06-06-11

Mist en regen verbergen de gletsjers

banner NZ.jpg

Zondag 5 december 2010

 

We hebben allebei niet te best geslapen vannacht want de zandvliegen hebben ons goed te pakken gehad en daarenboven was het geen al te goed bed. Terwijl ik wakker lag, heb ik vannacht weer een paar keer gedacht dat het regende, maar dat moet het geluid van de zee geweest zijn. Deze morgen is het immers zwaar bewolkt en fris maar droog. We trekken dus maar een lange broek aan, lange mouwen en dichte schoenen en… smeren ons goed in met deet. Na het ontbijt telefoneer ik de helicoptermaatschappij in Fox Glacier om onze vlucht van morgen te bevestigen. Het weer in de bergen is “up and down” en we moeten afwachten wat het morgen zal zijn. We hopen het beste en besluiten alvast eerst van de dag van vandaag te genieten. Om 9 uur zijn we op weg voor een lange rit zuidwaarts, aanvankelijk langs de mooie rotskust maar daarna langs een eerder saaie baan naar   Greymouth, waar eerder deze maand 29 mijnwerkers door een explosie werden bedolven. Dagenlang hield de wereld zijn adem in in de hoop dat ze nog nieuw-zeeland,zuidereiland,west coast,fox glacier,franz jozeflevend zouden worden teruggevonden, maar nu lijkt alle hoop opgegeven. De inwoner van een bungalowtje langs de weg heeft heel zijn huis en erf met kerstversieringen getooid en een collectebus geplaatst voor de slachtoffers. We dragen graag ons steentje bij.  Om 11u15 bereiken we Hokitika, een klein stadje dat bekend is om zijn jadebewerking.  Jade is een edelsteen die vooral in China maar ook in Nieuw-Zeeland wordt gedolven, meer bepaald hier in de streek, waardoor de bewerking ervan hier in Hokitika is geconcentreerd. We bezoeken één van de vele jadeateliers. Het is moeilijk om te kiezen, maar tenslotte kopen we toch een mooie groene hanger voor C.  Daarna gaat het verder langs een brede en snelle baan waar, op een paar stroken mooi bos na, niet veel te beleven valt. We moeten even in de remmen voor een kudde koeien die de weg oversteekt en rijden door een dorpje met 2 inwoners: de uitbaters van een museumpje over de bewerking van opossumhuiden. De opossum of buidelrat is ooit voor haar pels uit Zuid-Amerika ingevoerd maar heeft zich nu in die mate verspreid in het hele land dat ze een echte plaag zijn geworden. Ze worden overal intensief bestreden, maar blijkbaar zonder al te veel succes. Overal liggen de kadavers van de beestjes op de weg, plat gereden bij het oversteken. Hier in het museum en winkeltje zien we dat ze inderdaad een heel dichte en zachte pels hebben, die ofwel puur verwerkt wordt ofwel vermengd met de wol van de merinoschapen, tot superzachte pullovers gebreid. Maar in onze ogen blijven het toch ratten en dus maar vieze diertjes! Op de middag houden we halt in Harihari bij de Motor Inn, een eenvoudig baancafé, annex wine and liquor shop. We zijn er op deze zondagmiddag de enige gasten en nemen plaats op een bank buiten, waar intussen het zonnetje schijnt. Er is niet veel keuze, maar de toasted sandwiches met vers gebakken ei en champignons smaken zeer lekker.

 

In de namiddag wordt het weer steeds slechter: er valt af en toe wat regen, geen echte bui maar wat ze hier “drizzle” noemen. We komen trouwens ook meer en meer in het hooggebergte en in het dorpje Franz Josef stoppen we in de hoop de Franz Josef Glacier te gaan bewonderen, één van de grote gletsjers van het Westland National Park. De regen en de mist strooien echter roet in het eten: de zichtbaarheid is beperkt tot enkele meters. Ware het niet dat we een Hotel Glacier View zien, we zouden gaan twijfelen of er hier wel een gletsjer is. Er zit dus niets anders op dan, net zoals de vele andere toeristen (heel wat Nederlanders),  een beetje rond te slenteren in de shops van het dorpje in de hoop dat het toch plots opklaart. Maar onze hoop is ijdel.  Dan maar verder naar Fox Glacier waar we twee nachten zullen verblijven. De hele weg er naartoe is er door de mist nauwelijks iets te zien. Jammer, want dit moest een van de mooiste stukjes van onze reisroute zijn.  We zijn door dit alles al vroeg in de namiddag bij ons hotel Te Weheka, een “boutique hotel”, dat wil zeggen tamelijk luxueus en op relatief kleine schaal. Vanop het terras van onze kamer moeten we hier een prachtig uitzicht hebben op de omliggende bergtoppen, maar dat zal hopelijk voor morgen zijn. Nu zie je amper een deel van de vallei. Gelukkig is het wél gestopt met regenen, dus we kunnen een wandelingetje maken naar het stadje, dat overigens door Unesco erkend is als wereldnatuurerfgoed. Er staan een paar mooie oude huizen en er

 

nieuw-zeeland,zuidereiland,west coast,fox glacier,franz jozef

bloeien prachtige bloemen, maar vandaag geeft alles maar een natte en grijze indruk. Het doet ons allemaal een beetje aan een verregend Zwitsers bergdorp denken. We stappen ook nog even het kantoortje van “Glacier Helicopters” binnen om te informeren naar de meteo voor morgen: “Not great…” zeggen ze en dat klinkt weinig hoopgevend. Maar, zegt de vriendelijke bediende, de weersvoorspellingen zijn meestal fout, dus we moeten optimistisch blijven.

