02-01-09

Een beklijvende ervaring

Woensdag 9 juli 2003  

We bezoeken vandaag verder Ayutthaya, of beter gezegd een klein deeltje ervan, want het zou verschillende dagen vergen om hier alles gezien te krijgen. Ayutthaya is immers na Sukhotai de tweede bakermat van de Thaise geschiedenis. Hier hebben de eerste koningen zich gevestigd en van hieruit een machtig rijk uitgebouwd en daarvan zijn natuurlijk heel wat sporen overgebleven. De meeste tempels zijn niet meer dan ruïnes, maar hun omvang geeft Thailand 16een goed idee van de immense rijkdom en macht die ze destijds ongetwijfeld moeten hebben uitgestraald. Het grootste deel van het erfgoed is echter in de achttiende eeuw verloren gegaan door de Birmaanse verovering en plundering van de stad. Wij bezoeken de Wat Sri Sanphet, die de belangrijkste tempel was van het paleizencomplex. Met drie indrukwekkende chedi's op een rij laat hij een onvergetelijke indruk na. Mij komt het authentieker over dan de praal en de glitter van de tempels in Bangkok. Hier heb je écht het gevoel van op een historische site zijn en niet in een pretpark. We zijn er met onze groep helemaal alleen… 

Onderweg naar Saraburi neemt Guido de gelegenheid te baat om ons meer te vertellen over het boeddhisme. Leerrijk en hij slaagt erin om ons in een notendop kennis te laten maken met Boeddha zelf, zijn leer en de regels van zijn volgelingen. Boeddha betekent 'de Verlichte' en is de naam die gegeven werd aan een Nepalese prins die in 572 vóór onze tijdrekening zólang onder een boom ging zitten, tot hij de verlichting kreeg. Hij ontdekte dat het 8-voudig Pad van de Waarheid bestaat uit juiste visie, realisatie, gerichte daden, levensonderhoud, inspanning, wakkerheid van geest en concentratie. Dit pad leidt naar de beëindiging van het lijden en wanneer je dat bereikt hebt, stap je uit de kring van het leven en word je niet meer herboren, maar krijgt toegang tot het Nirwana 

Het boeddhisme is niet zozeer een religie maar een levensbeschouwing. Vele volgelingen van Boeddha beleven die als monnik. Overal in Thailand ontmoet je ze in hun opvallende oranje kleren en met hun kaalgeschoren hoofd. Er zijn twee soorten monniken: zij die er levenslang voor kiezen en zij die voor een korte tijd monnik worden. Elke man is namelijk verondersteld om minstens één keer in zijn leven monnik te zijn geweest. Velen doen dat zo vroeg mogelijk (dat verklaart de vele piepjonge monnikjes) terwijl anderen het doen net vóór een belangrijke gebeurtenis (zoals vb een huwelijk) of bij huwelijksproblemen. Ze kunnen dan weken, maanden of zelfs jaren monnik blijven. De monniken zijn celibatair en mogen geen vrouw en geen geld aanraken. Ze leven van wat ze als gift van de mensen krijgen en daarvoor gaan ze elke morgen op bedeltocht. De verzamelde giften worden in het klooster verdeeld. Ze eten maar één keer per dag. Roken mag wél, want dat kan Boeddha niet verboden hebben aangezien tabak toen nog niet bestond. De monniken streven ernaar om reeds in dit leven de verlichting te vinden en leven enkel om de pijn van de mensen te lenigen. Monniken mogen ten allen tijde uittreden. 

