18-12-08

Een ommetje langs de zandduinen van de Sahara

Dinsdag 25 mei 2004                                                           

Vandaag moeten we wat vroeger opstaan want we hebben Brahim gevraagd of hij een omweg wil maken langs de woestijn. De zandduinen van de Sahara staan niet op ons programma, maar ze liggen niet zo ver van onze route verwijderd. Na ruggespraak met Pampa Voyages krijgt hij de toestemming om het te doen zonder dat het ons extra wordt aangerekend. Een mooie geste, als je weet dat dit ommetje niet minder dan 2 uren en dus wellicht meer dan 100 kilometer zal duren. We hebben goed geslapen ondanks het feit dat we vannacht om 2.45 uur werden opgeschrikt door het gezang van een muezzin. We ontbijten in een tent in de binnentuin met lage tafeltjes en dito zetels. Een eerder karig, maar lekker ontbijt bestaande uit Frans brood, confituur, een schijfje cake en opnieuw een La-Vache-Qui-Rit-kaasje. De rit naar de woestijn is lang en loopt door een eentonige vlakke steenwoestijn. Het landschap vertoont veel gelijkenis met Jordanië. Ook de talrijke onafgewerkte huizen waarvan het gelijkvloers nochtans bewoond is, doet ons deze vergelijking maken. Brahim legt ons uit dat de aanzet tot een tweede verdieping een manier is om te laten merken dat men zich dit “kan permitteren”. In de dorpen Marokko 19

die we voorbijrijden valt het grote aantal schoolkinderen op dat te voet op weg is naar school, evenals de vele vrouwen in het zwart en helemaal gesluierd. Verschillenden hebben slechts één oog vrij en sommigen zelfs niet één. Net voorbij Erfoud doorkruisen we de mooie en uitgestrekte Palmeraie van Tafilalt, maar er is geen tijd om te stoppen. 

Tegen de middag komen in Merzouga de enorme zandduinen van Erg Chebbi in zicht. Ze strekken zich uit over 30 kilometer en zijn met hun
250 meter de hoogste van Zuid-Marokko. Marokko 20Via een onzichtbare piste doorkruist onze 4X4 de enorme zandvlakte en eens te meer bewijst Brahim een zeer ervaren chauffeur te zijn. Hier zouden we zelf nooit de weg vinden. We stoppen in een hotel-restaurant aan de voet van de duinen. Van hieruit vertrekken echte plezierritjes per 4X4 in en over de duinen en in de verte zien we ze inderdaad als kinderen in het mulle zand stoeien. Een zwarte in blauwe djellaba tracht ons te overhalen tot een tochtje, maar we hebben er niet de tijd voor. We kunnen enkel de duinen van op afstand bewonderen en zien hoe de kleur ervan constant verandert naargelang de wolken de zon meer of minder bedekken. Hier zien we de Sahara voor onze ogen zoals we ze ons altijd hebben voorgesteld: gele zandheuvels, blauwe hemel, dromedarissen, een nomadentent en hier en daar een ommuurde kasba. Ik ben heel blij dat we deze omweg hebben gemaakt, want dit is een totaal ander facet van Marokko waarvan we nu toch een heel klein beetje hebben kunnen proeven. Ik heb opnieuw een beetje spijt dat we niet gekozen hebben voor de tocht mét bivak in de woestijn. 
 

Op de terugweg houden we halt in Erfoud, hét centrum van de fossielen. We bezoeken een atelier waar de fossielen uit de ruwe rotsblokken worden geslepen en waar grote stukken marmer worden gepolijst die werkelijk een overvloed van oude fossielen bevatten. Hier kan je een groot marmeren tafelblad vol fossielen kopen voor 40.000 oude Belgische franken, transport naar België inbegrepen. Wij beperken ons tot een paar kleine stukjes als souvenir. Vandaag zullen we opnieuw laat lunchen, want het is al kwart na twee als we in Errachidia komen, waar we halt houden bij een hotel. Na het eten koop ik in de shop van het hotel een roestkleurige sjaal die Christiane wel mooi vindt, althans mooier dan elders. Ik kan amper afbieden van 90 naar 60 Dirham maar we vinden het toch een koopje. Als Brahim de sjaal ziet, onderzoekt hij hem kritisch en vraagt hoeveel we betaald hebben. “Veel te duur” zegt hij, “il ne vaut pas plus que 20 Dirham et puis... ça déteint!”.  Vanaf 15 uur regent het, of liever stortregent het. De rivieren zwellen en het roestbruine water stroomt hier en daar over de weg. Het is mistig en de zichtbaarheid is zeer beperkt. Zo krijgen we van de ongetwijfeld mooie Gorges du Ziz niet veel te zien. In een bocht ligt een grote vrachtwagen vol frisdrank omgekanteld in de berm. Het wordt een lange rit zonder onderbreking en we slaan zelfs de voorziene stop aan de “Source Bleue de Meski“ over. Het enige waar we deze namiddag van genieten is een zeer lekkere espresso bij een sanitaire stop aan een benzinestation. Om 18.15 uur en na een rit van 430 kilometer komen we aan in hotel “Kasbah Asmaa” in Midelt. Hier zijn we aan de poort van de Hoge Atlas en dat voel je aan de temperatuur. Marokko 21