 

Tegen 17 uur zijn we terug op onze kamer, tijd voor een douche (een verwarmende deze keer!), wat pc en internet. Om 18 uur zijn we welkom op de dagelijkse “Managers Drink”. De honneurs worden vandaag waargenomen door het meisje uit de receptie, die hier blijkbaar alles moet doen. ’s Avonds blijkt ze ook nog te moeten opdienen in het restaurant!  Aanvankelijk zijn we helemaal alleen, maar later worden we vervoegd door een jong Indisch koppel dat evenwel weinig van zeggen is. De receptioniste vertelt ons dat het toerisme dit jaar traag op gang komt. Vanavond slapen er maar 7 gasten in het hotel…  Het diner in het restaurant van het hotel valt zeer goed mee: we eten wildgebraad met “potato galette, silverbeet leaves and roasted capsicum (paprika) accompanied with a blueberry sauce and petite beetroot salad”. Het vlees is bijzonder mals en sappig en de fles Cabernet Sauvignon is van prima kwaliteit. Om 21 uur zijn we al terug op onze kamer. De mist is intussen veel verminderd en het regent niet meer. “Fingers crossed” voor morgen…

 

vorige                                               volgende

03-06-11

Pannenkoekenrotsen

banner NZ.jpg

Zaterdag 4 december 2010

 

Een nieuwe zonnige dag kondigt zich aan: als ik om 7 uur de gordijnen open trek, valt de felle zon met haar volle hitte de kamer binnen. De bellbird laat met zijn hel geluid (het heeft iets elektronisch) horen dat hij ook al wakker is en de groenzwarte tui met zijn wit haarplukje in zijn hals, is al volop op zoek naar de nectar in de bloeiende flaxen. Aan de ontbijttafel krijgen we het gezelschap van het Engelse koppel dat nu toch wat ontdooid lijkt te zijn. Zij maken een reis van maar liefst 9 weken door Australië en Nieuw-Zeeland. Ze zijn veel meer onder de indruk van de charmes van Nieuw-Zeeland dan van die van Australië, waar de lange afstanden toch niet zo aangenaam waren. De zon is fel en Brian voorziet ons van grote witte strohoeden. De sfeer nieuw-zeeland,zuidereiland,west coast,pancake rocks,punakaikiaan tafel is opperbest en het “stijve” Engelse koppel is nu zeer vriendelijk en praatzaam. Anthea heeft lekkere portabellopaddestoelen gebakken. Maar we moeten vandaag jammer genoeg afscheid nemen van deze unieke B&B en zijn bewoners. We verzekeren hen dat we hen nooit zullen vergeten en bij iedereen aanbevelen. Vóór we vertrekken wil Anthea nog een foto nemen van ons beiden voor het souveniralbum en we moeten voor Brian op een wereldkaart in zijn garage, een speldje prikken op onze woonplaats. Er staan al speldjes verspreid over de hele wereld en voor Australië en UK heeft hij zelfs een aparte kaart moeten ophangen. Als afscheidsgeschenk krijgen we nog een bladwijzer met daarop een tekening van de bellbird en een korte persoonlijke boodschap. Zéér attent! En natuurlijk krijgen we nog een heel lunchpakket mee voor onderweg evenals wat raadgevingen voor de te volgen route: een shortcut en zelfs adressen waar we kunnen stoppen voor koffie. 

 