De meeste tempels zijn schatrijk door de gulle giften van de gelovigen. Dat is zeer goed te merken bij elke tempel die we bezoeken. Op allerlei manieren proberen de mensen de gunsten van Boeddha af te smeken door offers en daarvoor moeten ze allerlei kopen: kaarsen, bladgoudblaadjes, lotusbloemen, enz. En daarvoor moet geld afgedokt worden. Het geloof van de mensen is zeer naïef. Zo geloven ze dat, wanneer hun bede niet verhoord wordt, dat waarschijnlijk komt omdat ze te weinig betaald hebben… Is het geloof van de gewone mens nog puur, het instituut is sterk commercieel. Aan het hoofd staat de patriarch, die door de koning wordt gekroond. Er bestaat een hiërarchie maar alle rangen dragen dezelfde kledij. De oranje- of saffraankleur van de pij zou gekozen zijn om zo goed mogelijk te lijken op de kleur van de bevuilde lijkwaden van de overledenen. Er bestaat een kleine strenge orde die bruine kleren dragen en later op de dag maken we ook kennis met monniken in donkerbruin en dat zijn de kruidenmonniken. 

Nog vóór de middag komen we aan in het Tham Krabok klooster, een afkickcentrum voor drugsverslaafden. We worden er ontvangen door Gordon, een Amerikaanse ex-huurling, afkomstig uit Manhattan, New York die hier 21 jaar geleden bij toeval terecht kwam en door de toenmalige abt werd uitverkoren om hem op te volgen en zijn werk voort te zetten.

Thailand 17
Een zeer merkwaardig verhaal en een zeer merkwaardig man en wat een charisma! We luisteren ademloos toe wanneer hij ons de werking van het centrum uitlegt. Hier worden verslaafden van over de hele wereld gratis behandeld. Er is maar één voorwaarde: vrijwillig willen behandeld worden en… volhouden. De verslaafden verblijven hier tussen de 5 dagen en de 6 maanden;  30% ervan zijn buitenlanders: Zwitsers, Nederlanders, Duitsers, Denen spannen de kroon, maar ook de Belgen zitten in de top 10. Vaak zijn ze van zeer rijke afkomst. Bij het binnenkomen wordt hen hun naam afgenomen en worden ze voor de keuze gesteld of ze willen leven of sterven. Volgens Gordon is dat de enige keus. 70% geneest en…"van de andere 30% weten we waar ze zijn: dood!". In België ligt de succesratio voor soortgelijke gevallen op amper 2%! 
 

Hier worden alle soorten verslaving behandeld. In en rond het klooster woont een leefgemeenschap van niet minder dan 20.000 mensen. Het zijn stateloze die door de abt uit de omgevende bergen zijn gehaald. De gemeenschap heeft een eigen wetgeving, een eigen politie en een eigen rechtssysteem. De therapie werkt met kruidendrankjes en de behandeling is keihard. Aan het begin van de behandeling wordt een diagnose gesteld o.m. op basis een analyse van hun adem en hun zweet en naargelang de verslaving wordt een kruidendrank samengesteld. Uitgangspunt is: "For every disease there is a cure... you! You have to believe it." Genezen is voor 80% psychologisch. De patiënten moeten hun geloof op rijstpapier schrijven en opeten. 's Nachts wordt hen een koptelefoon opgezet en zo krijgen ze tijdens hun slaap een brainwashing. Elk moment van hun verblijf staan ze individueel onder controle van een begeleider terwijl ze zware arbeid moeten verrichten. Na de behandeling moeten ze om de 6 maanden een rapport opsturen mét een foto van hun ogen. Daaraan kan opgevolgd worden of ze inderdaad volhouden.Gordon vertelt ons dat George Bush hier geweest is omdat hij wilde dat dezelfde methode in de Verenigde Staten zou worden ingevoerd. Hij kreeg de kruiden mee, maar het experiment mislukte grandioos. De officiële verklaring was dat ze in de States het goede water niet hadden voor de drank, maar Gordon kent de échte reden: zij kunnen er niet 24 uur per dag mee bezig zijn zoals hier. "I don't believe this bullshit" zou Bush gezegd hebben. 

