28-06-09

Groene, blauwe, gele en rode vissen

banner sicilie
Vrijdag 12 juli 2002
 

Het ontbijtbuffet bevat vooral lekkere zoetigheden en we laten het ons smaken. Om 10 uur vertrekken we voor een uitstap naar Trapani, de Via del Sale en Erice. De zee en de hemel zijn diepblauw. Het is de bedoeling om Trapani voorbij te rijden en eerst de zoutontginningen tussen Trapani en Marsala te bezoeken. We volgen de kust zo dicht Sicilie 21mogelijk en in Trapani botsen we op een prachtige vismarkt, de derde in vier dagen! Dat kunnen we niet links laten liggen en we houden dus toch maar even halt. Gelukkig maar, want deze vismarkt heeft een totaal ander karakter dan de twee voorgaande en zelfs de vissen zijn anders. Hier ligt een ongelooflijke variëteit aan vissen in alle mogelijke kleuren: groene, bruine, blauwe, gele maar vooral rode. Er zijn natuurlijk ook veel tonijnproducten, zoals ik ze gisterenavond gegeten heb. Behalve de koopwaar – er is ook een mooie groentemarkt – bieden ook hier weer de mensen een kleurrijk en pittoresk beeld. Zelfs het geluid is boeiend: schreeuwende verkopers, discussiërende klanten, keuvelende huisvrouwen en een verkoper die met volle en heldere stem een aardig stukje belcanto ten gehore geeft. Wanneer hij mijn camera ziet, doet hij er nog een schepje bovenop. 

We verlaten Trapani en zoeken de Via del Sale op. Sicilie 22Al gauw zien we de grote waterbassins van de zoutontginningen glinsteren in de zon. Het water kleurt van diepblauw tot roze naargelang de hoeveelheid zout die zich heeft neergezet. Het principe is eenvoudig: langs kleine kanaaltjes wordt zeewater in de ondiepe bassins geleid waarna de zon haar werk doet en het water laat verdampen zodat het zout overblijft. Dan wordt er opnieuw zeewater in gelaten en zo stapelt de hoeveelheid zout zich gaandeweg op. Tussen de waterbekkens staan hier en daar nog enkele typische windmolens; de meeste zijn echter niet meer in gebruik en staan er vervallen bij. In Nubio bezoeken we het Museo de Saline, niet groot maar interessant.  

Het is ruim na de middag als we Nubio verlaten en we besluiten eerst naar Erice te rijden en daar een kleinigheid te eten, hopelijk in een klein, gezellig restaurantje. Sicilie 23De weg is langer dan verwacht en kronkelt 8 kilometer de bergen in op zoek naar Erice. Het lijkt eindeloos klimmen en je krijgt het stadje pas te zien als je er vlak vóór staat. De ligging is werkelijk sensationeel, het panorama adembenemend. De stad ligt 751 meter boven de zeespiegel en je hebt er een schitterend zicht op Trapani en de Egadische Eilanden. Het is als zat je in een vliegtuig. Erice is wat we gehoopt en verwacht hebben: een klein, schilderachtig stadje met smalle straatjes, pleintjes, prachtige balkonnetjes en zeer veel kerken. We volgen de wegwijzers naar Ristorante Ulisse. Sicilie 24Door een klein poortje komen we op een binnenkoertje met veel bloemen en een leuk schaduwterras. Het is echter té warm en we gaan binnen zitten waar prompt de grote ventilator aan het plafond in werking wordt gezet. Er komt een man op ons af met een schoudertas, een ambtenaar voor een of andere controle, schat ik maar het blijkt de ober te zijn met een computer-rekenmachine op zijn rug. Op de kaart staat een verleidelijke specialiteit: cuscus con zuppa de pesce en ik bezwijk ervoor. Christiane neemt papardelle con funghi freschi. Ze hebben geen huiswijn, dus bestellen we maar een hele fles bianco; daar hebben we immers geen enkele moeite mee. Die ‘kleinigheid’ zal dan maar voor een andere keer zijn…. Het wordt een prima en vooral een rustig en gezellig dineetje. 

