20-11-08

De middeleeuwen in een bergdorp

Maandag 25 juli 2005

Vandaag bezoeken we twee bergdorpjes in de buurt van Ollantaytambo, althans als je een uur rijden met de bus nog ‘in de buurt’ mag noemen. We houden eerst nog even halt op de Plaza de Armas van Ollantaytambo om frisdrank in te doen. Ondanks het vroege uur is het er zeer druk. Peru 71Dit is immers de verzamelplaats voor de talloze trekkers die via de fameuze Inca Trail de 4 à 5-daagse voettocht doen naar Machu Picchu. Hier bieden de sherpa’s zich aan die vanuit de omliggende dorpen dagelijks naar beneden komen om gemonsterd te worden. Ze fungeren als gids en als drager en het is verplicht om de bijzonder zware tocht onder hun begeleiding te doen. Door de grote hoogte en de steile en smalle paadjes is de tocht niet alleen gevaarlijk maar vooral zeer vermoeiend. Toch (of misschien juist dáárom) kent de trail zo’n groot succes dat het aantal trekkers tegenwoordig beperkt wordt tot 180 per dag, kwestie van de natuur en de sites toch wat te sparen. Trekkers onderhandelen over de prijs met de dragers, die vervolgens de bagage op een vrachtwagen laden om daarna zelf plaats te nemen in de laadbak. Zo rijden ze naar de vertrekplaats van de tocht. 

Wij verlaten de Urubambavallei met de bus en nemen een bergpad dat tot hoog in de bergen leidt. De weg is zeer smal en onverhard; je zou nooit vermoeden dat hier een personenwagen, laat staan een autobus, door komt. In het Atlasgebergte in Marokko hadden we daar een 4x4 voor nodig! Peru 72Het is dus hobbelen en af en toe moeizaam naar boven kruipen met klagende motor. In de haarspeldbochten moet de bus soms achteruit om gedraaid te geraken. Maar het landschap is ronduit schitterend en verdrijft eventuele schrik. De zon is in haar volle glorie van de partij. Na ruim een uur bereiken we Wyoc. Hier leven echte afstammelingen van de Inca’s. Ze dragen allemaal, zowel mannen en vrouwen als kinderen, de typische klederdracht: voor de vrouwen rode of oranje wijde rokken, een kleurig geborduurd jakje en op het hoofd een raar schijfvormig hoedje waarin soms grote veiligheidsspelden zitten als versiering. De mannen en de kinderen dragen een soort poncho en een leuk hoedje met rood lint, meestal boven op een veelkleurig gebreide muts. Van alle kanten komen vrouwen en kinderen opduiken en al gauw staat het hele dorp in rep en roer. Edgar, Karels vriend die opnieuw van de partij is, onderhandelt om een bezoek te mogen brengen aan de plaatselijke school. 

Het duurt een hele tijd vooraleer de primitieve schoolpoort voor ons opengaat maar uiteindelijk mogen we toch binnen. Tientallen Peru 73vrouwen zijn bezig met de speelplaats met doeken vol te leggen om er de koopwaar op uit te stallen die ze straks aan ons hopen te verkopen. Een kleuterleidster probeert intussen de kleinste kindjes te verzamelen en ze in kleine kringetjes op te stellen voor een dansje. Dat lukt maar moeizaam evenals het dansje zelf. Daarna gaan ze in rij het klaslokaaltje in en wij volgen hen. Het klasje is netjes en knus en gelijkt verbazend goed op de kleuterklasjes zoals we ze bij ons kennen. Ook aan didactisch materiaal Peru 74ontbreekt het niet, al zijn de balpennen die we hebben meegebracht, zeer welkom. De kleuters zitten in groepjes van 4 à 5 aan ronde tafeltjes. Met hun kleurige kleertjes en hoedjes en met een donkerrode blos op hun wangen, zien ze er schattig uit. Er worden geen tientallen, maar honderden foto’s gemaakt. De kinderen zingen een liedje en wij moeten op onze beurt hetzelfde doen. We hebben twee grote zakken met broodjes en appelsienen meegebracht en die worden door Edgar en de chauffeur uitgedeeld. De kinderen nemen ze bedeesd en zonder veel enthousiasme aan. We nemen afscheid en bezoeken nog de iets grotere kinderen van het eerste en tweede leerjaar. Eén van de juffrouwen komt dagelijks, deels met een busje deels tevoet, vanuit Ollantaytambo naar hier. Daarvoor moet ze ’s morgens om 5.30 uur vertrekken. Een echt toonbeeld van de geëngageerde leerkracht. Zo koopt ze bijvoorbeeld regelmatig met eigen spaargeld luizenshampoo voor de kinderen. Velen van de groep betreuren dat we dit niet eerder hebben geweten, want dan hadden we allerlei nuttige zaken kunnen meebrengen. Bij gebrek daaraan, geven velen dan maar geld, dat ze ongetwijfeld nuttig zal aanwenden voor haar kinderen. Als we buitenkomen is de speelplaats bijna volledig bedekt met uitgespreide doeken waarop een kleine hoeveelheid koopwaar. De hoop van de vrouwen op een aalmoes, wordt door Karel nogal brutaal de kop ingedrukt. Hij jaagt ons zo op dat we de kans niet krijgen om iets te kopen. Voor een paar van ons is het zo gênant dat ze achterblijven en toch iets kopen, ook al is de rest van de groep al lang uit het zicht verdwenen. 

