10-11-08

De Heren van Sipan, een ware ontdekking

Vrijdag 15 juli 2005

Er was de hele nacht veel lawaai op straat: voortdurend aan- en afgerij, gepraat, geroep, geclaxonneer. Al deze geluiden werden daarenboven om het kwartier aangevuld met een koelkast die met veel lawaai aan- en afsloeg. Tegen de ochtend nam het claxonneren steeds maar toe, al was het bij sommigen eerder een zacht elektronisch gepiep of gefluit. Het wordt duidelijk als ik door het venster kijk: ons hotel ligt op de hoek van twee drukke straten en elke auto of moto die het kruispunt nadert, kondigt zijn komst aan met een korte claxonstoot. Het straatbeeld van deze kleine provinciestad wordt gedomineerd door tientallen bromfietstaxi’s. De reden waarom we dit overigens onbelangrijke stadje aandoen is de nabijheid van het “Museo Tumbas Reales de Sipan”, dat Peru 14we vandaag gaan bezoeken. Het museum is inderdaad een revelatie en nu al een hoogtepunt van de reis. In een moderne architectuur – een soort piramide die een Moche-tempel van 1500 jaar geleden symboliseert – is een werkelijk schitterend museum ondergebracht. De graven van de Heren van Sipan zijn pas ontdekt in 1978 en worden beschouwd als één van de belangrijkste historische vondsten in de 20e eeuw, na Machu Picchu in 1911 en het graf van Toetanchamon in 1921. In het Duitse Mainz werden de opgegraven lijken van de Heren van Sipan zorgvuldig laag per laag ontmanteld, waarbij niet alleen de gehele begraaftechniek werd blootgelegd maar ook ontelbare aardewerken, koperen en gouden voorwerpen. De heren liggen trouwens niet eenzaam in hun graf: samen mét hen zijn ook hun geliefden, huisdieren en slaven mee begraven. We krijgen niet genoeg van de pracht en geraken behoorlijk onder de indruk. Dit hebben we in onze geschiedenislessen nooit leren kennen. Het beeld van de vooral Griekse en Romeinse oudheid, dat wij hebben meegekregen, blijkt toch al te eenzijdig te zijn. Karel is bijna lyrisch en haalt zijn grootste superlatieven boven. Gedurende bijna drie uren weet hij ons te boeien met zijn uitleg. Hij vindt deze plek één van de belangrijkste in de wereld. Overdrijft hij? Ik kan het historische belang niet schatten, maar één ding is zeker: het is indrukwekkend. We mogen in het museum jammer genoeg niet filmen of fotograferen, maar gelukkig kunnen we in de museumshop een mooi geïllustreerd boek kopen. 

’s Middags gaan we nog even terug langs het Grand Hotel in Chiclayo voor de lunch. Ik ben de kleine sleuteltjes van onze valies kwijt. Het personeel van het hotel gaat op zoektocht op onze kamer, maar vindt niets. Vervelend, maar niet zo erg; desnoods forceren we de slotjes en kopen nieuwe. Na de lunch wacht ons een lange busreis naar Trujillo door een woestijngebied dat 5 keer de oppervlakte van België beslaat. Peru 15
We rijden op de fameuze Pan-American Highway en het is nauwelijks te geloven dat hier 8 jaar geleden nog geen enkele weg lag. Dit is het ideale moment voor Karel om ons nog wat extra-informatie te geven over Peru. Hij vertelt o.m. dat hier de vrije markteconomie pas in 2001 is ingevoerd door Fujimori, en dat voordien in de grootwarenhuizen enkel “wc-papier en... wodka” te koop was. Fujimori heeft nadien het land verkocht aan westerse industriëlen en ook nu nog is een groot deel van de nijverheid en landbouw in handen van superrijke enkelingen. Zo rijden we kilometerslang door suikerrietplantages die behoren aan een zekere heer Casagrande. Hij heeft 20 minuten nodig om met zijn auto full speed van de ene kant van zijn grond naar de andere kant te rijden. In dit soort coöperatieven, die eigenlijk al lang geen coöperatieven meer zijn, heersen echte koloniale toestanden, je reinste slavernij en er breekt dan ook af en toe een opstand uit onder het personeel. Ook de kippenkweek is het monopolie van één persoon voor heel Peru. Ontelbaar zijn de kippenkwekerijen die we langs de kust voorbijrijden; allemaal eigendom van dezelfde man! We rijden door dorpjes die er primitief, zeer arm en vervallen uitzien. Geen wonder als je weet dat de kuststreek die we doorkruisen, heeft af te rekenen met het natuurfenomeen El Niño, een orkaan en tsunami die om de 7 jaar de hele kuststreek onder water zet. Het is geleden van de winter 1998, dus normaal gezien had hij dit jaar moeten toeslaan, doch dat is niet gebeurd. Dat betekent alleen maar dat de kans reëel is dat hij de volgende keer dubbel zo hard toeslaat. De honderden taxibromfietsen bieden een kleurrijk aanzicht, maar het algemene beeld geeft ons niet zo’n cultuurschok als Thailand en Afrika. De dorpjes en de natuur zijn eerder een mengeling van Azië en Afrika. De woestijn wordt voortdurend afgewisseld met groene zones dank zij uitstekende irrigatiesystemen, waarvan de oorsprong vaak tot de Inca’s teruggaat. In de omgeving van Trujillo wordt rijst gekweekt. Hij ligt in grote hoeveelheden langs de weg te drogen op grote vellen plastiek.
 

