23-08-08

Winkelen op zaterdag

Zaterdag 12 januari 2008 

Ik heb veel beter geslapen. Het was niet zo warm als vorige nacht want ik had de thermostaat wat lager gezet zodat hij niet zo dikwijls aansloeg. We zijn pas om 8.30 uur opgestaan en… jawel, de zon is er en de hemel is staalblauw. Niet te geloven! Maar, het is koud. Vóór onze wandeling van vandaag, springen we nog eerst even binnen in het Office du Tourisme om inlichtingen te vragen over de busverbindingen naar Cassis, waar we later deze week nog heen zouden willen, en daarna kunnen we het ook niet nalaten om toch nog even langs de vissersmarkt te gaan. Nu kunnen we immers met de zon nóg mooiere beelden maken dan gisteren. Toch blijven we er niet te lang rondhangen. We beginnen vandaag met La Canebière, de lange en 30 meter brede boulevard, de drukke verkeersader doorheen het Marseillese centrum. Het statige beursgebouw ligt vandaag te schitteren in de zon. De hele boulevard is bebouwd met pronkerige herenhuizen, kantoorgebouwen en hotels, versierd met indrukwekkende sculpturen en balkons met smeedijzeren balustrades, zoals ze enkel in Frankrijk en vooral in Parijs voorkomen. We komen al gauw in de wijk Noailles waar op de Place du Marché des Capucins en in de omliggende straatjes een grote groenten-, fruit- en voedingsmarkt plaats heeft. Je waant er je in Marokko. De lawaaierige drukte wordt gevormd door een zeer exotisch publiek Je ziet er alle rassen en de blanken zijn er veruit in de minderheid. Het is een kleurrijk spektakel: een enorm aanbod  van verse vis, vlees, groenten en fruit, prima voor film en foto. Het is wel uitkijken naar zakkenrollers, vermoed ik, want dit lijkt me niet echt de meest veilige en zeker niet de properste buurt van  Marseille. In de rue Méolan gaan we op zoek naar de Herboristerie et Pharmacie du Père Blaize, één van de oudste apotheken van de stad, waarvan het interieur sinds haar oprichting in 1815 niet veranderd is. Het is een monument met mooie oude toonbank en kasten met antieke porseleinen potten en flessen. Aan het plafond hangen prachtige koperen lusters. Even verder vinden we een al even oude hoedenwinkel en een zaak met keukengerief, die er ook al ongetwijfeld sinds de 19e eeuw staat. Op straat is er een immens kraam met oesters, kreeften, krabben en allerhande zeevruchten. Prachtig en vooral zeer sfeervol. Dit is Frankrijk, dit is de Provence! Over de Canebière rijdt sinds kort een splinternieuwe moderne tram in een eigen brede bedding. Hij maakt deel uit van het Euroméditerrannée-project dat we gisteren leerden kennen.

