19-12-08

Sneeuw in de bergen en een weggespoelde brug

Woensdag 26 mei 2004

We hebben het de hele nacht horen stortregenen en als ik ’s ochtends door het raam kijk, zie ik dat er op de omringende bergtoppen sneeuw is gevallen. Dit heeft men hier nog maar zelden meegemaakt in de 5e maand (zo noemt men de maanden hier). Marokko 23Intussen regent het niet meer, maar de lucht is grijs, er hangen lage dikke wolken en het is koud. Via de Fransen van gisterenavond vangen we de eerste geruchten op van de gevolgen van het noodweer: op de weg naar Meknès zouden tientallen auto’s geblokkeerd staan omdat er een brug door de gezwollen rivier finaal is weggespoeld. Verschillende mensen zouden zelfs de nacht in hun auto hebben doorgebracht. Brahim reageert nauwelijks op het nieuws en we vertrekken richting... Meknès. Al snel is de weg afgesloten, maar Brahim rijdt toch tot aan de plek van het onheil om zich zelf van de situatie te vergewissen en inderdaad, aan de rivier gaapt een diepe kloof over de hele breedte van de bedding en er is nergens nog een spoor van de brug. Een zieke man wordt op een brancard van de ene oever naar de andere gebracht door vier ambulanciers die op blote voeten en opgestroopte broek door de wilde rivier waden. In een klaarstaande ambulance kan hij op de andere oever zijn reis naar het ziekenhuis verder zetten. Op beide oevers staan tientallen mannen met de handen in de zakken toe te kijken. Er wordt niets gedaan en er wordt zelfs nauwelijks gepraat. Het is alsof iedereen aan het nadenken is over een originele manier om aan de overkant te geraken, waaraan niemand anders al gedacht heeft. Maar er is geen manier. De weg herstellen zal wel enkele dagen in beslag nemen en de kortste omweg bedraagt meer dan 100 kilometer. Ook Brahim zegt geen woord en schijnt na te denken. Plots stapt hij terug in de auto en vertrekt. Hij heeft vernomen dat er iets verderop een piste is die het proberen waard is. Even verder duikt hij met onze 4X4 inderdaad de berm af en na een tijdje zien we inderdaad iets wat op een piste gelijkt. We zijn trouwens niet alleen. Vooral kooplieden op weg naar de markt wagen hun kans, zelfs met gewone auto’s en bestelwagens. Moeizaam kruipen ze door de diepe plassen maar velen rijden zich hopeloos vast in de modder. Onze 4X4 is, mede dank zij de vaardigheid van Brahim, wel voor de klus bestand en na een klein uurtje komt de weg in zicht. Bij een nomadentent op enkele tientallen meter van de piste staan enkele nomadenvrouwen en kinderen toe te kijken. Marokko 24

Brahim stopt en wenkt de kinderen voor een snoepje. De grootste, een meisje van ongeveer twaalf jaar, komt op ons af maar blijft op een tiental meter van de auto staan. Ze durft niet dichterbij komen en dan wordt haar jongere zus maar gestuurd. Vastberaden nadert ook zij maar blijft eveneens op vijf meter staan. Beiden zijn zo weinig menselijk contact gewoon dat ze niet durven naderbij komen en uiteindelijk moet een oude vrouw de snoepjes in ontvangst komen nemen. Ze wisselt een paar woorden met Brahim en we vertrekken. Brahim zegt dat ze ons uitnodigde voor een thee, maar we hebben geen tijd te verliezen; er wacht ons nog een lange rit. Jammer! 

