12-05-13

Nabeschouwingen

 

india,nabeschouwingen

Ze hadden ons een reis beloofd die “zou blijven plakken” en dat deed ze inderdaad. Ruim twee maanden later, zindert ze nog steeds na en de momenten dat ik in gedachten in India verwijl, zijn nog veelvuldig. We wisten dat het een immens, dichtbevolkt en druk land is, maar dat het zò chaotisch is, wisten we niet. We wisten dat er veel armoede is,  maar niet dat die zò schrijnend is en zò contrasterend met sommige buitenmaatse rijkdom. We wisten dat het een kleurrijk land is, maar niet dat de kleur echt overal is, zelfs in de armste dorpjes. We wisten dat het ook vuil kan zijn, maar niet in die mate. We wisten dat er zeer veel schoonheid te zien is, maar niet dat die zo overvloedig en indrukwekkend is.  Als je over een mooi land spreekt, bedoel je meestal de schoonheid van het landschap en de natuur. Maar die stellen in India niet zo veel voor. De schoonheid van dit land zit in zijn cultuur en in zijn mensen. Ongelooflijk wat een mooie tempels en paleizen we gezien hebben; welke mooie karaktervolle koppen, gekleed in prachtige veelkleurige kledij en welke diep doorleefde religieuze en spirituele rituelen.

 

Wat dit laatste betreft, is het moeilijk om er achter te komen hoe diep en hoe echt het allemaal is. Maar één ding is zeker: het geloof (en bijgeloof) geeft de massa hier een ongelooflijk houvast en sterkte om hun lot te dragen. Zeer vaak heb ik hier aan Karl Marx gedacht. Wat zei die ook weer? Opium voor het volk? Als je vast gelooft in reïncarnatie, is er uiteraard meer dan het hier en nu en dan valt het ook makkelijker om niet in opstand te komen tegen de gevestigde orde van vandaag en te hopen op beterschap in een volgend leven.  De oppervlakkige, louter visuele contacten die we hier hadden met de geloofsbelevenis van hindoes, sikhs en jains, zijn onvoldoende basis om ze te kunnen begrijpen. Ook de uitleg van François en de concrete belevenissen van Sarah MacDonald in “Holy Cow” laten me niet toe om het geloof van die miljoenen mensen te beoordelen, laat staan te veroordelen. Het enige wat hier past is respect.

 

En toch blijft er veel waarover wij de wenkbrauwen fronsen. Zo is er bv het kastenstelsel, dat ondanks alles nog leeft en nog steeds tot schandalige discriminaties leidt.  Er zijn de nog zeer frequent voorkomende gearrangeerde huwelijken, die wij westerlingen als een totale miskenning van de individuele vrijheid aanvoelen. De verering van ontelbare goden en de taferelen die we aan de Ganges in Varanasi zagen, zijn voor onze westelijke geest helemààl onbegrijpelijk, evenals de extravagante sadoe’s die een extreem ascetisch leiden. En uiteraard hebben we moeite met het grote contrast tussen de zeer wijd verspreide armoede en de soms buitenmaatse rijkdom. Hopelijk is de bereidheid van de gelovige Indiërs om hun lot te dragen inderdaad een realiteit. Maar zal het geloof sterk genoeg blijven bij de komende generaties, die door de snel groeiende economie ook met een grotere drang naar wereldse goederen zullen geconfronteerd worden? Wat moeten we denken over het onmiskenbare en angstwekkende nationalisme waarvan we getuige waren bij de Pakistaanse grens? Tot welke agressie kan die leiden bij een eventuele kleine vonk? Wat moeten we aan met de enorme vuilnisbelten en het totaal gebrek aan zorg voor het milieu?

 

Het zal niet verwonderen dat deze reis nog lang zal blijven nazinderen. Ze was ongemeen interessant en mooi, zij het niet altijd in de klassieke zin van het woord. Maar daarom is reizen zo boeiend. Het contact met een andere cultuur is misschien soms een beetje een shock, maar het stemt tot nadenken over onze eigen zekerheden. En het is natuurlijk fout om die andere gewoonten en opvattingen vanuit ons eigen referentiekader te beoordelen. Ongetwijfeld hebben wij het ook niet altijd bij het rechte eind en kunnen we van elke cultuur iets leren. Eén ding moet ik alvast toegeven: sinds een hindoepriester mij een gebedstouwtje om de pols knoopte en een mantra over mij uitsprak, heb ik geen pijn meer gevoeld in mijn voet! Ik durf het touwtje dan ook niet zo maar doorknippen. Het zal moeten slijten.