Om 9u30 zijn we weer op weg. We rijden vandaag langs de westkust naar beneden tot in Punakaiki. Deze streek staat bekend als de “wet coast” in plaats van de “west coast”, dus laten we hopen dat we het goede weer nog wat kunnen meenemen.  We volgen Brian’s shortcut langs de Motueka River en rijden langs zeer rustige wegen door een brede vallei, omringd door hoge bergen, sommige zelfs met besneeuwde toppen. Ook hier worden veel fruit en wijn geteeld, maar het meest opvallend zijn de talrijke hopplantages met hun hoge stellingen. Het is hier duidelijk al zomer: boeren keren het hooi en de korenvelden staan al goudgeel. Overal is het gras veel bruiner dan in het Noorden en de bermen zijn al gemaaid. Dus… wég voorjaarsbloemen. Het landschap doet soms aan Frankrijk, maar ook soms aan Zwitserland denken.  Het weer is prachtig en de temperatuur loopt op tot 26 graden. Tegen de middag bereiken we Murchison in Buller Gorge  waar we even halt nieuw-zeeland,zuidereiland,west coast,pancake rocks,punakaikihouden bij de langste swingbridge van Nieuw-Zeeland. Ze is 110 meter lang en “swingt” behoorlijk als je erover loopt. Ik waag me ook even op de brug, die hoog boven de kolkende rivier wiebelt. Dat gaat vlotjes tot ik na enkele tientallen meter even de reling loslaat om te filmen en dan beginnen ook mijn benen te “swingen” zodat ik maar op mijn stappen terugkeer.  Hier is het verder wél een leuke plek om op een bank in het zonnetje ons lunchpakket aan te spreken. De rit door de Buller Gorge is zeer mooi: een brede rivier, talrijke lookouts, veel gele en blauwe bloemen. Het is nog steeds zéér warm, maar plots in amper 2 minuten tijd, komt er bewolking opzetten en zakt de temperatuur van 26 naar 18 graden. Onvoorstelbaar… Het gaat verder richting Westport, nog steeds langs een mooie route, maar niet echt om voor naar Nieuw-Zeeland te komen. Deze nieuw-zeeland,zuidereiland,west coast,pancake rocks,punakaikilandschappen hebben we in Europa ook!  We maken even een ommetje naar Tauranga Bay om de zeehondenkolonie van Cape Foulwind te gaan bewonderen. Hoog boven de rotsige kust kijken we op de zeehondenfamilies die zich lui op de rotsen hebben uitgestrekt of zich af en toe eens log naar een andere rots bewegen. Mooie beesten zijn het niet en elegant zeker niet, maar het is toch leuk om ze een tijdje gade te slaan. Intussen is trouwens de zon ook weer van de partij. We moeten nu terug naar Westport en van daaruit is het nog een lange rit naar de westkust. Een bord langs de weg waarschuwt ons dat er binnen de 110 kilometer geen benzinepomp meer is. Dus best nog maar eens bijtanken.  De westkust is tamelijk woest en de Tasman Zee laat haar golven breed en lang uitdeinen op de stranden. Even vóór halfvijf bereiken we de Truman Track, waar we een korte wandeling van een uurtje gepland hebben. We wandelen tot bij een mooi keienstrandje dat geklemd ligt tussen de zee en een hoge steile rots waarlangs het water in dunne straaltjes afdruipt. Het is er zeer mooi en rustig maar de vervelende zandvliegjes doen ons vlug naar de auto terugkeren. Om een of andere reden hebben we er ons niet op voorzien en we hebben dan ook nagelaten ons te beschermen. 

 

nieuw-zeeland,zuidereiland,west coast,pancake rocks,punakaiki


Net vóór Punakaiki, komen we bij de Blowholes en de beroemde Pancake Rocks. De eerste zijn holen in de rotsen waar de zee bij hoogtij het water metershoog doet opspuiten. Jammer genoeg is het nu laagtij en moeten we dit spektakel missen. De Pancake Rocks daarentegen kunnen we wél in hun volle schoonheid bewonderen. Het is een merkwaardige rotsmassa die helemaal bestaat uit dunne laagjes steen die als pannenkoeken opgestapeld zijn. Met de imposante Tasman Zee op de achtergrond bieden ze een uniek landschap en uiteraard talloze mooie kiekjes. Er is intussen geen wolkje aan de hemel meer te bespeuren. De rotsen zijn veel groter en uitgestrekter dan ik me had voorgesteld en maken deel uit van een heel natuurgebied met massa’s weelderig bloeiende flaxen. Deze agave-achtige plant bloeit nu volop met mooie oranje bloemen op een meterslange stengel en is samen met de varen de meest opvallende plant over het hele land. Ze geeft aan het landschap vaak iets exotisch. Het gaat hier over de New Zealand flax, die niet verwant is met het vlas, dat in het Engels ook flax heet. De plant was zeer nuttig in de Maoricultuur waar ze voor alle mogelijke doeleinden gebruikt werd: vlechtwerk voor huisdecoratie, manden en zelfs kledij.

 

Het is inmiddels al laat in de namiddag en we zijn nagenoeg nog de enige bezoekers in het park, dat overigens gratis toegankelijk is. Het is nog maar een paar kilometer naar de Punakaiki Resort waar we zullen overnachten. Geen B&B deze keer, maar een groot en modern hotelcomplex verspreid over verschillende gebouwen. We hebben een mooie en ruime kamer met een kitchenette en twee dubbele bedden. Ons terras heeft een mooi uitzicht over het strand en de zee.  We gaan onmiddellijk een tafel reserveren in het restaurant van de lodge, want het hotel is groot en er is geen ander alternatief in de onmiddellijke buurt.  We moeten al om 18u45 aan tafel, dus er blijft nog maar weinig tijd om ons te verfrissen. Het onpersoonlijke restaurant en het diner vallen een beetje tegen, maar de vis van de dag is vandaag tarbot en dat is natuurlijk altijd lekker. Na het eten doen we nog een klein wandelingetje op het strand. De hemel is zwaarbewolkt, maar er staat geen wind en het is best een zachte avond. Dit is een schitterende plek voor foto’s, maar de schrik voor de zandvliegjes jaagt ons toch snel naar binnen. We hebben alweer geen deet gesmeerd…

 

vorige                                                         volgende