12-01-09

Rafting op de Pai-rivier

Zaterdag 19 juli 2003  

In onze open trucks rijden we deze morgen naar de oever van de Pai-rivier voor een "rafting" of bamboevlottentocht. We moeten de plastieken pantoffeltjes uit de badkamer aantrekken, want we zullen natte voeten krijgen. Ik voel me een beetje belachelijk, want die van mij zijn… licht roze! Al gauw blijkt dat het woord rafting hier helemaal misplaatst is. Het water kent hier en daar wel een stroomversnelling, maar het wordt vooral een heerlijk rustige afdaling van de rivier. Thailand 55De vlotten bestaan uit lange bamboestokken die aan elkaar gesjord zijn en we zitten er per twee achter elkaar op?. Vooraan zit een Thaï die af en toe behoorlijk moet peddelen om ons tussen de rotsblokken te leiden. Wij moeten enkel genieten van het kabbelende water, het prachtige groen op de oevers, de stilte en de zon. Al gauw worden de zwemvesten uitgetrokken, want gevaarlijk kan dit echt niet zijn. De tocht duurt ongeveer driekwartier en wanneer we uitstappen, beginnen onze begeleiders vlotten af te breken en de bamboestokken worden in bootjes stroomopwaarts teruggebracht.  

Wij keren naar het hotel terug en hebben opnieuw een paar uren vrij. We maken van de gelegenheid gebruik om een wandelingetje te maken in de straten rond het hotel en maken er kennis met het dagelijkse leven. We zien hoe eenvoudig de woningen zijn en vooral hoe open: er zijn zo goed als geen muren, laat staan deuren aan de huizen en de mensen leven evenveel buiten als binnen. Iedereen is bezig met het huishouden of zit gewoon op de stoep wat rond te kijken. Er zijn ook een paar winkeltjes waar werkelijk van alles te koop is: groenten, conserven, thee, kleren, kook- en poetsgerief. Er is ook een bloemen- en planten winkel. Althans dat denken we, maar wanneer we binnenstappen om eens rond te kijken, beseffen we dat we midden in de woonkamer van een privé-woning staan. We nemen nog een douche en eten voor de laatste keer in het Golden Suite Resort. Voor we naar de luchthaven vertrekken, bezoeken we nog twee tempels in Mae Hong Son. Ze zijn van een totaal ander type dan wat we tot nog toe zagen: grote witte chedi's, hondenfiguren, veel kleine torentjes en dakjes versierd met zilverkleurig kantwerk.

Thailand 56
Dit is de Birmaanse stijl. We bezoeken eerst Wat Phratat Doi Kong Mu dat op een heuvel gelegen is en van waaruit je een mooi panoramisch uitzicht hebt over de stad, die verrassend klein blijkt te zijn. Daarna gaat het naar Wat Chong Kum. Hier krijgen we ets te zien waar ik nog nooit van gehoord heb: schilderijen op glas die volgens een heel speciale, aartsmoeilijke techniek gemaakt zijn. De tekening wordt in lagen boven elkaar aangebracht, te beginnen met de voorgrond, waar geleidelijk in verschillende laagjes, de achtergrond wordt toegevoegd. Het schilderij wordt dus a.h.w. aan de achterkant van het glas geschilderd. We krijgen hier ook voor het eerst een museum te zien. Het is niet groot, maar staat bomvol kunstige en zeer oude beelden en gebruiksvoorwerpen, alle duidelijk met een Birmaanse inslag. Het meest opvallend is nog dat hier alle kunstwerken binnen handbereik staan uitgestald en zonder ook maar de minste bewaking. Het zou geen enkele moeite kosten om hier één of meer mooie stukken gewoon mee te nemen. Je kan zelfs ongestoord in de oude geschriften bladeren. Als we buiten komen, brandt de zon op onze hoofden en het is bloedheet. Met de hele groep nemen we een verfrissing op een terrasje aan het meer bij de Wat Chong Kum.
 

