04-01-09

Een schokkende confrontatie van culturen

Vrijdag 11 juli 2003  

Het regent pijpenstelen wanneer we om 5.45 uur gewekt worden. Om 7 uur zijn we al onderweg, want we willen de vroegste uurtjes van de lokale markt meemaken. We stappen in twee vrachtwagens die ons later op de dag in de bergen zo dicht mogelijk bij de Mabri's gaan brengen. Maar, zoals gezegd eerst de markt van Nan.

Thailand 22
Het is een grote overdekte hal, dus de neergutsende regen deert ons niet. En het is een schitterende belevenis: een ongekend gamma aan groenten, fruit, vis, vlees, gevogelte maar ook kleding, keukengerei, elektronische apparaten, enz. Vooral is het een kleurrijke en gezellige drukte en ook hier valt de vriendelijke glimlach van zowel kopers als verkopers ons op. Ik weet niet waar eerst filmen en besef dat ik nog voldoende moet overhouden voor de rest van de dag. Gelukkig krijgen we maar een halfuurtje en ik slaag er behoorlijk in mij te bedwingen. De afspraak is 7.40 uur en we timen het zodanig dat we nauwelijks twee minuten te vroeg op de afspraak zijn. Kwestie van de beperkte tijd ook maximaal te gebruiken. Maar…niemand te zien, ook geen vrachtwagen. Wij denken de eersten op de afspraak te zijn, maar plots komt Guido in de verte armzwaaiend aangelopen en wenkt ons mee te komen. Ze dachten voltallig te zijn en, niettegenstaande het nog ruim 5 minuten te vroeg was, waren ze maar vertrokken. Gelukkig stelde een wakkere geest onze afwezigheid vast en Guido werd teruggestuurd om ons op te pikken. Wij waren geen moment ongerust, want we waren perfect op tijd.

Het is ruim een uur rijden vooraleer de vrachtwagens ergens op een landweg eindelijk halt houden. Het regent onophoudelijk. Vanaf hier moeten we te voet op zoek naar de Mabri's. We worden begeleid door de echtgenoot van de weduwe van de inmiddels overleden commissaris. Vóór het bezoek van elke groep trekt zijn vrouw het woud in en maakt afspraken met de Mabri stamhoofden waar de ontmoeting zal plaats hebben. Daarvoor zijn 3 verschillende open plekken in het bos ingericht als authentieke verblijfplaats met hutten van groene bananenbladeren incluis. Op één van die plekken komt een Mabri-familie ons opwachten.

Thailand 23

Wij worden verondersteld geschenken mee te brengen. Het gaat om allerlei etenswaren en een klein levend varkentje. Zo trekken we langs een steil en glibberig pad de bergen in voor een wandeling van ongeveer een uur. Waar het eertse deel nogal open is, komen we op een bepaald ogenblik in het echte oerwoud, waar geen echte paadjes meer liggen, maar onze gids weet ons blindelings tot een open plek te brengen waar inderdaad een familie van een tiental mensen samen zit. Het regent niet meer. Van een afstand horen we al hun zangerige gesprekken en het is een onwezenlijk gevoel plots oog in oog te staan met een écht primitief volk, zoals we dat enkel uit de documentaires op tv kennen. Twee culturen, maar vooral een verschil van honderden jaren beschaving, staan er oog in oog. Wie is nu een bezienswaardigheid voor wie? Het is duidelijk: zij voor ons, want voor hen is het routine. Zij moeten al tientallen groepen vreemdelingen, beladen met foto- en videotoestellen, hebben zien defileren en ik kan niet geloven dat het voor hen een cultuurshock zou zijn. Voor ons is het dat wel, ook al blijft de vraag voortdurend onbeantwoord door mijn geest schieten hoe authentiek dit alles wel is. Eén ding is zeker: zo hebben die mensen eeuwen lang geleefd.  

