31-12-08

De drijvende markt

Dinsdag 8 juli 2003  

Nóg vroeger opstaan vandaag, om 6 uur, want we vertrekken al om 7.30 uur. We moeten namelijk 120 kilometer rijden voor we aan de eerste halte zijn en daar zijn we zelfs best zo vroeg mogelijk. Inderdaad, de beroemde drijvende markt van Damnoen Saduak is op zijn mooist als er nog niet teveel toeristen zijn en de échte verse koopwaar wordt aangeboden aan de lokale bevolking. Maar daarvoor zullen we hoe dan ook te laat zijn, vrees ik. Onderweg maken we voor het eerst kennis met de Thaise wegen, dorpen, huizen, kortom het dagelijkse leven. Mooi kan je het niet noemen, maar over het algemeen lijkt Thailand een welvarend land. Hoewel de woningen sober zijn en er vooral aan de buitenkant slordig uitzien, zien we geen echte armoede. De mensen zijn druk doende met wassen, poetsen, boodschappen doen en rond de grotere dorpen is het verkeer druk. De meerderheid van de weggebruikers verplaatst zich per bromfiets of per camionette, die dienst doet als minibusje. Ook rijden er veel pick-uptrucks waarmee alle mogelijke materialen, mensen en dieren in open lucht vervoerd worden. In het beste geval vinden ze beschutting onder een grote plastiek tegen de regen. 

We rijden langs uitgestrekte zoutvlakten waar in het regenseizoen echter geen zout gewonnen kan worden omdat het water niet snel genoeg kan verdampen. Toch staan overal langs de weg zakjes zout te koop. Net voor we in Damnoen Saduak aankomen, zijn er overal kokospalmen en liggen er hoge stapels kokosnoten. De schorsen van de noten worden hier verwerkt tot de typische kokosmatten en uit het hout worden allerlei voorwerpen gesneden, doosjes gemaakt enz. Toen we deze morgen uit Bangkok vertrokken, regende het maar algauw werd het droog en wanneer we uit de bus stappen is het weliswaar grijs, maar mooi en zacht weer. We stappen in groepjes van 4 over in speedboten die ons met veel lawaai en in een helse vaart door een wirwar van smalle kanalen naar de drijvende markt brengen. Daar vallen we plots midden een andere wereld. Geen motorengeronk, maar het lawaai van het gekwebbel en geroep van de verkopers die een bonte, krioelende menigte vormen.
Thailand 12
De hele rivier is gevuld met kleine platte bootjes waarop alle denkbare koopwaar wordt aangeboden. Vooral de groenten- en fruitverkoopsters, die in de meerderheid zijn, zorgen voor een bijzonder kleurrijk spektakel. Ze dragen de typische rieten hoofddeksels die me eigenlijk meer aan Vietnam dan aan Thailand doen denken. Sommigen hebben een heus komfoortje aan boord en bereiden er soep of andere kleine gerechtjes. Als je iets wil kopen, moet je ze aanspreken vanuit je eigen bootje want geen van hen doet inspanningen om haar waar aan de man te brengen, in grote tegenstelling met hun collega's aan de wal die luidruchtig de toeristen toeroepen en zelfs niet aarzelen om je bootje met de hand tegen te houden en naar zich toe te trekken. Hier worden hoofdzakelijk kitscherige souvenirs verkocht. Het kwakend geluid van de houten kikkers overstemt zelfs het geroezemoes van de markt. Wij delen ons bootje met Jo, Raymond en Freya en krijgen van Jo een lesje in afbieden. Ze tikt een hoedje op de kop voor 100 Baht waar er aanvankelijk 800 Baht voor werd gevraagd. Hier is een toepasselijk "chapeau" wel op zijn plaats, alhoewel… Achteraf merkt Guido terecht op dat we niet moeten overdrijven. Gezien de weinige toeristen zijn de verkopers op dit moment bereid tot echt té lage prijzen om toch maar enig inkomen te hebben. We mogen daar geen misbruik van maken, zegt hij en hij heeft gelijk vind ik.
 