En dan volgt de "demonstratie". Een paar verslaafden hebben zich vrijwillig opgegeven om ten aanschouwe van onze groep de behandeling met kruidendrank te demonstreren. Er verschijnt een groep van een tiental mannen (alleen mannen) in een rood plunje. Ze beginnen onder begeleiding van een trom eentonig ritmisch te zingen. Twee van hen komen naar voor en knielen elk voor een emmer water. Dan verschijnt een kruidenmonnik in bruine pij die het drankje uit een flesje in een klein glaasje giet en aan de patiënten geeft. In één teug gieten zij het binnen en drinken daarna grote hoeveelheden water uit de emmer. .In even grote hoeveelheden wordt dit algauw uitgebraakt en aldus wordt het lichaam innerlijk volledig gezuiverd. Het is een bijzonder indrukwekkend maar weinig appetijtelijk schouwspel, dat ons ongetwijfeld lang zal bijblijven. We worstelen met de vraag of dit inderdaad de meest aangewezen therapie is en of dit menselijk wel verantwoord is, maar één ding is zeker: het is zeer effectief. 

Nog vóór de middag trekken we verder. In de buurt van Saraburi  vallen de granietmolens op en de vele bergen die gedeeltelijk verdwenen zijn. Hier wordt graniet gewonnen en daarvoor worden door ontploffingen de bergen geleidelijk "afgebroken" tot er binnen enkele jaren alleen nog een vlak landschap zal overblijven. Naar het schijnt is de hele omgeving hier in de zomer asgrijs door het stof. Na een half uurtje bereiken we Lopburi. Het stadje is bekend onder de naam Monkey City wegens de vele aapjes die er vrij in de stad rondlopen. De namiddag brengen we voor het grootste deel door in de bus want het is een hele afstand naar Pitsanuloke, onze eindbestemming van vandaag. We doen er 4 uren over, dus tijd genoeg voor Guido om ons nog wat wetenswaardigheden mee te geven over "zijn" land. Hij vertelt ons o.m. dat de begroeting van een Thai steeds uit twee delen bestaat: eerst de Sa Wa Dee Krap (goeiedag) en onmiddellijk daarna: "heb je al gegeten?".  In het eerste deel wordt de "r" niet uitgesproken, dus we leren de "sawadiekap" van buiten en zullen het de hele reis dagelijks tientallen keren horen of zelf gebruiken. De begroeting door de vrouwen is echter niet helemaal dezelfde: zij zeggen "Sa Wa Dee Ka". De vraag die bij een begroeting meestal op de derde plaats komt is "waar kom je vandaan en waar ga je heen?". Thailand mag gerust het land van de glimlach genoemd worden, want dat kunnen ze als geen ander. Er bestaan echter 10-tallen soorten glimlach. Wat belangrijk is ligt "behind the smile". Voor de Thais is het imago naar buitenuit van het allergrootste belang. Eén van de gevolgen daarvan is bv. dat er in Thailand zeer veel kappers zijn. Het zijn echte beauty salons, je betaalt er amper 90 Baht en wordt er verzorgd door 2 à 3 personeelsleden. In je contact met Thais moet je ervoor zorgen dat ze nooit hun gezicht verliezen. Dat is het ergste wat hen kan overkomen en het wordt ook als de grofste onbeleefdheid beschouwd als je daar geen rekening mee houdt.  Thais zijn ook zeer chauvinistisch en hebben een zeer sterk nationaal gevoel. Zo wordt op vele plaatsen elke dag om 8 uur én om 16 uur het volkslied gespeeld. Dan valt het hele leven stil. In de bioscoop wordt bv vóór de film begint een foto van de koning getoond, waarop iedereen eerbiedig in stilte gaat rechtstaan. Tenslotte is er een grote dualiteit tussen mannen en vrouwen. De mannen zijn over het algemeen onbekommerd en laten "de boel maar draaien". Ze zijn in het huwelijk niet erg trouw. De vrouwen daarentegen zijn dat wél en hebben een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Daarom staan in veel bedrijven vrouwen aan het hoofd. 

