24-06-09

Nog meer mozaieken

banner sicilie
Donderdag 11 juli 2002 
 

Ik ben opnieuw vroeg wakker en tracht me zolang mogelijk stil te houden om Christiane niet te wekken. Aangezien het venster is open gebleven wegens de hitte, klinkt het havenlawaai luider dan gisteren en het is ook vroeger begonnen. Al van vóór 6 uur klinken sirenes en doffe knallen die op kanonschoten lijken. Het ontbijt is heerlijk en we genieten een laatste keer van het mooie uitzicht op de baai en de haven én van de schitterende tuin van de Villa Igiea. Om 9.15 uur vertrekken we met een beetje schrik voor de verkeersdrukte in Palermo, vandaag begint trouwens het grote feest van Santa Rosalia. We hebben het stadsplan goed bestudeerd en ontdekt dat we in één rechte lijn naar de stadsring moeten kunnen rijden. Sicilie 15Zonder veel problemen vinden we de weg, die we overigens eergisteren bij het binnenkomen al hadden moeten vinden. We zijn algauw de stad uit en om 10 uur staan we in Monreale. Het is moeilijk om een parkeerplaatsje te vinden maar toch is er nog maar weinig volk. De kerk is indrukwekkend groot maar de grootste overweldiging overvalt ons pas als we ze binnentreden. De mozaïeken overtreffen nog die van gisteren. Niet minder dan 6000 m² oppervlakte is versierd met mozaïeken en ook hier weer overheerst de gouden kleur. Ze zijn in de twaalfde eeuw in amper 10 jaar tijd aangebracht. Ik ben het helemaal eens met Fred Sicilie 16Van Leeuwen, ex-journalist van de VRT, die in zijn boek “Sicilianissimo” schrijft dat het geheel zo weelderig en overdadig is dat het bijna van het goede teveel is en daardoor bijna kitscherig wordt. Nochtans zijn alle individuele mozaïeken stuk voor stuk pareltjes. Daarna bezoeken we het klooster en ook hier staan we sprakeloos. De vierkante kloostergang is voorzien van een prachtige colonnade die bestaat uit niet minder dan 208 zuiltjes. Ze staan telkens in duo en zijn versierd met telkens andere motiefjes in mozaïek. Elk paar zuiltjes draagt een verschillend kapiteel met kunstig gebeeldhouwde mensen-, dieren- of bloemenafbeeldingen. Hier kan je gemakkelijk een paar uur doorbrengen en genieten van de rust, de kunst en de speciale sfeer. Natuurlijk krijg ik hier niet genoeg van het filmen en Christiane laat zich met haar fototoestel ook niet onbetuigd. 

Om half twaalf trekken we verder. Langs binnenwegen gaat het richting Segesta waar een van de best bewaarde Griekse tempels ter wereld staat. We rijden door een mooi berglandschap met brede valleien en een prachtige begroeiing: palmen, cactussen, frisgroene agaven met een bloeiende stengel van wel 4 à 5 meter hoog; en dan is er nog de kleurenpracht van de rijkelijk bloemende oleanders en bougainvilleas. De wegen zijn zeer rustig, nauwelijks verkeer. We voorzien om tegen de middag in Segesta te zijn en daar het middagmaal te gebruiken. Sicilie 17Nog net op tijd realiseren we ons dat Segesta geen dorpje is, en dat daar dus ook geen restaurants zijn. We verlaten de weg en komen terecht in Castellamare del Golfo aan de Tyrreense Zee. Het is een klein vissersdorpje, vredig en rustig gelegen aan de Golf van Castellamare en er zijn een paar restaurantjes. We kiezen er een uit met een mooi overdekt terras, vlakbij de visserskaai en waar nog al wat Italianen toekomen voor de lunch. Het blijkt een goede keuze te zijn. Al gauw loopt het terras vol met hoofdzakelijk zakenmensen. De vangst van de dag, een vijftal mooi blinkende vissen, wordt ons op een schotel gepresenteerd. We kiezen er een ‘orata’ uit van niet minder dan 850 gram en laten die in de oven bakken. Met niets anders dan lekker vers gebakken brood, wordt dit een Sicilie 18overheerlijke maaltijd, van het soort dat je eigenlijk enkel in Italië vindt en waarvan we er het liefst elke middag eentje zouden vinden. Dit is genieten in het kwadraat en we zijn helemaal niet gehaast. Nog nagenietend zwerven we door het inmiddels verlaten stadje dat kreunt onder de hete middagzon. Bij de parking is er een schilderachtige groentewinkel waar de rijpe tomaten, aubergines, courgettes en andere groenten en fruit in tientallen ronde manden uitgestald staan. Wanneer ik begin te filmen, komen 3 mannen luidruchtig voor de camera staan. Als kleine kinderen staan ze te giechelen en te zingen en wensen op het beeld. Het is de baas van de zaak die de grootste mond opzet en het voortdurend heeft over een verbroedering tussen Castellamare en … Londen. Als hij uitgepraat is, zegt een klein mannetje dat eerst stilletjes op de achtergrond bleef, met een glunderend gezicht: “sono il postino”, “ik ben de postbode”. Hij had gerust de hoofdrol kunnen spelen in de beroemde gelijknamige film van Michael Radford, die niet ver hiervandaan, op het Eolische eiland Salina, gedraaid werd. Uit dankbaarheid willen we enkele lekkere perziken kopen, maar ze worden enkel per mand verkocht en dat is ons toch wat teveel! 