We wandelen de Canebière verder af tot aan de kerk van Saint-Vincent-de-Paul (de Marseillais noemen ze l’Eglise des Réformés) met zijn twee scherpe neogotische torens en zijn standbeeld van Jeanne d’Arc voor de deur. Op de Square Stalingrad met zijn protserig groot standbeeld vinden we de bijna 200 jaar oude Patisserie Planchut. In de etalage lonken allerlei lokale zoetigheden maar ook enkele hartiger en zoute gebakjes. Het is middaguur, dus we besluiten om hier een kleinigheid te eten. Het interieur lijkt wel een snoepdoos: fresco’s in pasteltintenMarseille 6 op de muren, veel stucwerk aan de plafonds en een lange oude toonbank vol lekkernijen. Achteraan staan een paar piepkleine tafeltjes waar we plaats nemen en elk een stuk pizza bestellen. Hier hebben we een perfect zicht op de gang van zaken. In een hoekje zitten twee oude dametjes, druk pratend, elk twee taartjes te verorberen. Zeer regelmatig komen klanten binnen en de meesten lijken zeer goed te weten wat zij willen; vaste klanten dus. Ze bestellen prompt en gaan vervolgens betalen aan de kleine ouderwetse kassa, waar een dame tussen de klanten door een boekje zit te lezen. Ondanks het chique interieur is alles hier zeer eenvoudig en eerder volks. De pizza is niets bijzonders, maar het geheel is toch een belevenis. Vóór we buitengaan, kopen we nog een paar navettes voor onderweg. We kiezen voor lavendel- en anijssmaak, maar eerlijk gezegd, ik smaak het verschil niet. Marseille 7Toch zijn ze lekker! Hier eindigt de Canebière en we nemen de brede Boulevard Longchamp die recht naar het gelijknamige paleis leidt. Op een pleintje is er een bloemenmarktje met voorjaarsbloemen in alle felle kleuren, maar vooral de helgele mimosa kleurt vrolijk. De Longchamp is een brede verkeersvrije boulevard met in het midden een nieuw aangelegde bedding voor de tram. Op alle hoeken staan mooie gietijzeren fonteinbakken waarin de wind met het water speelt en het regelmatig met geuten naast de bakken blaast. Aan weerszijden van de straat staan er chique oude huizen. De prachtige deurbellen en brievenbussen met veel marmer en blinkend koper duiden op de rijkdom van deze buurt. Al van ver is op het einde van de boulevard het imposante Palais Longchamp te zien. Tussen twee paleisgebouwen omringt een indrukwekkende zuilengalerij met een halve boog een grote fontein. Het water klatert in verschillende beekjes en watervallen in trapjes naar beneden tussen bloemperken en kolossale beelden van ossenkoppen en mythologische figuren. Het geheel stelt de Durance voor, de stroom die zorgt voor vruchtbaarheid en overvloedige oogsten van graan en druiven. De twee paleizen, die elk een museum bevatten, zijn momenteel gesloten wegens restauratiewerken. We beklimmen de trappen naar het park achter de colonnade, maar dat valt wat tegen. Het is niet zo groot als ik verwacht had en ligt er tamelijk verlaten bij. Maar ook hier zijn restauratiewerken bezig, wellicht in het vooruitzicht van Marseilles kandidatuur als Europese Culturele Hoofdstad in 2013. Ze hebben nog veel werk, maar het zal mooi worden, denk ik. We moeten ongetwijfeld over een jaar of vijf nog eens terugkomen.

We wandelen terug naar beneden langs de rue Nationale naar het Palais des Arts en Le Cours Julien, een studenten- en artiestenwijk met veel restaurantjes en leuke winkeltjes. Dit is een totaal ander Marseille dan in Le Panier, minder Provence en meer stads. Het doet een beetje aan Parijs denken. Marseille 8De smalle straten zijn vaak zeer lang en kaarsrecht en over de hele lengte staan auto’s dicht op elkaar geparkeerd, voor de helft op straat en de andere helft op het voetpad. Ongelooflijk hoe snel en handig de chauffeurs zich hier met hun kleine autootjes in de rij weten te wurmen. Bij het Palais des Arts is er een marktje waar bouquinisten zoals langs de Seineboorden in Parijs, oude boeken verkopen. Op Le Cours Julien blijken de meeste winkeltjes gesloten te zijn, maar de “Savonnerie Marseillaise de la Licorne” is open. We kopen er een paar stukken zeep. Het eigene aan de beroemde Marseillezeep is dat ze voor minstens 76% van olijfolie is gemaakt. La Licorne is één van de slechts vier overblijvende zeepfabrieken in Marseille, twee industriële en twee ambachtelijke; ze is tamelijk recent opgericht door enkele jonge mensen die authentieke oude machines én het fabricageprocédé hebben opgekocht. We wonen een rondleiding in het atelier bij waarbij ons het hele productieproces wordt gedemonstreerd. Mooi om eens te zien. Tegen 15.30 uur zijn we terug bij de Vieux Port en we springen gauw eens binnen in ons hotel om naar het toilet te gaan en een half uurtje uit te rusten. Langer houden we het niet vol en we besluiten om terug de winkelstraten in de buurt van de Canebière in te trekken. Het is superdruk op deze zaterdagnamiddag. De drie belangrijkste winkelstraten liggen haaks op de Canebière: de rue Paradis, rue Saint-Ferréol en rue Rome. De drukte is echter verstikkend en daarenboven zijn er weinig interessante winkels. Beter blijken de kleinere straatjes achter de Opéra: rue de la Tour, rue Grignan maar vooral rue Francis Davso. Hier zijn veel chique en hippe kleren- en schoenenwinkels maar het zijn natuurlijk vooral de typische winkeltjes van Provençaalse streekproducten, de boulangeries en de chocolatiers die ons het meeste boeien. Ook het publiek dat hier winkelt is van een heel ander soort dan in de grote winkelstraten. We drinken een koffietje in een trendy café en eten op straat een croissant uit het vuistje, want het is nog lang voor we aan tafel kunnen. De avond begint stilaan te vallen en het wordt koud en tamelijk winderig. We trekken nog even de buurt van les Accoules in achter het stadhuis naar de “Place aux Huiles”, een aantrekkelijk winkeltje dat in alle brochures en reisgidsen staat afgebeeld, en kopen er nog een paar zeepjes en een tapenade. De rest van de tijd doden we met een aperitiefje op het terras van “Collins” op de Quai du Port. We nemen een Pastis 51 deze keer om het verschil met Ricard eens te proeven. Veel verschil blijkt er niet te zijn, maar we hebben beiden toch een voorkeur voor de Ricard. Hoewel…smaken doet het toch hoor! Tegen 19 uur zijn we terug op onze hotelkamer voor een deugddoende warme douche.

