18-04-10

Het achtste wereldwonder

banner jordanie
Donderdag 18 mei 2000 (1)

Dit is de langverwachte dag: we bezoeken vandaag het beroemde Petra. We worden al om kwart voor zeven gewekt. Vanuit het venster van onze kamer zien we ten allen kant de paardjes, die de toeristen naar de ingang van de Siq zullen brengen, met hun begeleiders optrekken. Niettegenstaande we maar enkele stappen hebben te doen van ons hotel naar de ingang van Petra, moeten we toch om acht uur vertrekken. Er is zoveel te zien (om alles te zien heb je drie dagen nodig!) en het vroege uur laat ons toe  de grote massa voor te zijn. Victor oogst opnieuw veel kritiek wanneer hij bij het aanschaffen van de toegangskaartjes zolang treuzelt, dat we onze mooie voorsprong onmiddellijk weer kwijt zijn. Het is nog een beetje bewolkt, maar al gauw breekt de zon door en opnieuw wordt het een snikhete dag. Er is een massa volk. Hele groepen stromen toe en trekken meestal te voet Jordanie 16naar het begin van de kloof, de zogenaamde Siq, die naar de geheime stad leidt. Sommigen verkiezen de rit te doen met een van de kleine, vinnige Arabische paardjes, maar kunnen hiermee enkel de eerste halve kilometer uitsparen. Sinds kort zijn de paardjes immers in de Siq niet meer toegelaten omdat ze teveel verkeersoverlast en stof veroorzaakten. Voor de oudere toerist staan kleine koetsen ter beschikking, die hen wel doorheen de kloof brengen. Hun aantal is om dezelfde redenen evenwel beperkt tot een tiental. 

Hier staan we dus: aan de toegang tot wat wel eens het achtste wereldwonder wordt genoemd. Petra is een stad die ruim tweeduizend jaar geleden door de Nabateeërs is gesticht. De stad is helemaal in de rode rotsen uitgekapt en is maar toegankelijk via een twaalfhonderd meter lange kloof tussen tientallen meters hoge rotsen. Een ideale plek dus om er de enorme Nabateese rijkdom te verbergen. Toen de stad toch veroverd werd door nomadenstammen in de derde eeuw na Chr, verdween Petra uit de geschiedenis en ogenschijnlijk ook van de landkaart. Petra was helemaal vergeten tot de Zwitser Johann Burckhardt de stad in 1812 opnieuw ontdekte. Intussen is het terecht één van de grootste toeristische trekpleisters van de wereld geworden. Vooraleer we binnengaan nemen we onze voorzorgen tegen de brandende zon en de hitte: insmeren met zonnebrandolie, de nodige flessen water opslaan, de pet op en voor Christiane nog gauw een grote witte hoofddoek kopen. Ondanks de menigte genieten we van het kleurrijk spektakel. De toeristen lijken heel klein tussen de hoge wanden van de rotskloof. Victor vertelt ons dat vijfentwintig Duitse toeristen hier in 1964 de dood vonden toen het water van de rivier zo plots en zo snel steeg, dat ze er niet meer konden aan ontsnappen. Daarna stapt hij, gevolgd door de hele groep, aan hoog tempo en zonder om te zien door de Siq. Uiteraard stop ik regelmatig om te filmen en slaag er nauwelijks in om hen telkens opnieuw bij te benen. Op de duur geef ik het op en laat ze lopen; er is maar één weg, dus we kunnen ze niet kwijt geraken. Prachtig is het. Op het einde van de kloof blijft iedereen plots stil staan. Zij hebben de eerste glimp opgevangen van de indrukwekkende tempelgevel van de Schatkamer van de Farao die baadt in de ochtendzon en daardoor voor een fel contrast zorgt met de schaduw van de Siq. 

Vóór de schatkamer ligt een grote ruimte ingesloten tussen de hoge rotswanden. Het is er een drukte van jewelste: toeristen en Arabische jongetjes die van alles te koop aanbieden en de mensen trachten te overhalen tot een “taxirit” op hun ezeltje. Midden die drukte ligt een kameel rustig rond te kijken en er het zijne van te denken. Even verder ligt een hond, die er zich nog minder lijkt van aan te trekken, languit te slapen. Minutenlang staat iedereen met open mond de schitterende gevel te bewonderen. Nog veel mooier dan op de foto’s’ en vooral nog grootser. De schitterend gebeeldhouwde ornamenten zijn wel doorheen de jaren grotendeels  weggeërodeerd, maar je krijgt toch een goede Jordanie 17indruk hoe rijk en pralerig dit ooit moet geweest zijn. Door de immense ingangsdeur gaan we tussen de hoge zuilen de donkere kamer binnen en zien er voor het eerst de prachtige natuurlijke kleurschakeringen van de rotsmuren: rood, roest en zwart in grillig golvende lagen. Zo zullen we er in de loop van de dag, zowel binnen als buiten, nog talloze zien. Dit is trouwens mede het unieke van Petra. Hier is op een ongelooflijke wijze de schoonheid van de natuur benut en geïntegreerd in de bouwkunst. 

Bij het buitenkomen kopen we bij een jongetje gekleurde stenen die waarschijnlijk buiten de begane paden zo maar voor het rapen liggen. Het is een clever, ietwat ondeugend kereltje met een duidelijk gevoel voor humor. Hij spreekt behoorlijk – alleen de nodige zinnetjes – Engels, Duits, Frans… naargelang de noodzaak. Fier poseert hij voor de camera en ik koop drie stenen voor één dinar. Aan een kraampje even verder dingen we af op de prijs van een onyx-ei en betalen er uiteindelijk twee dinar (130 frank) voor. Nu wandelen we de uitgestrekte site in en komen langs de ene gebeeldhouwde gevel na de andere. Sommige zijn bijna helemaal weggesleten en nog nauwelijks te zien. In andere rotswanden zijn eenvoudige woningen uitgehouwen met enkel een donker gat als ingang. De zon brandt en de paden zijn stoffig en oneffen. Hier en daar staan grote oleanders weelderig te bloeien en overal crossen jongetjes op hun ezeltjes rond. Vooral in het Romeins Theater, waarvan de zitplaatsen in onregelmatige rijen uit de rots zijn gekapt, is de hitte verschroeiend.

klik hier voor het vervolg

08:00 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: petra, jordanie |  Facebook | |

De commentaren zijn gesloten.