De volgende halte is Nakhon Pathom, 50 kilometer verder noordwaarts of een uurtje rijden. Onderweg laat Khon Tong ons kennis maken met verschillende inheemse vruchten die ze op de markt gekocht heeft: rambutans, een lycheeachtige vrucht in een rode bolster met lange zachte stekels; lambians of longans, vruchten in een gladde gele bolster aan een tros zoals grote druiven en die enkel in Azië voorkomen; en mangosteen of mangoet. Deze laatste wordt ook gebruikt om zijde te kleuren en dat merken we maar al te goed want ook onze vingers kleuren rood door de schors en we moeten heel voorzichtig zijn om onze kleren niet te besmeuren. Guido geeft ons les in het vakkundig ontdoen van de vruchten van hun bolster en dat is inderdaad nodig. We krijgen jammer genoeg opnieuw niet de kans om een doerian te proeven, want dat verhaal over die stank schijnt écht waar te zijn. We rijden door een streek waar veel rijst wordt geteeld, maar dat is nagenoeg over heel Thailand het geval. De rijstteelt zou hier trouwens al 5000 jaar vóór Christus begonnen zijn en dus veel ouder zijn dan in China. Al in 2800 vòór Christus bestond hier een bronscultuur, d.w.z. eerder dan in Mesopotamië. De stadjes en dorpen die we doorrijden bestaan vooral uit smakeloze betonnen huizen. Overal staan kleine geestenhuisjes waar de mensen allerlei offers brengen om de goede geesten aan te trekken en de kwade buiten te houden. Het zijn minitempeltjes waarrond de offers opgestapeld liggen: bloemen, beeldjes, kaarsen, tot zelfs etenswaren. De oude houten huisjes zijn allemaal afgebrand na kortsluitingen. Niet te verwonderen als je ziet hoe de elektrische leidingen hier overal in een ordeloos kluwen tegen de gevels zijn bevestigd.  

Nakhon Pathom is ontstaan in de 6e eeuw en is het oudste stadje van Thailand. Iedere Thai wil hier in zijn leven éénmaal komen want hier ligt de oorsprong van het boeddhisme. We brengen er een bezoek aan de Phra Pathom Chedi, het grootste boeddhistische bouwwerk ter wereld. Thailand 13De gouden chedi (klokvormige spitse toren) is 127 meter hoog en ligt te blinken in de zon tegen een inmiddels stralend blauwe hemel. De verplaatsingen tussenin met de bus worden door Guido benut om ons een en ander over het land te vertellen en dat is niet alleen leerzaam, het zorgt er ook voor dat de tijd op een aangename manier voorbij gaat. En het moet gezegd: Guido is goed voorbereid en doet zijn best om zowat alle facetten van het land aan bod te laten komen: geschiedenis, religie, economie, maar ook het dagelijkse leven. Hij legt ons bv. de basishoudingen van boeddha uit, die je bij elk beeld terugvindt en die alle een eigen betekenis hebben. Eerst en vooral is dat: zittend, liggend, staand of wandelend maar verder zijn ook de handen van belang: één hand opgeheven, met de hand een ring vormend, de open handpalmen naar beneden gericht of een combinatie van de vorige. 

's Middags stoppen we ergens langs een rivier en gebruiken het middagmaal op het dek van een boot. We hebben er een schitterend zicht op de brede, kronkelende rivier waarop grote trossen waterhyacinten drijven. Mooi, maar blijkbaar een probleem voor de scheepvaart. Deze plant, die vanuit Maleisië en Indonesië hier terechtgekomen is, woekert namelijk heel snel: één plant verdubbelt namelijk in omvang in 6 tot 8 dagen en in 50 dagen tijd levert elke plant zaad voor niet minder dan 3000 nieuwe planten! Na een opnieuw voortreffelijke lunch is het ongeveer anderhalf uur rijden naar Ayutthaya, de voormalige hoofdstad in de periode van de absolute heersers, de koningen. De stad ligt aan het kruispunt van 3 grote rivieren. We beginnen met een bezoek aan Wat Panang Choeng een tempel met een 19 meter hoog boeddhabeeld en maken er kennis met de boeddhistische gewoonten van de gelovigen. Thailand 14Ze kopen er rookstokjes waaraan kleine velletjes bladgoud hangen, die ze vervolgens op de vele boeddhabeeldjes aanbrengen. Dit geeft hen het recht om een gunst van boeddha af te smeken en het spreekt vanzelf: hoe meer ze betalen, hoe meer kans dat hun wens zal vervuld worden. Daarna bezoeken we het klooster. Hier leven vrouwelijke monniken die je enkel herkent aan hun witte kledij, want met hun kaalgeschoren schedel zijn ze niet van hun mannelijke broeders te onderscheiden. We brengen er een kort bezoekje aan één van de oudste "nonnetjes", die op de grond zit in een kamertje van hooguit 2 meter bij 2. Thailand 15Khon Tong bereidt haar een betelnoot, die ze in een vers groen blad rolt om op te kauwen. De felrode kleurstof van de noot kleurt alles rood en heeft ook voor gevolg dat na veelvuldig gebruik de tanden zwart worden en uiteindelijk uitvallen. Dit verklaart het vuile gebit van vele, vooral oude Thais. Bij het klooster hoort een prachtige ruïne met een lange rij grote boeddhabeelden, die alle omhangen zijn met grote gele doeken. Dit is een onderdeel van een ceremonie die iets met het regenseizoen te maken heeft, maar het ontgaat me wat precies. 