Vanavond eten we dus (ter ere van mijn verjaardag morgen) in ‘Une Table au Sud’, het beste restaurant hier in de buurt. Het is een chique zaak die door Michelin erkend is met een ster. En terecht, zo blijkt. Er is geen kaart en het duurste menu kost 200 Euro. We houden het bij het Marseille 9goedkopere nu van 52 Euro en de goedkoopste roséwijn van de kaart (39 Euro). Zowel de gerechten als de wijn zijn echterMarseille 10 meer dan hun prijs waard, écht klasse! We beginnen met een velouté de verveine, huître, coquille Saint-Jacques, poutargue en oursin. Een zeer geraffineerd en mooi uitgebalanceerde combinatie; vooral de velouté is onvergetelijk, de zee zelve! De poutargue zijn de gedroogde eitjes van de mulet en is te vergelijken met de bottarga die we op Sicilië gegeten hebben; oursin is zee-egel. Daarna volgt la pèche du jour (sar) au salsifis et betteraves rouges et jaunes. Ook dit gerecht is zeer verfijnd en naturel. De ‘sar’ is een typische vis uit de Middellandse Zee. Deze morgen op de vissersmarkt hebben we hem zien liggen; hij ziet er een beetje uit als een dorade. Délicieux! (“succulent”, zei de garçon gisteren in Le Cirque). We genieten met volle teugen. Een mooier verjaardagsdiner had ik me niet kunnen wensen en… we hoeven slechts twee minuutjes terug te wandelen naar ons hotel. Zalig!

09:51 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: reizen, frankrijk, marseille, michelinster |  Facebook | |

21-08-08

Het Oude Marseille

Vrijdag 11 januari 2008 

Vannacht heb ik slecht geslapen. Op straat was het nochtans stil, maar het waren het lawaai van de airco en de warmte op de kamer die me regelmatig wakker maakten. En tegen half zeven Marseille101begon het op straat: bussen, auto’s en moto’s en opnieuw regelmatig de loeiende politiesirenes… Zelfs het lawaai van luid pratende voorbijgangers drong ondanks de nieuwe ramen met dubbel glas, toch nog door tot op de kamer.  Blijkbaar ben ik onder de ochtend toch weer in slaap gesukkeld, want plots merk ik dat het al 8.40 uur is. Opstaan dus! We genieten van een degelijk ontbijtbuffet en tegen 10 uur gaan we op stap voor de echte eerste dag in Marseille. Natuurlijk trekken we meteen naar le Vieux Port waar op de Quai des Belges elke ochtend een kleurrijke vismarkt plaats heeft. Vissers leggen er aan met hun kleine bootjes en stellen hun kraampjes op aan de kaai. De vers gevangen vissen liggen er in alle kleuren, maten en gewichten in lage bakken tentoongespreid, Marseille102vele ervan nog levend. Er is een enorm gevarieerd aanbod, gaande van de klassieke lotte, merlot, rouget grondin, vive, dorade, pladijs en tong tot heel speciale vissoorten die ik niet kan thuisbrengen. Op de bordjes lees ik dat het o.a. gaat om de felrode rascasse, de palingachtige geelbruin gevlekte congre en de kleine poissons de rocher in alle mogelijke kleuren. Er liggen zelfs zeepaardjes. Aan een van de kraampjes koop ik voor 5 Euro een mooie gevlekte schelp waarin je het ruisen van de zee kan horen. Er heerst een gezellige drukte zoals dat hier waarschijnlijk al sinds mensenheugenis het geval is. Ik kan me voorstellen dat er hier honderd jaar geleden precies dezelfde sfeer hing. Huismoeders komen hun inkopen doen en een praatje slaan met elkaar of met de visser in zijn kraam. Achter de kraampjes staan verschillende “echte” typische visserskoppen, zowel bij de mannen als bij de vrouwen: bruine, door de zon en de zeebries verweerde en gerimpelde gezichten. Ze roepen, praten en lachen. De meesten kennen hier elkaar en de enkele toeristen die er tussen lopen, gunnen ze geen blik. Voor hen zijn wij onvermijdelijk alleen maar deel van het decor. Aan ons verdienen ze toch geen cent en we zijn zelfs eerder hinderlijk. Bij een enkele uitzondering word ik zelfs uitgescholden en weggestuurd als ik naar zijn mening iets te lang blijf filmen. Een van de vrouwen verwijt ons dat we hen het slechte weer hebben meegebracht, maar dat is eerder als grap bedoeld. De lucht is inderdaad grijs, maar het is droog en helemaal niet koud.

