30-07-09

Hallucinante beelden op de grootste vulkaan van Europa

banner sicilie
Zaterdag 20 juli 2002
                        

Voor het eerst heb ik doorgeslapen tot 8 uur, dus geen last gehad van bruiloftvierders noch van treinen. Het is prachtig weer en om kwart voor tien vertrekken we voor de tweede keer richting Etna. Van zodra we de tunnels van de autostrade door zijn, merken we al het verschil met gisteren: de berg ligt, weliswaar in een lichte nevel –of is het zwaveldamp?- onder een wolkenloze hemel. We nemen de afrit Fiumefreddo om in Linguaglossa de Noordkant van de Etna te beklimmen. Al gauw hebben we een schitterend zicht op de vulkaan en de dikke witte rookpluimen die hij af en toe uitstoot. In Linguaglossa krijgen we aanwijzingen van de Dienst voor Toerisme. We beklimmen (met de auto) de Noordflank maar verliezen min of meer de richting. Het wordt overigens ook snel duidelijk dat we hier niet moeten zijn, er is geen lava te zien en dit is vooral een skigebied voor de winterperiode en… blijkbaar een gedroomde kronkelende en klimmende weg voor (gekke) motorrijders. Als in een heuse race snellen ze ons voorbij en scheuren door de bochten met hun knieën op luttele centimeters van de grond. Later op de dag zullen we zien tegen welke prijs: één van hen is uit de bocht gegaan, tegen een muurtje terechtgekomen en ligt dood op de weg. We zijn er een hele tijd stil van. Ook deze mens is deze ochtend naar de Etna vertrokken in de hoop op een onvergetelijke dag, maar hij zal niet meer terugkeren. Niet alleen wij rijden nadien wat trager en rustiger. De weg is mooi en vooral aangenaam in de lommerrijke bossen. We besluiten toch maar de Zuidkant op te zoeken en tegen 14 uur bereiken we via Nicolosi de hoogst bereikbare plek (1960 meter) met de eigen wagen. Vanaf hier kan je enkel verder per 4X4 jeep. We gaan eerst eten en dan op zoek naar de jeep die ons hogerop moet brengen.  

Het landschap is hallucinant: niets dan lava, een totaal vernielde kabelbaan, huizen tot aan de dakrand bedolven onder de lava. Dit alles is pas vorig jaar in juli-augustus gebeurd bij één van de zwaarste uitbarstingen van de laatste tijd. Sicilie 44Ze heeft 21 dagen geduurd en 4 lavastromen doen ontstaan en een totaal nieuwe krater. De lava is opamper 4 kilometer van het dorpje Nicolosi tot stilstand gekomen. De jeep lijkt eerder een autobus: een krachtige, lompe Mercedes op hoge wielen.  We moeten een klein halfuurtje wachten en 38 euro betalen per persoon voor een kaartje, veel geld maar het lijkt het ons waard. We huren ook voor alle zekerheid elk een anorak voor boven en dat blijkt achteraf een goed idee want de wind waait er stevig en het is er tamelijk koud. Ook onze lichte schoenen baren ons enige zorgen want samen met ons vertrekt een groep Fransen die uitgerust zijn als echte alpinisten: zware schoenen, helmen, dikke trui, tenten en hele pakken eten en drank. Ze stappen onderweg uit want zij gaan op de Etna overnachten. Wij rijden verder enkel in het gezelschap van 4 Nederlanders, een koppel met twee oerdomme meisjes van 14-15 jaar. Zij hebben geen weet van de eruptie van vorig jaar en eigenlijk ook nauwelijks van wat een vulkaan is. De meisjes stellen dan ook de stomste vragen: “Wat is eigenlijk een krater? Is dat een soort meertje of zo?” en “Hé kijk, dat kabelspoor is helemaal kapot! Typisch Italiaanse techniek…” 

De rit is een unieke belevenis. We hobbelen door een hallucinant landschap midden de “levend verse” lava. Boven, op 2750 meter, doen we een korte wandeling onder de leiding van een gids. Onze schoenen blijken voldoende stevig te zijn ook al komt op sommige plaatsen de hitte zo uit de grond. We komen tot tamelijk dicht bij de hoofdkrater die voortdurend zwavel en stof spuit. Vorige week nog zijn er kleine aardbevinkjes geregistreerd die een mogelijke uitbarsting zoudenSicilie 45 kunnen aankondigen, maar onze gids is er tamelijk gerust in; vorig jaar waren er veel meer en als er iets gebeurt, hebben we nog ruim de tijd om te ontkomen. De hele rit duurt bijna twee uur en verveelt geen seconde. De video loopt bijna onophoudelijk. Beneden, d.w.z. op 1960 meter, doen we nog een kleine wandeling om twee kratermonden te bewonderen met hun talrijke kleurenschakeringen, een ideale plek om nog wat stenen te rapen als souvenir. 