Om kwart voor vijf nemen we onze intrek in het Krungsri River Hotel. Het weer is mooi en op het grote terras, waar we 's avonds dineren, is de temperatuur zeer aangenaam. Er staan mooie planten en bloemen en we hebben een mooi uitzicht op de Krungsri-rivier. We beginnen echter met een frisse duik in het aanlokkelijke zwembad en daarna een lekkere daiquiri en margarita als aperitief. De sfeer in de groep is voor het eerst los en zelfs wat uitgelaten. Een orkestje speelt, overigens voortreffelijk maar véél te luid, uitsluitend Europese en Amerikaanse muziek. Het breekt eigenlijk een beetje de sfeer. Het eten is lekker en overvloedig, maar de wijn is duidelijk van mindere kwaliteit en… kost 150 Baht per glas. In Thaise normen een fortuin! Zo eindigt deze dag in een opperbeste sfeer en met een enigszins vermoeid gevoel. We hebben het voorbije etmaal dan ook heel wat meegemaakt en te verwerken, maar dat belet ons niet om als een blok in slaap te vallen. Volgens mij kan deze reis al niet meer stuk.

09:00 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: thailand, ayutthaya, damnoen saduak |  Facebook | |

30-12-08

De stad der engelen

Maandag 7 juli 2003

We worden vroeg gewekt: kwart vóór zeven en… het regent. Het ontbijtbuffet is mooi en overvloedig. Er zijn o.a. wafeltjes en zelfs gebakken zeebaars. Maar we krijgen weinig tijd want we vertrekken al om acht uur voor een bezoek aan Bangkok. We worden opgehaald door een typische, lange slanke longtail-boot met een grote lawaaierige buitenboordmotor. De kapitein is bejaard en zijn trouwe hond is naar verhouding al even oud. We varen eerst door het industriële havengebied maar even verder Thailand 6doet de Chao Praya denken aan het Canal Grande in Venetië. Zeker wanneer we de Klongs opvaren – een netwerk van kanaaltjes waarlangs huizen en allerlei ateliertjes gevestigd zijn – gaat de gelijkenis met de dogenstad nog meer op maar de sfeer en vooral de huizen zijn natuurlijk totaal anders. Het contrast tussen het rijke, kunstzinnige Venetië en het armtierige en volkse Bangkok is zelfs groot. We zijn getuige van talrijke schilderachtige tafereeltjes: mensen in kleine bootjes, krotwoningen op palen, vrouwen aan de was, jongemannen die zich in de vuile rivier wassen. Zelfs de fauna trekt onze aandacht: reigers en een grote varaan op de oever, die eerst statig voortschrijdend poseert om dan vliegensvlug in het groen weg te duiken. In het regenseizoen zijn de Klongs niet altijd open. Soms worden de sluizen dichtgehouden om overstromingen te vermijden. 

Als we uitstappen is het eerste wat we doen een parapluutje kopen. Het kost amper 100 Baht en is van een speciale stof die niet alleen waterdicht maar ook zonnewerend is. Welk weer het ook wordt, we zullen er nut van hebben. Het regent wanneer we, via een klein marktje het Grote Paleis bereiken waar we nagenoeg de hele voormiddag zullen doorbrengen.