We geraken slechts met moeite en na tientallen foto’s en ettelijke minuten videobeelden weg van deze sfeervolle plek en trekken richting “Le Panier”, de oudste stadswijk van Marseille, gelegen achter de oude haven. Op ons stadsplan is een wandeling door de wijk aangeduid van Marseille103twee uren. Daarenboven is het parcours met een rode lijn op de grond aangegeven, dus dat moet makkelijk te vinden zijn, je hebt maar te volgen. Maar… hier en daar is een nieuw trottoir aangelegd en is de lijn natuurlijk verdwenen, zodat we toch af en toe een beetje moeten zoeken. Maar al bij al valt het nog mee. De wandeling begint aan het Hôtel de Ville. De hele omgeving is volledig nieuw aangelegd met parkjes en trappen die leiden naar de oude stadswijk. Een van de pleintjes staat vol met tientallen reuzengrote terracottapotten met oude olijfbomen. Heel mooi. Bij de Eglise des Accoules stappen we een oude bakkerij binnen en kopen er de lokale lekkernij: ‘des navettes’, een lang bootvormig koekje met oranjebloesemparfum. Best lekker. We dalen eerst nog een straatje af naar het Maison Diamantée met zijn speciale diamantvormige gevelstenen. En dan trekken we de eigenlijke Le Panier in, trappen op door smalle straatjes tussen oude gevels met balkonnetjes en gietijzeren balustrades en met kleurrijke deuren, ramen en luikjes. Zeer schilderachtig en dus voer voor de fotograaf en cineast in ons. Ademloos hollen we beiden van het ene mooie plaatje naar het andere. Verweerde en halfvergane, maar nog perfect leesbare opschriften op de lichtblauwe en gele gevels zijn er de getuigen van dat hier decennialang geen lik verf meer is gezet. Kleine winkeltjes, cafeetjes en restaurantjes zijn eveneens in honderd jaar nauwelijks veranderd. Ze geven een nostalgisch karakter aan de gezellige pleintjes, waar de zon schuchter door de wintertooi van de schaarse platanen probeert heen te prikken: Place du Lenche, Place du Moulin. Er is geen enkele toerist te bespeuren, maar ook van de bewoners is nauwelijks iemand te zien. Het lijkt wel of we de hele wijk voor ons alleen hebben.

