12-10-10

Naar de Olympische "stad"

 

banner Noorwegen.jpg

 

Donderdag 17 juli 1997

 

Onze rit van vandaag start op de Dovrefjell, een hoogvlakte met zeer gevarieerde plantengroei. Het gebied is echter ook bekend wegens de muskusossen, die er nog in het wild voorkomen. Dat schijnen niet ongevaarlijke kolossale dieren te zijn, doch we hoeven niets te vrezen, want ze leven uiteraard ver van de drukke weg. Vervolgens rijden we door het Gudbrandsdal, dat zich kenmerkt door groene velden en een blauw-groene rivier en dito meer en natuurlijk ook talrijke bloemen. Jammer genoeg is de weg zéér druk en smal! Niettegenstaande haar statuut van autosnelweg, is dit slechts een tweevaksweg met een maximum snelheid van 90km per uur.

 

We zijn al om 13u30 in Lillehammer. Hier hebben dus in 1994 de Olympische Winterspelen plaatsgehad. Uiteraard zijn daarvan nog vele sporen merkbaar en het is duidelijk dat Lillehammer daaraan zeer veel te danken heeft. Dit is immers slechts een klein provinciestadje zonder welke allure dan ook. Wat ooit het olympisch dorp was, is nu niet veel meer dan een paar grote hallen, die niet enkel voor sport worden gebruikt, maar ook voor allerlei andere culturele en commerciële evenementen. Dit en de herinnering aan de spelen, lokt dan ook heel wat volk en geeft het stadje veel meer dan waar het normaliter recht op heeft. Wij bezoeken de Håkons Hall, waar destijds de ijshockeycompetitie plaats had en de indrukwekkende ski-schans, die samen met de omliggende tribunes het dorp overheerst. Dit was destijds het decor voor de schitterende openings- en slotplechtigheid. We zijn er onverwacht getuige van een echte sprong, want er ligt ook een schans in kunststof. Dit in werkelijkheid zien is toch wel uniek en nog indrukwekkender dan op TV, aangezien je beter de juiste proporties van hoogte en snelheid aanvoelt. Echt huiveringwekkend wordt het echter pas wanneer ik tot bovenaan de schans klim en vandaaruit heel diep de vallei en de stad zie liggen. Daar in het ijle duiken, moet een machtig gevoel geven, maar vraagt een bijna onmenselijke moed en ware doodsverachting! Ik ben blij dit eens gezien te hebben. Daarna bezoeken we Maihaugen. Het is met zijn meer dan honderd historische gebouwen één van de belangrijkste openluchtmusea van Noorwegen. Eens het zien waard, maar dit soort zaken is nooit echt onze “cup of tea” geweest. We zijn er dan ook tamelijk snel weer buiten, zij het niet zonder er een vaasje als souvenir gekocht te hebben.’s Avonds nemen we de kans te baat om eens “uit te gaan eten in de stad”, te meer omdat het bij Gjestehus Ersgaard, waar we logeren, waarschijnlijk niet veel zaaks is. De “Olympische Stad” heeft echter ook niet veel culinairs in petto. We hebben de keuze tussen een visrestaurant of een oude watermolen. We kiezen voor het eerste, maar... jaarlijks verlof! Dan maar de watermolen en daar hebben we één van de flauwste maaltijden van de hele reis. 

 

klik hier voor het vervolg

08:00 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: noorwegen, dovrefjell, godbrandsdall, lillehammer |  Facebook | |

10-10-10

De laatste veerboot

 

banner Noorwegen.jpg

 

Woensdag 16 juli 1997

 