Thailand 7
Het is dan ook een enorm complex van gebouwen en tempels en de belangrijkste toeristische trekpleister van de stad én van het land. Zéér indrukwekkend. Guido mag hier als buitenlander niet gidsen en wordt nauwkeurig in de gaten gehouden. Hij doet het tóch af en toe clandestien, maar het is vooral Khon Tong die de uitleg geeft. Guido vraagt om niet te dralen en hem te volgen. Er is nadien voldoende gelegenheid om foto's te nemen, maar ik kan er niet op wachten en begin er meteen op los te filmen. Gelukkig maar, want achteraf krijgen we slechts 15 minuten 'vrije' fototijd. Veel te weinig voor een videofanaat als ik. Gelukkig heb ik inmiddels ontdekt dat ik met mijn camera ook 'stills' of stilstaande foto's kan maken en dat komt hier zeer goed van pas. Er zijn zóveel kleine hoekjes, beeldjes en allerlei details die ik op beeld wil vastleggen en op die manier kost het ook minder tijd. Tegen 11 uur is mijn eerste batterij al op, dus ik zal me voor de rest van de dag toch wat moeten intomen. Het meest merkwaardige is de Smaragden Boeddha, een klein beeldje (amper 75 centimeter hoog) in smaragdgroene jade, dat in een tempel op een berg van gouden altaren en figuurtjes pronkt. Hier mag niet gefilmd of gefotografeerd worden en zoals overal elders moeten we ons in de tempels respectvol én deftig gedragen. Dat betekent o.a. altijd de schoenen uitdoen en nooit gaan zitten met de voeten naar boeddha gericht. Het hele tempelcomplex is indrukwekkend, maar toch vind ik dat het in al zijn felle kleuren en glitter iets pretpark-achtigs heeft.
 

Tegen de middag stappen we terug in onze boot en leggen aan bij het beroemde Oriental Hotel, dat al verschillende jaren na elkaar is uitgeroepen tot het 'beste hotel ter wereld'. Maar ja, wat betekent dat en vooral wie kan dat zeggen? Onze Filip en Mathilde waren hier te gast en volgens sommige berekeningen zou de kleine Elisabeth hier zelfs verwekt zijn. Wij eten echter niet in het hotel zelf, maar in het al even luxueuze restaurant Sala Rim Naam aan de overkant van de rivier. Een luxe-veerboot brengt de hotelgasten heen en weer tussen hotel en restaurant, een villa in een mooi verzorgde exotische tuin. Het personeel is prachtig gekleed en overal versieren bloemen op een verfijnde en eerder discrete manier het rijke interieur. Iedereen moet de schoenen uitdoen en ook het personeel loopt op kousenvoeten. Thailand 8De bediening is zeer stijlvol oosters en zeer speciaal. Wij zitten op kussens op de grond met onze benen in een kuil, zodat de obers op hun knieën moeten gaan zitten en zich al kruipend verplaatsen terwijl ze hun grote dienborden achter zich aan slepen. In de toiletten staat een rij pantoffeltjes klaar zodat je niet met je blote voeten op de nochtans kraaknette vloer moet lopen. Normaal zouden we hier een schitterend buffet voorgeschoteld krijgen, maar wegens het weinige volk is dat vandaag niet het geval. Jammer, maar de gerechtjes die ons worden opgediend wegen er ruim tegen op. Stuk voor stuk zijn het mooi gepresenteerde bordjes of kommetjes en zelfs de tandenstokers worden met een bloemetje versierd. We krijgen achtereenvolgens (of beter tegelijkertijd) een voorgerechtje met krab, een slaatje, een sorbet van rode vruchten, een groene curry, een pikante soep met scampi's, rijst met groenten en champignons en als dessert gemengd vers fruit. Een gastronomische belevenis zoals we wel gehoopt, maar eerlijk gezegd niet verwacht hadden.  

Na de middag gaat het naar de Wat Arun of Tempel van de Dageraad. Het is een van de oudste tempels van de stad. De 82 meter hoge prang (hoge torenspits op een piramidevormige trap) is versierd met duizenden stukjes kleurig Thailand 9Chinees porselein. Daarna gaat het in vliegende vaart dwars doorheen een overdekte markt waar enkel gedroogde vis wordt verkocht. Thailand is de grootste producent ter wereld van gedroogde vis die weliswaar hoofdzakelijk door Aziatische landen wordt afgenomen. Er is een ongeziene variëteit en heel wat vis is tot poeder vermalen en gemengd met specerijen zodat de kleur varieert van geel tot oranjerood en alle tinten die ertussen liggen. De reuk is nauwelijks te harden. Ook hier krijgen we veel te weinig tijd. Ik kan nauwelijks anders dan filmen al wandelend wil ik de groep niet uit het oog verliezen. De volgende halte is de Wat Pho, de oudste en grootste tempel van Bangkok. Hij is met nog meer en vooral nog kleurrijker porselein versierd als de Thailand 10Wat Arun. Hier bezoeken we de impressionante Rustende Boeddha: 46 meter lang en 15 meter hoog en helemaal met goud bedekt. Op het tempelterrein zien we voor het eerst een paar boeddhistische monniken met hun kaalgeschoren kop en hun opvallende dieporanje kleed. We zullen er de volgende dagen nog veel te zien krijgen. Aan de tempel is ook een school voor Thaise massage verbonden, maar dat staat voor ons later op het programma, als we in Chiang Mai zijn.  