Rond de kathedraal zijn er immense bouwwerken aan de gang. Het gaat om “Euroméditerrannée”, een prestigieus project dat Marseille moet optrekken tot een levende en moderne stad. In de wijk La Joliette, waar we ons nu bevinden, verrijst een nieuw zakencentrum, dat zich als doel heeft gesteld om tegen 2010 10.000 inwoners aan te trekken en 20.000 nieuwe arbeidsplaatsen te creëren. Een zestiger klampt ons aan en heeft blijkbaar zin in een praatje. Na een mislukte belgenmop looft hij de werklust van de Belgen om tenslotte tot zijn eigenlijke punt te komen: de luiheid en het ongedisciplineerde gedrag van zijn Franse medemensen. Hij ergert zich vooral aan de vele hondendrollen op de pétanquebaan naast de kathedraal. Typisch voor deze tijd, vindt hij. Achter de kathedraal strekt zich de nieuwe haven uit. Een imposante veerboot ligt er aangemeerd en lijkt wel te proberen om met haar immense omvang te wedijveren met de kathedraal. De indrukwekkende kathedraal bestaat eigenlijk uit twee kathedralen: la Nouvelle Major en l’Ancienne Major, maar beide zijn voor renovatieMarseille104 momenteel gesloten. We moeten het dus doen met de buitenkant, een indrukwekkend bouwwerk in Byzantijnse stijl met verschillende koepeltorens. Het hele gebouw is opgetrokken in horizontaal wit-zwart gestreepte stenen. Het geheel ligt voorlopig wat vereenzaamd tussen de bouwwerken en de weidse vlakte van het havengebied.We trekken dus maar gauw weer de smalle straatjes van La Joliette en Le Panier in. Hier is het meteen gezelliger en we wanen ons bijna in de vorige eeuw. Tegen de middag komen we terecht ‘Chez Etienne’ in de rue Lorette, volgens onze reisgids het beste pizza-adres van de stad. Om je “titre de vrai Marseillais” te krijgen, moet je hier gegeten hebben. Het is inderdaad de moeite waard: we komen binnen in een bomvolle, oude herberg en worden meteen verwelkomd door de patron. Alles lijkt vol te zitten, maar we mogen op zij van de toog even wachten op een vrijkomend tafeltje. Aan de muren hangen overal foto’s van beroemde gasten en er heerst een drukte van belang. Obers lopen af en aan en aan de tafeltjes wordt luidruchtig gebabbeld. Al gauw worden we naar een grote tafel geleid waar later nog twee toeristen bij ons komen aanschuiven. We bestellen een half litertje roséwijn en een pizza ‘mixed anchois et fromage’. Hij is supereenvoudig en smaakt superlekker. Overigens, dit is geen ‘pizzeria”, maar een “pizzaria”. Zou dit een taalfout zijn, of is dit de Zuid-Franse versie? In ieder geval, dit was échte folklore en een hele belevenis. Na het eten slenteren we terug door het oude Marseille en komen terecht bij La Vieille Charité, een groot gebouw uit de 17e eeuw dat oorspronkelijk het groot stedelijk hospitaal herbergde waar armen en bedelaars werden opgevangen, maar nu is omgebouwd tot niet minder dan drie musea. De vier vleugels van het gebouw met elk drie overdekte gaanderijen boven elkaar, scharen zich rond een vierkante binnenplaats met een grote kapel in het midden. Het is een harmonieus geheel waar een zekere rust van uit gaat. We besluiten om ons tevreden te stellen met een vluchtige rondgang door de gangen en geen van de drie musea te bezoeken. Langs de stille smalle straatjes dalen we af en komen uit bij het Fort Saint-Jean, waar we een mooi uitzicht hebben over de toegang tot de oude haven. We wandelen langs de oude muren en de torens van het fort tot helemaal op het uiteinde van de pier. Er staat veel wind en het is tamelijk koud; dikke zwarte wolken dreigen, maar voorlopig blijft de regen uit. Het is inmiddels 16 uur en we beginnen toch wat moe te worden, dus tijd om uit te kijken naar een lekker kopje koffie. Aan de Accoules vinden we een kleine en gezellige tearoom annex librairie, “Cup of Tea” genaamd. In de warme gezelligheid en in gezelschap van een grote loebas van een brave hond, kiest C voor een chocolat chaud en ik voor een ‘thé à la Marquise’ met een aangename mengeling van oosterse smaken.

