16-06-09

In het hoofdkwartier van de maffia

banner sicilie
Dinsdag 9 juli 2002

Tijdens het ontbijt op het dakterras kunnen we onze ogen niet van de indrukwekkende Etna afhouden. Tegen de flank ligt een stadje onder de zwavelpluim die constant uit de berg opstijgt. De Nederlanders zijn gisteren op de Etna geweest en vonden het een indrukwekkende ervaring die we niet mogen missen. De sporen van de grote uitbarsting van vorig jaar zijn nog zeer duidelijk zichtbaar. De man vertelt dat hij in Chili op de rand van een krater geweest is en er ziek geworden is van de dampen. Ze zijn beiden zeer enthousiast over Chili. Zij waren op een enorm groot wijngoed in Villa Santa Rita, in de buurt van Santiago. Dát was pas het paradijs, zeggen ze. Te noteren voor later, wie weet?

Om 10 uur vertrekken we voor een rit van bij de 300 kilometer naar Sicilie 7Palermo. De autosnelweg is aanvankelijk zeer druk – in Catania staan we zelfs even in de file – maar daarna is het zeer rustig: een mooie weg, weinig verkeer, overal bloeiende oleanders in de middenberm. We houden een korte stop in Enna, hoofdstad van de provincie Zuid-Oost Sicilië, op 900 meter hoogte gelegen en met een mooi uitzicht op de heuvels van het binnenland. Vooral het uitzicht op het tegenovergelegen bergdorp Calascibetta, dat als het ware over de heuvelrug gedrapeerd ligt, is de moeite waard. Tegen de middag zijn we in Cefalù, dat prachtig gelegen is aan de Tyreense Zee, geplakt tegen een hoge rotswand, en in de groene Michelin twee sterren kreeg en dus een omweg waard is. Sicilie 8We moeten onze Fiat werkelijk door de smalle straatjes wringen en dat gaat niet zonder minstens één keer met de zijspiegel langs de muur te schuren. We gaan meteen op zoek naar een restaurant. La Brace, een restaurant met een Michelinster is echter gesloten, maar in een smal straatje vinden we toch een aantrekkelijk terrasje: Ristorante Kentia. Het is er niet alleen mooi zitten, maar het eten is ook lekker. In het stadje bezoeken we verder de kathedraal met haar Byzantijns geïnspireerde mozaïeken en een middeleeuwse Arabische wasplaats waar op een ingenieuze manier het zuivere water van een riviertje door een reeks wasbekkens wordt geleid. Tot voor enkele jaren deden de huisvouwen hier nog hun was. De smalle hoofdstraat, de Corso Ruggero, biedt enkele leuke winkeltjes en vooral mooie barokke balkonnetjes en kapelletjes met heiligenbeelden. 

Vanuit Cefalù is het nog slechts 60 kilometer naar Palermo. Op de autostrade word ik voorbijgevlogen en trekken ze achter mij hun lichten en claxonneren agressief om uit de weg te gaan. Eentje gaat mij zelfs op de pechstrook voorbij. Ik rijd nochtans 120 waar ik eigenlijk maar 80 mag. In de late namiddag bereiken we de buitenwijken van de Siciliaanse hoofdstad. De zon is bijna volledig achter de nevel verdwenen, maar toch is het nog steeds 30 graden warm. We gaan op zoek naar Grand Hotel Villa Igiea, een vijfsterrenhotel in Jugendstil-stijl dat met zijn groot park als een van de historische bezienswaardigheden van Palermo geboekt staat. Het verkeer is zeer druk en temidden van getoeter en gedrum op de grote boulevard trachten we de wegbeschrijving van Caractère te volgen. Na een kwartier zijn we elk aanknopingspunt kwijt en weten we niet meer welke richting we uit moeten. We belanden in buitenwijken waar we niet durven stoppen, laat staan uitstappen om de weg te vragen. Er is geen wegwijzer of welke aanduiding dan ook te vinden en we zijn op ons instinct aangewezen. We zijn ten volle ondergedompeld in het Palermitaanse verkeer, zoals alles op Sicilië het kwadraat van de rest van Italië. Snelheidsbeperkingen, verkeersborden, rode lichten,… niets wordt gerespecteerd. In het centrum van de stad is er zeer veel politie en zien we mensen met gele vlaggen. Een betoging? Voetbalsupporters? Het is niet duidelijk, maar het verkeer is hoe dan ook ernstig verstoord. Aan de Porta Nuova kunnen we daardoor niet rechtdoor en een politieagent stuurt ons tegen de stroom van 4 files in; we komen ze zowel links als rechts van ons tegen… 