De terugweg verloopt vlot op het verschrikkelijke motorongeluk na en om 19 uur zijn we terug in ons hotel. We laten door de receptionist een tafel reserveren in Ristorante Al Duomo. Ze antwoorden dat ze ons het mooiste tafeltje zullen voorbehouden. Na een verkwikkende douche nemen we voor de laatste keer het kabelspoor naar de bovenstad. In het restaurant krijgen we inderdaad het beste tafeltje. Het is een tafel voor twee op een klein balkonnetje met uitzicht op de Piazza Duomo en de grote toeristische drukte. We zien zeer veel, maar worden ook door iedereen gezien. Op de trappen van de fontein van de piazza komen tientallen toeristen hun pannini of pizza eten. Zij hebben in ieder geval een terrasje gespaard, maar zeker niet zo lekker gegeten als wij: een insalata di stocco (stokvis) en alici (ansjovis) marinati gevolgd door spaghetti di mare en capone al limone e basilico. Een waardig afscheidsmaal. Heerlijk! De ober spreekt tot onze verrassing enkele woorden Nederlands: “goedenavond meneer” en “een beetje brood?” en “tot ziens”. Hij wil echter niet zeggen waar hij dat geleerd heeft. Ik vind dat de bazin van het restaurant er verdacht Vlaams uitziet, maar zij laat in ieder geval niets blijken. Ik kan mij vergissen. In de stad is er natuurlijk weer een huwelijksmis. Grote luxe en prachtige bloemen in en rond de kerk. Bruid en bruidegom lopen achteraf in de stad voor foto’s. In ons hotel is er ook opnieuw een bruiloftsfeest.

klik hier voor het vervolg

08:01 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: italie, sicilie, etna, taormina |  Facebook | |

22-07-09

Een echte volkse trattoria

banner sicilie
Donderdag 18 juli 2002
 

We besluiten niet rechtstreeks naar Taormina te rijden, maar een wijde bocht te maken rond de Etna. Zo zien we nog iets van het binnenland en vermijden we het drukke Catania. Het is opnieuw prachtig weer, zij het iets minder heet dan de vorige dagen: rond de 30 graden schat ik. We vinden de weg zonder moeilijkheden maar toch mits goed uitkijken. Even buiten Paterno klimmen we steil omhoog naar een oud stadje dat we van ver hoog op een heuvel zagen liggen. Sicilie 39Het blijkt echter een kerkhof te zijn maar met bijna de allure van een stad. Er zijn kolossale grafmonumenten en kapellen die eerder kleine kerken lijken en er zijn prachtige beelden die de overledene soms levensgroot en ten voeten uit afbeelden. Een van de monumenten heeft zelfs een heuse piramide met sfinx incluis. Het gaat verder door een mooi berglandschap en bij het dorpje Adrano staat een bord “Città della bella olio di oliva”. Hier moeten we zijn, maar welk straatje we ook inrijden, nergens is ook maar één fles olijfolie te koop. Het volgende stadje is Bronte dat bekend staat als het centrum van de pistachenoten of pistacchio. We gaan hier op zoek naar een restaurant of pizzeria, maar in heel het stadje is er niet één te vinden, of toch wel, ééntje dat er niet aantrekkelijk uitziet: een deur met slingers tegen de vliegen en binnen een kleine ruimte met een toog waar twee politiemannen staan te kletsen met de baas. In de hoek aan het plafond hangt een tv te spelen en aan één tafeltje zit een familie te eten. Op de buitengevel staat enkel “Trattoria” en zelfs geen naam. We zoeken verder maar vinden niets anders, dus dan toch maar… We vinden plaats onder het tv-toestel en bestellen antipasti della casa en penne al pistacchio. Wat we opgediend krijgen is van behoorlijke kwaliteit en doodeenvoudige échte Italiaanse kost. Het restaurantje loopt bomvol en de patroon en de kokkin-dienster hebben handen tekort. Dat belet de baas echter niet een uitgebreide en luidruchtige babbel te houden met elke vaste klant; hij is duidelijk de gastheer en laat het meeste werk aan zijn vrouw over. Alles bij elkaar een leuke belevenis. 