Daarna trekken we door de smalle straatjes naar de Giardino del Balio vanwaar we een ander mooi panorama voorgeschoteld krijgen, de andere richting uit. We zien er zelfs ons hotel in Valderice liggen. In de schaduw en met een fris briesje is het hier heerlijk koel. We dalen terug af naar het centrum van Erice en hebben enige moeite om ons recht te houden want de grote straatstenen zijn door de vele schoenzolen die er dagelijks over schuren, zodanig geboend dat ze vervaarlijk liggen te glanzen en inderdaad glibberig zijn. Het stadje is echter zo schilderachtig dat mijn videocamera andermaal niet stilstaat. Tegen 4 uur komen we aan een kerk waar de voorbereidingen bezig zijn voor alweer een huwelijksplechtigheid. Vele gasten staan aan de poort van de kerk al hun opwachting te maken. Deze keer gaat het duidelijk om een eenvoudiger familie dan in Palermo en het publiek is dan ook volkser, maar daarom niet minder maffioso, integendeel. De mannen hebben nóg meer gel in het pikzwarte haar, nóg grotere zonnebrillen en de hemden met grote kraag staan nog iets verder open om het borsthaar te laten bewonderen. Het lijkt me een goed idee om, in afwachting dat de bruid arriveert, de campanile te beklimmen om van boven uit mooie videobeelden te maken. Aan de ingang betaal ik 1 euro inkomgeld aan twee kinderen, die aan een tafeltje de toegang tot de toren bewaken. Groot is mijn verrassing als ik niet verder kom dan een leeg kamertje na amper 35 treden waar ik mij tevreden moet stellen met het uitzicht door een vuil venster vol stof en spinnenwebben. Dan maar snel terug naar beneden waar ik nog net op tijd ben om de bruid te filmen wanneer ze aan de arm van haar trotse vader en onder applaus van de rest van de maffiosi de kerk betreedt. 

Het is inmiddels winderig en bewolkt geworden en sommige wolken zijn zelfs dreigend zwart. Er vallen tijdens de afdaling naar Trapani zowaar enkele regendruppels. We hebben nog de tijd om nog even halt te houden in Trapani en er een granita te eten op een terrasje. Er is allang geen sprake meer van wolken en de zon schijnt weer volop. Christiane kiest voor een granita caffé en ik riskeer ‘gelsi’ zonder te weten wat het is. Het blijken ofwel braambessen ofwel cassis te zijn. Ik vraag het later aan de receptionist van ons hotel, die zeer goed Frans spreekt, en hij bevestigt mij dat het ‘des mûres’, dus braambessen zijn, maar ik begin opnieuw te twijfelen als hij zegt dat er zwarte en witte bestaan. Bestaan er witte braambessen? 

Om ons te verfrissen verkiezen we een lekkere douche boven het drukke zwembad. Vóór het diner heb ik nog de tijd om op het balkon van onze hotelkamer mijn dagboek in te vullen en ondertussen te genieten van een mooie zonsondergang boven de zee. Aan tafel is de pianist van gisterenavond vervangen door een luidruchtige charmezanger die zichzelf begeleidt op zijn synthesizer en de ene melige Italiaanse smartlap na de andere ten beste geeft. Hij heeft een goede stem en waagt zich zelfs af en toe aan wat Italiaanse belcanto, wat nog enigszins te pruimen is, maar wanneer hij iets in het Engels probeert, wordt hij bijna komisch. Zijn Engels is niet meer dan een klanknabootsing en zelfs ‘New York, New York’ klinkt als ‘oe-oo, oe-oo’ en ‘What a wonderful world’ wordt ‘wawandi oe-oo’. Als hij dit tot middernacht volhoudt dan is de avond voor een flink stuk verpest. Gelukkig vinden we een tafel ver genoeg van de luidsprekers en zo valt het lawaai nog mee. Het eten daarentegen is heel wat minder dan gisterenavond. Of heeft het, zoals vaker het geval is, eerder met hoge verwachtingen te maken?

klik hier voor het vervolg

08:00 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: italie, sicilie, trapani, nubio, erice |  Facebook | |

De commentaren zijn gesloten.