Tegen 16 uur vertrekken we naar de kleine plaatselijke luchthaven, waar we om 17 uur het vliegtuig nemen terug naar Chiang Mai. Hier nemen we afscheid van Khon Tong, die om besparingsredenen niet met het vliegtuig, maar met de trein terug moet. Ze zal er 48 uren over doen! Vanuit de lucht hebben we opnieuw mooie zichten op de bergen en de eindeloze bossen met tussenin regelmatig rijstvelden en kleine dorpjes. We logeren opnieuw in het Chiang Mai Plaza Hotel en verheugen ons op het grote afscheidsdiner want dit is onze laatste avond van de reis. Maar… Guido heeft beslist om geen afscheidsdiner te geven!  "Mijn ervaring leert dat de mensen dat liever niet hebben en daarenboven het buffet is hier prima." Ik twijfel eraan of de directie van Anders dan Anders daar ook zo over denkt. De meesten in onze groep in ieder geval niet, en om hen is het toch te doen, niet? Gelukkig is het buffet inderdaad voortreffelijk. Uit naam van de groep houdt Jo een bedankingsspeech, waarop Guido in zijn wederwoordje zegt dat hij "nog nooit zo'n goede groep gehad heeft", maar dat is duidelijk ook een van zijn standaardgrappen. We hebben een inzameling gedaan voor een fooi voor onze gids en de drie (genezen) zieken schenken een fles wijn aan onze arts Johan uit dankbaarheid dat hij ons inderdaad zo snel van onze verkoudheid verlost heeft. Het is fluitjeswijn die maar met moeite te drinken is, maar die wél 600 baht kost. Maar ja, het is de geste die telt, zegt iedereen.

09:01 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: thailand, chiang mai, mae hong son |  Facebook | |

11-01-09

Op de rug van een olifant

Vrijdag 18 juli 2003  

Ik heb een stevige verkoudheid te pakken. Ik snotter en hoest, maar voel me niet echt ziek. We beginnen de dag met een unieke belevenis: een tocht van een uur door het oerwoud op de rug van een olifant. Dit is heel speciaal: zéér oncomfortabel maar bijzonder rustgevend door het trage waggelgangetje, het gerinkel van de belletjes en natuurlijk het mooie landschap. Dat onze rug geradbraakt is nemen we er maar bij. We vormen een lange stoet die af en toe eens gedwongen wordt halt te houden omdat één van de loebassen wel zin heeft in een groen blaadje of met veel gedruis een kleine (nou ja…) boodschap moet doen.

Thailand 51

Onze olifant is een zeer groot exemplaar met enorme slagtanden, maar wanneer onze begeleider even afstapt, zijn we verbaasd hoe klein zo'n olifantenkop er van bovenaf uitziet. En er staan zo van die leuke haartjes op, wat het dier meteen iets schattigs geeft. Op het einde van de tocht kunnen we bananen en bamboestokken kopen om de dikhuiden te voeren. Ze vreten er gretig van maar die van ons heeft een heel speciale manier. In plaats van de vruchten één voor één op te eten, zoals de anderen doen, verkiest hij ze eerst allemaal in zijn slurf te verzamelen om ze nadien rustig na elkaar op te peuzelen.  

Op de plaats waar onze tocht eindigt, liggen motorbootjes op ons te wachten voor een tocht op de Pai-rivier. De zon brandt en hier moet olie gesmeerd worden, véél olie. Thailand 52De boten scheuren met lawaaierige buitenboordmotor over de rivier en de wind waait fris door onze haren. Heerlijk! Wanneer we na zo'n driekwartier terug aan wal gaan, zijn we goed verfrist, maar de zon staat nu op haar hoogtepunt en al snel zijn we weer kletsnat van het zweet. Met de trucks gaan we op zoek naar een picknick plek. Guido is verdacht veel aan het pochen met een prachtige picknick in 'het mooiste restaurant van Mae Hong Son". Ik weet niet wat ik ervan moet denken. Ik vermoed sterk dat het weer een van zijn befaamde grappen betreft en verwacht me eerder aan het tegenovergestelde: misschien een luxueuze lunch in open lucht op het terras van een mooi restaurant? Maar neen, het ís inderdaad een picknick… Onder een afdak midden in het woud krijgen we elk een doos in de hand gestopt waarin een boterham, een kippenbout, een banaan, een mandarijntje, twee cakes en… een zak chips. Grote ontgoocheling bij iedereen en de helft van onze "heerlijke" maaltijd gaat in een plastiekzak voor de plaatselijke bevolking. Dat maakt het nog wat meer gênant: wat voor ons, rijke en verwende toeristen, niet goed genoeg is, is een rijkdom voor de mensen in het arme dorpje. 

