06-01-09

Stortvloed bij de bergvolkeren

Zondag 13 juli 2003  

Vandaag staat onze eerste "hill tribe" of bergvolk op het programma. De bergvolkeren zijn zwervers die uit diverse landen, maar meestal uit China, in Thailand zijn binnengesijpeld en er zich vooral in de bergen van het noorden hebben gevestigd. Deze inwijking is begonnen omstreeks 1900 met oorspronkelijk vooral animisten, of volkeren die geloofden in het bestaan van geesten. Vandaag leven ze met een 80.000 in een 8000-tal eigen dorpen: de Akha, Hmong, Mien, Palaung, Black Lahu, de Karen, die verreweg de grootste groep zijn, en vele andere. Ze vestigden zich in de bergen omdat de dalen al ingenomen waren. Velen onder hen verdienden hun brood met de opiumteelt en –verkoop, die pas in de tweede helft van de 20e eeuw verboden werd. De reden daartoe was niet de drugshandel, maar het feit dat teveel bossen gekapt werden om opium te telen. In overleg met zijn goede vriend Boudewijn probeerde koning Bumibol de bergvolkeren gewone groenten te laten kweken. Boudewijn stuurde zelfs allerlei plantjes naar Thailand, maar de kweek mislukte totaal omdat onze bloem- en andere kolen in de dalen niet konden gedijen. Naar verluidt zou Bumibol wél over een rijke "Belgische" groentetuin beschikken in zijn paleis in Bangkok. 

Vóór we vertrekken, zijn we aan de ingang van ons hotel getuige van de dagelijkse groet aan de vlag. Een personeelslid hijst plechtig de nationale vlag en laat met veel Thailand 31geruis en gekraak het nationale volkslied weerklinken door de luidsprekers. Behalve de man zelf, die zich zeer ernstig van zijn vaderlandse plicht kwijt, zijn wij de enige geïnteresseerden. Opnieuw een ontgoo-chelende ervaring met iets wat door Guido met veel tamtam als niet te missen was aangekondigd. Om 8 uur zijn we al op weg en het is droog, maar van zodra we in de bergen komen, begint het weer te regenen. We rijden door de streek waar vroeger de opiumkoning Kung Ta heerste en een privaatleger leidde van 20.000 manschappen. Tot 1986 was het om die reden een ontoegankelijk gebied waar de opiumsmokkel alles beheerste. Volgens Guido is op heden de opiumhandel grotendeels uit Thailand verdwenen en vervangen door de moderne drugs zoals heroïne die, door het gebruik van injectienaalden ook aids-problemen veroorzaken. Ook drugs in pilvorm, zoals amfetamines, zijn erg in trek, zelfs bij kinderen. 