Intussen is de zon gaan schijnen en het wordt echt warm op de bus, maar van airco is geen sprake. Om 16.30 uur, na een rit van een goede 200 kilometer, bereiken we Trujillo, met 800.000 inwoners de derde stad van Peru. Ons hotel ligt aan de schitterende Plaza de Armas, die rondom omgeven is door koloniale gebouwen met gele, blauwe en steenrode gevels, bijna allemaal voorzien van het typische witte stucwerk, kunstig bewerkte houten balkons en fijn smeedijzeren traliewerk voor de ramen.

Peru 16

De avondzon laat de kleuren extrawarm en diep uitkomen en dit is natuurlijk hét moment voor foto’s. We trekken onmiddellijk de stad in. Op en rond het plein heerst een lawaaierige drukte. Daar zorgen vooral de vele gele taxi’s voor die toeterend hun voorrang opeisen. Ook in de verkeersvrije hoofdstraat is het zeer druk. De vele mensen en de kleine winkeltjes en kraampjes leveren mooie foto- en videobeelden op. We stappen even binnen in de kathedraal en hier zien we nog maar eens hoe devoot de mensen hier zijn, zowel jong als oud. Zeer pathetisch en luidop gebeden prevelend knielen ze deemoedig voor één van de vele heiligenbeelden neer. De altaren zijn overdadig versierd met zilverwerk, borduursel, lichtjes en plastieken bloemen. We slaan een voorraadje Gatorade op, naar het schijnt het ideale drankje tegen uitdroging. Om 20 uur gaan we aan tafel in het chique restaurant van ons hotel. Bijna iedereen blijkt al aan tafel te zitten en we zijn genoodzaakt alleen aan een andere tafel te gaan zitten. Henri en Annemie komen na ons binnen, maar zij verkiezen een ‘tête-à-tête’ en zo lijken we gedoemd tot een eenzame avond. Ik had gisteren al gemerkt dat zij niet zeer sociaal ingesteld waren en zich een beetje boven de groep verheven voelden. Gelukkig komen even later Johan en Rita nog opzetten en zo wordt het nog een gezellige avond met zijn vieren. Johan is een huisarts uit Brussel. Het eten valt best mee, maar is vrij duur: 70 dollar voor ons tweeën! We hadden er wél pisco sour, ceviche, rijst met zeevruchten respectievelijk lamb stew voor én een behoorlijke Peruaanse rode wijn. Bij ons zou het nog duurder zijn.

09:17 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: peru, trujillo, chiclayo |  Facebook | |

09-11-08

Alle vuilnis op het dak

Donderdag 14 juli 2005 

Ik heb als een blok geslapen, wel regelmatig eens wakker geweest maar telkens onmiddellijk weer ingedommeld. We worden beiden pas wakker om kwart vóór acht en zijn wonderwel goed uitgeslapen. We hebben het tijdsverschil blijkbaar al overbrugd, zou dat kunnen? De anderen waren in ieder geval al veel vroeger wakker; de meesten hebben maar geslapen tot half vijf . Aan tafel maken we kennis met Paul en Tijs, vader en zoon. Paul is zelfstandig consulent in communicatie maar heeft voordien jarenlang voor BASF gewerkt. Tijs is een pas afgestudeerd industrieel ingenieur, maar hij gaat volgend jaar verder studeren voor burgerlijk ingenieur. Ook Paul had vorig jaar al naar Peru willen komen, maar ook hij was te laat en is toen naar Guatemala geweest. Hij was meteen verkocht voor Zuid-Amerika en voor ‘Anders dan Anders’. Het ontbijtbuffet is zeer gevarieerd en lekker; het restaurant daarentegen is allesbehalve gezellig en vooral koud. Na het eten benutten we het vrije uurtje om snel eens tot aan de Stille Oceaan te wandelen en om een voorraadje water in te slaan. Iedereen heeft ons op het hart gedrukt dat we vooral veel moeten drinken. We zullen dat dus maar van in het begin doen. 

