22-04-10

In de sporen van de Kruisvaarders en van Mozes

banner jordanie
Vrijdag 19 mei 2000 (1)

Het is al vrijdag en het einde van de reis komt dichtbij. Vooraleer we morgen een ‘rustdag’ hebben aan de Dode Zee, staan nu nog een flink stuk cultuur en een vrij lange rit op het programma. Aan het ontbijt treffen we een glunderende Wendy die nog nageniet van een mooie avond. Haar Jordaniër heeft beloofd dat hij haar morgenavond komt bezoeken aan de Dode Zee. Anderzijds drukt ze zich nogal laagdunkend over hem uit. Geen touw aan vast te knopen, maar ze vindt zichzelf wel héél interessant. Om acht uur rijden we de autoweg op en vertrekken noordwaarts met als eerste bestemming Kerak. Onderweg begint Victor het verhaal van de kruisvaarders, maar hij houdt als snel weer op. “Non, je ne vous raconterai pas. Vous n’êtes pas du tout intéressés dans l’histoire puisqu’il y en a qui sont en train de bavarder„ zegt hij op een arrogante manier en koppig doet hij er het stilzwijgen toe. Françoise slaagt er in hem te sussen, maar hij kan nog nauwelijks Jordanie 21op sympathie rekenen in de groep. Uiteindelijk leren we dan toch over de hooggelegen burcht van Kerak, waar Renaud de Châtillon zich een jaar lang met honderd man verschanste tot zijn watervoorraad was uitgeput en hij zich gewonnen moest geven. Hij werd eigenhandig onthoofd door Saladin, de moslim legeraanvoerder die voorheen de kruisvaarders had verslagen. Eigenlijk verdiende deze Châtillon zijn lot want hij was gekend als een wreed en sadistisch heerser die er niet voor terugschrok om pelgrims, die weigerden tolgeld te betalen, een gruwelijke dood te laten sterven door hen van de hoge slotmuren naar beneden te gooien. Opdat ze niet te snel het bewustzijn zouden verliezen, liet hij een houten kist rond hun hoofd bevestigen. 

De burcht werd in de 12de eeuw gebouwd en was een belangrijke vesting voor de kruisvaarders bij de belegeringen van Jeruzalem. Ze ligt op een 950 meter hoge heuvel en is nu een ruïne. Vooral de onderaardse gangen en kamers zijn indrukwekkend. De vernuftige manier waarop het licht via kleine openingen wordt binnengelaten is zelfs sensationeel. Onze Victor is de hele dag opgejaagd. Overal blijven we veel te kort: “Vous avez dix minutes„. Hij kan niet snel genoeg aan de Dode Zee zijn, want dan zit zijn job er op. Bij het middagmaal in een stijlvol restaurant in de buurt van Kerak, vertelt een chauffeur van een andere bus dat we niet langs de Koningsroute Jordanie 24kunnen omdat neergestorte rotsblokken de weg versperren. Een andere chauffeur spreekt hem tegen en zegt dat het weliswaar moeilijk is maar toch kan. Zijn Nederlandse passagiers zijn ongelooflijk enthousiast over het unieke panorama dat we zeker niet mogen missen. Na enig aandringen  beslist Abdul, onze chauffeur, het er toch op te wagen, wat Victor helemaal niet blijkt te appreciëren. Sommigen in de groep zijn er niet gerust in, maar ten onrechte. Als we aan de grondverschuiving aankomen, heeft een bulldozer de klus reeds grotendeels geklaard en na een kort oponthoud kunnen we zonder veel gevaar verder. We rijden langs de 400 meter diepe en 4 km brede canyon van de Wadi Mujib die doet denken aan landschappen die we in Amerika hebben gezien. Het landschap is groots maar eentonig grijs-beige. De weg kronkelt zich langs vele haarspeldbochten eerst de vallei in en daarna weer uit. Abdul heeft er weinig moeite mee en loodst er ons veilig doorheen. 

