24-01-14

De laatste busrit

Banner Namibie.gif

Vrijdag 27 september 2013 (1)

 

Niet te geloven, maar als we opstaan, staat de zon aan een blauwe hemel! Geen regenwolk meer te bespeuren. We hebben de wekker 15 minuten vroeger gezet en nemen onze tijd om buiten foto’s te maken van de opkomende zon. Er is nog niemand te zien en we wandelen rustig naar het restaurant. Onderweg komen we een springbok tegen bij een van de chalets. Ook die wordt op de gevoelige plaat vastgelegd natuurlijk en we genieten van de mooie ochtend.

Namibie Carlos 6 327.JPG

Uit het feit dat er nog geen voetsporen te zien zijn in het vers geharkte zand, leiden we af dat wij de eersten zijn. Groot is dan ook onze verrassing als blijkt dat iedereen al aan tafel zit… We zijn de laatsten! Dit is werkelijk een groep van vroege vogels en het zand wordt hier blijkbaar voortdurend bijgeharkt. Om 8 uur stipt vertrekken we voor de allerlaatste rit van onze reis. In Kalkrand nemen we terug de B1 om via Rehoboth Windhoek te bereiken, een rit van zo’n 200 kilometer. De weg loopt aanvankelijk over ‘grondpad’ en er is weinig verkeer. Het landschap is zeer kleurrijk: oranje zandgrond, groen en licht grijze begroeiing en een staalblauwe hemel. Er tekenen zich enkele mooie panorama’s af en opeens houdt de bus stil. Zonder een woord te zeggen, stapt Marc uit. Een probleem met de bus? Een sanitaire stop? Of gewoon even de benen strekken? Ik blijf alvast zitten, maar wanneer het nogal lang duurt, stap ik ook maar even uit de bus. Het blijkt om een fotostop te gaan en… ik heb mijn fototoestel niet meegenomen! Waarom zegt hij niets gvd?

 

Eens we terug op weg zijn, rakelt Marc alle onderwerpen op die hij tot nog toe niet behandeld heeft: de mijn- en landbouw, de visserij, de industrie, het toerisme en de gezondheidszorg. De mijnbouw is goed voor 10% van het nationale inkomen van Namibië. Zowat alles wordt hier opgegraven: koper, zink, tin, ijzererts en vooral uranium. Van dit laatste is Namibië zelfs de grootste producent ter wereld. Ook steenkool en aardgas zijn overvloedig aanwezig maar worden niet uitgebaat.  Men is nu vooral met man aan macht aan het zoeken naar aardolie. Overigens wordt momenteel nog 80% van de elektriciteit ingevoerd uit Zambia en Zuid-Afrika. Verder zijn er natuurlijk de diamanten en de vele halfedelstenen zoals topaas, toermalijn, agaat, ametist,… zoals we in Swakopmund gezien hebben. Wat de landbouw betreft (ook goed voor 10% van het nationale inkomen) ligt de nadruk op de veeteelt waarin ongeveer 30% van de actieve bevolking werkzaam is. Ondanks de droogte worden de laatste jaren ook allerlei nieuwe projecten opgezet in de zonnebloemen- en katoenteelt en zelfs in de wijnbouw.  De Neuras Shiraz zou volgens Marc zelfs een topwijn zijn. De visserij, nog eens 10% van het nationale inkomen, zit in de lift. Er zijn belangrijke concessies toegekend aan Rusland en Spanje voor de vangst van pilchards en sardienen. Ook de verwerkende industrie kent een forse groei. Zo zou vrachtwagenbouwer Iveco een assemblagefabriek in Namibië plannen. Uiteraard is ook het toerisme een belangrijke bron van inkomen (7%). Ieder jaar ontvangt dit land een miljoen bezoekers. 75% komt uit andere Afrikaanse landen: Angola (40%), Zuid-Afrika (23%), Zimbabwe, Botswana, Ghana. Van de resterende 25% vormen de Europeanen met 20% de grootste groep: Duitsland (10%), Groot-Brittanië (3,5%), Nederland (1,5%). Frankrijk, Spanje en Italië zijn elk goed voor 1% en België voor 0,68% maar dat laatste cijfer zou steeds toenemen zegt Marc. Voor de laatste 5% zorgen tenslotte de USA, Rusland, Australië en Nieuw-Zeeland. Tenslotte heeft Marc het over de gezondheidszorg die spotgoedkoop is maar smerig, slordig en vuil. Althans dat geldt voor de staatsgezondheidszorg want er bestaat ook een privézorg die van absoluut hoge kwaliteit is, maar zéér duur en dus niet voor iedereen bereikbaar. Zo zou een eenvoudige operatie gemakkelijk 100.000 N$ kosten en dat kunnen maar weinigen zich permitteren. Een opvallend gegeven is ook dat er in Namibië geen psychiatrie bestaat.