Om 10 uur stappen we op een moderne dubbeldeksbus en nemen plaats op de eerste rij van de bovenverdieping. Beter kan je niet zitten voor een sightseeingtour doorheen Lima. Wat een uitzicht en natuurlijk de ideale positie om te filmen. Lima is een grote en drukke stad en daarenboven tamelijk jong. In 1930 telde het amper 300.000 inwoners maar de bevolking is in de tweede helft van de twintigste eeuw gegroeid tot maar liefst 9 miljoen. Daar is o.a. de vlucht van de bergbewoners voor het ‘Lichtend Pad’ niet vreemd aan, maar ook de politiek treft schuld: zij lokten met mooie politieke beloften mensen van overal naar de hoofdstad. Ze kwamen echter van een kale reis in de armoede en de sloppenwijken terecht. Karel noemt de regering trouwens “clowns”, die er niets van bakken. Vooral Fujimori, die uitblonk in wanbeheer en fraude en sinds 2000 in ballingschap leeft in Japan, heeft het land in de dieperik gestort. De huidige president Toledo is er evenmin in geslaagd om de economie terug op gang te trekken, zodat er naar het schijnt zeer veel Peru 7Peruanen zijn die willen dat Fujimori terugkomt. Opnieuw vallen de vele kleurrijke autobussen op. Karel vertelt ons dat er niet minder dan 280.000 zijn in Lima en vele ervan zien eruit als oldtimers. Er zijn ook opvallend veel politieagenten: 90.000. Politieagent is overigens een beroep met aanzien in Peru; zij verdienen evenveel als een leraar, namelijk 200 Euro per maand, waar het gemiddelde maandinkomen schommelt tussen 150 en 225 Euro. De stad en de drukke boulevards bieden een kleurrijk spektakel: behalve autobussen zijn er ook zeer veel taxi’s. Fietsen en bromfietsen zijn er nauwelijks, maar het zijn vooral de mensen die het straatbeeld kleuren: eetkarretjes en -kraampjes, kinderen die alle mogelijke koopwaar aanbieden bij de rode verkeerslichten, vrouwen in felgekleurde kledij. Overal zijn rode vlaggen in alle formaten te zien. De voorbereidingen voor de Nationale Feestdag, die over 2 weken gevierd wordt, zijn volop aan gang. Ze zullen ons nagenoeg de hele reis opvallen. In het stadscentrum is een straat afgezet want op de weg ligt een hoop planken, oud ijzer en allerlei rommel. Ik denk onmiddellijk aan een brand, maar Karel legt ons uit wat er precies aan de hand is. De mensen in de stad hebben de gewoonte al hun grof huisvuil en rommel gewoon op hun dak op te stapelen. Eén keer per jaar moet dat dan “geruimd” worden en dan gooien ze gewoon alles naar beneden. Simpel! 

