16-12-08

Dwars door de zuidelijke oases

Zondag 23 mei 2004

Er staat een stralende zon aan een staalblauwe hemel als we opstaan. Brahim verschijnt op het appel in zijn berberkleren: Marokko 9een lang blauw kleed (gandora) met witte tekeningen geborduurd en een witte hoofddoek (sjasj) om zijn hoofd. Hij ziet er een hele andere uit, maar hij is zo mogelijk nog vriendelijker en nog beter gezind. Hij draagt deze kledij uit fierheid om zijn afkomst, maar ook omdat zijn moeder hem niet graag in westerse kledij ziet rondlopen. In ieder geval is het zeker ook behulpzaam gemakkelijker contacten te leggen met de lokale bevolking, zoals later zal blijken. Onze eerste stop volgt al snel: de Kasba Taourirt in Ouarzazate. Het is een zeer mooi bewaard gebleven grote kasba, eveneens door Unesco gerestaureerd. Een ander gedeelte is echter op historisch niet-verantwoorde manier gerestaureerd voor een film van Bernardo Bertolucci, maar wél mooi... Ook hier krijgen we een privé-rondleiding met deze keer een zeer goed geïnformeerde gids, die écht zijn best doet. We moeten hem dan ook een officiële fooi van 50 Dirham betalen. We worden door een labyrint van kamers geleid waarvan sommige met kleurrijk stucwerk zijn versierd en waar hier en daar doorheen vensters met fijn smeedwerk een prachtige doorkijk geven op de omgeving. Zeer opmerkelijk zijn de plafonds die bestaan uit een vlechtwerk van bamboe- en andere stokken die in verschillende kleuren zijn geschilderd. De gids wijst ons op “le téléphone arabe”. Het zijn gewoon gaten in de vloer waardoor de verschillende verdiepingen met elkaar in verbinding staan en waarlangs door handgeklap boodschappen werden doorgegeven. Op de binnenplaats en op de torens van de kasba hebben ook hier ooievaars hun nesten gebouwd. Ze komen hier overwinteren en hun jongen uitbroeden om in de zomer naar het Noorden terug te keren. 

We blijven nog de hele voormiddag in en om Ouarzazate rondtoeren. Het is immers de streek van Brahim. Onderweg vertel ik hem dat we eigenlijk een andere chauffeur hadden verwacht maar dat we heel gelukkig zijn hém te treffen. Hij heeft nooit van Setiki Brakiou gehoord, maar als ik hem de naam van Bostoen (een reisbureau in België) vernoem,  moet hij lachen en valt zijn frank: hij is tóch onze man! Zijn juiste naam is Stiti Brahim en wij hadden dus een beetje een verbastering ervan doorgekregen. Brahim is zijn voornaam en is berbers; in het Arabisch is het Ibrahim.

Marokko 10
We rijden om de stad heen en houden even halt aan de Kasba Tifoultoute, wat een zeer mooie foto oplevert, temeer omdat er een prachtige berber mét dromedaris bij heeft postgevat, die uiteraard door alle toeristen wordt gefotografeerd. Daarvoor staat hij er trouwens en... voor de 10 Dirham die elke foto hem oplevert. We rijden langs de Atlasfilmstudio’s waar hele paleizen in hout staan opgebouwd maar waar vooral reusachtige Egyptische beelden zijn achtergebleven van de opnames van Asterix en Obelisk. De studio’s zijn helaas niet te bezichtigen. Vervolgens brengt Brahim ons naar het Maison Saharienne. Marokko 11Blauwe berbermannen ontvangen ons met hete muntthee en leggen ons uit hoe de handel met de karavaannomaden in zijn werk ging en nog gaat: zij ruilen tapijten voor voeding, thee en andere levensnoodzakelijke producten. We leren dat er 5 soorten tapijten zijn met elk hun eigen kleuren en motieven die uiteraard stuk voor stuk een betekenis hebben. De tapijten hebben slechts aan één kant franjes. Dat is om het begin van het verhaal aan te duiden. Wij hebben geen tapijt nodig en kopen dus niets, ook niet van de mooie stukken ambachtswerk op de bovenverdieping. Ik voel me een beetje gegeneerd om de tijd die deze mensen aan ons besteed hebben, maar ze zullen dat wel gewoon zijn zeker? Volgende halte is een herborist of “Ancienne Pharmacie”. Hier leren we alles over kruiden, geneeskrachtige crèmes en drankjes, zalven, oliën, enz. Christiane neemt hier uiteraard haar kans waar om haar assortiment keukenkruiden aan te vullen: saffraanpoeder, ras-el-harmout, curry met citroen, 4-kruidenmengsel. 
 

