05-01-09

Aan de poort van Myanmar

Zaterdag 12 juli 2003  

Voor we vertrekken, brengen we gezamenlijk een bezoek aan een apotheker. Hier moeten we onze inkopen doen om later in de dorpjen aan de kinderen snoep en schoolgerief te kunnen uitdelen. Ik maak ook van de gelegenheid gebruik om zalf tegen muggenbeten en tijgerbalsem te kopen. Sinds gisteren sta ik namelijk vol vervelende beten. Opgelopen in het oerwoud, door de schuld van… jawel, Guido! Dat ging zo: onderweg in de vrachtwagen wou ik mij beginnen insmeren met muggenmelk, maar volgens Guido kon ik beter wachten tot ter plekke. Overigens was dat niet nodig, want hijzelf was in al die jaren nog nooit gestoken. Amper 5 minuten later, komen we aan en krijgen we nauwelijks de tijd om ons klaar te maken, de geschenken voor de Mabri's te verdelen en onze regenkledij aan te trekken. Geen tijd dus voor de muggenmelk. Het gevolg is dat ik nu meer dan 40 (veertig!) beten tel op mijn rechterbeen. Ik heb de moed niet om ze ook aan de linkerzijde te tellen. In het totaal moeten het er meer dan honderd zijn. Niet groot, maar ze jeuken!  

We beginnen vandaag met een bezoek aan de Gouden Driehoek, waar o.m. een boottocht op de machtige Thailand 27Mekong-rivier op het programma staat. De Gouden driehoek is het punt waar Thailand, Laos en Birma, dat tegenwoordig Myanmar heet, samenkomen. Het is hét paradijs van de drugshandelaars. In Thailand leven een paar miljoen illegale vluchtelingen uit Birma en Laos want het is bijzonder gemakkelijk om hier vanuit de uitgestrekte wouden de Mekong rivier over te steken om ongezien het land binnen te komen. Overigens zijn slechts 58 van de 2000 kilometer grens tussen Thailand en Laos afgebakend. De rest moet nog onderhandeld worden. Voor we in Chiang Saen aan boord gaan van een snelboot, Thailand 28worden we opgewacht door twee lieve kleine meisjes in zeer kleurrijke klederdracht. Ze zingen een eentonig deuntje met steeds dezelfde woorden. Als we goed luisteren, horen we dat het Nederlands is: "Een foto tien bath, alstublieft." De boottocht is niets bijzonders. We maken een tochtje van een uur en krijgen nauwelijks iets te zien. De Mekong is wel indrukwekkend breed en machtig. Het is de negende grootste rivier in de wereld en er leven meer dan 500 vissoorten in. De grootste is de reuzenkatvis die tot 300 kilo kan wegen. 

Na de lunch in op een mooi terras met een schitterend uitzicht over de Mekong-vallei, rijden we een klein halfuurtje naar Mae Sai, het wereldcentrum van de Birmaanse jade en gaan er een jadeatelier bezoeken. Wanneer we het stadje binnenrijden, wordt het verkeer opgehouden door een feestelijke stoet met talloze Thailand 30groepen in kleurige feestkledij. Per groep zijn ze in dezelfde kledij getooid en dragen ze bijna allemaal dezelfde kleur van paraplus. Een mooi schouwspel waar iedereen graag meer wil van zien en foto's nemen, maar… zo denkt Guido er niet over! "Kom, we hebben al tijd genoeg verloren", en hij loodst ons naar het jadefabriekje, waar hij ons inwijdt in de bewerking van de kostbare jadestenen. Er bestaan twee soorten: de Birmaanse (jadit) en de Chinese (nefriet). Hoe donkerder de kleur van de jade, hoe duurder, en zo is de smaragdgroene de allerduurste. In de grote rotsblokken, waar uitwendig geen jade aan te bespeuren is, zaagt men een "venster" zodat de jade zichtbaar wordt en op basis daarvan wordt de prijs bepaald. Dan pas kan de steen volledig ontmanteld en bewerkt worden. In het ateliertje worden allerlei figuurtjes uit de kostbare stenen geslepen, maar in de shop blijkt dat dit geen spek is voor onze bek want… veel te duur!  

We krijgen daarna nog welgeteld een uurtje om vrij het stadje te bezoeken. Het is eigenlijk slechts één lange, brede boulevard die Thailand 29uitmondt op een brug met grote poort, die de toegang is tot Myanmar. Het is een drukte van jewelste in het grensstadje en er wordt zeer druk handel gedreven. Aan de grenspost schuiven mensen aan om een pasfotootje te laten nemen om een visum te bekomen visum om de grens over te steken. Er lopen natuurlijk ook veel bedelaars al dan niet in nationale klederdracht. Heel wat toeristen staan aan te schuiven aan een groot bord dat in bedenkelijk Engels aangeeft dat dit het meest noordelijke punt van Thailand is: "The Northern Most Point of Thailand". 

Voor vanavond stelt Guido ons een van de mooiste buffetten van onze reis in het vooruitzicht. We hebben er moed op, maar het is amper 17 uur, dus we hebben eerst nog wel enkele uurtjes te doden. We trekken er met een shuttlebusje van het hotel op uit voor een kort bezoekje aan Chiang Rai. We slenteren er wat rond, drinken een espresso en bezoeken een internetcafé om op de website van De Standaard de Belgische actualiteit van de regeringsvorming eens te bekijken. 11 Baht voor 35 minuten; géén geld! We zorgen ervoor dat we op tijd in het hotel terug zijn waar we in afwachting van het fantastische buffet, besluiten om samen met Luc en Marie-Louise in de bar een aperitiefje te gaan drinken. Luc en ik filmen om beurten terwijl de mooie en vriendelijke dienster op haar knieën gaat zitten om ons te bedienen. En dan is het uur van het gastronomisch festijn aangebroken. We zijn helemaal in de stemming. In de lobby loopt Guido echter woedend en verontwaardigd heen en weer. Hij heeft pas vernomen dat het gebruikelijke buffet niet geserveerd wordt omdat er te weinig volk is. Hij is meer ontgoocheld dan wij, geloof ik, maar achteraf zal blijken dat hij groot gelijk heeft. We krijgen een smaak- en karakterloos westers menu opgediend en het wordt een culinair dieptepunt  in plaats van een hoogtepunt. 

09:00 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: thailand, myanmar, chiang rai, gouden driehoek |  Facebook | |

De commentaren zijn gesloten.