30-08-10

Parc National des Cévennes

banner ZFrankrijk.jpg
Woensdag 2 juni 2010

Geen zon deze morgen maar zware bewolking. We trekken onze dikke pull aan maar kleden ons toch in verschillende laagjes voor mocht het toch warm worden. Vandaag gaan we een stukje van de Cévennes verkennen en aan de bewolking te zien, doen we er het best aan van naar het oosten te trekken want de meest dreigende wolken hangen in het westen. We volgen de D66 naar Palhère en klimmen door de bossen naar de Mas de la Barque, een skistation op 1.400 meter hoogte. We zitten in het Parc National des Cévennes. De weg ligt nat en de bomen druipen nog na. Hier heeft het blijkbaar pas geregend. Opnieuw zijn we verrast door de grote diversiteit aan Cévennes 1.jpgbloemen overal. De Mas de la Barque is veel meer dan een mas, er staan niet minder dan 18 gîtes op een uitgestrekt terrein op de hoogvlakte. Rondom liggen pieken van 1.600 meter. Hier en daar is zelfs een klein plekje sneeuw te zien. Nu in de zomer komen er wandelaars en mountainbikers en ik kan me voorstellen dat dit voor hen een ideale plek is om in alle rust, ver van de bewoonde wereld hun sport te beoefenen. De weg loopt verder langs uitgestrekte hoogvlakten met sparren en bosschages van lage beuken. Hier bloeien opvallend veel minder bloemen. Op de Belvédère du Pré de la Dame (1.450 m) en de Belvédère des Bouzèdes (1.320 m)  hebben we telkens een prachtig zicht over de bergen en vlakten van de Cévennes. Het weer is intussen opgeklaard en we trekken ons eerste laagje uit. Als we beneden komen in Génolhac is het zelfs ronduit warm geworden. De zon staat hoog aan de hemel en we moeten nu uitmaken of we verder oost- dan wel westwaarts trekken. We beslissen eerst nog een stukje naar het oosten te rijden tot in Le Pont-Montvert en daarna het westen op te zoeken. Daarvoor moeten we over de Col de la Croix de Berthel (1.088 meter). Het is inmiddels Cévennes 2.jpgal ruim over de middag en we zoeken iets te eten. In deze verlaten streek zal dat niet meevallen, denken we, maar in het kleine gehuchtje Les Bastides vinden we de Auberge des Bastides, een kleine en eenvoudige auberge zoals we hoopten er een te vinden, want in dit soort restaurantjes vind je vaak nog de authentieke Franse keuken. En dat blijkt ook hier het geval. Het is druk in het kleine restaurant, meer een herberg met toog en zwart-witte tegelvloer. Er wordt luidruchtig gebabbeld en de zaal hangt vol sigarettenrook. De vriendelijke dienster stelt ons daarom voor om in de zaal ernaast te gaan zitten, waar normaal waarschijnlijk de feestmaaltijden plaats hebben. We zitten er helemaal alleen buiten het gewoel en het is er vrij gezellig. De menukaart biedt inderdaad alleen maar streekgerechten: na een assiette de charcuteries (heerlijk!) neem ik een confit de canard en Christiane de tête de veau sauce Gribiche.  Ook de kazen achteraf zijn echt ambachtelijk en precies op smaak. Dit is de simpele en oh zo eerlijke Franse keuken van weleer en die vind je tegenwoordig niet meer zo gemakkelijk. We drinken er een karafje rode landwijn bij en we betalen slechts 33 Euro voor ons tweeën, dessert en koffie inbegrepen. Onze dag kan al niet meer stuk!

Na het eten rijden we door naar Le Pont-Montvert waar we even een kleine wandeling maken. Hier zijn we dicht bij de oorsprong van de Tarn die in een grote bocht door het stadje loopt. Er zijn twee mooie bruggen en enkele Cévennes 3.jpgmooie oude huizen maar voor de rest is er weinig te beleven. De terugweg is prachtig. We rijden zeer hoog en bijna constant door de bossen. In de dennenbomen hangen overal grote bollen, die ons intrigeren. We proberen ze met het fototoestel bij te zoomen, maar worden er niet wijzer door. Het lijken wel vogelnesten, maar dat zijn het niet. Ik vermoed dat het grote cocons zijn van rupsen. Als we terug beneden zijn in Génolhac is het bijwijlen zeer warm: als de zon er door komt is het 27°, maar hoger in de bergen zonder zon is het amper 18°. Nu willen we toch ook nog wat westwaarts gaan verkennen en via een shortcut langs een mooi baantje met haarspeldbochten en langs een riviertje met scherpe leisteenrotsen, bereiken we Bessèges, het enige stadje waarvan de naam ons bekend voorkomt. Dat valt echter dik tegen: het is een triest stadje, eigenlijk niet veel meer dan een lange straat. Op een moeizaam gevonden terras, lekker in de warme zon, lessen we onze dorst met... een heerlijke Belgische Leffe. Toch is er opnieuw meer en meer bewolking komen opzetten. Om 17 uur vatten we het laatste deel van onze tocht aan. Via de D51 rijden we terug naar Villefort en even na 18 uur zijn we terug in ons hotel in La Garde-Guérin. We hebben vandaag 166 kilometer gereden. We maken nog een wandelingetje in het dorp, maar de kou jaagt ons al gauw weer binnen. In het restaurant heeft men de haard aangestoken en dat zorgt niet alleen voor een gezellige warmte, maar jammer genoeg ook voor rookhinder, waar vooral C last heeft.

klik hier voor het vervolg

08:00 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: frankrijk, cévennes |  Facebook | |

De commentaren zijn gesloten.