Het weer is intussen nog niet veel verbeterd maar het regent slechts af en toe een beetje. Het landschap is schitterend en overal bloeien bloemen die de berm en hele velden kleur geven: geel, rood, blauw, zo veel dat het er ondanks het slechte weer zeer zomers uitziet. Dit heb ik nog nergens gezien. Net vóór Azrou komen we echter in een dichte mist terecht zodat we uiteindelijk van het (ongetwijfeld mooie) Cederbos van de Atlas nauwelijks iets te zien krijgen. We zien wél de silhouetten van de reusachtige cederbomen die tot 50 meter hoog kunnen zijn. We stoppen toch even voor de apen die hier nog in het wild leven, maar die schijnen met dit slechte weer ook liever ergens in het bos te blijven. Brahim laat niet af en blijft zoeken en... met succes. Marokko 25Plots duikt de ene makaak na de andere op en grijpt schichtig de apenootjes mee die we hen toegooien. De makaak is de enige nog overgebleven aap in Noord-Afrika. Tegen de middag stoppen we bij een benzinestation waar ook gegeten kan worden. Brahim komt ons vragen wat we willen eten. Niet dat er veel keuze is: tajine de veau of poulet?  Terwijl dit voor ons wordt klaargemaakt maken we nog een toertje, maar wegens de mist heeft dat niet veel zin; er is zo goed als niets te zien. Dan maar terug en geduldig wachten in een koude, kale eetzaal waar drie schrale katten voortdurend om een hapje komen bedelen. Na de middag doorkruisen we een groen berglandschap dat weinig indrukwekkend is en eerder aan Europa (Frankrijk of Zwitserland) doet denken dan aan Afrika. Wellicht komt dat ook door de regen en de mist. Toch klaart het een beetje op en probeert de zon af en toe door te breken. Nu en dan valt er nog een beetje regen. 

Even vóór Khenifra bereiken we Mrirt. Hier is er markt vandaag. Onze attente chauffeur, die al lang begrepen heeft waarin wij geïnteresseerd zijn, houdt halt. Ook hier heeft het gebeuren plaats op een groot ommuurd terrein en bij het binnenkomen aan de grote poort zit een soort bewaker met wie Brahim een klein gesprekje voert. Hij knikt en het ziet ernaar uit dat we “toestemming” hebben. Ik vrees nog steeds voor kwade reacties als ik mijn camera boven haal, maar toch tracht ik, weliswaar van op afstand, zo veel mogelijk beelden te maken. Dank zij mijn telelens lukt dat behoorlijk, maar de echt mooie close-ups zijn er toch niet bij. Na een vrij kort oponthoud trekken we verder, richting Kasba Tadla en vervolgens Marokko 26Beni Mellal, een moderne en vrij grote stad aan de voet van de Midden-Atlas. Hier is het moment voor de evaluatie aangebroken: Brahim overhandigt ons de documenten waarop wij niet alleen de hotels maar ook onze chauffeur-gids moeten beoordelen. Hij is duidelijk opgelucht als ik hem vertel wat ik over hem geschreven heb: ik geef hem 10 op 10 want we vonden hem niet alleen een bekwame chauffeur en goede gids maar vooral ook een toffe en vriendelijke kerel. Het is misschien wel uit dankbaarheid dat hij ons nog eens vergast op een extraatje: we rijden om langs de borj (d.w.z. burcht) van Ras-el-Ain, die hoog op een bergtop uitkijkt over de stad en de aangrenzende uitgestrekte vlakte. Het is een panorama als uit een vliegtuig. 

Tegen 19 uur bereiken we ons hotel in Afourer, het luxueuze Hotel Le Tazarkount. Bij aankomst oogt het in ieder geval zeer indrukwekkend met zijn brede façade en hoge beschermende muren en ingangspoort. Marokko 27
De oprit leidt doorheen een tuin met schitterende bougainvillas en andere exotische planten en aan de achterkant is de tuin nog imposanter, vooral dank zij het exotische paviljoentje midden het grote azuurblauwe zwembad. Onze kamer is zeer ruim en comfortabel en heeft een balkonnetje met uitzicht op al dat moois. Dit is écht een verademing en zeker het mooiste hotel tot nu. Maar de rust is van korte duur: er arriveren twee bussen luidruchtige toeristen. Eén ervan blijkt zelfs een groep Vlamingen te zijn en we houden ons op een afstand. ’s Avonds slaan we ze geamuseerd gade in het restaurant, dat overigens niet veel voorstelt: we krijgen een internationale keuken voorgeschoteld met een klein vleugje Marokkaanse invloed, maar de (Franse) patisserie is zeer lekker. Via Brahim reserveren we een restaurant in Marrakech voor vrijdagavond. Morgenavond zullen we door iemand van Pampa Voyages worden opgevangen en naar ons hotel gebracht. Met haar kunnen we dan ook afspreken voor verdere begeleiding in Marrakech. Gezien de sfeer die we eerder deze week proefden én de chaotische structuur van de binnenstad, gaan we dat zeker doen. Om 22.15 uur kruipen we onder de wol na alweer een zeer gevulde dag. Het weer is intussen veel beter geworden, maar vandaag hebben we toch de hele dag een fleece nodig gehad.