We keren terug naar de winkelstraten van het stadscentrum via de Quai des Belges. De batterij van mijn videocamera is op van het vele filmen, dus ik ben voor de rest van de avond “vrij van filmplicht”. Het is al donker en er heerst een gezellige drukte op straat. Er lopen vooral veel jongeren. We wandelen langs de verlichte etalages van de grote, vooral goedkopere merken zoals Bata, Eram, e.d. en komen tegen 18 uur via de Opéra en het beursgebouw terug bij ons hotel. We stappen toch nog eerst even het moderne Centre Bourse binnen waar o.a. de Fnac en de Galéries Lafayette zijn gevestigd. Hier gaan we voor onze buurvrouw op zoek naar een dvd over Jemen, die ze in België niet kan vinden. Het is een recente uitgave van FR3, maar ook hier is hij nog niet beschikbaar. Vóór we naar onze kamer trekken, gaan we eerst een tafeltje bestellen in Une Table Au Sud voor morgenavond. Dit is het best aangeschreven restaurant van de Quai du Port, heel chique en… een Michelinster!  We besluiten voor één keer niet naar de prijs te kijken en er mijn verjaardag van zondag te vieren. Het restaurant is echter volgeboekt, maar bij nader inzien, blijkt er een annulatie te zijn en zo hebben we onverhoopt toch een plaats. We gaan meteen ook, maar al een tafel reserveren voor maandagavond bij Oscar, enkele huizen verder. En dan gaan we eindelijk naar onze kamer om wat uit te rusten, een douche te nemen en wat te schrijven.

Tegen 19.00 uur zijn we al weer de straat op voor een aperitiefje in bar La Samaritaine op de hoek. We kiezen allebei een Ricard omdat dat toch echt bij de Provence hoort. Eigenlijk zijn we beiden geen echte liefhebbers van anijs, maar nu smaakt het drankje ons uitstekend. Zo zie je maar wat de sfeer vermag. Het is dicht bij sluitingstijd en Marseille105alle tafels worden binnen opgestapeld. We mogen ons drankje rustig beëindigen, maar gezellig is het natuurlijk niet meer. Tegen half negen trekken we naar restaurant Miramar,  ook maar een paar huizen verder; alles ligt hier op een kluitje bijeen op een paar passen van ons hotel. Het is er nog allesbehalve druk. Een tiental obers, in stijlvol zwarte pak, staan werkloos op de gasten te wachten. Dit is volgens alle boekjes hét adres van Marseille voor de echte bouillabaisse, “le vrai”. De inrichting van het restaurant is smaakloos ouderwets, maar het personeel doet zijn uiterste best om er iets stijlvols van te maken. Het is een heel leger: maître d’hôtel, sommelier, obers in zwarte en stagiaires in gele vestjes, een meisje voor de hapjes en de koffie?... Bij het aperitief krijgen we een lekker hapje met truffel! En uiteraard bestellen we le vrai bouillabaisse, dé specialiteit van Marseille. Die kost hier niet minder dan 55 Euro per persoon, maar dat is het ons waard. Een vriendelijke zwarte ober legt ons uit hoe de bouillabaisse wordt opgediend en welke vissoorten hij moet bevatten. Er moeten minstens deze 6 vissen in zitten: Saint-Pierre, lotte, rascasse, rouget grondin, vive en cong. Eerst wordt de verse vis op een schotel getoond en vervolgens wordt eerst een bord soep opgediend met rouille en croûtons, die je moet insmeren met look. In een tweede ronde wordt dan de vis geserveerd, overgoten met de rest van de soep. Bij het opdienen wordt zelfs een certificaat van echtheid afgeleverd. Onze ober is zo vriendelijk om voor ons alle vissoorten mooi op te schrijven op een kaartje. Een Japanse ober maakt een fotootje van ons beiden. Het smaakt natuurlijk heerlijk, maar toch ben ik een klein beetje ontgoocheld. Ik vind dat ik al betere vissoep gegeten heb, maar ja, dat zal dan wel niet de “echte” geweest zijn zeker. Vooral de rekening valt me tamelijk zwaar: 166 Euro en ik had nochtans de goedkoopste wijn op de kaart uitgezocht. Maar die kostte al 39 Euro! Als we om 22.15 uur buiten komen, staat er een stevige mistral. Naar het schijnt waait die steeds voor enkele dagen: 3, 6 of 9 zegt men! De krant voorspelt nochtans zon voor morgen, maar waarschuwt ook voor hevige ‘rafales’ in de namiddag en… het zou kouder worden. Volgens mijn Hachette-gidsje hebben ze in Marseille 350 dagen zon per jaar. Het kan toch niet dat wij hier 5 dagen lang de zon niet zullen te zien krijgen? In ieder geval nu is het zó grijs dat het bijna niet te geloven is dat ze er morgen zal zijn. We zullen zien!

08:42 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: reizen, frankrijk, marseille |  Facebook | |