20-01-10

Griekse tempels en mozzarella di bufala

banner Napels
Donderdag 20 juli 2000

Vandaag staat Paestum op het programma. Het is een hele trip, zo’n 80 km verder zuidwaarts. We besluiten niet de kustweg te nemen wegens de kronkelende baantjes en het drukke verkeer en we opteren voor de A3-autosnelweg richting Salerno. Daarvoor moeten we eerst door de bergen langs een rustige en mooie weg. Die is echter al even kronkelend en we doen bijna een uur over de eerste 27 kilometer! Daarna hebben we autostrade tot Salerno en vervolgens een tamelijk drukke secundaire baan.  Er is onderweg niets te zien: een streek met veel tuinbouw (tomaten) en mozzarella kaasmakerijen. Voor de rest is het vuil, onverzorgd en armtierig. Mensen gooien allerlei afval zomaar langs de weg: bouwafval, frigo’s, matrassen en overal ligt papier. We zien ook veel auto’s langs de weg met koopwaar, vooral fruit, watermeloenen en dergelijke maar ook schoenen en zelfs één met telefoontoestellen en gsm’s.  

Na twee uren zijn we in Paestum. Het weer is prachtig en de zon brandt. Mijn voet houdt zich heel goed en ik pikkel zonder veel moeite de ganse site af. Er staan drie indrukwekkende Griekse tempels waarvan de grootste twee jammer genoeg in de steigers staan voor restauratie. De Tempel van Ceres gelukkig niet zodat we tenminste toch nog één exemplaar in zijn volle grootsheid kunnen bewonderen. Napels 31Eigenlijk is dit voldoende om er toch een indruk van te krijgen. Er is een groot verschil met wat je op foto’s ziet. Als je zelf aan de voet van de enorme zuilen staat, ervaar je pas de kolossale omvang ervan. De rest van de site is echter minder indrukwekkend, zeker na Pompeï. Daarna brengen we een bezoek aan het Nationaal Museum, een mooi modern gebouw dat prachtige Romeinse en Griekse kunstwerken herbergt. Absoluut de moeite waard! Het is twee uur als we er buiten komen en we gaan eten in de tuin van een restaurantje aan de basiliek. Hier is het zalig zitten ook al maken de plaatselijke heren, jong én oud, er nogal wat lawaai met hun gebabbel en gelach. We eten er een immense portie caprese: tomaten uit de streek en mozzarella di bufala, zoals we hem nog nergens gegeten hebben. Daarbij een karafje witte wijn en de dag kan weeral niet meer stuk. Het smaakt heerlijk! 

Voor we de terugreis aanvatten kopen we nog twee terracotta beeldjes aan 2.000 lire per stuk, amper 40 frank. Ze zijn natuurlijk waardeloze kitsch, maar we vinden ze toch een mooi souvenir. Ik moet er ook een extra videocassette kopen, want ik heb mijn vier cassettes al bijna vol. We rijden terug langs de drukke kustweg. We zien talrijke campings, winkeltjes en strandjes maar ook hier is alles nogal vuil en armtierig. De Italianen rijden hier als gekken. Het eigenaardige is dat ze steeds voor alles alle tijd van de wereld schijnen te hebben, maar van zodra ze in hun auto stappen of op hun scooter kruipen, zijn ze plots heel erg gehaast. Dat laten ze merken door zo dicht mogelijk tegen uw achterbumper te rijden en van zodra ze een gaatje zien –ook al is er Napels 32geen- voorbij te steken.  Ze zijn wel zo vriendelijk eerst eens te claxonneren. Machogedrag! Na Salerno volgen we opnieuw de Costa Amalfitana en het verkeer gaat veel vlotter dan gisteren. Om kwart voor zes zijn we dan ook terug in Ravello. ’s Avonds eten we in de Villa Maria. Klasse! Eigenlijk is het te koud en te winderig om op het terras te zitten, maar het is er zo mooi en het uitzicht zo prachtig dat we het toch maar doen. We bellen Hendrik op die momenteel op vakantie is op Corsica. Het is er zeer mooi en warm, zegt hij. Ik betwijfel dat het daar beter is dan hier.  Maar hij zal momenteel wel van het tegenovergestelde overtuigd zijn denk ik. Zo moet het ook!

klik hier voor het vervolg

08:01 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: italie, ravello, paestum, campania |  Facebook | |