Thailand leeft in de eerste plaats van het toerisme en de landbouw. Verder zijn er een klein aantal tin- en goudmijnen. Het land moet de meeste producten invoeren, en wat de uitvoer betreft komt de rijst op de eerste plaats. Met 20 miljoen ton per jaar zijn ze zelfs de grootste rijstexporteur ter wereld. Verder op de exportlijst volgen in volgorde van belangrijkheid: suiker, tapioca, maïs, rubber, tropisch fruit, diepgevroren scampi's, ingeblikt fruit en vis, computeronderdelen, textiel (vooral zijde), matrassen, lederwaren en diamant. En tenslotte nog twee leuke dingen uit het dagelijkse leven, meer bepaald uit de hoek van de hobby's met vogels. Er wordt in Thailand immers nogal wat met vogels "gespeeld". Zo kennen ze hier zangwedstrijden voor duiven, zowat hetzelfde systeem als de vinkenzetterij bij ons. Verder zijn er ook zeer veel hanengevechten. zie je steeds een kommetje met water en waarop een kleiner kommetje drijft. Het is de chronometer: het kleine kommetje heeft een gaatje in de bodem en vult zich zeer geleidelijk met water. Het is zo gemaakt dat het precies 17 minuten duurt voor het zinkt. En dat is het sein dat de kamp voorbij is.  

Als we om half zes in Pitsanuloke aankomen, staan er zwarte dreigende wolken aan de hemel en blaast er een strakke wind. Het Amari Lagoon is een groot hotel en Guido is er fier op dat hij dit hier zelf heeft gevonden. Onze verwachtingen zijn dus hoog gespannen, maar waarschijnlijk daardoor valt het wat tegen. Ten onrechte eigenlijk, want het is toch wel mooi: park, indrukwekkende oprit met vijvers en palmbomen, zwembad, vogelkooien, fitnessclub, enz. Aan het zwembad zit nog een groep Vlamingen. Ondanks het dreigende onweer nemen we toch een duik. Verfrissend hoopten we, maar het water is zo warm dat het pas verfrissend is als je eruit stapt. Het dinnerbuffet is ronduit schitterend: een ruime keuze uit warme en koude gerechten, pasta's, wok, fruit en gebak. 

Na het eten staat een rit door de stad per samlok op het programma. Een samlok is een driewielige fietstaxi, waar de driver voorop en de passagier achterop zit. Er staan er een 10-tal klaar en per koppel nemen we plaats onder de grootste hilariteit en joelend als kinderen die op schoolreis vertrekken. Het is een hele bedoening: een lange rij van fietsen, als kerstbomen met lampjes versierd, Thailand 18die tussen het verkeer stadinwaarts trekt. Guido heeft plaats genomen op een brommertje en rijdt voortdurend op en af om het verkeer hier en daar tegen te houden. Langs de weg worden we voortdurend door de mensen enthousiast toegewuifd. Het is een prima manier om de stad te beleven: je voelt alles veel beter aan en kan ook alle geuren opsnuiven, zoals bv de stank van een stapel doerians. In de stad houden we halt aan een kraam met allerlei gebakken insecten en ander ongedierte: sprinkhanen, krekels, wormen, schorpioenen hele kikkers en de huid van padden. Niet iedereen durft het aan, maar wij willen deze kans niet laten voorbijgaan en trachten van alles eens te proeven. Alleen de paddenhuid en de schorpioen vinden we toch wel wat over de limiet! De rest smaakt niet goed maar ook niet slecht. Er hangt wel een zeer aparte geur rond het kraam. 