Tegen drie uur bereiken we Segesta en inderdaad de tempel staat eenzaam op een heuvel, midden de verzengende Sicilie 19hitte van de dorre velden. Er is in de verste verte geen huis, laat staan een dorp te bespeuren. We parkeren op de grote parking, waar slechts een paar auto’s staan en trekken te voet verder. Na enkele honderden meters klimmen onder een brandende zon, stellen we vast dat we compleet de verkeerde richting uitlopen. We zijn op weg naar het theater, dat we na een bocht inderdaad in de verte ontwaren. Dat is zeker nog wel een half uur klimmen en dalen en we keren op onze stappen terug en beperken ons oponthoud tot een bezoek aan de tempel. En dat is absoluut al de omweg waard: indrukwekkend groot, gaaf bewaard en in de eenzaamheid en met zijn geweldig uitzicht op de vruchtbare vallei een unieke sfeer uitstralend.  

Het laatste stukje van vandaag (we zullen ongeveer 130 kilometer gedaan hebben) brengt ons in Valderice Mare. We zijn hier op de Westkust, niet ver van Trapani, ter hoogte van de Egadische Eilanden. We logeren in de Tonnara di Bonnagio, een oude tonijnfabriek in een gerestaureerde Saraceense toren. Het geheel is omgebouwd tot een complex met vakantiewoningen en een luxueus hotel.Sicilie 20 Een wandelingetje langs het haventje brengt ons bij een hele rij vervallen vissersboten die op het droge liggen te vergaan en waar de netten van de tonijnvangst nog op hangen. Daarnaast ligt een immense stapel van wat wij eerst dachten verroeste scheepsankers te zijn, maar het blijken bij nader inzien tientallen oude harpoenen. Allemaal stille getuigen van de legendarische tonijnvangst die hier nauwelijks 10 jaar geleden nog jaarlijks een onvoorstelbaar bloederig schouwspel bood. Toen werden de grote scholen tonijnen met deze boten samengedreven om vervolgens zó massaal afgeslacht te worden dat de hele zee rood kleurde van het bloed. Daarna wandelen we nog even door het kleine dorpje maar daar valt weinig te beleven. Dus maar naar het zwembad. Het ligt in een prachtig décor van zee, rotsen en palmbomen maar de idyllische rust wordt schaamteloos verstoord door de luide discomuziek van het “animazione”-team dat aan enkele piepjonge meisjes de knepen van het discodansen tracht bij te brengen. Het zwembad zelf is drukbevolkt en het zwemmen is er allesbehalve ontspannend, evenmin als het zonnebaden. We blijven er dus niet lang en trekken naar onze kamer met zicht op zee, waar we de resterende tijd vóór het avondeten doden met lezen en schrijven. 

Het restaurant van het hotel is volledig afgestemd op het ruime terras op de binnenkoer, onder het venster van onze kamer. Er heerst een gezellige, zomerse sfeer. Het publiek in de Tonnara bestaat duidelijk uit twee soorten mensen: die van het restaurant en het hotel en die van de appartementen en het zwembad. De eerste soort is niet alleen duidelijk ouder dan de tweede, maar gelukkig ook veel rustiger. De obers zijn échte Italiaanse charmeurs, die de sympathie van vooral de dames handig weten te verwerven. Ze zijn opgewekt, enthousiast, vriendelijk en snel. Eén van hen is van het Cipollini-type en blijkt nog Mario te heten ook. Een beetje buiten verwachting is het eten zéér goed, vooral de couscous met vis, een Siciliaanse specialiteit, en het bord met diverse tonijnspecialiteiten. Ik leer er alle varianten van de bottarga kennen: licht- en donkerbruin, tot zelfs bijna zwart gekleurde dunne schijfjes delicate pasta van tonijnkuit. Een ontdekking! Bij een lekkere Santagostino, een lokale Chardonnay, genieten we nog wat na van het eten en van de heerlijke koelte van de avond. Wanneer we op onze kamer komen is de glazen deur van ons balkon bedampt.  Het blijkt aan de buitenkant te zijn, dus hier werkt de airconditioning wel degelijk.

klik hier voor het vervolg

De commentaren zijn gesloten.