We komen in Madaba. Hier bezoeken wij het Grieks orthodoxe St. Georgekerkje, waar de groepen maar een voor een binnen mogen en welgeteld tien minuten krijgen om de beroemde mozaïekvloer te bewonderen. Hij dateert uit de 6de eeuw  en stelt een landkaart voor van het Jordanie 22toenmalige Palestina. Voor mij is het een beetje een ontgoocheling. Tot nu toe waren de bezienswaardigheden in werkelijkheid veel indrukwekkender dan op foto, maar hier is het tegenovergestelde waar. De Berg Nebo ligt maar enkele kilometers verder en is onze volgende halte. Hier heb je een mooi uitzicht op de Jordaanvallei, al is vandaag het uitzicht eerder beperkt door de nevel. Hier zou ook de rots te zien zijn waaruit Mozes water deed ontspruiten, maar volgens andere bronnen bevindt die zich bij Petra. Volgens de bijbel toonde hier God het Beloofde Land aan Mozes. Een grote smeedijzeren staf, waarrond zich een slang kronkelt, is ter herinnering als monument boven op de berg opgericht. Voor enkele weken, in maart, was de paus hier op bezoek en verklaarde deze plaats tot een officiële pelgrimage voor katholieken. Als aandenken heeft hij er een boompje geplant. We brengen een bezoek aan de ruïnes van Siyagha. Volgens sommige Jordanie 23bronnen bevindt zich hier Mozes’ laatste rustplaats. Omwille van de werkelijk schitterende mozaïeken, heeft men er een kapel boven gebouwd. We luisteren geduldig naar Victor, die op een duidelijk verveelde en meer en meer monotone toon uitleg geeft. Daarna krijgen we opnieuw amper tien minuten om alle prachtige kunstschatten en mozaïeken te bewonderen en te filmen. Het is duidelijk dat Victor niet snel genoeg aan de Dode Zee kan zijn.

klik hier voor het vervolg

08:01 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jordanie, kerak, madaba, koningsroute, berg nebo, siyagha |  Facebook | |

20-04-10

Een stevige klim

banner jordanie
Donderdag 18 mei 2000 (2)

Als voorsmaakje op de grote klim van deze namiddag doen we de 107 trappen naar de Koningsgraven. Als je even omkijkt zie je in de diepe vallei pas echt hoe groots en wijds het hier is; de mensen zijn maar kleine stipjes. Onderweg zit een oude man te spelen op een soort koperen strijkinstrument. Jordanie 19Af en toe zingt hij op een klaagtoon met een rauwe keelklank. Boven gaan we één van de grafkamers binnen en treffen er wellicht een van de mooist gekleurde wanden. De kamer heeft zo’n akoestiek dat elk gesprek luid weergalmt. Onze gids – eigenlijk is het opnieuw de neef, want Victor is beneden gebleven – wil dat we in groep een Belgisch liedje zingen. Het wordt “Frère Jacques” in het Frans. Zo blijkt nog maar eens hoe pover het gesteld is met onze zangcultuur. Wanneer we terug afdalen naar het dal zitten overal vrouwen, met soms heel kleine kinderen, op een rotsblok hun waren te verkopen. Heel schilderachtig, maar wat ze te verkopen hebben kan ons niet bekoren. Op de middag bereiken we een nieuwbouw midden in de Petra-site. Het is een restaurant met groot terras en zelfs een heuse barbecue. Jammer genoeg is voor ons een tafel binnen gereserveerd. Het is er overvol en warm en het eten is niet veel zaaks. Hier ligt het begin van onze wandeling naar het hoog in de bergen gelegen Ed Deir, ook het Monasterium genoemd. Het is een fameuze klimpartij waarbij in totaal meer dan zevenhonderd trappen moeten overwonnen worden. Niet iedereen van de groep gaat mee, maar wij willen ons niet laten kennen! En gelukkig maar, want het loont de moeite. Het landschap is ronduit schitterend. Af en toe moeten we even opzij voor een ezeltje dat op onbegrijpelijke manier de berg op en af gaat zonder zijn poten te verzwikken. De schaarse toeristen die zich tot een ritje hebben laten verleiden, hebben er ongetwijfeld al lang spijt van. Het is eerst Jordanie 18en vooral moeilijk om in het zadel te blijven, maar het is vooral geen gezicht; de ezeltjes lijken veel te klein om de grote en dikke Europese of Amerikaanse toeristen te dragen. Toch hebben ze duidelijk veel minder moeite dan hun passagiers die zich hopeloos belachelijk voelen en het ook zijn. Een Amerikaan, die zich nauwelijks overeind weet te houden, roept in het voorbijrijden: “Never again! You better walk!„. Na veel zuchten en zweten en na ettelijke rustpauzes, komen we boven waar de rest van onze groep al is aangekomen. Zij zijn amper tien minuten voor ons boven gekomen en aangezien wij bijna tien minuten later zijn vertrokken, hebben zij er dus even lang over gedaan. Een frisse cola verjaagt al gauw de vermoeidheid. Toch hebben we geen zin om nóg wat hoger te gaan voor een nog beter zicht op de rotsgevel. Nadat we zijn uitgerust, snuffelen we nog wat rond in de tent met souvenirs en zien er mooie  zilveren doosjes. Vijftien dinar of bijna duizend frank. Afbieden dus! Ik wil er maar twaalf voor betalen en bied dus tien, maar de verkoopster reageert met een duidelijk “no!„. We laten het dus maar en gaan weg. Na tien minuten hebben we er al spijt van… De scheikundeprofessor loopt nerveus rond. Louise is nog een eindje verder gaan wandelen en is nog altijd niet terug. Of zou ze al naar beneden zijn? Ze hebben duidelijk slecht afgesproken en de professor wordt steeds nerveuzer. Uiteindelijk beslist zij een briefje achter te laten bij de souvenirshop. Jordanie 20Zinloos volgens mij want waarom zou Louise daar gaan kijken als ze terugkomt? Françoise wil met enkele anderen naar beneden vertrekken en vraagt ons of wij ons over een oudere dame willen ontfermen die ook al haar echtgenoot is kwijtgeraakt. Of beter gezegd: hij is háár kwijtgeraakt, want ze heeft gezien dat hij aan de afdaling is begonnen, wellicht in de waan dat zijn echtgenote al op weg was naar beneden. Ze heeft nog zijn naam geroepen, maar hij heeft het niet gehoord en is zonder haar vertrokken. De dame is ruim in de zestig en niet al te vast te been zodat ze bij elke moeilijkheid een steuntje nodig heeft. En dat blijkt niet overbodig want zonder mijn houvast was ze zeker al een tweetal keren uitgegleden en gevallen. De afdaling is nog mooier dan de beklimming omdat je nu voortdurend de diepe vallei vóór je ziet liggen en natuurlijk ook omdat het minder lastig is. Je kan beter rondkijken en genieten van de prachtige kleurschakeringen van de rotsen. Na een halfuurtje ontwaart onze beschermelinge haar echtgenoot; hij heeft van anderen gehoord dat zijn vrouw nog achter is en zit hier al een uur op een rots te wachten. Ze zijn ons beiden dankbaar voor onze hulp en terwijl we staan te praten komt zowaar ook Louise voorbij. Ze heeft uiteraard het briefje niet gezien en ze kijkt beteuterd als ze hoort dat haar vriendin zo ongerust was. Toch is ze opgelucht als ze verneemt dat haar vriendin nu naar beneden is. Zo is alles en iedereen uiteindelijk terecht. 