 

Voor meer foto's over India: klik hier

 

vorige

08:00 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: india, nabeschouwingen |  Facebook | |

02-06-09

Nabeschouwingen

banner ok.gif

Dit was ongetwijfeld de meest beklijvende van alle reizen die we al gemaakt hebben. Nu, 5 maanden na datum, ben ik nog steeds in de ban van China. We hebben natuurlijk zeer veel mooie dingen gezien zoals de Verboden Stad, het Terracottaleger in Xi’an (al vond ik de kleine Hanfiguren mooier), het Songzanlinklooster in Zhongdian, enz. maar ik denk toch dat het niet dat is wat mij het meest geboeid heeft. Van lang vóór ons vertrek was ik nieuwsgierig naar de “waarheid” over dit mysterieuze land waarover zoveel verhalen de ronde doen. Ter voorbereiding van de reis ging ik op zoek in boeken over de geschiedenis en de cultuur van China en daar al werd ik vervuld met ambiguë gevoelens. Ik werd er evenzeer door aangetrokken dan afgeschrikt. De gruwelijkheden uit de recente geschiedenis en de twijfel over de correctheid van het huidig bewind, deden me twijfelen of we dit land überhaupt wel moesten bezoeken. Uiteindelijk beslisten we om het toch te doen zodat we al onze twijfels en vooroordelen aan de werkelijkheid konden toetsen. 

Het was dus met een tamelijk kritische ingesteldheid dat we Chinees grondgebied betraden. Al meteen toen we in Beijing aankwamen, sneuvelde één vooroordeel: China is niet vuil en achterlijk, in tegendeel! Een nettere grootstad dan het moderne Beijing heb ik nog nergens gezien. Ik weet wel dat de Olympische Spelen daar voor wonderen gezorgd hebben, maar je kan er niet naast kijken: Beijing is een kleurrijke en propere stad, waar een sfeer hangt die eerder vrolijk stemt. De gebouwen en parken zijn zeer verzorgd, er rijden alleen maar blinkende en goed verzorgde auto’s en de mensen zijn er even eigentijds gekleed als in het Westen. Deze algemene indruk werd later, zij het wat minder uitgesproken, bevestigd in de andere steden die we bezochten en dan heb ik het niet over Macao en Hongkong, want dat zijn zelfs Westerse steden. Ik ben echter niet zo naïef te geloven dat wat wij te zien kregen, representatief is voor heel China. Natuurlijk zullen er ook arme stadsdelen zijn en zal de levensstandaard op het platteland heel wat minder zijn, maar toch heb ik een modern land gezien dat veel verder gaat dan het centrum van Beijing. Het is verbazend wat hier in de laatste decennia gerealiseerd is en het is duidelijk dat er nog veel groei in zit. In hoeverre en in welk tempo die er ook zal komen, is een vraag waaraan ik mij niet waag, maar het potentieel is er zeker. 

1,3 Miljard mensen hebben alleen al door hun aantal een immense kracht, maar het doorzettingsvermogen en de vastberadenheid van de Chinees zijn volgens mij de grootste troeven voor de verdere ontwikkeling. De gebeurtenissen onder Mao Zedong, maar ook wat onder de verschillende keizers in het verre verleden is gebeurd, hebben duidelijk gemaakt dat Chinese machthebbers voor niets terugschrikken om hun doel te bereiken, zelfs niet als daar mensenlevens moeten voor geofferd worden. Vandaag lijkt het regime een leefbaar en effectief evenwicht gevonden te hebben tussen een strak geleid communisme en de vrije markteconomie, maar in potentie kan alles heel snel omslaan. De macht van de Partij is daarvoor ook nu nog groot genoeg. In “Dochter van de Rode Zon”, één van de boeken die ik bij de voorbereiding van onze reis las, verwoordt Jaia Sun zeer goed het dubbele gevoel dat ik bij China nog steeds heb. Ze vergelijkt het Chinese volk met de Gele Rivier: “Ze (de Gele Rivier) is als het volk zelf: bedrieglijk en gevaarlijk onvoorspelbaar, schijnbaar dociel en afhankelijk, maar ze barst regelmatig uit in afschuwelijk geweld. Zowel het volk als de rivier hebben een geweldige kracht en moeten nooit als vanzelfsprekend beschouwd worden.” 