We brengen een bezoek aan een Akha-dorp, dat niet op het Anders-dan-Anders programma staat, maar een favoriete plek is van Guido. Hij vraagt ons zelfs dat wij het uitdrukkelijk in onze evaluatie zouden vermelden als we het de moeite waard vinden. In tegenstelling op de meeste andere plaatsen, komen de mensen in dit dorp niet voortdurend bedelen. Dit is zogezegd veel authentieker en niet op de toeristen afgestemd, maar dan moet je wel je ogen sluiten voor de T-shirts en Adidas-sportschoenen, die de jonge meisjes onder hun typische klederdracht dragen. Ook de kassa aan de ingang bewijst dat we hier wel degelijk in een lokaal mini-Bokrijk zijn terechtgekomen. Enkele mensen worden opgetrommeld en maken zich klaar voor een volksdansje en de demonstratie van enkele ambachtelijke bezigheden. Bij de ingang van het dorp is een hele reeks primitieve poorten (3 aaneengetimmerde boomstammen) gebouwd waartussen we moeten zigzaggen, want de Akha's geloven dat alleen kwade geesten erdoor lopen. Aan de eerste poort staat een levensgroot copulerend koppel op primitieve manier uit hout gebeiteld. We moeten ons van Guido onthouden van alle gegniffel, laat staan spot of lach, want dan zouden de inboorlingen zich beledigd kunnen voelen. Ik kan het moeilijk geloven als ik de onverschillige blik zie van de jonge meisjes, Thailand 32die duidelijk tegen hun zin hun nummertje komen opvoeren. Dat bestaat uit een lange, trage rondedans terwijl een oude man eentonig op een trom staat te slaan. De meisjes schuiven in eenvoudige pasjes steeds in het rond terwijl ze zelf ook op een trommeltje met belletjes slaan. Dit kan het kleinste kind. Eén van de meisjes gaat daarna aan een weefgetouw staan en het is ronduit zielig om aan te zien: ze weet nauwelijks hoe ze zo'n getouw moet hanteren en doet dat bovendien nog uiterst stuntelig. Het moet gezegd dat de klederdracht en vooral de hoofdkappen zeer mooi zijn: fijn geborduurd in alle kleuren. Leuk is ook een oude opa die voor de kleintjes uit bamboestokken blaaspijpjes aan het snijden is en de kinderen amuseren zich kostelijk door erwten met een luide knal de lucht in te schieten. We wandelen tussen de hutten en zien een vrouw plots hals over kop haar woning binnenvluchten. Voor we ons kunnen afvragen wat er gebeurt, begint het te stortregenen zoals ik nog maar zelden gezien heb. In een mum van tijd stroomt het water in beekjes over de paadjes en zijn we allen doornat tot op ons vel. De meesten dragen slechts een T-shirtje en de regenschermen liggen in de bus. De chauffeur en zijn lieve vrouw hebben alle zetels volgelegd met krantenpapier om te verhinderen dat we met onze natte kleren niet ook nog eens de kussens nat maken. De mannen trekken hun T-shirt uit en hangen ze op de rugleuningen te drogen. Fototoestellen en videocamera's moeten droog gewreven worden en intussen moet de airco ervoor zorgen dat de vochtigheid zo snel mogelijk uit de bus verdreven wordt. Maar diezelfde airco wordt later een aantal van de mannen fataal: de koude tocht bezorgt Luc en Gert een verkoudheid waar ze enkele dagen zelfs ziek van zijn. Ikzelf vat ook een kou, maar zal er gelukkig niet zoveel hinder van ondervinden.  

Over de middag heeft Guido een extraatje in petto, iets waar hij prat op gaat dat hij het zelf ontdekt heeft en dat door de andere groepen niet bezocht wordt. Hij zou willen dat Anders-dan-Anders dit in zijn programma opneemt en vraagt eens temeer onze steun daarvoor. We stappen over in gele jeeps en klimmen de bergen in tot we aan een tempel komen boven op een heuvel met schitterend uitzicht over de vallei. Thailand 33Jammer genoeg regent het ook hier pijpenstelen en is er van het panorama niets te zien. Er is ook een school voor monniken en we zullen getuige zijn van een onvergetelijk schouwspel: alle monniken zullen aan een reuzengroot boeddhabeeld verzamelen en chantend hun gebeden zingen. Guido brengt ons naar een grote gong waar de plechtigheid in gang zal geluid worden en toont ons de plek waar we ons het best kunnen opstellen voor de mooiste videobeelden. Ons geduld wordt vrij lang op de proef gesteld, maar gelukkig heeft het intussen opgehouden met regenen. Intussen kijken we wat rond en ik breng nog gauw een bezoekje aan het toilet. Het is een typisch oud Thais toilet, d.w.z. een kamertje met een gat in de grond zoals in Frankrijk en een grote waterbak, waaruit je met een klein pannetje naar behoeven kan scheppen. We springen ook even binnen in het kantoortje van de directeur van de school. Het is een rondbuikige monnik met grote hoornen bril die glunderend achter zijn bureau zit te werken terwijl wij, maar ook een aantal Thais er binnen en buiten lopen. Tot onze verbazing zit er in de hoek van de kamer nog een monnik die verdacht veel op de directeur lijkt. Bij nader toezien blijkt het een wassenbeeld te zijn dat inderdaad als twee druppels water op de echte gelijkt. Hij zou niet misstaan bij Madame Tussaud. Als we buiten komen, is er nog steeds geen beweging te zien aan het Boeddhabeeld. Guido wordt nerveus en begint te vermoeden dat het niets wordt. En inderdaad… vandaag niet. Daarentegen is er toch wel iets speciaals aan de hand op deze zondag. Alle jonge monnikjes komen samen in een zaal en ontvangen er elk een pakketje met (denk ik) eten en snoep, dat in een grote oranje doorzichtige folie is verpakt. De grootsten onder hen krijgen ook geld. Daarna trekken verschillenden van hen zich terug met hun ouders en broertjes of zusjes die blijkbaar op bezoek zijn. Dit moet een of ander feest zijn, maar onze gids blijft opnieuw de verklaring schuldig. Hij komt niet verder dan "waarschijnlijk weer een of ander Boeddhistisch feest". 