 

Nadat we weer de Steenbokkeerkring zijn overgereden komen we aan in Rehoboth, een stad van 20.000 inwoners. Hier zijn we in de stad van de ‘basters’.  Afstammend van Zuid-Afrikaanse blanken zijn het bruine mensen die trots zijn op hun gemengde afkomst. In 1868 stichtten ze onder Namibie Carlos 6 363.JPGde leiding van Hermanus Van Wijk hun eigen republiek met eigen “Vaderlijke Wette”. Aan het hoofd stond een “kapitein” die door de Duitse kolonialisten werd erkend. Onder het Zuid-Afrikaans protectoraat waren ze zeer welvarend en streefden ze naar erkenning als onafhankelijke republiek.  Dat bleef zo tot in 1990 Namibië stelde dat iedereen in het land gelijk is en de basters hun droom van onafhankelijke staat mochten opbergen. Nu lijken ze daar mee verzoend en worden ze over heel het land zeer gewaardeerd als stielmannen in de bouw. Het stadje lijkt zeer welvarend en langs de weg zien we talrijke opmerkelijk mooie villa’s. Buiten de stad rijzencompoundsuit de grond: omheinde terreinen met luxueuze villa’s, grootwarenhuizen en een golfterrein. Hier komen de nieuwe rijken uit Windhoek zich vestigen. Kostprijs van een huis: tot 4 miljoen N$... We naderen intussen Windhoek. Als uitsmijter trakteert Marc ons nog op een resem leuke woorden in het Afrikaans : padprop (verkeersopstopping), spuitpoep (diarree), moltrein (metro) en nog vele andere. Zoals we allemaal weten is het Afrikaans afkomstig van het Nederlands, maar sinds 1700 is het erkend als een aparte taal. Ze wordt door 15 à 20 miljoen mensen gesproken. 

 

vorige                                volgende

08:00 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: namibie, kalahari, rehoboth |  Facebook | |

22-01-14

Kalahari

Banner Namibie.gif

Donderdag 26 september 2013 (2)

 

Om 14:45 uur komen we aan bij de Bagatelle Kalahari Game Ranch, onze lodge voor vannacht. Al dagenlang kondigt Bruce deze plek aan als de mooiste van de hele reis. “When you see that, you will drive crazy!” zei hij. Het is inderdaad een mooie plek, maar door de regen verliest ze toch een groot deel van haar charme. De bungalows zijn gebouwd rond een boerderij met ezels, geiten, Namibie Carlos 6 082.JPGoryxen en springbokken. In een omheind terrein leven ook drie jachtluipaarden onder de bescherming van het Cheeta Conservation Fund. Mascotte en huisdier van de ranch is echter een tamme springbok die vrij in en om het hoofdgebouw rondloopt. Het is een heel eind wandelen en even ploeteren door het mulle zand naar onze chalet, die boven op een duinenrug staat en uitkijkt op de grote rode vlakte die de Kalahari is. Het landschap is schitterend: door de regen ziet het zand nog roder en de schaarse vegetatie kleurt ook iets frisser groen. Alleen de zon en de blauwe lucht ontbreken jammer genoeg. In de verte is een waterplas waar de wilde dieren kunnen komen drinken, maar daar is momenteel geen leven te bespeuren. Het regent lichtjes en er staat een felle wind. De ruime kamer is mooi aangekleed met hoofdzakelijk blauwe accenten maar de eveneens blauw gekleurde springbokvellen had men beter achterwege gelaten… De badkamer heeft een groot venster dat uitkijkt op de woestijn zodat je ook vanuit je bad van de natuur kan genieten. Dat de spring- en andere bokken ook naar binnen kunnen kijken, moet je er maar bij nemen.