09:00 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: marokko, midelt, afourer, mrirt |  Facebook | |

18-12-08

Een ommetje langs de zandduinen van de Sahara

Dinsdag 25 mei 2004                                                           

Vandaag moeten we wat vroeger opstaan want we hebben Brahim gevraagd of hij een omweg wil maken langs de woestijn. De zandduinen van de Sahara staan niet op ons programma, maar ze liggen niet zo ver van onze route verwijderd. Na ruggespraak met Pampa Voyages krijgt hij de toestemming om het te doen zonder dat het ons extra wordt aangerekend. Een mooie geste, als je weet dat dit ommetje niet minder dan 2 uren en dus wellicht meer dan 100 kilometer zal duren. We hebben goed geslapen ondanks het feit dat we vannacht om 2.45 uur werden opgeschrikt door het gezang van een muezzin. We ontbijten in een tent in de binnentuin met lage tafeltjes en dito zetels. Een eerder karig, maar lekker ontbijt bestaande uit Frans brood, confituur, een schijfje cake en opnieuw een La-Vache-Qui-Rit-kaasje. De rit naar de woestijn is lang en loopt door een eentonige vlakke steenwoestijn. Het landschap vertoont veel gelijkenis met Jordanië. Ook de talrijke onafgewerkte huizen waarvan het gelijkvloers nochtans bewoond is, doet ons deze vergelijking maken. Brahim legt ons uit dat de aanzet tot een tweede verdieping een manier is om te laten merken dat men zich dit “kan permitteren”. In de dorpen Marokko 19

die we voorbijrijden valt het grote aantal schoolkinderen op dat te voet op weg is naar school, evenals de vele vrouwen in het zwart en helemaal gesluierd. Verschillenden hebben slechts één oog vrij en sommigen zelfs niet één. Net voorbij Erfoud doorkruisen we de mooie en uitgestrekte Palmeraie van Tafilalt, maar er is geen tijd om te stoppen. 

Tegen de middag komen in Merzouga de enorme zandduinen van Erg Chebbi in zicht. Ze strekken zich uit over 30 kilometer en zijn met hun
250 meter de hoogste van Zuid-Marokko. Marokko 20Via een onzichtbare piste doorkruist onze 4X4 de enorme zandvlakte en eens te meer bewijst Brahim een zeer ervaren chauffeur te zijn. Hier zouden we zelf nooit de weg vinden. We stoppen in een hotel-restaurant aan de voet van de duinen. Van hieruit vertrekken echte plezierritjes per 4X4 in en over de duinen en in de verte zien we ze inderdaad als kinderen in het mulle zand stoeien. Een zwarte in blauwe djellaba tracht ons te overhalen tot een tochtje, maar we hebben er niet de tijd voor. We kunnen enkel de duinen van op afstand bewonderen en zien hoe de kleur ervan constant verandert naargelang de wolken de zon meer of minder bedekken. Hier zien we de Sahara voor onze ogen zoals we ze ons altijd hebben voorgesteld: gele zandheuvels, blauwe hemel, dromedarissen, een nomadentent en hier en daar een ommuurde kasba. Ik ben heel blij dat we deze omweg hebben gemaakt, want dit is een totaal ander facet van Marokko waarvan we nu toch een heel klein beetje hebben kunnen proeven. Ik heb opnieuw een beetje spijt dat we niet gekozen hebben voor de tocht mét bivak in de woestijn. 
 