Onze tweede stop is de "flying spinach" ofte "vliegende spinazie"-show. Voor het terras van een restaurant staat een kleine truck gestationeerd, waarop een platform is gebouwd. Aan een wok bereidt intussen een kok spinazie waarbij hij de vlam tot wel 3 meter hoog laat oplaaien. Wanneer de spinazie gaar is, gooit hij ze met een grote zwaai vanuit de wok achter zijn rug omhoog en bovenop de truck wordt ze keurig op een bord opgevangen. En dan is het onze beurt… althans voor een paar dappere vrijwilligers en zij brengen het er nog goed van af ook. Een en ander zorgt natuurlijk voor de nodige ambiance, maar het mooiste is nog het enthousiasme waarmee de organisatoren en onze fietsbegeleiders het allemaal beleven niettegenstaande zij dit waarschijnlijk al jaren enkele keren per week opvoeren. En dan gaat het in dezelfde kleur- en lichtrijke stoet terug naar het hotel. We komen er aan tegen 22 uur en kruipen onmiddellijk in bed. Het is genoeg geweest voor vandaag;  er resten nog heel wat dagen…

09:00 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: thailand, ayutthaya, pitsanuloke |  Facebook | |

31-12-08

De drijvende markt

Dinsdag 8 juli 2003  

Nóg vroeger opstaan vandaag, om 6 uur, want we vertrekken al om 7.30 uur. We moeten namelijk 120 kilometer rijden voor we aan de eerste halte zijn en daar zijn we zelfs best zo vroeg mogelijk. Inderdaad, de beroemde drijvende markt van Damnoen Saduak is op zijn mooist als er nog niet teveel toeristen zijn en de échte verse koopwaar wordt aangeboden aan de lokale bevolking. Maar daarvoor zullen we hoe dan ook te laat zijn, vrees ik. Onderweg maken we voor het eerst kennis met de Thaise wegen, dorpen, huizen, kortom het dagelijkse leven. Mooi kan je het niet noemen, maar over het algemeen lijkt Thailand een welvarend land. Hoewel de woningen sober zijn en er vooral aan de buitenkant slordig uitzien, zien we geen echte armoede. De mensen zijn druk doende met wassen, poetsen, boodschappen doen en rond de grotere dorpen is het verkeer druk. De meerderheid van de weggebruikers verplaatst zich per bromfiets of per camionette, die dienst doet als minibusje. Ook rijden er veel pick-uptrucks waarmee alle mogelijke materialen, mensen en dieren in open lucht vervoerd worden. In het beste geval vinden ze beschutting onder een grote plastiek tegen de regen. 

We rijden langs uitgestrekte zoutvlakten waar in het regenseizoen echter geen zout gewonnen kan worden omdat het water niet snel genoeg kan verdampen. Toch staan overal langs de weg zakjes zout te koop. Net voor we in Damnoen Saduak aankomen, zijn er overal kokospalmen en liggen er hoge stapels kokosnoten. De schorsen van de noten worden hier verwerkt tot de typische kokosmatten en uit het hout worden allerlei voorwerpen gesneden, doosjes gemaakt enz. Toen we deze morgen uit Bangkok vertrokken, regende het maar algauw werd het droog en wanneer we uit de bus stappen is het weliswaar grijs, maar mooi en zacht weer. We stappen in groepjes van 4 over in speedboten die ons met veel lawaai en in een helse vaart door een wirwar van smalle kanalen naar de drijvende markt brengen. Daar vallen we plots midden een andere wereld. Geen motorengeronk, maar het lawaai van het gekwebbel en geroep van de verkopers die een bonte, krioelende menigte vormen.
Thailand 12
De hele rivier is gevuld met kleine platte bootjes waarop alle denkbare koopwaar wordt aangeboden. Vooral de groenten- en fruitverkoopsters, die in de meerderheid zijn, zorgen voor een bijzonder kleurrijk spektakel. Ze dragen de typische rieten hoofddeksels die me eigenlijk meer aan Vietnam dan aan Thailand doen denken. Sommigen hebben een heus komfoortje aan boord en bereiden er soep of andere kleine gerechtjes. Als je iets wil kopen, moet je ze aanspreken vanuit je eigen bootje want geen van hen doet inspanningen om haar waar aan de man te brengen, in grote tegenstelling met hun collega's aan de wal die luidruchtig de toeristen toeroepen en zelfs niet aarzelen om je bootje met de hand tegen te houden en naar zich toe te trekken. Hier worden hoofdzakelijk kitscherige souvenirs verkocht. Het kwakend geluid van de houten kikkers overstemt zelfs het geroezemoes van de markt. Wij delen ons bootje met Jo, Raymond en Freya en krijgen van Jo een lesje in afbieden. Ze tikt een hoedje op de kop voor 100 Baht waar er aanvankelijk 800 Baht voor werd gevraagd. Hier is een toepasselijk "chapeau" wel op zijn plaats, alhoewel… Achteraf merkt Guido terecht op dat we niet moeten overdrijven. Gezien de weinige toeristen zijn de verkopers op dit moment bereid tot echt té lage prijzen om toch maar enig inkomen te hebben. We mogen daar geen misbruik van maken, zegt hij en hij heeft gelijk vind ik.
 

