22-11-09

In struisvogelland

Banner ZA
Vrijdag 16 november 2001

De zon is op de afspraak en het is al van ’s morgens vroeg zeer heet. We trekken naar Oudtshoorn en beginnen met een bezoek aan het C.P.
Nel Museum
. Het is een oubollig en stoffig museum waarin allerlei documenten en voorwerpen uit de geschiedenis van de struisvogelkwekerij verzameld zijn. Tussen de met veren getooide etalagepoppen vallen ons natuurlijk ‘onze’ Gilles van Binche onmiddellijk op en verder is het één chaotische collectie van allerlei oude rommel: meubelen, kleren, porselein, ZA 47bureaumateriaal en zelfs een auto. Als we buitenkomen is het werkelijk snikheet. Tijd voor een wandeling en wat shopping in het stadje. In een winkeltje met de leuke naam “Pak ’n Sap” drinken we een vers geperst fruitsap van 'perske en appelkoos', perzik en abrikoos.
En dan gaat het per bus door de Schoemans Kloof en de Swartberge naar de Cango Grotten. Ik ben doorgaans niet te erg onder de indruk van grotten en verwacht er dus niet al te veel van, maar… ten onrechte. Deze zijn wel degelijk de moeite waard. In deze doorgaans snikhete streek (het kwik kan hier stijgen tot 52° Celsius…) blijft de temperatuur binnen in de grotten constant op 19°. Slechts 800 meter van de kilometerslange grotten zijn voor het publiek toegankelijk. De rest is niet alleen voorbehouden voor ervaren speleologen, maar blijft vooral gesloten om de broze kristallen te beschermen tegen de onvoorzichtige of op souvenirs beluste mens. We bezoeken een vijftal ZA 48grote zalen met reusachtige stalagmieten en stalagtieten. Merkwaardige formaties waar de menselijke fantasie allerlei soms wat vergezochte namen heeft aan gegeven: gordijn, orgelpijp, Cleopatra’s naald, madonna en kind. De grootste zaal is 100 meter lang, 30 meter breed en 20 meter hoog. We zijn er samen met een andere groep Vlamingen, maar zij krijgen enkel de eerste twee zalen te zien. Door gedurende een half minuutje alle lichten uit te doen geeft onze begeleider ons even een indruk van hoe de ontdekkers deze ruimte moeten ervaren hebben. Helledonker! Het moet zeer veel moed gevergd hebben om in die duisternis steeds dieper in het onbekende door te dringen. De hele dag is Frans druk aan het telefoneren. Hij heeft nog steeds problemen met ons bezoek aan een wijnboerderij morgen in Stellenbosch. Vorige groepen waren niet zo tevreden over de kwaliteit van de wijn en Frans zoekt een alternatief. Maar nu blijkt dat de meeste gerenommeerde wijnhuizen in het weekend voor het publiek gesloten zijn. Hij heeft nog geen oplossing denk ik, maar hij zegt er niets over. 

Na de middag gaat het naar de Cango Ostritch Farm. Een echte farmer toont ons eieren, veren, vellen leder en zelfs een levend kuiken terwijl hij ons in zijn sappig taaltje van alles vertelt over de struisvogelkweek. Zo leren we dat het met deze teelt momenteel vrij goed gaat: een kuikentje van 1 dag oud kost 130 Rand, maar na 14 maanden is het er 10.000 waard. De kweek is hier in dit klimaat niet zo moeilijk, maar volgens Jos, die al heel zijn leven in het pluimvee en de veeteelt werkt, ligt dat in België heel anders. Bij ons sterven de meeste jonge kuikentjes en is wegens het klimaat de kweek niet evident en zeker niet rendabel. We vernemen ook dat één struisvogelei het equivalent is van 24 kippeneieren en dat de schelp zó sterk is dat een volwassen man er gerust mag op gaan staan. Dat wordt later in de praktijk bewezen bij een bezoek aan de diertjes zelf. Daar voert onze farmer samen met zijn vogels een heuse show op en er worden regelmatig vrijwilligers gevraagd in de groep. Ik laat me fotograferen in een ‘omhelzing’ met twee struisvogels. Daarvoor moet ik vóór hen gaan staan met een kom maïs in mijn handen. De beesten slaan hun lange hals als het ware om mijn hoofd heen om de maïs te pikken. Het berijden van de struisvogels laten we over aan de helpers van de farm, die ons ook demonstreren hoe je zo’n dier vangt. Het volstaat van ze een soort sok over hun kop te trekken en ze worden zo mak als een lam. Overigens, het verhaal over de struisvogel die bij gevaar zijn kop in het zand steekt, blijkt helemaal uit de lucht gegrepen. 