De verdere rit hebben we bijna de hele tijd de Etna in beeld die met zijn witte rookpluim mooi tegen de helderblauwe hemel afsteekt. Even vóór Linguaglossa (wat eigenlijk tweemaal “tong” betekent) zien we links én rechts van de weg de donkerzwarte gestolde lavastroom, die nog zo recent is dat er geen enkele begroeiing op staat. Ongetwijfeld van de grote uitbarsting van vorig jaar. Indrukwekkend! Sicilie 40Tegen halfvijf komen we aan in Taormina, de laatste halte van onze reis. Hotel Villa Sant’Andrea is mooi en prachtig gelegen, maar de kamer valt tegen. Ze ligt niet in het hoofdgebouw, op het gelijkvloers langs de toegangsweg tot het hotel, zonder enig uitzicht; ze is besloten en donker en ruikt muf. Ik ga protesteren en eis een andere kamer die ik pas na lang aandringen krijg. Het is echter niet veel beter maar deze is toch iets ruimer en vooral opener; dus nemen we ze. Dit is wel een klein beetje een domper op ons enthousiasme over dit hotel, maar er blijft toch genoeg mogelijkheid om van de rest te genieten. Van de schitterende tuin bijvoorbeeld met een prachtig zicht op de zee, de rotsen, de eilanden en de strandjes. We doen dat ook terstond met een fris glaasje wijn op één van de terrassen in de tuin. De Hollanders vorige week in San Giovanni La Punta hadden gelijk toen ze zeiden dat dit hier een paradijselijk hotel was. 

Net buiten ons hotel vertrekt de kabelbaan naar het 200 meter hoger gelegen centrum van Taormina. Na een snelle douche besluiten we maar al te vertrekken en er dan verder te blijven voor het avondeten. Taormina is de drukst bezochte toeristenstad van Sicilië en dat merken we al gauw. De straatjes krioelen van het volk en het Blankenberge-gehalte is zeer hoog. Het valt ons op dat de overgrote meerderheid van de toeristen hier Duitsers en Hollanders zijn die we de rest van de week nauwelijks gezien of gehoord hebben. Voor hen is Sicilië blijkbaar Taormina en de Etna. Ondanks de storende drukte heeft dit stadje toch een heel leuke sfeer en het ís ook de moeite waard. Leuke straatjes en pleintjes, winkeltjes, werkelijk prachtige oleanderboompjes  en een schitterend panorama. We gaan op zoek naar een restaurantje. De keuze is groot maar er is zeer veel kaf tussen het koren, of beter gezegd weinig koren tussen het kaf. Gelukkig vinden we in een zijstraatje La Giara en reserveren er terstond via de gsm uit schrik straks geen plaats te hebben. Wanneer we er binnenkomen blijkt reserveren overbodig geweest te zijn, want er is niet veel volk. Het is een schitterend restaurant, waarschijnlijk het mooiste van Taormina. Michelin geeft het 4 vorkjes. Er staan niet minder dan 4 obers om ons te verwelkomen. We nemen plaats op het mooie terras met uitzicht op zee en ver van het gewoel van de stad. De sfeer en vooral het uitzicht doen ons aan Napels en Sorrento denken en we eten er buitengewoon lekker: carpaccio di pesce del giorno, bottarga, costoletta di cernia (een soort zeebaars), bavette con vongole en heerlijke desserts: pana cotta en semifreddo di mandorla. Die bottarga blijft een echte sensatie maar eerder op de dag heb ik in een winkeltje gezien dat ik mij geen illusies moet maken om er mee te nemen naar huis. Een klein pakje kost 25 à 30 euro en dat is mij toch te duur, zeker als je nog het risico moet nemen dat hij niet tegen de warmte van het transport naar huis kan. Misschien vinden we er elders tegen een goedkopere prijs, dichter bij zee en buiten de toeristische drukte. Afwachten maar. Heel voldaan en nog nagenietend nemen we opnieuw de kabelbaan die ons voor 2,70 euro per persoon (heen en terug) in exact 2 minuten naar beneden brengt. Om 11 uur zijn we terug in ons hotel. We zijn een beetje moe en vallen als een blok in slaap.

klik hier voor het vervolg

08:00 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: italie, sicilie, etna, taormina |  Facebook | |