18-01-10

Zuid-Italiaanse gezondheidszorg

banner Napels
Woensdag 19 juli 2000

Onmiddellijk na het ontbijt vertrekken we naar Cava de’ Tirreni naar het plaatselijke Ospedale. Dit is de dichtstbijgelegen plaats waar een röntgenapparaat staat.  Het ligt zo’n 30 kilometer van Ravello verwijderd, meer zuidwaarts. En dat we diep in het zuiden van Italië zitten, zullen we algauw geweten hebben. Wanneer we in de buurt van het hospitaal willen parkeren, komt –zoals we dat inmiddels gewoon zijn– een jonge parkeerwachter op ons toe, een boekje parkeertickets in de hand. Hij vraagt 2.000 lire.  Ik bemerk echter een verkeersbord dat aangeeft dat je hier niet mag parkeren en wanneer ik de jongen daar op wijs, zegt hij: “Maak u geen zorgen, ik houd de politie wel in de gaten”. Ik vertrouw hem niet en kijk zijn boekje “parkeertickets” na. Het zijn gewone blanco papiertjes… Het hospitaal is een soort volkskliniek in een oud gebouwencomplex dat een eerder vervallen indruk maakt en meer weg heeft van een fabrieksgebouw dan van een kliniek. Ook aan de binnenkant. Er wordt met enige moeite iemand gevonden die meer dan alleen maar Italiaans verstaat en met enkele woorden Engels en Frans krijg ik te verstaan dat de vierde teen van mijn rechtervoet inderdaad gebroken is. Ik kan ze duidelijk maken dat ik geen groot verband wil want dat ik nog in mijn schoenen moet kunnen om met de auto te rijden. Ik krijg een kleiner en soepel verband en de pijn is meteen al wat minder. Ik ben al heel blij dat ik nog verder kan en niet voor de rest van de reis geïmmobiliseerd word. Het verband moet er één maand aanblijven en in die tijd mag ik niet douchen… Alles samen duurt het in de kliniek niet meer dan een uur. Het voordeel van deze droeve kliniek is dat de dienst volledig gratis is. Ik moet alleen 10.000 lire (een 200 frank) betalen voor een copie van de röntgenfoto die ik persé naar huis wil meenemen. Je weet maar nooit of er niet nog complicaties bij komen. 

We zetten onze vakantie verder en bezoeken Vietri sul Mare, het dorp van de keramiek. Het ene winkeltje naast het andere waarvan Napels 29sommige de voorgevel volledig bekleed hebben met kleurrijke keramiektegeltjes. Er zijn mooie stukken bij, maar alles is nogal grof van tekening in een overdadige stijl.  We kopen dus niets, ook al omdat we vrezen dat onze bagage nu al overvol zal zitten.  We zakken de kust opnieuw af richting Amalfi en het eerste dorpje waar we halt houden is Cetara. Het is intussen etenstijd geworden. Napels 30Met wat geluk vinden we nog een plaatsje op de overvolle parking en we gaan op zoek naar een restaurant. Cetara is een zeer schilderachtig dorpje met een lieflijk strand, oude huizen, een burcht hoog op de rotsen en een kerk met een kleurrijke koepel in keramiek. Op een binnenpleintje vinden we een gezellig terrasje waar we een simpele antipasto nemen: misto di mare. Eens te meer om de ogen dicht te doen en te genieten… 

Rijden langs de Amalfitaanse kust is geen sinecure: smalle wegen, voortdurend kronkelend langs hoge, steile rotswanden en zeer druk verkeer.  Geen wonder dat je hier zo veel geblutste en gekraste carrosserieën ziet. Het grootste probleem is echter parkeren. Overal langs de weg, en zeker van zodra je een dorpje nadert, staat het vol. In het centrum heb je dan wel een officiële parking maar daar betaal je gemakkelijk 3.000 lire per uur. De volgende stop is Erchie.  Er is niet veel te zien en al gauw zijn we weer op weg richting Minori. We moeten tanken en kijken uit naar een benzinestation. Die zijn hier tamelijk schaars, maar in Minori is er eentje “aperto”, open. Ik schroef de dop los en wacht op de pompbediende, maar er komt niemand opdagen. Het is twintig over drie. Ik stap de bijhorende bar binnen en krijg als antwoord: “è chiuso”: gesloten. Wanneer ik op het bordje wijs waarop in grote letters staat “aperto” krijg ik als antwoord: “Normaal gaat het open tussen drie en halfdrie. Je kan beter tot in Maiori rijden, daar is ook een benzinestation.” Dat zal dan wel de Italian way of business zijn zeker? 

Rond vijf uur zijn we terug in het hotel en installeren ons op ons terras om wat te lezen, mijn dagboek in te vullen en intussen te genieten van het prachtige uitzicht. Vóór het eten gaan we nog wat videobeelden maken in Ravello en voor het dinner nemen we plaats op het terras van restaurant Garden, vlak naast de Villa Rufolo. We hopen van hieruit iets op te vangen van het concert in het kader van het Festival Musicale di Ravello dat vanavond plaats heeft in de tuinen van de Villa Rufolo. Er is een optreden van de pianist Jens Barnieck.  Het Festival van Ravello is zeer vermaard en vooral toegespitst op Richard Wagner, die zich door de tuinen van de villa liet inspireren voor zijn Parsifal.  Slechts af en toe vangen we enkele klanken op van het concert. Na het eten zakken we nog even af naar de Piazza Duomo af om het publiek te zien buiten komen.  Er zijn enkele ‘beau-monde”–figuren bij, maar over het algemeen is het vrij rustig en lijkt er weinig volk te zijn. Misschien zitten ze wel op de receptie in de villa?

klik hier voor het vervolg

08:00 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: italie, ravello, campania |  Facebook | |