De volgende halte is Nakhon Pathom, 50 kilometer verder noordwaarts of een uurtje rijden. Onderweg laat Khon Tong ons kennis maken met verschillende inheemse vruchten die ze op de markt gekocht heeft: rambutans, een lycheeachtige vrucht in een rode bolster met lange zachte stekels; lambians of longans, vruchten in een gladde gele bolster aan een tros zoals grote druiven en die enkel in Azië voorkomen; en mangosteen of mangoet. Deze laatste wordt ook gebruikt om zijde te kleuren en dat merken we maar al te goed want ook onze vingers kleuren rood door de schors en we moeten heel voorzichtig zijn om onze kleren niet te besmeuren. Guido geeft ons les in het vakkundig ontdoen van de vruchten van hun bolster en dat is inderdaad nodig. We krijgen jammer genoeg opnieuw niet de kans om een doerian te proeven, want dat verhaal over die stank schijnt écht waar te zijn. We rijden door een streek waar veel rijst wordt geteeld, maar dat is nagenoeg over heel Thailand het geval. De rijstteelt zou hier trouwens al 5000 jaar vóór Christus begonnen zijn en dus veel ouder zijn dan in China. Al in 2800 vòór Christus bestond hier een bronscultuur, d.w.z. eerder dan in Mesopotamië. De stadjes en dorpen die we doorrijden bestaan vooral uit smakeloze betonnen huizen. Overal staan kleine geestenhuisjes waar de mensen allerlei offers brengen om de goede geesten aan te trekken en de kwade buiten te houden. Het zijn minitempeltjes waarrond de offers opgestapeld liggen: bloemen, beeldjes, kaarsen, tot zelfs etenswaren. De oude houten huisjes zijn allemaal afgebrand na kortsluitingen. Niet te verwonderen als je ziet hoe de elektrische leidingen hier overal in een ordeloos kluwen tegen de gevels zijn bevestigd.  

Nakhon Pathom is ontstaan in de 6e eeuw en is het oudste stadje van Thailand. Iedere Thai wil hier in zijn leven éénmaal komen want hier ligt de oorsprong van het boeddhisme. We brengen er een bezoek aan de Phra Pathom Chedi, het grootste boeddhistische bouwwerk ter wereld. Thailand 13De gouden chedi (klokvormige spitse toren) is 127 meter hoog en ligt te blinken in de zon tegen een inmiddels stralend blauwe hemel. De verplaatsingen tussenin met de bus worden door Guido benut om ons een en ander over het land te vertellen en dat is niet alleen leerzaam, het zorgt er ook voor dat de tijd op een aangename manier voorbij gaat. En het moet gezegd: Guido is goed voorbereid en doet zijn best om zowat alle facetten van het land aan bod te laten komen: geschiedenis, religie, economie, maar ook het dagelijkse leven. Hij legt ons bv. de basishoudingen van boeddha uit, die je bij elk beeld terugvindt en die alle een eigen betekenis hebben. Eerst en vooral is dat: zittend, liggend, staand of wandelend maar verder zijn ook de handen van belang: één hand opgeheven, met de hand een ring vormend, de open handpalmen naar beneden gericht of een combinatie van de vorige. 