Op het gezicht van vooral de vrouwen en de kinderen staat een eerder droefgeestige uitdrukking. De mannen zijn in de weer en bereiden een vuur voor waarop straks het geslachte varken zal gebrand worden. Ze slaan stenen tegen elkaar en vangen de vonken op in een soort kluwen dat begint te smeulen en tenslotte dor het zachte aanblazen opvlamt. Intussen hebben twee mannen het varkentje losgemaakt van de boom waaraan het lag vastegebonden. Nee, wij hebben het niet zelf meegebracht. De Mabri's waren waarschijnlijk zo vriendelijk dat zelf te doen en je kan je alleen maar afvragen waar ze het gehaald hebben. Volgens Guido is het ook de commissarisweduwe die hiervoor gezorgd heeft… Het varkentje wordt vakkundig gewurgd en krijgt nauwelijks de kans om te bewegen noch te schreeuwen. In alle rust en stilte geeft het de geest. Pas dan wordt het een lang mes in de keel gestopt en het bloed wordt opgevangen in bamboekokers, en dan volgt een lang proces van branden, schrapen, hakken en in stukken snijden. Geen enkel stukje gaat verloren en alles wordt zorgvuldig in de bamboestokken gevuld. Het vel en de grote stukken karkas gaan in een mand. Intussen zitten de vrouwen met hun kinderen op schoot onder de bladerhutten in stilte toe te kijken. De mannen praten rustig en kwijten zich ernstig van hun taak. Hun gespierde blote lijven blinken in de neergutsende regen en wij staan er als verzopen kippen op te kijken en foto's te nemen. Het levert schitterende beelden op, maar waar zijn we in godsnaam mee bezig? Ik troost me met de gedachte aan de legendarische Eeklose marktkramer Tamboer, die over zijn klanten zei: "zijn we er aan bedrogen, we hebben toch voor 150 frank plezier gehad!". Hier toegepast zou je kunnen zeggen: "Zijn we er aan bedrogen, we hebben toch ruim een uur sensatie gehad!" Na afloop gaan de mannen in een cirkel zitten en beginnen aan de verdeling van onze geschenken. Stuk voor stuk worden de eetwaren, het fruit en de snoep in manden gegooid zodat iedereen een gelijk deel heeft. Een kleine op de schoot van zijn moeder, speelt met een levende grote kever. Een lange snottebel loopt over zijn bovenlip en wordt steeds opnieuw "opgetrokken". Als het spelletje hem beu is, begint hij doodleuk de poten van de kever een voor een uit te trekken. Zo zie je maar dat ook de natuur leuke speelgoedjes levert. 

De tijd is gekomen om terug te vertrekken. De Mabri's hebben intussen voor iedereen een stevige, dikke bamboestok gesneden waarmee we de terugweg door het modderige bos kunnen aanvatten. Thailand 24Het is zo glibberig geworden dat we niet meer de short cut door het woud kunnen nemen, maar een langere weg over een al even modderige hoofdpad. Onze schoenen, sokken en benen zien al gauw roodbruin van de modder. Ik kan natuurlijk niet nalaten onderweg hier en daar een steen als souvenir op te rapen. Om 12 uur zijn we terug in het hotel waar we heel wat werk hebben om onze schoenen en benen onder de kraan en met de lans af te spuiten. Alles wordt straks gedroogd in de bus tijdens opnieuw een lange namiddagrit van 4 uren, bestemming Chiang Rai. Laat in de namiddag, we hebben er intussen 3 uren én een verplicht uurtje siësta opzitten, houden we halt aan het Meer van Phayao, het grootste binnenmeer van het land. De zon is al tamelijk diep gezakt en maakt van het wateroppervlak een schitterende spiegel die de reeds lichtjes kleurende wolken weerkaatst. Iedereen duikt een winkeltje binnen waar ze aan ongelooflijk lage prijzen mooie kleren verkopen. Vooral de (namaak)-Camel broeken en dito hemden zijn zeer in trek en ook ik laat me niet onbetuigd. Een hemd kost slechts 380 Baht en een broek amper 199! Als we willen kunnen de mannen zich vanaf nu in uniform kleden. Hier vinden we ook voor het eerst écht sterke koffie, heuse Italiaanse espresso. Ook deze kans laten we niet voorbijgaan. 