Hier hebben we onze pull-over echt nodig want ik schat dat het hier nauwelijks meer is dan 10° Celsius. Het hotel is een zeer indrukwekkende ommuurde kasba. Ook wanneer je binnenkomt geraak je onder de indruk van het luxueus ogende interieur met een centrale fontein, een blauw en een rood restaurant en heel wat mooie lantaarns en ander antiek. De hemel blijft dreigend grijs tot zwart, maar wanneer de zon er even doorkomt, is het licht zo fel dat de hele omgeving hallucinant verlicht wordt. Een stortbui blijft dan ook niet uit, maar we blijven voorlopig wel gespaard van onweer. Na de regen moet op de binnenplaats een bediende het modderwater wegtrekken dat van de lemen muren is afgelopen. Onder het terras genieten we van een lekker sinaasappelsap en geraken in gesprek met een Franse toeriste uit Marseille. Samen met haar echtgenoot is ze hier net aangekomen met hun eigen 4X4 na een tocht door Spanje, de overtocht naar Tanger en door Noord-Marokko. Nu willen ze door het Atlasgebergte trekken langs de bergpistes die haar echtgenoot ieder jaar per moto doorkruist. Hij wil zijn vrouw eens laten zien hoe mooi het land wel is, maar het weer verontrust hen. Terecht denk ik, want met dit weer zijn de pistes waarschijnlijk voor enkele dagen onberijdbaar. Overigens hebben zij via de barometer die ze in hun auto hebben ingebouwd, gezien dat de weersvooruitzichten allesbehalve goed zijn. 

’s Avonds in het hotel krijgen we een zeer lekker diner voorgezet: salade mechouia (met gestoofde tomaat en paprika) en een heerlijk dampende tajine. Ik vind vooral het dessert bijzonder lekker in al zijn eenvoud: heerlijk zure en sappige schijfjes appelsien met wat kaneelpoeder over gestrooid. Marokko 22Het dinner wordt opgeluisterd door een Gnoua-zanger die zichzelf begeleidt op een oud en primitief snaarinstrument waarbij hij monotoon en klaaglijk zingt. De Gnoua-muziek stamt af van de zwarte slaven uit Mali en Ghana, die zichzelf met deze muziek in een soort trance zongen en dansten. Hij draagt de traditionele klederdracht en laat het trosje op zijn hoofddeksel voortdurend ronddraaien. Wij zijn nagenoeg de enige klanten in het grote restaurant dat rondom met rode pluche en kussens is versierd en in een echt oosterse sfeer baadt. De bediening is ongedwongen en zeer vriendelijk. Onze ober spreekt Frans, maar ook hij is bijzonder geïnteresseerd in talen. We moeten hem voortdurend vertellen hoe bepaalde woorden in het Engels of zelfs in het Nederlands klinken. Het is een sfeervolle avond en we genieten ervan.

 

09:00 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: marokko, sahara, merzouga, erfoud, midelt |  Facebook | |

17-12-08

Twaalf Euro om ons te laten fotograferen

Maandag 24 mei 2004

Als we opstaan, is er nog steeds geen elektriciteit. Dat hoeft ook niet want het is klaar en de zon schijnt volop. Toch moeten we ons wassen en scheren in een halfduister badkamertje. Daarenboven duurt het ruim 5 minuten voor er warm water uit de kraan komt. Het ontbijt is nóg soberder dan het diner van gisterenavond: enkele droge stukken brood, confituur en een La-Vache-qui-Rit-kaasje. We vertrekken al vóór negen uur met een blinkende jeep; Brahim heeft hem al mooi gewassen en dat was wel nodig na de deels stoffige en deels modderige tocht van de voorbije dagen. Hijzelf draagt vandaag zijn berberkleed niet.