Het zal uiteindelijk een vol uur duren voor we ons hotel, dat even buiten de stad aan de haven gelegen is, bereiken. De opluchting is groot en we parkeren de auto op de parking waar hij twee dagen onaangeroerd zal blijven staan. Sicilie 9Het hotel heeft gelukkig om het uur een gratis shuttle-busje naar de stad. De Villa Igiea is een echt palace. Hier logeerden vele staatshoofden en andere beroemdheden, wiens foto’s in de indrukwekkende gangen aan de muur hangen. Vooral de Spaanse koning schijnt hier vaak te gast te zijn geweest, maar ik lees dat hier ook heel wat maffiabazen hun zaakjes afhandelden. We hebben een zeer ruime kamer met een prachtig uitzicht op de tuin en de haven. De meubels zijn echt antiek en de grote kleerkast onderstreept dat door telkens luidruchtig te kriepen als we ze open of dicht doen. Het is heet op de kamer en wat ik ook probeer, de airco blijkt het niet te doen. De badkamer is nog ouderwetser en nog groter. We verkennen de grote tuin vol exotische planten en bomen. Men is er volop alles in gereedheid aan het brengen voor een trouwpartij: er is een immense tafel opgesteld op het terras en overal worden zilveren schalen en verse bloemstukken klaargezet. Het is inmiddels te laat geworden om nog van het zwembad gebruik te maken. Wanneer we naar de lobby terugkeren, ontmoeten we het Vlaamse koppel dat we al eerder in San Giovanni La Punta én in Enna gezien hebben. Ze blijken van Landegem te zijn en grotendeels dezelfde reis te maken als wij; we zullen ze dus nog vaker ontmoeten waarschijnlijk. Ze hebben al evenveel moeite gehad om het hotel te vinden als wij. Ze blijven evenwel weinig spraakzaam en tamelijk afstandelijk. 

Palermo is natuurlijk berucht om de Cosa Nostra of de Siciliaanse maffia. Die zou alomtegenwoordig zijn, maar voor toeristen zoals wij uiteraard onzichtbaar. We hebben er dan ook geen last van, maar als je weet dat er in sommige jaren 150 en meer mensen door de maffia werden vermoord, is er toch ook bij ons een zwijmpje van ongerustheid aanwezig. Vooral in de zeventiger jaren zijn talloze rechters, journalisten en iedereen die de maffia maar een strootje in de weg legde, meedogenloos en vaak op gruwelijke wijze ‘koud gemaakt’. De moord op de rechters Falcone en Borsellino in 1992 en het blootleggen van de banden van de maffia met de politiek, hebben voor gevolg gehad dat de maffia hardnekkiger werd bestreden. Sinds het monsterproces in 1985 tegen niet minder dan 450 maffiosi, is de strijd tegen de maffia toch reëel geworden en hun macht wellicht al wat ingedijkt. Toch verneem ik dat op dit eigenste moment op Sicilië, gezien de uitzonderlijke droogte, het leger de controle over de waterbedeling in handen heeft genomen om te verhinderen dat de maffia dat zou doen en aldus de macht naar zich zou toetrekken. Dus... ze zijn er ongetwijfeld nog steeds. 

De conciërge wijst ons een restaurantje aan voor vanavond en doet de reservatie; hier in het hotel dineren is namelijk écht te duur. We laten er ons met een taxi heen brengen en het restaurant (Lo Scudiero) valt mee: mooi antiek interieur, stijlvol ingericht, druk bezocht door plaatselijken en een meer dan behoorlijke keuken. De ober presenteert ons de verse vis van de dag op een grote schotel en we kiezen er elk een aanlokkelijk ogende zeebaars uit. Vooraf maken we voor het eerst kennis met een bijzondere Siciliaanse delicatesse: bottarga di tonno, gedroogde kuit van tonijn. Het ziet er wat uit zoals foie gras, heeft dezelfde smeuïge structuur en een zeer fijne, doordringende vissmaak. Dit kenden we niet en we nemen ons voor hiervan op het einde van de reis een flinke portie te kopen om mee te nemen naar huis. Na het eten nemen we een taxi op het stemmige grote plein voor de opera. Honderden minuscule lichtjes zijn er over het plaveisel gespreid zodat je bijna de indruk hebt dat het sterrenfirmament hier onder je voeten ligt in plaats van boven je hoofd. De taxi is een klein Fiatje en de vriendelijke chauffeur is zeker 70 jaar oud. Hij is zeer vriendelijk en brengt ons vlot en veilig terug naar ons hotel. Vóór het slapen gaan wensen we toch nog wat te genieten van de mooie en vooral luxueuze sfeer van ons hotel en we nemen plaats op het terras met schitterend uitzicht op de haven en de baai van Palermo, die la Conca d’Oro of de Gouden Schelp wordt genoemd. We drinken een grappa (ik) en een Marsalawijn (Christiane). Er speelt live pianomuziek, of beter gezegd muzak, en de temperatuur is zwoel. Om kwart na elf gaan we naar bed. Zo’n enorm bed heb ik nog maar zelden gezien. Het zijn eigenlijk 2 tweepersoonsbedden naast elkaar en ze hebben blijkbaar geen matras gevonden die breed genoeg is: aan weerszijden is het bed ruim 20 cm breder dan de matras. Zonder rechtop te gaan zitten kan ik trouwens niet bij het nachtkastje.

klik hier voor het vervolg

08:00 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: italie, sicilie, palermo, enna, cefalu |  Facebook | |

De commentaren zijn gesloten.