Op de bus krijgen we onze volgende les over het reilen en zeilen in Thailand. Deze keer gaat het over de Thaise taal. Zeer moeilijk te leren volgens Guido. Het grootste probleem zijn de verschillende toonhoogten. Zo kan hetzelfde woord op een 5 à 6 verschillende tonen worden uitgesproken en telkens een totaal andere betekenis hebben. Negen op de tien vreemdelingen die de taal beginnen tre leren, houden het dan ook niet vol. Guido heeft dat echter wél gedaan en praat behoorlijk goed. Althans zo lijkt het voor ons… Het tweede deel van de les gaat over koning Bhumibol, of beter gezegd Bumibon. Thailand 25Waarom wij zijn naam in het westen zo vervormd hebben, weet ik niet. Het zal wel iets te maken hebben met een verschil tussen uitspraak en schrijfwijze, vermoed ik. In ieder geval is hij inmiddels 76 jaar en de langst levende vorst ter wereld. Hij is zeer verstandig en een verdienstelijk kunstenaar en bij het volk is hij zeer geliefd. Zijn afbeelding is dan ook te vinden in nagenoeg alle huizen en op heel wat openbare plaatsen. De grootste zorg van het land is echter zijn opvolging. De kroonprins heet niet alleen geestelijk gestoord, maar ook een halve crimineel te zijn. Verhalen doen de ronde dat hij al iemand heeft neergestoken en dat hij ontelbare vriendinnetjes heeft gehad die spoorloos verdwenen zijn. Hij zou ook aan het hoofd staan van een soort maffia. Maar… hij wil koning worden en daar heeft hij grondwettelijk recht op. Onze vriend Guido vertrouwt ons terzake een heus "staatsgeheim" toe. We mogen het natuurlijk niet verdere vertellen, of zeker niet zeggen dat we het van Guido weten… Hij weet het van één van zijn Zwitserse vrienden, die met een legergeneraal gesproken heeft, die een familielid is van de koning. Die vertelde hem dat de kroonprins op zijn tijd intendant-koning zal worden, maar dat alles al geregeld is om hem binnen de week van de troon te stoten. Roddelrubriek op koninklijk niveau! 

Het is zeven uur als we aankomen in Chiang Rai in het Dusit Island Resort Hotel, een mooi hotelcomplex dat, zoals de naam laat vermoeden, op een eiland in de Kokrivier is gelegen. Het is zeer groot en het interieur is luxueus en heeft overal stijlvolle Aziatische accenten. Het dinner heeft plaats in een groot restaurant in een afzonderlijk gebouw in de prachtige tuin. Ook hier zijn we bijna alleen en wordt ons het normale "schitterende" buffet ontzegd. We drinken een glaasje wijn, die eens te meer niet van de beste kwaliteit blijkt te zijn, maar toch goed smaakt. Dus bestellen we nog maar een tweede glaasje. De rekening is verrassend hoog: 600 Baht en dat is naar Thaïse normen niet niks, als je weet dat het eten hier nauwelijks een paar 100 Baht kost. Tot overmaat van ramp aanvaarden ze hier geen kredietkaarten en is mijn cash geld bijna op. Het gaat nog net, maar we zullen in het vervolg dat wat voorzichtiger moeten zijn. Na het eten brengt de bus ons naar de Night Bazar. Het is echt een zicht waard: Thailand 26mensen, auto's, moto's, kraampjes met allerlei prullen en sterk op de toeristen afgestemd. Guido loodst ons op zijn gemak naar de bars, waar hij zelf maar al te graag aan de toog gaat hangen. Iedereen is vrij dit ook te doen of op eigen kracht naar het hotel terug te keren. Wij wandelen nog wat rond, drinken daarna een glas en vertrekken om 22.15 uur per "toektoek" naar het hotel. Het is een gemotoriseerde driewieler, waar je gelukkig (tamelijk) droog zit, want het is inmiddels gaan stortregenen. Als we in het hotel zijn gaat het zelfs bliksemen en hevig donderen.  

