24-09-10

De eerste watervallen

banner Noorwegen.jpg

 

Dinsdag 8 juli 1997

 

Vandaag wordt het een prachtige rit door het hooggebergte en langs de eerste echte fjorden. Ik zie vooral uit naar de onstuimige Låtefoss, die in de film van een collega op mij een grote indruk heeft gemaakt. Hoogtepunt wordt nochtans de Haukelifjell: de hoogvlakte tussen Haukeligrend en Odda. We rijden op een hoogvlakte met gedeeltelijk bevroren en besneeuwde meren en omgeven door besneeuwde toppen. Vooral aan de Haukeli-tunnel is het landschap prachtig! Het is helder weer en we volgen de raad van onze Lannoo gids : we nemen de weg naast de tunnel. Hier slingert een smal baantje zich tussen bergen en meertjes doorheen sneeuwmuren van een paar meter hoog. Hier en daar klatert een watervalletje naar beneden. Rond de middag bereiken we de Låtefoss (Foss is Noors voor waterval). Het is inderdaad indrukwekkend. Met een oorverdovend gedruis en met veel opstuivende mist, storten twee woeste bergrivieren zich naast elkaar naar beneden. Ze stromen onder een schilderachtige brug, onder de weg door. Daar verenigen ze zich tot één rivier, die daarna - iets rustiger - verder haar weg zoekt. We houden ter plekke  voor het eerst een pick-nick. De onderweg gekochte broodjes, kaas en worst zijn vers en smaken lekker. Er staat wel geen tafel met banken, maar ik overwin toch mijn aangeboren afkeer voor pick-nicken. De volgende dagen zal dat trouwens nog beter lukken en, op een paar uitzonderingen na, zullen we elke middag met veel plezier een pick-nicktafel opzoeken. De talloze tafels en banken op de mooiste en meest schilderachtige plekjes, bieden daar trouwens ruimschoots de gelegenheid voor.

 

In de namiddag rijden we langs de Sørfjord en door een streek waar heel veel fruit wordt gekweekt. In de omgeving van Lofthus staat bijna aan elk huis een tafeltje met parasol, waar “moreller” te koop worden aangeboden. Aan één ervan stoppen we : er is niemand te zien, maar er staat wel een glazen potje, waarin je vriendelijk verzocht wordt 25 kronen te deponeren en dan mag je een bakje heerlijke kersen meenemen. We zijn al rond 15 uur aan ons hotel in Kinsarvik. Dus nog tijd voor een uitstap! We kiezen voor de Vøringfoss. Het is een rit van toch wel  90 kilometer, maar het is de moeite waard. De Vøringfoss is de hoogste waterval van Noorwegen: 182 meter in vrije val. Net zoals op de postkaarten siert een regenboog het neerstortende water. Wanneer we de parking willen verlaten, vraagt een Duits echtpaar of we ze een lift willen geven naar beneden. Ze staan op een camping in Eidsdal en zijn met de autobus naar boven gekomen. Nu zouden ze nog anderhalf uur moeten wachten op een bus terug. We nemen ze met plezier mee en onderweg vertellen ze ons hoe mooi Nooorwegen wel is. Ze wijzen ons op twee Noorse lekkernijen, die we zeker moeten proeven: de chocoladebruine geitekaas en... walvis! Als we de kans krijgen, zullen we ze zeker niet laten voorbijgaan! Ze vertellen ons ook dat zij hier al 3 weken zijn en nog niets dan mooi weer gehad hebben! Dat verontrust mij een beetje, want zo’n lange periode zon is in Noorwegen al zeer uitzonderlijk. Dus hoe lang kan dit nog duren?

 

In Eidfjord ligt midden in de fjord een groot wit cruiseschip gemeerd. Voortdurend brengen twee motorjachten met keurig uitgedoste (Japanse) matrozen, de passagiers van en naar de wal. Wanneer het schip later vertrekt, zien we dat de twee jachten simpelweg aan boord zijn gehesen en de verdere reis worden meegenomen. Van comfort gesproken! Terug in Kinsarvik slenteren we nog wat rond op zoek naar een mooi, typisch souvenir. Niets anders te vinden dan de traditionele kitsch, tenzij misschien de “Hardanger”-handwerkjes of de werkelijk mooie truien met Noorse motieven. We vinden niet echt iets naar onze zin en kopen alleen postkaartjes voor het thuisfront. De prijs doet ons echter wel eventjes schrikken: 50 frank per stuk! In het hotel genieten we ‘s avonds van een schitterend buffet. Wij doen ons vooral te goed aan de diverse bereidingen van zalm en de lekkere grote Noorse garnalen. Blijkbaar zijn er toch wel nog Belgen in dit land op reis! Op de parking van ons hotel staan 3 wagens met Belgische nummerplaat en bij onze avondwandeling worden we ook door een landgenoot aangesproken. Onderweg hebben we er echter niet één gezien!

 

klik hier voor het vervolg 

De commentaren zijn gesloten.