Na de demonstratie gaan we naar een schuurtje met een terras ervoor en met een prachtig uitzicht op de ondergaande zon boven de Swartbergen. Hier heeft een kleine wijnproeverij plaats met wijnen die hoofdzakelijk uit Calitzdorp afkomstig zijn. Daar komt ook de voortreffelijke Zuid-Afrikaanse porto vandaan. De wet verbiedt echter voortaan deze wijn nog porto te noemen, want dat is voorbehouden aan de échte Portugese portwijn, zoals je alleen maar over champagne mag spreken als hij werkelijk uit de gelijknamige streek in Frankrijk komt. Probleem dus, want men is er tot op heden nog niet in geslaagd een goede nieuwe naam te bedenken en in 2002 mag het niet meer! De wijnen die we hier te proeven krijgen, zijn niet veel zaaks maar het uitzicht op de zonsondergang des te meer. De temperatuur is zalig en we genieten nog meer wanneer de wijnboer ons zegt dat hij pas terug is uit België en dat het daar… min 3° Celsius was. ZA 49Wanneer de zon helemaal achter de bergtoppen verdwenen is, worden we naar een openlucht-amfitheatertje gebracht en hier geeft een groep lokale jongeren een cabareteske show met woord, zang en dans. Ze beelden op een moderne en soms zeer spirituele en ludieke manier de geschiedenis uit van de struisvogelteelt en de invloed ervan op het leven hier in de streek: opkomst en verval, de blanke bourgeoisie tegenover de arme kleurlingen, de potsierlijke houding van de rijken, … De artiesten zijn jonge “bruin-mensen”, dus kleurlingen, en uiteraard niet professioneel maar ook hier weer zijn we verrast tot welk hoog artistiek niveau deze mensen in staat zijn. Ze oogsten dan ook veel bijval en, ondanks het feit dat hij dit al ettelijke keren heeft meegemaakt, amuseert vooral Frans zich kostelijk. Wij hebben soms wel wat moeite om het Afrikaans te verstaan.

En dan is het tijd voor het diner in het schuurtje. Natuurlijk een struisvogelmenu met omelet en worst van struisvogel en een bijzonder sappige en malse struisvogelfilet. Zéér smaakvol. Dit is naar het schijnt het allerbeste stukje van de struisvogel en zou naar verluidt in Europa tien keer duurder zijn. Zelfs hier. Is dit vlees maar in beperkte hoeveelheid te verkrijgen. Voor we terugkeren brengen we nog een bezoek aan de shop van de farm maar de lederwaren zijn ons toch te duur. We kopen dan maar een plumeau met struisvogelveren niettegenstaande we dezelfde in de stad deze morgen gezien hebben voor bijna een derde van de prijs. Maar ja, deze komen tenminste van een echte “voltruis plaas”. Tegen 22 uur zijn we terug in de lodge en kijken tevreden terug op een goed gevulde maar eerder luie dag. Ik heb toch een beetje spijt dat we de cheetah-farm in Oudtshoorn, op nauwelijks een kilometer van ons hotel, niet hebben kunnen bezoeken. We zagen er een reportage over in het tv-nieuws want er was gisteren een soort terreuraanslag waarbij 3 cheetahs vergiftigd zijn.

 klik hier voor het vervolg

08:00 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: zuid-afrika, oudtshoorn, westkaap |  Facebook | |

De commentaren zijn gesloten.