De uitleg die we van Guido krijgen is nogal oppervlakkig, maar dat stoort me niet echt want ik kan meestal toch maar gedeeltelijk luisteren omdat ik anders helemaal geen tijd heb om te filmen. Wat me wél stoort aan Guido is zijn nogal dominante manier om voor ons te plannen en in onze plaats te beslissen. Hij geeft ons allerlei goede en praktische raad voor onze aankopen, maar hij bepaalt wat, waar en wanneer we iets moeten kopen. Hij heeft waarschijnlijk wel gelijk, maar dat ligt me niet zo. Het is trouwens duidelijk dat hij een andere smaak en prioriteiten heeft dan wij. Zo jaagt hij ons op interessante plaatsen teveel op om daarna veel te vroeg in het hotel terug te zijn. Hij is dan natuurlijk op zijn gemak en kan niet snel genoeg in de bar zitten om in zijn eentje een pintje te drinken. Wat een contrast met Frans in Zuid-Afrika. Die 'organiseerde' iedere avond het aperitief in de bar en deed er alles aan om de groep samen te houden. Maar…Guido heeft voor vanavond een verrassing in petto. Ik houd mijn hart vast en heb zo een licht vermoeden…  Als we (al om  16.15 uur!) in het hotel aankomen, onthult hij eindelijk zijn geheim. Hij organiseert een vrije uitstap naar een travestieshow in theater Calypso in het Asia Hotel. Niet dat hij voor platte seks is, maar "wat we daar zullen te zien krijgen is wereldklasse; beter dan wat je in Parijs kan zien! Dit is niet de vulgaire seks waar Thailand ten onrechte voor beroemd is, maar van een ongekende verfijning". Dit alles natuurlijk volgens onze vriend. Iedereen gaat mee, behalve wij… We gebruiken wel de bus als lift naar de stad en besluiten op eigen houtje een stukje van het nachtleven (of beter het avondleven) van Bangkok te gaan verkennen. Khong Ton brengt ons naar een straatje vol winkeltjes en kraampjes en waar een gezellige drukte en lawaai heerst.

Thailand 11
Prachtig! Dit is wat we ons vooraf van Bangkok voorstelden. We zijn er de enige toeristen en genieten de sympathie van alle kraampjeshouders, zeker als ik mijn camera uithaal. Onmiddellijk toveren ze hun grootste glimlach, sommigen zelfs een schaterlach, te voorschijn en de sfeer is ongelooflijk vrolijk. We kijken onze ogen uit: fruit, groenten, vlees, vis en allerlei gerechtjes die op een eenvoudig vuurtje gebakken of gekookt worden. We durven niet proeven uit schrik voor verstoorde darmen, maar uiteindelijk wagen we ons toch aan een rijstkoekje dat een vrouw ons vriendelijk aanbiedt. Wanneer ik haar 20 Baht aanbiedt (omdat ik niet kleiner heb), geeft ze me prompt een portie van 10 stuks. Ik kan die niet aannemen, waarop zij op haar beurt mijn geld terug geeft. Ik wil haar niet beledigen en neem het terug. Het blijkt inderdaad te kloppen dat de Thais niet thuis koken, maar op straat hun warme kost komen kopen. De heetste soepen worden in plastiek zakjes geschept en meegenomen naar huis. De grootste attractie is een kraam waar een man met een groot mes behendig de doerians uit hun harde stekelige schors haalt en het vlees voorzichtig in plastiek verpakt. Dit is voor de Thais een delicatesse, maar wordt door de buitenlanders (de farangs) als de pest gemeden omwille van hun doordringende vieze geur en dito smaak. Het is bijvoorbeeld verboden om ze op trein of bus op te eten of in sommige hotels binnen te brengen. We zouden ze wel eens willen proeven, maar moeten een hele vrucht kopen en ze zijn niet goedkoop. 
 

Tegen half tien wandelen we terug naar theater Calypso. Het is nog steeds zeer druk in de straten en we hebben ons geen moment onveilig gevoeld. Terecht of ten onrechte, dat weet ik niet.  De show is nog niet afgelopen, dus we wachten nog even in de drukke lobby van het grote, maar groezelige Asia Hotel. Ik kan me bij de show die hier wordt opgevoerd moeilijk iets stijlvols voorstellen en mijn vermoeden wordt bevestigd als de groep eerder ontgoocheld buitenkomt. Alleen Guido lijkt ervan genoten te hebben.

09:00 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: thailand, bangkok |  Facebook | |