Voor het middagmaal gaan we naar het Maekok River Village Resort in Thatorn. Normaal zouden we hier eten op het terras aan de Kokrivier, maar het ligt er door de regen verzopen bij. Dan maar op een hoger gelegen overdekt terras, waar het niet minder aangenaam is en het eten, zoals overal, zeer lekker en gevarieerd. De tuin loopt uit op de rivier en staat vol prachtige bloemen: vele soorten orchideeën, hibiscus, kana's en bougainville in diverse kleuren. Hier moet het heerlijk, rustig logeren zijn. Het luxueuze hotel heeft zelfs badkamers in open lucht. Maar we moeten natuurlijk verder… Onze busjes brengen ons naar Chan, waar we de Palaung-bergstam (spreek uit Palong) zullen bezoeken.
Thailand 34
Het is een bergvolk met een maternale maatschappij dat pas 17 jaar geleden vanuit Birma is gaan zwerven. Ooit vormden zij een apart koninkrijkje dat pas na de tweede wereldoorlog bij Birma is ingelijfd. Van zodra we aankomen – het regent nog steeds – horen we zang en muziek. Er lijkt een feestje aan de gang, maar als we naderbij komen en het kleine gebouwtje ontdekken waar het lawaai vandaan komt, is het ons algauw duidelijk: deze mannen zijn dronken en/of gedrogeerd. Ze zien er dreigend uit en we laten ze maar best met rust. In het dorp is het iets rustiger alhoewel ook hier enkele jonge kerels heupwiegend staan te swingen op moderne muziek die uit een grote transistorradio komt. Vanop afstand staan de vrouwen alles gade te slaan. Het meest kenmerkende van de kledij van de Palaungvrouwen  zijn de veelkleurige gordels, die ze om hun middel en hun benen dragen. Om hun hoofd hebben ze een doek gewikkeld die doet denken aan een badhanddoek. Ongehuwde meisjes dragen een zilveren gordel en na hun huwelijk krijgen ze jaar na jaar meer en meer kleuren. Om in hun onderhoud te voorzien, gaan de mannen werken op de velden van de Mhongs die hier ruim verspreid zijn. 
 

De tweede stam van de middag is de Black Lahu. We stappen in kleine trucks en over hobbelige aardewegen trekken we de bergen in. Thailand 35Als we er aankomen, giet het water maar een bende jengelende kinderen trotseert de regen om ons tegemoet te lopen met allerlei kleine zelfgemaakte armbanden die ze voor één of vijf baht te koop aanbieden. Ze vergezellen ons gedurende ons hele bezoek aan het dorp en volwassenen krijgen we nauwelijks te zien. Iedereen schuilt binnen voor de neergutsende regen. Zo een stortvloed heb ik nog nooit gezien en natuurlijk stroomt algauw het water in beekjes over het pad. Dit is dan ook het belangrijkste wat we van dit bezoek zullen onthouden. 

Op de 2 uren durende terugtocht naar het hotel, bij een korte koffiestop, trakteert Guido de hele groep met een glaasje Mekong-whisky. Ik koop er voor de hele groep sesamkoekjes bij. Het smaakt en het is gezellig. De groep is duidelijk al naar elkaar gegroeid. We rijden door weelderig tropisch groene wouden en zijn pas om half zeven terug in het hotel: the Royal Ping Garden & Resort. Het is een reeks van afzonderlijke gebouwtjes in een mooi aangelegd heuvelend park met veel bloemen. Zeer rustig, maar het hoofdgebouw en het restaurant steken een beetje af tegenover de rest. Velen vinden dit geen goed hotel, maar ik kan hun mening niet delen. Vanavond moeten we betalen voor de facultatieve vierdaagse expeditie naar het Noorden, die woensdag begint: 170 US dollar per persoon. De voltallige groep gaat mee.

 

09:00 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (1) | Tags: thailand, bergvolkeren, akha, palaung, black lahu |  Facebook | |

Commentaren

eindelijk gevonden! Beloftevolle blog, eindelijk gevonden, we zijn niet zo thuis in die bloghistorie!
En nu maar rustig genieten van die wondermooie reportages!

We zijn nu wel zoet voor een hele tijd!
Proficiat en veel succes toegewenst!

Gepost door: andré en daisy | 06-01-09

De commentaren zijn gesloten.