's Middags stoppen we ergens langs een rivier en gebruiken het middagmaal op het dek van een boot. We hebben er een schitterend zicht op de brede, kronkelende rivier waarop grote trossen waterhyacinten drijven. Mooi, maar blijkbaar een probleem voor de scheepvaart. Deze plant, die vanuit Maleisië en Indonesië hier terechtgekomen is, woekert namelijk heel snel: één plant verdubbelt namelijk in omvang in 6 tot 8 dagen en in 50 dagen tijd levert elke plant zaad voor niet minder dan 3000 nieuwe planten! Na een opnieuw voortreffelijke lunch is het ongeveer anderhalf uur rijden naar Ayutthaya, de voormalige hoofdstad in de periode van de absolute heersers, de koningen. De stad ligt aan het kruispunt van 3 grote rivieren. We beginnen met een bezoek aan Wat Panang Choeng een tempel met een 19 meter hoog boeddhabeeld en maken er kennis met de boeddhistische gewoonten van de gelovigen. Thailand 14Ze kopen er rookstokjes waaraan kleine velletjes bladgoud hangen, die ze vervolgens op de vele boeddhabeeldjes aanbrengen. Dit geeft hen het recht om een gunst van boeddha af te smeken en het spreekt vanzelf: hoe meer ze betalen, hoe meer kans dat hun wens zal vervuld worden. Daarna bezoeken we het klooster. Hier leven vrouwelijke monniken die je enkel herkent aan hun witte kledij, want met hun kaalgeschoren schedel zijn ze niet van hun mannelijke broeders te onderscheiden. We brengen er een kort bezoekje aan één van de oudste "nonnetjes", die op de grond zit in een kamertje van hooguit 2 meter bij 2. Thailand 15Khon Tong bereidt haar een betelnoot, die ze in een vers groen blad rolt om op te kauwen. De felrode kleurstof van de noot kleurt alles rood en heeft ook voor gevolg dat na veelvuldig gebruik de tanden zwart worden en uiteindelijk uitvallen. Dit verklaart het vuile gebit van vele, vooral oude Thais. Bij het klooster hoort een prachtige ruïne met een lange rij grote boeddhabeelden, die alle omhangen zijn met grote gele doeken. Dit is een onderdeel van een ceremonie die iets met het regenseizoen te maken heeft, maar het ontgaat me wat precies. 

Om kwart voor vijf nemen we onze intrek in het Krungsri River Hotel. Het weer is mooi en op het grote terras, waar we 's avonds dineren, is de temperatuur zeer aangenaam. Er staan mooie planten en bloemen en we hebben een mooi uitzicht op de Krungsri-rivier. We beginnen echter met een frisse duik in het aanlokkelijke zwembad en daarna een lekkere daiquiri en margarita als aperitief. De sfeer in de groep is voor het eerst los en zelfs wat uitgelaten. Een orkestje speelt, overigens voortreffelijk maar véél te luid, uitsluitend Europese en Amerikaanse muziek. Het breekt eigenlijk een beetje de sfeer. Het eten is lekker en overvloedig, maar de wijn is duidelijk van mindere kwaliteit en… kost 150 Baht per glas. In Thaise normen een fortuin! Zo eindigt deze dag in een opperbeste sfeer en met een enigszins vermoeid gevoel. We hebben het voorbije etmaal dan ook heel wat meegemaakt en te verwerken, maar dat belet ons niet om als een blok in slaap te vallen. Volgens mij kan deze reis al niet meer stuk.

09:00 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: thailand, ayutthaya, damnoen saduak |  Facebook | |