En dan volgt een nieuw hoogtepunt van de reis: het bezoek aan de beroemde Long Neck Karens, het bergvolk waar de vrouwen koperen ringen om de hals dragen waardoor hun nek tot onnatuurlijke lengte is uitgerekt. Het zijn Birmaanse vluchtelingen die hier in een bewaakt kamp leven en blij zijn dat er af en toe toeristen langs komen aan wie door de verkoop van handgeweven stoffen en doeken een cent kunnen verdienen. Wij bezoeken vluchtelingenkamp nr. 7. Hier mag je binnen, maar verder gaan is verboden en zeer gevaarlijk. Onderweg langs de Birmaanse grens komen we trouwens af en toe gewapende politiepatrouilles tegen. Zij bewaken het drugstransport. Het dorp is schilderachtig en de halzen van de vrouwen zijn inderdaad onvoorstelbaar lang.

Thailand 53

Hun kleine hoofdjes en hun kindergezichtjes accentueren dit nog. De ringen, die ze trouwens ook rond hun benen dragen, wegen loodzwaar. Onder die ringen lopen de meeste vrouwen een kopervergiftiging op aangezien ze zich natuurlijk daar niet kunnen wassen. Bij het slapengaan moeten ze plat liggen met hun nek op een houten blokje. Naar het schijnt wordt de nek helemaal niet uitgerekt, maar worden de schouders door het gewicht naar beneden gedrukt waardoor de wervelkolom vervormd wordt. Men zegt ook dat hun nek zou breken als ze de ringen zouden verwijderen, maar dat wordt door Guido tegengesproken. Volgens sommigen wordt deze onmenselijke traditie enkel nog voor de toeristen in stand gehouden, maar een "betrouwbare" bron (Guido…) verzekert ons dat dat helemaal niet waar is! We brengen o.a. een bezoek aan een vrouw die de weduwe blijkt te zijn van een zekere Van Broeckhoven, een Gentenaar die jaren geleden de bescherming opnam voor de Long Necks. Op een zekere dag werd zijn lijk gevonden, opgeknoopt aan een boom. Niemand heeft ooit geweten door wie hij werd vermoord. De krantenknipsels hangen aan de muur in het kraampje van zijn echtgenote. Zij is het echte prototype van de stam. De foto's van haar zelf en van haar dochter staan op alle prentbriefkaarten. De moeder geeft ons een staaltje ten beste van de lokale muziek en begeleidt zichzelf daarbij op een klein en primitief gitaarachtig instrumentje. Daarna bezoeken we het plaatselijke schooltje, waar de kinderen Engels aan het leren zijn. Thailand 54Sommige kleine meisjes (niet allemaal) dragen al een reeks ringen rond de hals. In hetzelfde kamp leven nog enkele kleinere families van andere volkeren: de Kaya, de Kayaw en de Karenni. Zij kenmerken zich door de koperen ringen die ze in trompetvorm onder hun knieën dragen en de grote ringen die in hun lang uitgerekte oorlellen gegroeid zijn. De Kayas dragen dikke pakken bamboevlechten rond hun knieën. Heel merkwaardig allemaal. Voor we vertrekken, kunnen we niet nalaten enkele sjaals en tafellopers te kopen. We betalen er slechts een paar 100 baht voor en voor die mensen is dit hun enige bron van inkomsten. Ze tonen zich dan ook zeer dankbaar. 

We zijn vandaag nog vroeger terug. Het is amper 15 uur en opnieuw moeten we aan het zwembad gaan liggen. Ik voel me niet te best door mijn verkoudheid en voel me zelfs te duizelig om te lezen. 's Avonds worden we in het hotel vergast op een kantoke-avond. We zitten aan lage tafeltjes op de grond met grote driehoekige kussens in de rug. Comfortabel is het helemaal niet en niemand houdt het lang uit in dezelfde positie. Ook voor de spijsvertering lijkt deze houding mij niet ideaal. Tijdens het eten speelt een orkestje traditionele muziek. Het klinkt zeer amateuristisch en zelfs vals, maar ja, we zijn natuurlijk geen kenners van het genre. We zitten in de "mooiste kamer" van het hotel en mogen eten met het "mooiste servies". De ruimte staat vol met Thaïse en Birmaanse antiek: boeddha's en andere beelden, potten, schalen enzovoort. Het eten is niet bijzonder. Voor het slapengaan, krijg ik pilletjes van Johan voor mijn verkoudheid. Hij belooft me dat ik morgen véél beter zal zijn.

09:00 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: thailand, mae hong son, long necks |  Facebook | |