkgrond er geërodeerd tot zeer grillige rotsformaties en is een waardig equivalent van de Amerikaanse canyons in het klein. We krijgen ook de gelegenheid er een "Som Tam"-salade te proeven, een pikante mengeling van fijngesnipperde rauwe papaja, limoensap, rode pepers, specerijen en mini-krabjes. Alles wordt in een vijzel gemengd en fijngestampt. Volgens Guido is dit hét nationale gerecht en alleen in kraampjes op straat te verkrijgen. Het zou ook een uitstekend middel zijn tegen een kater, maar het is ondenkbaar dat iemand van de groep daar behoefte aan heeft. 

Nan ligt bijna 200 km buiten de grote weg naar het Noorden en er komen duidelijk minder toeristen. Tot 1938 was het een onafhankelijk koninkrijk en de enige weg die er nu naartoe leidt, is pas in 1965 aangelegd. Tot dan was het stadje van 25.000 inwoners enkel te bereiken via de Nan rivier of vanuit de bergdorpen. We maken deze lange omweg om er morgen de Mabri's te bezoeken, een zeer primitief nomadenvolkje dat diep verborgen in het oerwoud leeft. Dit is een exclusief voorrecht van Anders dan Anders dat te danken is aan een persoonlijke vriendschapsrelatie tussen de directeur-stichter en de lokale politiecommissaris. Deze laatste had het vertrouwen van de Mabri's gewonnen en was één van de weinigen die hun taal een beetje sprak. Op die manier is er 10 jaar geleden een akkoord gemaakt dat Anders dan Anders jaarlijks met 35 groepen bij de stam op bezoek kon komen. Al meermaals zouden andere touroperators geprobeerd hebben om met de Mabri's afspraken te maken, zelfs door clandestien in groepen van Anders dan Anders te infiltreren, maar dat is telkens mislukt. Ooit heeft zelfs een zekere Eugen Lom, een Amerikaans antropoloog, geprobeerd - ook via Anders dan Anders - om hen te benaderen, maar toen de ambassadeur er lucht van kreeg, dreigde hij de wetenschapsman af met gerechtelijke vervolging als hij deze mensen niet met rust zou laten. Guido belooft ons een echte cultuurshock en een belevenis die ons levenslang zal heugen. Tijdens de lange rit maakt hij van de nood een deugd en vertelt ons alvast alles wat wij over de Mabri's moeten weten. 

De afkomst van de Mabri's. is onbekend, maar volgens sommigen zouden ze wel eens de oorspronkelijke bewoners van Thailand kunnen zijn. In hun eigen taal betekent hun naam de "oerwoudbewoners" maar ze worden ook de 'Geesten van de Gele Bladeren' genoemd Deze naam danken ze aan het feit dat ze onder grote bananenbladeren wonen, die na verloop van tijd geel kleuren. Dat is voor hen het signaal om hun primitieve hutten te verlaten en verder te trekken naar een nieuwe plek waar ze een nieuwe hut bouwen van groene bladeren; tot ook die weer geel kleuren, enzoverder. De Mabri's zwerven in groep per familie en nog slechts een 180-tal van hen zouden een echt nomadenbestaan lijden. Ze zijn monogaam, maar om de 4 à 5 jaar verlaat de vrouw haar man en neemt een deel van de kinderen mee. Tot 1953 waren ze een mythisch volk. Iedereen sprak er over, maar niemand had ze ooit gezien.  Het was bij het rooien van de bossen dat een houtvesterbedrijf hen ontdekte. Later werd hun bestaan bevestigd door een Duits antropoloog. Tot 10 jaar geleden waren ze enkel gekleed met gele bladeren maar nu dragen de mannen een lendendoekje terwijl de vrouwen gekleed gaan in afgedankte rokken en T-shirts van de Mongs, een ander bergvolk wiens velden ze voor de kost gaan bewerken. De Mabri's eten nooit rauw: zowel vlees, vis als planten worden in bamboekokers gestoomd. Vis wordt gevangen met de blote hand. Ze kunnen als apen in de bomen klauteren. Overledenen worden hoog in de kruin van een boom achtergelaten ten prooi aan de roofvogels. De Mabri's kennen geen getallen en meten de tijd door bamboestokjes te snijden en er dagelijks een knoop van af te breken. Hun taal is zeer opmerkelijk en bestaat natuurlijk niet in schrift. Ze eindigen hun zinnen met een hoog zangerig toontje. 

Het is al 19 uur als we aan Hotel City Park aankomen. Het is duidelijk een klasse minder dan onze vorige hotels, maar het schijnt dat dit het beste is wat er hier te vinden is. Het geheel maakt een eerder slordige indruk. De kamers zijn ruim maar hier en daar wat versleten en aftands. Ze ruiken muf alsof ze in geen dagen gebruikt zijn. Het interieur is ronduit banaal en kitscherig en doet wat Chinees aan. Het restaurant is refterachtig, de bediening is boers en het eten zeer middelmatig. Aan tafel zitten we opnieuw bij onze zwijgzame kompanen van deze middag en de stilte is vervelend. Na het eten hebben we geen zin om met de anderen mee te gaan naar een café in de buurt waar een "Sing a Song"-avond plaats heeft. Een soort karaoke denk ik, maar aan de oogjes van Guido merk ik dat daar ook nog andere dingen te beleven zijn. Wij verkiezen om te gaan slapen. We zijn nog niet in onze kamer wanneer een heus onweer losbarst.

09:00 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: mabri, thailand, nan, pitsanuloke, sukhotai |  Facebook | |

De commentaren zijn gesloten.