Maar, laat er geen twijfel over bestaan: we zijn met een zeer goed gevoel van China teruggekeerd en de positieve indrukken overheersen ruimschoots. Op cultureel gebied hebben we ongeëvenaarde schatten gezien: de Verboden Stad,  het Zomerpaleis, de Tempel van de Hemel, het Terracottaleger; we werden overweldigd door de immense afmetingen van het Tian’anmenplein en van de Grote Muur; we hebben indrukwekkende natuur gezien: het Stenen Woud van Shilin, de Jade Draken Sneeuwberg, de Li Rivier met haar karstbergen, de rijstvelden van Longji; we hebben kennis gemaakt met minderheidsvolkeren en hun cultuur: de Naxi, de Yi, de Zhuang, de Tibetaanse boeddhisten; we stonden in bewondering voor de Tibetaanse kloosters; we hebben tientallen pittoreske plekjes gezien in Lijiang, Xizhou, Baisha, Zhongdian en op het eiland Jinsuo; we bezochten prachtige markten in Shaping en Xi’an; we genoten van de spectaculaire show van Zhang Yimou; we zagen het moderne China in Macao en Hongkong en… we maakten uitgebreid kennis met de zeer gevarieerde keuken van China. Dag na dag werden we verrast en geboeid door de schoonheid en het rijke verleden van China, maar ook door de levenswijze en de gewoontes van de Chinezen. Op straat en in de dorpen zagen we hoe alles hier anders is en tezelfdertijd toch gelijkenissen vertoont met onze manier van leven. Op reis leer je hoe andere volkeren in de wereld leven en met elkaar omgaan. Je leert ook dat wat wij als vanzelfsprekend beschouwen, dat niet altijd is en dat er ook alternatieven zijn. Soms vinden we dat zij nog veel van ons te leren hebben, maar soms kunnen wij ook veel van hen leren. Vooral dat laatste maakt reizen zo boeiend. 

Over de Chinezen zelf kan ik weinig zeggen om de eenvoudige reden dat we op geen enkel moment met hen in persoonlijk contact zijn gekomen. De taalbarrière is daar natuurlijk de grootste oorzaak van, maar het moet gezegd dat ze zich opvallend afkeren van buitenlanders, vaak zelfs op een ostentatieve en lompe manier. Wanneer je ze toch probeert te benaderen om bv een inlichting te vragen, keren ze zich zonder verpinken om of negeren ze botweg je aanwezigheid. Als je moet aanschuiven drummen ze je brutaal weg of steken ze ongegeneerd voor. Naar de reden van deze houding kan ik alleen maar gissen: is het afkeer, hoogmoed, gêne of gewoon een andere cultuur? Ik spreek me niet uit. Maar er zijn natuurlijk ook momenten waarop je de charmante Chinees ziet: de fiere ouders als je hun (enig) kind fotografeert; de giechelende jonge meisjes die met jou op de foto willen; het stokoude dametje dat, gesteund door haar kleinkind, de Hemeltempel bezocht en naar iedereen lachend wuifde; het vriendelijke koppel dat in hun eenvoudige hutongwoning in Beijing voor ons kookte.  

Tenslotte nog een woordje over de organisatie. Daar valt niets op aan te merken. Het programma van Anders dan Anders is zeer goed gevuld en valt voor sommigen misschien wat zwaar uit, maar het is perfect uitgebalanceerd en geeft de gelegenheid om op een comfortabele manier kennis te maken met zeer veel facetten van dit immense land. De hotels waren stuk voor stuk van het beste wat de bezochte steden te bieden hadden en in de keuze van de restaurants konden we kennis maken met de veelzijdigheid van de Chinese keuken. Tom, onze gids, was de ideale begeleider en reisgids: zeer onderlegd, altijd vriendelijk en attent voor iedereen, altijd aanwezig maar toch discreet.  

Deze reis heeft alles geboden wat we ervan verwachtten. Ook al blijven er nog veel vragen onbeantwoord en zijn niet alle twijfels weggewerkt, toch is China voor ons voortaan niet meer die grote en bedreigende onbekende. We zullen China meer dan voordien als een moderne natie beschouwen en ik ben ervan overtuigd dat het ons vanaf nu nog meer zal boeien dan tevoren. Het ambigue gevoel is grotendeels verdwenen en we zullen met zeer veel belangstelling de verdere evolutie en groei van deze nieuwe wereldmacht blijven volgen.

terug naar hoofdmenu China 2008

08:01 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: china, algemeen, nabeschouwingen |  Facebook | |