Wanneer we aan het restaurant terugkomen is het al heel stil geworden in Petra. Het is halfvijf en de meeste toeristen zitten terug in de autocars. We blijven met een koel drankje nog wat nagenieten op het terras en zien hoe een Arabier een ontsnapte kameel moet nazitten. We hebben nog een lange tocht voor de boeg naar de uitgang en de vermoeidheid begint zich toch te laten voelen. We hebben nu de Siq bijna voor ons alleen. Wat een verschil met deze morgen! We kunnen alles rustig bekijken en merken nu pas dat er aan weerszijden van de kloof een afwateringskanaal in de rotsen is uitgekapt. Die Nabateeërs waren in hun tijd toch wel vernuftig. We ontdekken ook een zo goed als vergane sculptuur van een man met een kameel, wat er waarschijnlijk op wijst dat ook de rotsen van de kloof oorspronkelijk versierd moeten geweest zijn. We zijn behoorlijk moe wanneer we om halfzes terug ‘thuis’ komen. Eerst wat op adem komen en een goede douche en dan een grote koele cocktail op het schitterende dakterras. Het is er winderig en tamelijk fris en we zitten er nagenoeg alleen. ’s Avonds aan tafel krijgen we nog een staaltje van Wendy’s onvolwassenheid. Ze heeft deze namiddag in Petra een Jordaniër leren kennen en is er smoorverliefd op geworden. En… het is wederzijds, want hij heeft beloofd haar vanavond mee uit te nemen. Hij is een neef (is iedereen in Jordanië dan familie van iedereen?) van de muzikant van gisteravond. Voor de zekerheid heeft Wendy gevraagd aan Roos om mee te gaan, maar als het zo ver is gaat ze toch alleen. Iedereen in de groep heeft er plezier in en is benieuwd hoe het afloopt. Na het eten blijkt weer niemand nog behoefte te hebben aan een drankje en deze keer zijn ook wij zó moe dat we om kwart voor negen al naar onze kamer trekken. We zullen goed slapen! 

klik hier voor het vervolg

 

08:00 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: petra, jordanie |  Facebook | |