Peru 8

We stappen af in het centrum en staan meteen op de imposante Plaza Mayor, die in 1997 volledig werd opgeknapt. In het midden spuit een vrolijke fontein en rondom staan schitterende koloniale gebouwen met hun typische okergele gevels en prachtige balkons met overvloedig houtsnijwerk. Het meest opvallende gebouw is echter de kathedraal die grotendeels in dezelfde gele kleur is geverfd. We krijgen een uitgebreid bezoek en Karel laat zich Peru 9meteen van zijn beste kant zien. Hij ontpopt zich als een boeiende verteller en we hangen meteen allemaal aan zijn lippen. Zo komen we niet alleen te weten dat Francisco Pizarro, de Spaanse conquistador en stichter van de stad Lima, hier begraven ligt, maar ook dat hier zelfs een geschenk prijkt dat uit Gent afkomstig is, nl. een kist die werd geschonken door Keizer Karel. We luisteren geboeid naar het verhaal van Pizarro’s zoektocht naar El Dorado, de Gouden Stad en de heldhaftige moed en doorzetting die hij aan de dag legde bij de vijf pogingen die hij daarvoor heeft nodig gehad. Maar het verhaal wordt helemaal overschaduwd en ontluisterd door de vele wreedheden die de Spanjaarden in hun zucht naar goud begingen ten aanzien van de vredelievende Inca’s. Geen mooi verhaal en zeker niet in lijn met wat wij in het westen daarover te horen kregen. Karel maakt ook van de gelegenheid gebruik om wat uit te wijden over de zogenaamd diepe godsdienstbeleving van de Peruanen. Hij relativeert die sterk en beweert dat het eerder een naïeve gehechtheid is aan zowel christelijke als heidense rituelen, waaraan vooral de arme bevolking zich vastklampt in de hoop hun lot te doen keren. Zo zijn er in de Incarituelen elementen terug te vinden die verwijzen naar de katholieke eucharistieviering, terwijl er in de Latijns-Amerikaanse katholieke kerk ook wereldse afgoden en symbolen terug te vinden zijn. Als we de kathedraal verlaten, maken we in groep een wandeling door de buurt rond de Plaza Mayor. In een winkelgalerij worden sommigen van ons bestormd door een joelende bende schoolkinderen in keurig uniform, die ons om een handtekening bedelen. Op aanraden van Karel doet iedereen in het postkantoor postzegels in, want die zijn elders naar het schijnt moeilijk te vinden. Ze zijn superduur: 50 Bfr per kaart! We bewonderen verder het Presidentieel Paleis met de presidentiële wacht en vooral het uitbundig versierde Aartsbisschoppelijk Paleis in weelderige Spaanse Barok. 

En dan brengt de bus ons terug naar Miraflores, naar het restaurant “Senioria de Sulco”, volgens Karel één van de beste adressen in Lima. Peru 10
Er wacht ons een overvloedig, kleurrijk en gevarieerd buffet met tientallen aanlokkelijke schotels, koud en warm. De kok geeft ons uitleg bij de lokale specialiteiten en na het aperitief – een heerlijke pisco sour – schuiven we aan. Er zijn téveel specialiteiten om alles te kunnen proeven, ook al neem je maar kleine hapjes, maar de ceviche (rauwe vis gemarineerd in limoensap) valt het meest in de smaak. Daar nemen we dan ook meer dan één hapje van. De groep hangt al vrij goed aan elkaar; iedereen gaat met iedereen om en van kliekjes is er absoluut geen sprake. Na het eten verwijlen we nog even langs de kust in een groot modern winkelcomplex, midden de moderne hoogbouw van Miraflores. Er is een zeer mooie winkel met allerlei ambachtelijke producten en vooral mooi materiaal in alpacawol. We vinden het echter nog veel te vroeg om nu al te kopen; de reis is nog lang en we komen vast nog op goedkopere plaatsen dan de hoofdstad. Ik laat ook een mooi fotoboek over Peru liggen en daar zal ik later nog spijt van hebben.
 

Om 17 uur vertrekken we naar de luchthaven voor onze eerste binnenlandse vlucht. We trekken naar Chiclayo, zo’n 780 kilometer naar het Noorden. Veel keuze hebben Peru 11we niet, want er is geen treinverbinding, enkel een nachtbus die volgens Karel levensgevaarlijk is. Hij wordt alleen gebruikt door zakenmensen. Er wordt eten geserveerd aan boord net zoals in een vliegtuig en de bus legt de afstand af in amper 9 uur, en dat langs slechte en onverlichte wegen! De vlucht van LAN, de gemeenschappelijke luchtvaartmaatschappij van Argentinië, Peru en Ecuador, verloopt rustig en comfortabel en duurt een klein uurtje. Bij aankomst in Chiclayo is het al donker. Het is 18°C en tamelijk winderig. Het Grand Hotel Chiclayo heeft vier sterren en oogt mooi. Het heeft een casino en een karaokebar maar de accommodatie is toch wel minder luxueus. Vooral de geluidsisolatie laat te wensen over en er is zeer veel lawaai op straat. Er is geen eten voorzien (we kregen een hot snack op het vliegtuig) maar we nemen toch nog een drankje in de bar. Zo leren we weer een paar groepsleden iets beter kennen: Luc en Maria en Henri en Annemie. Luc werkt op de commerciële dienst van Honda in Gent en Maria staat in het onderwijs. Wat Henri precies doet is minder duidelijk, maar hij is ongetwijfeld een zakenman want hij beklaagt er zich over dat hij de Financial Times nergens heeft kunnen vinden en dat hij die dagelijks wenst te lezen. Hij drinkt bier en rookt stinkende sigaren.

10:17 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: peru, lima, chiclayo |  Facebook | |