Marokko 15c

We zijn onmiddellijk in de Dadèskloof en het landschap is ronduit sensationeel de rivier vindt haar weg tussen steile hoge rotswanden en van op de hoogten ontvouwt zich een indrukwekkend landschap met grillige rotsformaties die ons doen denken aan Canyonlands. Vooral “la Tortue du Dadès” – een rotsplateau in de vorm van een schildpad waarrond de rivier kronkelend meandert – zou evengoed in de natuurparken van de Verenigde Staten kunnen liggen. De weg is breed en goed bereidbaar maar hier en daar overspoeld door modder die door de regen van gisteren naar beneden is meegesleurd. Er is zo goed als geen verkeer. Op een parkeerplaats waar we stoppen voor het mooie panorama, hebben twee oude berbermannen hun koopwaar uitgestald: eenvoudige ambachtelijk gemaakte voorwerpen zoals je ze in alle winkeltjes aantreft, maar volgens Brahim ben je er hier tenminste zeker van dat ze echt zijn. Het zal wel waar zijn zeker? Ik zwicht voor een mooi oranjekleurig flesje in aardewerk met een lange sierlijke hals in metaal en dat dient om rozenwater te sprenkelen. De man vraagt er 400 Dirham (ongeveer 40 Euro) voor en ik betaal uiteindelijk 250 Dirham. Zoals altijd heb ik het gevoel toch nog veel te veel betaald te hebben, maar Brahim vindt dat ik een goede onderhandelaar ben. Ik hou er tóch geen goed gevoel aan over. 
 

We volgen de vallei tot in Msemco, waar normaal de piste begint. We moeten echter rechtsomkeer maken, want de piste is door de regenval onbruikbaar. Via een omweg langs Boumaine Dadès vangen we de lange rit aan naar Tinerhir of Tineghir (‘gh’ wordt immers uitgesproken als ‘r’). Bij het binnenrijden van de stad stoppen we bij een plaatselijke markt, die jammer genoeg op een einde loopt. Het is er toch nog behoorlijk druk. Je stapt binnen in een groot ommuurd terrein via een grote ingangspoort en je staat voor een intrigerend schouwspel van armzalige kraampjes, grote pakken en zakken, karren, één enkele vrachtwagen en vooral veel ezeltjes en mensen, hoofdzakelijk oude mannen. Naar het schijnt is in Marokko inkopen en vooral onderhandelen een mannenzaak. Er lopen echter ook heel wat gesluierde vrouwen. Het filmen verloopt voorzichtig en een beetje angstig, maar ik slaag er wel in enkele mooie tafereeltjes vast te leggen. We laten Tinerhir voorlopig links liggen en rijden een flink stuk verder door naar de Gorges du Todra. Dit is één van de grote toeristische trekpleisters en het is er dan ook aanzienlijk drukker dan wat we gewoon zijn.

Marokko 16
In de smalle kloof staan zelfs twee autocars het mooie zicht te belemmeren. De toeristen zijn hoofdzakelijk Fransen. Brahim noemt hen “les Zolalas” omdat ze voortdurend “Ohlala!” zeggen; de autocarreizigers noemt hij “le Tribu des Tamalos” omdat het meestal oude mensen zijn die je vaak hoort zeggen: “T’as mal au dos?”,J’ai mal aux jambes” of dergelijke. Midden in de kloof staat aan de overkant van de rivier (die Brahim niet zonder enige zin voor sensatie met de jeep oversteekt) een restaurant. Hier gebruiken we de lunch in een grote zaal die aangekleed is als een nomadentent: plafond en wanden zijn gedrapeerd met groen-rood gestreept doek met goudgele versieringen. Het heeft wel iets, ook al zitten we er alleen. De Franse toeristen zitten blijkbaar in een andere zaal, want de een na de ander moet even in “onze tent” komen binnenkijken. Het eten is zeer verzorgd en vooral zeer copieus en ondanks het late uur eten we ons buikje vol. Bij het vertrekken steekt Brahim met plezier nog eens de rivier over en doet het water extrahoog opspatten terwijl ik van op de andere oever film. Helaas zal later blijken dat de opname mislukt is: ik heb de camera af in plaats van aan gezet.
 