Op de terugweg houden we halt in Erfoud, hét centrum van de fossielen. We bezoeken een atelier waar de fossielen uit de ruwe rotsblokken worden geslepen en waar grote stukken marmer worden gepolijst die werkelijk een overvloed van oude fossielen bevatten. Hier kan je een groot marmeren tafelblad vol fossielen kopen voor 40.000 oude Belgische franken, transport naar België inbegrepen. Wij beperken ons tot een paar kleine stukjes als souvenir. Vandaag zullen we opnieuw laat lunchen, want het is al kwart na twee als we in Errachidia komen, waar we halt houden bij een hotel. Na het eten koop ik in de shop van het hotel een roestkleurige sjaal die Christiane wel mooi vindt, althans mooier dan elders. Ik kan amper afbieden van 90 naar 60 Dirham maar we vinden het toch een koopje. Als Brahim de sjaal ziet, onderzoekt hij hem kritisch en vraagt hoeveel we betaald hebben. “Veel te duur” zegt hij, “il ne vaut pas plus que 20 Dirham et puis... ça déteint!”.  Vanaf 15 uur regent het, of liever stortregent het. De rivieren zwellen en het roestbruine water stroomt hier en daar over de weg. Het is mistig en de zichtbaarheid is zeer beperkt. Zo krijgen we van de ongetwijfeld mooie Gorges du Ziz niet veel te zien. In een bocht ligt een grote vrachtwagen vol frisdrank omgekanteld in de berm. Het wordt een lange rit zonder onderbreking en we slaan zelfs de voorziene stop aan de “Source Bleue de Meski“ over. Het enige waar we deze namiddag van genieten is een zeer lekkere espresso bij een sanitaire stop aan een benzinestation. Om 18.15 uur en na een rit van 430 kilometer komen we aan in hotel “Kasbah Asmaa” in Midelt. Hier zijn we aan de poort van de Hoge Atlas en dat voel je aan de temperatuur. Marokko 21

Hier hebben we onze pull-over echt nodig want ik schat dat het hier nauwelijks meer is dan 10° Celsius. Het hotel is een zeer indrukwekkende ommuurde kasba. Ook wanneer je binnenkomt geraak je onder de indruk van het luxueus ogende interieur met een centrale fontein, een blauw en een rood restaurant en heel wat mooie lantaarns en ander antiek. De hemel blijft dreigend grijs tot zwart, maar wanneer de zon er even doorkomt, is het licht zo fel dat de hele omgeving hallucinant verlicht wordt. Een stortbui blijft dan ook niet uit, maar we blijven voorlopig wel gespaard van onweer. Na de regen moet op de binnenplaats een bediende het modderwater wegtrekken dat van de lemen muren is afgelopen. Onder het terras genieten we van een lekker sinaasappelsap en geraken in gesprek met een Franse toeriste uit Marseille. Samen met haar echtgenoot is ze hier net aangekomen met hun eigen 4X4 na een tocht door Spanje, de overtocht naar Tanger en door Noord-Marokko. Nu willen ze door het Atlasgebergte trekken langs de bergpistes die haar echtgenoot ieder jaar per moto doorkruist. Hij wil zijn vrouw eens laten zien hoe mooi het land wel is, maar het weer verontrust hen. Terecht denk ik, want met dit weer zijn de pistes waarschijnlijk voor enkele dagen onberijdbaar. Overigens hebben zij via de barometer die ze in hun auto hebben ingebouwd, gezien dat de weersvooruitzichten allesbehalve goed zijn. 

’s Avonds in het hotel krijgen we een zeer lekker diner voorgezet: salade mechouia (met gestoofde tomaat en paprika) en een heerlijk dampende tajine. Ik vind vooral het dessert bijzonder lekker in al zijn eenvoud: heerlijk zure en sappige schijfjes appelsien met wat kaneelpoeder over gestrooid. Marokko 22Het dinner wordt opgeluisterd door een Gnoua-zanger die zichzelf begeleidt op een oud en primitief snaarinstrument waarbij hij monotoon en klaaglijk zingt. De Gnoua-muziek stamt af van de zwarte slaven uit Mali en Ghana, die zichzelf met deze muziek in een soort trance zongen en dansten. Hij draagt de traditionele klederdracht en laat het trosje op zijn hoofddeksel voortdurend ronddraaien. Wij zijn nagenoeg de enige klanten in het grote restaurant dat rondom met rode pluche en kussens is versierd en in een echt oosterse sfeer baadt. De bediening is ongedwongen en zeer vriendelijk. Onze ober spreekt Frans, maar ook hij is bijzonder geïnteresseerd in talen. We moeten hem voortdurend vertellen hoe bepaalde woorden in het Engels of zelfs in het Nederlands klinken. Het is een sfeervolle avond en we genieten ervan.

 

09:00 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: marokko, sahara, merzouga, erfoud, midelt |  Facebook | |