Deze morgen is voor het eerst tijdens deze reis de zon niet van de partij. Maar geen nood: om 9u30 is ze er terug in haar volle glorie en ‘s middags is het al te heet om in de zon te picknicken. Voor we vertrekken, bellen we naar het hospitaal in Lillehammer om een afspraak voor vrijdagmorgen vast te leggen voor een controle-röntgenonderzoek. Onderweg doen we en kleine koerswijziging: door een parallelle weg te nemen besparen we een veerboot en... 126 kronen! Mooi meegenomen, maar dat betekent ook dat we gisteren, zonder het te weten, de laatste veerboot van de reis hebben gehad. Nu bevinden we ons immers in een heel ander landschap: geen fjorden meer, maar een heuvelend groen landschap met mooie boerderijen, vele kleurige kleine huisjes en zeer veel witte en paarse wilde bloemen. Zeer rustig en toch ook wel mooi. ‘s Middags besluiten we een wijde boog te maken naar Oppdal omdat we anders veel te vroeg zullen zijn. Het gevolg is dat we toch nog een veerboot moeten nemen. Dit is dan écht de laatste. Ik tel in mijn reisnotities na dat we er in deze week niet minder dan 13 gehad hebben (zonder de overtochten tussen Denemarken en Noorwegen mee te tellen) voor een totaal bedrag van maar liefst 1.165 kronen of meer dan 5.500 frank! Het is ‘s voormiddags een rit zonder veel geschiedenis geweest, maar in de namiddag doen zich een aantal prettige verrassingen voor, die heel wat leuke videobeelden opleveren: een mooi fjord-paardje, een verkeersbord met een eland erop (die zijn hier niet zo dik gezaaid als in Zweden), vissers tot hun knieën in de rivier bij de zalmvangst, een oud winkeltje als museum in Rennebu, een Lappenkamp met levende rendieren. We rijden ook door een dorpje met de kortst mogelijke naam: Å.

 

Om 17u15 komen we aan in Oppdal en zijn meteen op het meest noordelijke punt van de reis. Hier begint dus de terugweg. We gaan in de Toeristische Dienst de weg naar ons hotel vragen. We blijken er nog niet te zijn: het hotel ligt wel in Oppdal, maar het is nog ongeveer 35 kilometer verderop, midden in het Dovrefjell National Park. Als we eraan komen, begint het warempel enkele druppels te regenen, maar meer dan honderd zullen het er wel niet geweest zijn. Het hotel, de Kongsvold Fjelstue, is iets prachtigs! We hadden er trouwens moeten op aandringen om hier te kunnen reserveren, en we zijn heel blij dat onze reisagent er op de valreep nog in geslaagd is. Eigenlijk is het een complex van verschillende gebouwtjes rond een binnenplaats, waar vroeger de paarden van de reizigers tussen Oslo en Trondheim konden gestald en verzorgd worden. Een echte herberg dus. Nu is ze, binnen en buiten, prachtig gerestaureerd en van alle modern comfort voorzien. Toch kan je je heel goed de sfeer van honderd jaar geleden voorstellen, toen hier nog maar alleen een aardeweg langs liep. We hebben “geluk”: vanavond biedt de stue onderdak aan een groep pelgrims. Daardoor kunnen we genieten van een avondmaal met echt typische Noorse gerechten en van een openluchtconcert met religieuze liederen op de binnenplaats. Van het laatste merken we niets, want we moéten stipt om 19 uur aan tafel. Wanneer we na de maaltijd terug buiten komen, is het concert gedaan. Aan tafel worden we door de hotelbazin voorgesteld aan onze tafelgenoten. Het zijn enerzijds twee pezige Noren (nonkel en neef) die morgen te voet de bergen intrekken voor zeven dagen en anderzijds een ouder praatgraag Amerikaans koppel uit Michigan, dat al 32 jaar na elkaar in Europa (vooral Skandinavië) reist. Ze zijn trouwens ook vrij goed vertrouwd met België (Brussel, Brugge,...). De man is een botanisch expert en vindt deze streek een klein paradijs wegens de ongeëvenaarde weelderige en diverse plantengroei. De maaltijd valt toch wel wat mager uit, maar is wel lekker: eerst een dikke pap met kaneelsuiker en gesmolten boter (“rømmegrøt” of zoiets) en daarna gedroogd vlees met koude aardappelen in de room. Daarbij uiteraard geen bier of wijn, maar rodebessensap. De avondwandeling achteraf is van korte duur. We vluchten naar onze kamer om twee redenen: de koude en de muggen. De hemel lijkt weer open te trekken en we hebben goede hoop voor morgen, ook al zijn de voorspellingen niet zo goed.

 

klik hier voor het vervolg

08:00 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: noorwegen, oppdall, dovrefjell |  Facebook | |