Intussen is de hemel bewolkt als we door een groot stuk keienwoestijn richting Skoura rijden. Een keienwoestijn is een ‘reg’ en een zandwoestijn een ‘erg’. In Skoura rijden we door de Palmeraie en langs de mooie Kasba Amridil. Daarna volgt een piste van 52 kilometer in de bergen  die ons langs talloze kleine dorpjes brengt. Onderweg zien we veel spelende kinderen, mensen te voet en op ezeltjes. Zij komen van een marktje dat, wanneer wij er aan komen, pas ten einde blijkt te zijn. De verkopers zijn volop bezig hun Marokko 12ezels en een schaarse stokoude vrachtwagen te laden. Koopwaar is in grote doeken gewikkeld of in houten kratten die torenhoog op de vrachtwagen gestapeld worden of op de rug van de geduldige ezels. Langs de bergpaden trekken vooral oude mannen eenzaam met hun ezeltje terug naar hun dorp, soms tot 15 of 20 kilometer ver. Brahim koopt op de markt bij een oud vrouwtje een plat brood voor zijn picknick. Voor ons heeft hij in het hotel een lunchpakket meegekregen. Alles is ingepakt in kleine pakjes in aluminiumfolie: een kippenbout, gebakken lamsvlees, worst, kaas, tomaat, brood, een ei en zelfs een beetje peper en zout. Voor dessert is er een appel, een appelsien en een potje yoghurt. We stoppen in een droge rivierbedding en zoeken een geschikt rotsblok. Brahim zondert zich opnieuw af om ons niet te storen of om zelf wat privacy te hebben. Het duurt niet lang of hij heeft een horde kinderen rond zijn auto verzameld met wie hij uitbundig praat en lacht en... kwistig onze snoepen uitdeelt. 

Op de verdere tocht door het Atlasgebergte is het voortdurend genieten van het landschap, dat een onverwachte afwisseling biedt van groene valleien, dorre vlakten en bergen met ongekende kleurschakeringen waarin rood en lichtgroen de bovenhand hebben. In sommige bergflanken zijn holen uitgehouwen, waar nog steeds mensen in wonen. Bij één ervan stoppen we en Brahim kondigt onze komst aan door met een kei tegen de rots te kloppen. Er komt geen reactie, er is niemand thuis en we kunnen dus jammer genoeg niet even gaan kijken hoe primitief deze mensen hier leven. Af en toe ontmoeten we schaapskuddes die verschrikt links en rechts van de weg de heuvels invluchten. De herders komen steevast naar onze auto en Brahim laat nooit na een kort praatje te maken. Ook zij lusten trouwens wel een snoepje. Op een rotsblok, op een honderd meter van de weg zit een jonge vrouw met een baby. Als we stoppen, komt ze naderbij, voorafgegaan door twee vervaarlijk blaffende honden. Brahim houdt de beesten op een afstand door er stenen naar toe te gooien en van zodra ze zien dat hun bazin een praatje met ons slaat, gaan ze rustig liggen toekijken. De jonge vrouw draagt een prachtig glanzend bruin kleed met bloemen en een even mooie doek op het hoofd. Haar kledij zou bij ons niet misstaan op een chique feest.

Marokko 13Ze is alleen thuis achter gebleven terwijl haar familie naar een bruiloft is. Ze zit nu op uitkijk want ze denkt dat ze vandaag zullen terugkeren. Helemaal zeker is dat niet, want een huwelijksfeest kan één tot meerdere dagen duren. Ik schenk een miniatuurautootje dat ik thuis nog inderhaast had meegenomen aan het kleintje en we nemen afscheid. Zij keert terug naar haar uitkijkpost en even later zien we een hele familie op een lange rij te voet door de bergen trekken. De vrouw zal vanavond niet meer alleen zijn. Bij het volgende dorpje houden we halt aan een schooltje waar we een eerste pakketje van onze balpennen aan de onderwijzeres schenken. Ze is zeer blij en het meest nog omdat ze Brahim nog eens terug ziet. Hij kent haar omdat hij ooit met toeristen bij haar is blijven overnachten toen de weg door overstromingen versperd was. 