De Todrakloof is zeer mooi: hoge rotswanden omsluiten een grillig kronkelende rivier en hier en daar maakt een eenzame palmboom het plaatje compleet. We rijden er enkele kilometer in tot aan een eenzaam klein wit gebouwtje. Het is een ‘marabout’ die diende om zieken in afzondering te verzorgen zodat ze geen besmetting konden overzetten op anderen. Hier draaien we terug richting Tinerhir en na 10 kilometer bereiken we de Palmeraie van Tinerhir waar we door een jonge kerel worden opgewacht die ons in de palmentuin zal rondleiden.

Marokko 17
Dit is paradijselijk: grote dadel- en andere palmen, oleanders, granaatappel- en amandelbomen en frisgroene tuintjes waarin allerlei groenten en fruit wordt gekweekt. We zien prachtige bloemen en mooie kleurige vogels. Overal klatert het water in de rivier en in de talloze irrigatiekanaaltjes die de Palmeraie doorkruisen. En dit alles tegen een achtergrond van bergen en een helblauwe hemel. Af en toe kom je vriendelijke mensen tegen die in alle rust en sereniteit in hun moestuin aan het werken zijn. De hectische wereld is ver weg... dit  is zalig. Onze gids geeft uitleg bij alle planten en gewassen en als souvenir vlecht hij voor Christiane uit een palmblad een heus dromedarisje.  We blijven er in totaal een uur en we zouden er gerust nog veel langer kunnen blijven maar de tijd dringt. Het is halfzes als we ons hotel bereiken: Hotel Tomboctou in Tinerhir. Het is een eenvoudig hotel in een authentieke oude kasba. Via een smal toegangspoortje en een donkere gang kom je op een ruime binnentuin met zwembad en sta je voor de imposante gevel van het hoofdgebouw.  De inrichting is sober maar authentiek: lemen vloeren en muren in de typisch roodbruine kleur, echte antieke deuren met grendel en hangslot; eenvoudig aangepast meubilair. Alle kamers dragen de naam van een stad op de oude karavaanroute. Onze kamer noemt “Gao” naar een stad op ongeveer 400 kilometer van Timbouctou, nu in Mali gelegen.
 

Ondanks de dreigende onweerswolken besluit Brahim om nog eens naar het stadscentrum te rijden. Ik had onderweg al gevraagd welke muziek ik kon kopen voor mijn videofilm. Brahim zal mij helpen om in een cd-winkel de geschikte muziek uit te kiezen. Het stadje is zeer levendig en wij voelen opnieuw, terecht of ten onrechte, een beetje een dreigende sfeer. We volgen onze gids op de hielen uit schrik hier verloren te lopen of door een of andere onvriendelijke Arabier aangesproken te worden. Nochtans is niemand onvriendelijk  maar onveiligheid is een subjectief en niet te ontkennen gevoel.  In een piepklein ateliertje toont een man ons hoe hier de houten blaasbalgen worden vervaardigd waarvoor Tinerhir gekend blijkt te zijn. Het zijn onooglijke, ruw afgewerkte en in een blekkend rood geverfde tuigen van alle formaten. In het cd-winkeltje beluistert Brahim een tiental cd-tjes (meer hebben ze er niet...) en lijkt niet helemaal zijn zin te vinden. De muziek die we in de wagen onderweg voortdurend te horen kregen, en waarmee we intussen heel erg vertrouwd zijn, is er wél bij. Ik koop uiteindelijk twee cd’s aan 25 Dirham per stuk of 2,50 Euro. 

Bij het Marokko 18avondmaal in het hotel is de patron, een rondbuikige Zwitser met grote snor en dito bakkebaarden,  én het personeel druk in de weer met een fototoestel. Er worden foto’s gemaakt voor een nieuwe hotelbrochure. De man heeft het hotel recent overgenomen van een Spaans schrijver-dichter en wil duidelijk een nieuwe start nemen. De ober, de chef-kok, ja zelfs de klanten moeten één voor één poseren voor een aantal scènes uit het drukke leven in het hotel-restaurant.  Ook de patron zelf neemt plaats aan een tafeltje zodat het restaurant toch wat gevuld is en dus ook wij ontsnappen niet aan onze figurantenrol. Als beloning voor bewezen diensten besluit de patron onze fles wijn niet aan te rekenen. Drie dagen geleden vroeg men ons in Marrakech nog 100 Dirham om een foto te maken; we betaalden tegen onze zin 50 Dirham en vandaag incasseren we zelf 120 Dirham om gefotografeerd te worden. Voorwaar een straffe toer, vind ik.

09:00 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: marokko, dadeskloof, tinerhir, todra |  Facebook | |