Het was een zeer lange dag, maar morgen mogen we uitslapen tot 8 uur. Morgen moet ik geld wisselen. Ik tel nog even mijn bezit na en kom tot de vaststelling dat ik bij het wisselen op de luchthaven voor 100 dollar bedrogen ben. Ik had nog 350 dollar moeten hebben, en heb er maar 250! De stemming is meteen verkorven, tot ik na een derde telling tóch op 350 uitkom… Het is duidelijk tijd om te gaan slapen!

09:00 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: thailand, nan, chiang rai, mabri |  Facebook | |

03-01-09

Per fiets door de geschiedenis

Donderdag 10 juli 2003  

Onze vijfde dag begint met een bezoek aan Pitsanuloke. De stad is vrij recent, in de jaren '60, volledig door brand verwoest. In de Wat Sri Ratana heeft een schitterend interieur en er staat een prachtig gouden boeddhabeeld, veel fijner en eleganter dan de meeste andere. Thailand 19De kolossale beschilderde zuilen lopen tegen de zoldering uit op een lotusbloem, in de deuren zijn kunstige versieringen aangebracht door middel van ingelegd parelmoer en de wanden zijn versierd met grote muurschilderingen in warme donkere kleuren. Bij het verlaten van de tempel toont Guido zich opnieuw zeer gehaast. Hij jaagt ons over het grasperk, achter de kraampjes door naar de bus. Het wordt al gauw duidelijk waarom: we worden verwacht op één van zijn favoriete (lucratieve?) plekken: een atelier van boeddhabeelden. Guido geeft een lange technische uitleg die de meesten maar matig kan boeien. Het is wél mooi om eens te zien met hoeveel geduld en op welke oude traditionele manier hier boeddhabeelden in brons worden gegoten. In alle maten en gewichten en elk stuk is uniek. Vooral interessant is het bekleden van de beelden met goud. Zeer vaardig en vingervlug worden de flinterdunne goudblaadjes van een papiertje afgepeld en op het beeld gedrukt waarna ze met een penseeltje worden aangewreven. De honderden papiertjes dwarrelen op een grote hoop op de grond rond het beeld. 


Van hieruit is het slechts een halfuurtje rijden naar een van de culturele hoogtepunten van onze reis: de oude hoofdstad Sukhotai. In de 13e eeuw was dit wellicht één van de rijkste en mooiste steden ter wereld met zijn ontelbare tempels en paleizen. Thailand 20Nu is het nog slechts een ruïnepark, maar wat voor een
Er staan honderden monumenten verspreid in een park van ettelijke vierkante kilometers. Onmogelijk om het helemaal te bezoeken, tenzij… met de fiets. En dat doen we dus. Het is heerlijk fietsen langs de brede autovrije lanen tussen de prachtige bomen, vijvers en kanalen, oude stadsmuren en tempels. Rustig genieten! We stoppen onder andere aan de beroemde Wat Mahathat waar we eerst leren hoe een lotus-bloem moet opengeplooid worden voor ze aan Boeddha wordt geofferd en dan mogen we een wens doen terwijl we een voor een de bloem in een vaas aan een van de vele boeddhabeelden deponeren.

Thailand 21

Even verder komen we aan het standbeeld van koning Ramkhamhaeng die op basis van het Sanskriet het Thaise schrift heeft uitgevonden. Tot dan (ongeveer 1300) hadden de Thais nog geen schrift en tot op heden is dat nog steeds het geval voor sommige van de bergvolkeren. Dit is één van de heilige plaatsen waar alle Thais ooit eens willen komen. Er is een groep schoolkinderen op bezoek in kleurige uniformen in fel geel en blauw. Ze knielen eerbiedig voor het beeld van de koning, maar natuurlijk niet zonder hun schoenen uit te doen. De groteren onder hen worden prompt naar ons gestuurd met een vragenlijstje om ons te interviewen. "Where are you from? What is your name? How do you like Thailand? Do you like Thai food?" en ze doen hun uiterste best om enkele woordjes van ons antwoord te noteren. Praktijkles Engels. 