 

Om 16:00 uur is het verzamelen geblazen voor de game drive. Intussen is het nog harder gaan regenen en het is ronduit koud. Té slecht weer om in een open voertuig rond te rijden. Als Namibie Carlos 6 116.JPGalternatief mogen we het voederen van de jachtluipaarden meemaken. In twee jeeps rijden we de omheinde zone binnen en onmiddellijk komen drie cheeta’s dichterbij. Zij weten wat hen te wachten staat maar ze blijven opvallend rustig en geduldig. De jeeps rijden een paar rondjes en de dieren volgen gedwee. Het zijn prachtige, elegante beesten en ook hun houding straalt fierheid uit. De haren van hun mooi gevlekte pels klitten een beetje aan elkaar van de regen. We kunnen heel goed foto’s maken, dank zij de telelens ook in close-up. Plots schiet de jeep vooruit en maakt snelheid. Onmiddellijk gaan ook de jachtluipaarden in galop, sierlijk en krachtig. Hiermee willen de bewakers ons laten zien hoe snel en sierlijk de cheeta’s lopen. Ze halen snelheden van 50 tot 90 kilometer per uur en zijn daarmee de snelste sprinters ter wereld. Maar ze kunnen hun topsnelheid niet lang aanhouden en zijn uitgeput wanneer ze hun prooi te pakken hebben. Het gevolg is dat vaak andere roofdieren met hun vangst gaan lopen. We stoppen en de chauffeur stapt uit met enkele grote stukken vlees, het avondmaal van de cheeta’s. Van zodra ze een stuk bemachtigd hebben, gaan de dieren ergens rustig apart liggen en trekken met hun scherpe tanden het vlees aan stukken. Rond hun muil kleurt alles rood. Wij zitten er met onze neus op en onze fotocamera’s klikken!

 

Als we terug buiten de omheining zijn, regent het nog steeds. Marc vindt dat het geen zin heeft om te gaan game driven, maar hij stuit meteen op algemeen protest. Wellicht komen wij hier nooit meer terug en we willen toch de Kalahari gezien hebben, ook al is het in de regen. Dus vertrekken we toch, zo goed als mogelijk beschermd tegen kou en regen. De natuur leeft bij dit weer meer dan ooit: de planten drinken gretig en fleuren op, het zand kleurt feller rood dan anders en de dieren zijn actief. Het duurt dan ook niet lang voor we springbokken, spiesbokken, steenbokken, 3 jonge elanden en een rennende kudde gnoes te zien krijgen.

Namibie Carlos 6 183.JPG

Het landschap is prachtig: heuvelachtig, rood-oranje zandduinen, groen in alle tinten en hier en daar een schilderachtige boom. Hoog in de bomen zitten gieren en andere kleurrijke vogels te genieten van de koele regen. In de hobbelende jeep is het niet gemakkelijk om mooie foto’s te maken en we moeten onze camera beschermen tegen de regen en onze lenzen constant afdrogen. Gelukkig gaat het steeds minder regenen en we kunnen toch nog heel wat mooie plaatjes schieten. Uiteindelijk hebben we ruim 2 uren rondgereden en iedereen is blij dat we toch uitgereden zijn, Marc waarschijnlijk ook. Dit was weer één van de hoogtepunten van onze reis! Op het einde nemen we nog een afslag naar de top van een duin voor een ‘sundowner’. Er is weliswaar geen ondergaande zon te zien maar toch zit er wat kleur in de hemel en is het zeer stemmig.

 

Om 19 uur zijn we terug. Snel douchen en omkleden en… aan tafel. Er is weinig licht op de kamer want hier moet men niet alleen zuinig omgaan met water, maar ook met elektriciteit. P en M zijn daar zeer ontstemd over evenals over het gebrek aan comfort in het algemeen. Zij vergeten echter dat we hier in volle Kalahari zitten. Als we de lange wandeling aanvatten van onze chalet naar het restaurant, regent het niet meer. Het is wél pikkedonker en ik heb het licht van mijn iPhone nodig om de weg te vinden. In het restaurant is het zeer knus en gezellig warm en het eten is voortreffelijk: carpaccio van wild, springbok met groenten en aardappelen en crème brûlée achteraf. We sluiten de avond af in de bar met enkele medereizigers (altijd dezelfden…) met een deugddoende, maar zeer kleine Cointreau en Drambuie. We beseffen dat dit onze laatste avond is want morgen zitten we al op het vliegtuig naar huis. Om 23 uur klimmen we een laatste keer de duin op naar onze kamer en het is 23:15 uur als we eindelijk het licht uitknippen en de complete stilte van de woestijn over ons neerdaalt.

 

Voor meer foto's van de Kalahari woestijn: klik hier

 

vorige                                 volgende

08:00 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: namibie, kalahari |  Facebook | |