Tegen vier uur steekt er een wind op die hele wolken stof doet opwaaien en begint het te regenen. Het landschap wordt er echter alleen maar indrukwekkender door want het natte zand en rotsen geven meer dan ooit hun kleurschakeringen prijs. Sommige stukken doen me zelfs denken aan Artist Pallet in Death Valley. Zelfs Brahim toont zich onder de indruk. Ik film en fotografeer bijna onophoudelijk; in twee dagen heb ik al evenveel cassettes vol! Als we stoppen om een theetje te drinken in een simpel cafeetje (het is eigenlijk een kleine kasba mét binnentuin), zien we Brahim opnieuw met een klein emmertje water naar binnen trekken. Marokko 14Eerst denken we dat hij naar het toilet moet, maar later realiseren we ons dat het is voor zijn dagelijks gebed. Het emmertje is voor de rituele reiniging en niet voor wat we eerst dachten... We zijn nu op weg naar de Vallée du Dadès. Brahim vraagt ons waarom we onder elkaar het voortdurend hebben over Dadès? Hilariteit wanneer blijkt dat hij het heeft over “dat is...”, wat wij inderdaad ettelijke keren per dag blijken te zeggen. In de Vallée du Dadès komen we terug op de hoofdweg, maar die ligt er eigenlijk slechter bij dan sommige stukken van de bergpiste. Het is prachtig! De felrode rotsen hebben onwaarschijnlijk grillige vormen en dragen originele namen zoals bv ‘pattes de singe’. 

Het is zeven uur wanneer we ons hotel bereiken dat aan de ingang van de Dadéskloof ligt: de ‘Kasba de la Vallée’, een tamelijk groot hotel langs de rand van de weg, dat zich volgens mij ten onrechte de naam kasba toeeigent. Het doet meer aan een oud hotelletje in de Belgische Ardennen denken, alhoewel het interieur toch wel mooie Marokkaanse elementen bevat. De zon is inmiddels terug, maar het is ronduit koud en we zijn blij dat we ook een pull-over hebben meegebracht. Een goede warme douche kikkert ons op vóór we aan tafel gaan voor een eenvoudige, typische berbermaaltijd die bestaat uit een fletse soep, rijstsalade en couscous met kip. En natuurlijk geen wijn, enkel water; Niets bijzonders dus, maar in dit kader had eigenlijk niets anders gepast en we laten het ons smaken. Twee jonge Franse toeristen denken er anders over; zij laten bijna alles onaangeroerd. Brahim komt ons vertellen dat hij het traject voor morgen moet wijzigen omdat de piste door de regenval onbruikbaar is geworden. En er wordt voor morgen meer regen voorspeld. Tijdens het eten gaat de lichtsterkte voortdurend op en af. Hier moeten ze hun elektriciteit zelf maken en bij het verlaten van het restaurant worden we gewaarschuwd dat er na 22.30 uur zelfs helemaal geen elektriciteit meer zal zijn. Geen nood, want om halftien liggen we al onder de warme wol.

09:00 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (1) | Tags: marokko, ourzazate, dadesvallei, skoura |  Facebook | |

15-12-08

Via smalle en steile pistes door de Atlas

Zaterdag 22 mei 2004

We hebben allebei zeer goed geslapen en voelen ons volledig uitgerust en benieuwd wat de nieuwe dag ons zal brengen. We zien vooral nieuwsgierig uit naar de kennismaking met onze chauffeur met wie we uiteindelijk toch 6 dagen van heel dicht zullen moeten leven. Het is toch belangrijk dat dat een beetje klikt. Stel je maar eens voor... Mieke van D&D-reizen heeft ons beloofd haar best te doen opdat we een zeer goede gids zouden hebben, Marokko 5die zijzelf ooit heeft leren kennen en die ze fantastisch vond. Zijn naam was Stiti  Brakiou, maar ze kon ons niets verzekeren. We wachten af en duimen ervoor. Na een zeer uitgebreid en lekker ontbijt - dit hotel verrast ons dan toch nog in de goede zin – staan we al om kwart voor negen gepakt en gezakt klaar in de lobby en... hij is er al. Voor de deur staat een blinkende zwarte Mitsubishi Pajeero en een vriendelijk lachende chauffeur: dertiger, zwarte snor, aan de mollige kant. Hij stelt zich voor als Brahim. Het is dus toch niet gelukt om die fameuze supergids te hebben. Maar deze vinden we ook ok want bij onze eerste indruk voelen we aan dat dit zal klikken. 