De fietstocht heeft een uurtje geduurd en had gerust nog heel wat langer mogen duren. Maar ja, we moeten nog heel ver vandaag, helemaal tot in Nan, nog ruim 4 uren rijden! Maar eerst gaan we nog lunchen in het prachtige Sukhotai Resort Hotel. Het heeft is omringd door een prachtige tuin en een kunstmatig aangelegde vallei waarover een heuse mini-"River Kwai"-brug. Het is er overigens helemaal leeg en dat is niet te verwonderen want het resort ligt zó afgelegen dat waarschijnlijk niemand het vindt. Het eten is heerlijk. Opnieuw een zeer rijke variatie en steeds nieuwe gerechten. Aan tafel maken we nader kennis met het geheimzinnige eenzame koppel waarvan we zelfs nog steeds de naam niet kennen. Althans, dat proberen we maar we stuiten op een muur van halsstarrig zwijgen. Ik kom alleen te weten dat hij van Gent afkomstig is maar nu in het Brugse woont. Als ik verder vraag, krijg ik enkel als antwoord: "Is dat belangrijk misschien?" Verder blijkt hij zeer bereisd te zijn, maar details vernemen we niet. Zij zegt niets.  

De busrit in de namiddag is zeer lang. Guido heeft de schoolse gewoonte om na de middag het siësta-uurtje aan te kondigen met een melig slaapliedje en na afloop schrikt hij iedereen op door ons te "wekken" met een of ander opgewekt, maar meestal afgezaagd en versleten deuntje dat hij onaangekondigd en keihard door de luidsprekers jaagt. Hij en niemand anders bepaalt wanneer je slaapt en wanneer niet! De lange rit wordt onderbroken voor een korte wandeling in "Geestenstad", een klein stukje natuurschoon dat vrij spectaculair en dus zeker een stop waard is. Door water en wind is de zachte kalkgrond er geërodeerd tot zeer grillige rotsformaties en is een waardig equivalent van de Amerikaanse canyons in het klein. We krijgen ook de gelegenheid er een "Som Tam"-salade te proeven, een pikante mengeling van fijngesnipperde rauwe papaja, limoensap, rode pepers, specerijen en mini-krabjes. Alles wordt in een vijzel gemengd en fijngestampt. Volgens Guido is dit hét nationale gerecht en alleen in kraampjes op straat te verkrijgen. Het zou ook een uitstekend middel zijn tegen een kater, maar het is ondenkbaar dat iemand van de groep daar behoefte aan heeft. 

Nan ligt bijna 200 km buiten de grote weg naar het Noorden en er komen duidelijk minder toeristen. Tot 1938 was het een onafhankelijk koninkrijk en de enige weg die er nu naartoe leidt, is pas in 1965 aangelegd. Tot dan was het stadje van 25.000 inwoners enkel te bereiken via de Nan rivier of vanuit de bergdorpen. We maken deze lange omweg om er morgen de Mabri's te bezoeken, een zeer primitief nomadenvolkje dat diep verborgen in het oerwoud leeft. Dit is een exclusief voorrecht van Anders dan Anders dat te danken is aan een persoonlijke vriendschapsrelatie tussen de directeur-stichter en de lokale politiecommissaris. Deze laatste had het vertrouwen van de Mabri's gewonnen en was één van de weinigen die hun taal een beetje sprak. Op die manier is er 10 jaar geleden een akkoord gemaakt dat Anders dan Anders jaarlijks met 35 groepen bij de stam op bezoek kon komen. Al meermaals zouden andere touroperators geprobeerd hebben om met de Mabri's afspraken te maken, zelfs door clandestien in groepen van Anders dan Anders te infiltreren, maar dat is telkens mislukt. Ooit heeft zelfs een zekere Eugen Lom, een Amerikaans antropoloog, geprobeerd - ook via Anders dan Anders - om hen te benaderen, maar toen de ambassadeur er lucht van kreeg, dreigde hij de wetenschapsman af met gerechtelijke vervolging als hij deze mensen niet met rust zou laten. Guido belooft ons een echte cultuurshock en een belevenis die ons levenslang zal heugen. Tijdens de lange rit maakt hij van de nood een deugd en vertelt ons alvast alles wat wij over de Mabri's moeten weten. 