Het is opnieuw bewolkt als we vertrekken, maar we zijn nog maar net buiten Marrakech als de zon er doorbreekt. Brahim vertelt onderweg dat hij Berber is en noemt ons “les Berbers du Nord”. Hij heeft veel ervaring met Vlaamse toeristen en verrast ons regelmatig met een woordje Nederlands. Hij is zeer leergierig naar onze taal en vertelt ons dat sommige Vlaamse woorden bijna hetzelfde zijn in het Berbers, zoals bv. “ja, aarde, eekhoorn”. Ik denk er het mijne van maar thuis vertelt Karien mij dat beide talen inderdaad in hun oorsprong gemeenschappelijke wortels hebben als Indogermaanse taal. Het weer wordt mooi. Achter de bergketens klimt de zon steeds hoger en de temperatuur is aangenaam. Brahim vraagt of wij akkoord gaan om de airco (waarvoor we extra bijbetaald hebben notabene...) uit te laten en de vensters open te laten. Wij stemmen in en de airco zal de hele verdere reis uit blijven.  

Eerst rijden we kilometers langs de stadsmuren van Marrakech en als we de stad achter ons hebben gelaten, wordt het landschap ronduit schitterend: alle kleuren van bergen en opvallend groene en vruchtbare valleien en vlakten. Overal staan palmen en olijf-, amandel-, vijgen- en granaatappelbomen maar we zien ook hele velden met rogge en tarwe. De tocht loopt over de Tizi-n-Tichka-pas (2260 meter hoogte) en is indrukwekkend. Langs de weg bieden kleine jongetjes overal rotsstenen te koop aan die in een fluorescerend groen zijn geverfd. Hiermee willen ze de indruk geven dat het echte mineralen zijn, maar de kleuren zijn net iets te fel om er in te trappen. Tegen de bergflanken zijn de dorpen nauwelijks te zien omdat de lage huizen opgetrokken zijn in blokken van gedroogde leem en stro die exact dezelfde roodbruine kleur hebben als de bodem. Aan de leem wordt trouwens ook zout toegevoegd zodat ze bij vorst in de wintertijd niet zouden kapotvriezen. Wanneer het regent daarentegen “smelten” de muren steeds een beetje af zodat er een modderstroom ontstaat en men verplicht is om ongeveer om de vijf jaar nieuwe leem te strijken. Marokko 6
Tegen de middag bereiken we de eerste bezienswaardigheid: de Kasba van Telouet. Zoals eerder gezegd is een kasba een versterkt huis, maar dit lijkt bijna een ksar of versterkte stad, althans de ruïnes daarvan. Rondom het centrale gebouw staan namelijk heel wat resten van huizen met binnenpleintjes en poorten en... bij nader toezien blijken die nog bewoond te zijn. Voor we de kasba bezoeken, brengt Brahim ons eerst naar een restaurantje. Het is zeer warm en we verkiezen buiten te eten, op het terras. Dat blijkt in Marokko het dak te zijn en in de volle zon. Gelukkig zijn we hier helemaal alleen en kunnen we met ons tafeltje tegen de muur kruipen zodat we toch in de schaduw blijven. Het is een zeer eenvoudig restaurantje en dat geldt ook voor het eten: een salade marocaine (crudités) en een vleesbrochette met... frieten!  We laten het ons smaken. Brahim is niet te bespeuren, hij zal gedurende de hele reis trouwens bijna altijd afzonderlijk eten.
 

Aan de kasba worden we opgewacht door een oude man die ons met behulp van een reuzengrote sleutel binnen laat. Hij is onze gids en samen met ons glipt nog een jong Mexicaans koppel mee naar binnen. Het gebouw is in slechte staat en nog slechts gedeeltelijk toegankelijk. Sommige kamers zijn echter nog goed bewaard en we bewonderen het prachtige stucwerk, de kleurrijke tegelmotieven tegen de muur,  het sierlijke smeedwerk van de erkers,  de ebbenhouten plafonds en de vloeren in carrara-marmer. De oude gids vertelt ons dat niet minder dan 300 man gedurende 3 jaar aan deze kasba gewerkt hebben. Ik denk dat ze dan toch wel vaker op hun gat gezeten hebben of langere periodes van collectief verlof hadden dan wij...Op de hoogste punten van de ruïnes hebben talloze ooievaars hun grote nesten gebouwd en staan er hun jongen te voeden of luid klepperend met hun snavel te discussiëren.

Na Telouet verlaten we de grote weg en volgen de oude karavaanroute dwars door de bergen en de vallei van de Ounila. De weg is ruw, loopt langs diepe ravijnen. Het Mexicaanse koppel is heel blij dat ze ons kunnen volgen want de piste is niet altijd makkelijk te herkennen. Op sommige plaatsen kruipen we echt wiel per wiel over de rotsblokken en door de putten om vervolgens dwars door de rivier te rijden. De piste is in totaal 34 kilometer lang en werkelijk schitterend. Marokko 7Ze brengt ons ook dwars door kleine bergdorpen waar onmiddellijk horden kleine kinderen op ons afgestormd komen, bedelend om snoep. We hebben vooraf een grote zak snoepgoed gekocht en Brahim deelt ze maar al te graag uit. Hij schept telkens een zichtbaar genoegen in de gelukkige kindergezichtjes en kan niet nalaten iedere keer een babbeltje te doen. Ik vertel hem dat we ook een pak balpennen hebben meegebracht, maar hij vindt het beter dat we die later ergens in een schooltje afgeven zodat de leerkracht ze oordeelkundig kan uitdelen. Het is werkelijk een unieke gelegenheid om het echte leven van deze bergbewoners van heel dichtbij te zien: de huizen, de kledij van de mensen, de vele ezeltjes. De mensen zijn zeer vriendelijk en ondanks de armoede en de primitieve woningen en straten, lijkt alles zeer proper en netjes. Dit is dé ideale reisformule: dank zij onze gids vinden we de weg, geraken we zonder problemen over de pistes en hebben we toch enig contact met de mensen. We hoeven ons nergens zorgen over te maken en voelen ons als prinsen. 

Als we de piste verlaten en Aït Benhaddou bereiken, is de zon al bijna aan het ondergaan. Deze stad is één van de belangrijkste bezienswaardigheden van Zuid-Marokko en geklasseerd als werelderfgoed door Unesco. Marokko 8Hij ligt aan een brede rivierbedding die zo goed als droog staat en waar we dus makkelijk te voet (van de ene zandzak op de andere) kunnen oversteken. Vanaf de oever heb je een prachtig overzicht over de imposante ksar, die er uit ziet als een reusachtig zandkasteel met versterkte torens die met eenvoudige geometrische figuren zijn versierd. De okerkleurige zandsteen gaat helemaal op in de kleur van de omgeving. Een groot gedeelte van de gebouwen is door Unesco gerestaureerd, maar er blijft nog heel wat werk te doen. Overigens is het onmogelijk om de gedeelten te onderscheiden die er als filmdecor zijn aan toegevoegd. Hier werden namelijk talloze films opgenomen zoals bv. Lawrence of Arabia, Ben Hur, Le Vol du Sphinx, The Diamond of the Nile en Sodoma en Gomorra. In totaal zouden hier meer dan 50 films zijn opgenomen. Een plaatselijke gids staat ons op te wachten en dat geeft Brahim niet alleen de kans om even uit te blazen, maar ook om zich terug te trekken voor zijn dagelijks gebed. De gids geeft weinig of geen uitleg en beperkt zich ertoe ons de weg te tonen doorheen de steile straatjes en ruïnes. Het kan voor hem blijkbaar niet snel genoeg achter de rug zijn, want hij loopt meestal een tiental meter voor ons uit. We zijn hier overigens bijna de enige toeristen en hebben de hele stad voor ons alleen. Deze eenzaamheid en rust, samen met de ondergaande zon geven een apart en hallucinant gevoel. 

Onze eindbestemming voor vandaag is Ouarzazate. Dit is de streek waar Brahim vandaan komt en vannacht gaat hij dan ook bij zijn moeder logeren, ergens in een klein bergdorpje in de buurt. Wij verblijven in Hotel Le Zat, een mooi en modern hotel maar totaal karakterloos. Ouarzazate is trouwens helemaal een moderne stad die pas in de laatste 20 jaar van de 20e eeuw gebouwd is en dank zij de filmindustrie is groot geworden is. Met zijn twee grote filmstudio’s is Ouarzazate het centrum van de niet onbelangrijke Marokkaanse filmindustrie.  

Het was een prachtige rit vandaag! Als alle dagen van dezelfde intensiteit zullen zijn, dan wordt het waarschijnlijk téveel om alles op te nemen en te verwerken. En vooral... te filmen. Ik zal mijn batterijen een beetje moeten sparen, vrees ik. Intussen is er wat bewolking opgekomen en is het een beetje frisser geworden. We hebben hoofdzakelijk in de auto gezeten vandaag, maar toch zijn we lichtjes verbrand door de zon. We zijn ook een beetje moe en om halftien zijn we op onze kamer waar we al heel snel in een diepe slaap verzinken.

09:00 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: marokko, ouarzazate, telouet, ait benhaddou |  Facebook | |