De afkomst van de Mabri's. is onbekend, maar volgens sommigen zouden ze wel eens de oorspronkelijke bewoners van Thailand kunnen zijn. In hun eigen taal betekent hun naam de "oerwoudbewoners" maar ze worden ook de 'Geesten van de Gele Bladeren' genoemd Deze naam danken ze aan het feit dat ze onder grote bananenbladeren wonen, die na verloop van tijd geel kleuren. Dat is voor hen het signaal om hun primitieve hutten te verlaten en verder te trekken naar een nieuwe plek waar ze een nieuwe hut bouwen van groene bladeren; tot ook die weer geel kleuren, enzoverder. De Mabri's zwerven in groep per familie en nog slechts een 180-tal van hen zouden een echt nomadenbestaan lijden. Ze zijn monogaam, maar om de 4 à 5 jaar verlaat de vrouw haar man en neemt een deel van de kinderen mee. Tot 1953 waren ze een mythisch volk. Iedereen sprak er over, maar niemand had ze ooit gezien.  Het was bij het rooien van de bossen dat een houtvesterbedrijf hen ontdekte. Later werd hun bestaan bevestigd door een Duits antropoloog. Tot 10 jaar geleden waren ze enkel gekleed met gele bladeren maar nu dragen de mannen een lendendoekje terwijl de vrouwen gekleed gaan in afgedankte rokken en T-shirts van de Mongs, een ander bergvolk wiens velden ze voor de kost gaan bewerken. De Mabri's eten nooit rauw: zowel vlees, vis als planten worden in bamboekokers gestoomd. Vis wordt gevangen met de blote hand. Ze kunnen als apen in de bomen klauteren. Overledenen worden hoog in de kruin van een boom achtergelaten ten prooi aan de roofvogels. De Mabri's kennen geen getallen en meten de tijd door bamboestokjes te snijden en er dagelijks een knoop van af te breken. Hun taal is zeer opmerkelijk en bestaat natuurlijk niet in schrift. Ze eindigen hun zinnen met een hoog zangerig toontje. 

Het is al 19 uur als we aan Hotel City Park aankomen. Het is duidelijk een klasse minder dan onze vorige hotels, maar het schijnt dat dit het beste is wat er hier te vinden is. Het geheel maakt een eerder slordige indruk. De kamers zijn ruim maar hier en daar wat versleten en aftands. Ze ruiken muf alsof ze in geen dagen gebruikt zijn. Het interieur is ronduit banaal en kitscherig en doet wat Chinees aan. Het restaurant is refterachtig, de bediening is boers en het eten zeer middelmatig. Aan tafel zitten we opnieuw bij onze zwijgzame kompanen van deze middag en de stilte is vervelend. Na het eten hebben we geen zin om met de anderen mee te gaan naar een café in de buurt waar een "Sing a Song"-avond plaats heeft. Een soort karaoke denk ik, maar aan de oogjes van Guido merk ik dat daar ook nog andere dingen te beleven zijn. Wij verkiezen om te gaan slapen. We zijn nog niet in onze kamer wanneer een heus onweer losbarst.

09:00 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: mabri, thailand, nan, pitsanuloke, sukhotai |  Facebook | |