Op weg naar het volgende dorp, even buiten Wyoc, zien we in de vallei een grote samenscholing van mensen, allen in de typisch rode en oranje klederdracht. De mannen zijn met pik en houweel Peru 75grachten aan het graven en de vrouwen lopen twee aan twee steeds heen en weer.Tussen hen in dragen ze een doek waarin zware stenen liggen, die ze naar de andere kant van het terrein moeten sleuren. Een opzichter komt meteen naar ons toe en op vraag van Karel mogen we van wat dichterbij gaan kijken. Van de man vernemen we meteen wat hier aan de hand is: de hele dorpsgemeenschap (ook ouderlingen en vrouwen – sommigen dragen zelfs hun baby op de rug) is hier bezig met vereende krachten een school te bouwen. Het wordt een college of middelbare school. Nu moeten de kinderen die na de lagere school nog verder willen studeren, dagelijks naar beneden in de vallei, en dat is voor de meesten een té grote moeite. Het hele gebeuren is aangrijpend en ik kan nauwelijks geloven dat zoiets in de eenentwintigste eeuw nog bestaat. Het lijken wel de middeleeuwen. Johan en Rita zijn zó bewogen dat ze hun steentje letterlijk bijdragen: met z’n tweeën sleuren ze een reuzenblok naar de andere kant van het terrein. 

Het volgende dorp is Patacancha, wat zo veel betekent als Alta Plana of hoogvlakte. We wandelen door het dorp. Een man is aan het metselen aan zijn huis. Met zijn handen smeert hij de mortel tussen de stenen en met een vinger strijkt hij de voegen glad. Karel brengt ons naar een huisje Peru 76dat we van binnen kunnen bezoeken. Zéér primitief: keuken, zit- en eethoek, slaapruimte, alles in één kamer. In de hoek zijn een paar hokjes gemetseld voor de onvermijdelijke cavia’s. Van meubilair is geen sprake. Het bezoek is kort en we stappen terug in de bus om de terugreis aan te vatten. Onderweg pikken we een vrouw in klederdracht op en geven haar een lift. Ze is tevoet op weg naar Ollantaytambo. Samen met haar koopwaar draagt ze haar baby in een doek op de rug. Plots ontstaat er rumoer vooraan in de bus. Iemand heeft opgemerkt dat er in de bagage van de vrouw nog iets beweegt. Het blijkt dat er ook twee cavia’s tot de koopwaar behoren. Ze zitten gewoon samen verpakt met de baby. De afdaling verloopt zeer traag langs de smalle en hobbelige weg en gelukkig komen we op de hele rit maar één auto tegen. Onze grote bus wordt verplicht een paar honderd meter achteruit te rijden waarna beide voertuigen er toch in slagen elkaar te kruisen. Vraag me niet hoe. 

Als we beneden komen, is het al ruim half twee. We gaan opnieuw eten in het restaurant van gisterenmiddag. Vóór we er aankomen, stoppen we nog even om de rafters op de Urubambarivier te zien. Het is allesbehalve wild water en het enige wat we te zien krijgen, is een traag voorbijdrijvende boot waarin een zestal gehelmde mannen stoer, maar een beetje potsierlijk, de roeiriemen omhoog steken. Het eten in Restaurant Tunupa is opnieuw verrukkelijk. Onderweg in de bus krijgen we van Karel al de eerste uitleg over onze uitstap naar Machu Picchu van morgen. We moeten weer onze handbagage voor één nacht meenemen en zullen morgen al om 4.45 uur gewekt worden. Hij waarschuwt ons voor het onvoorspelbare weer en voor de vele ‘steekvliegen’ die vooral in dit seizoen zeer agressief zijn. We zijn gewaarschuwd. Om 15.30 uur zijn we terug in het hotel en we zien ernaar uit om nog een uurtje van de zon te genieten. Maar de zon is wat omsluierd en geeft niet dezelfde warmte als gisteren. Er is ook een fris windje komen opsteken, maar het is toch nog best aangenaam op ons terras.

09:00 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: peru, ollantaytambo |  Facebook | |

18-11-08

Cavia's en de schedels van de overleden ouders

Zaterdag 23 juli 2005

De wekker loopt opnieuw af om 5.30 uur want we moeten vroeg zijn vandaag om de toeristenmassa voor te zijn. We gaan naar Pisac en Ollantaytambo in de Heilige Vallei. Er is geen wolkje aan de lucht. Al om 7 uur zijn we met de bus onderweg en we houden eerst een korte stop aan de rand van Cusco bij het Incaheiligdom van Quenco. Het is ook vandaag nog voor veel mensen een heiligdom waar ze komen mediteren. In een onderaards klein vertrek bevindt zich de waka, of heilige plaats. Interessant maar niet sensationeel. Peru 59Gezien het vroege uur is het ondanks de zon een koude plek en we verwijlen er niet al te lang. De rit naar de Heilige Vallei duurt een klein uurtje zodat we inderdaad als één van de eersten aankomen op de plaats waar onze klim begint naar de Zonnetempel van Pisac. Bij het vertrekpunt staat een vrouw in klederdracht en met rode levende bloemen boven op haar hoed. Met in de achtergrond de mooiste terrassen die we tot nu toe zagen, wordt dit een prachtige foto. Veel tijd krijgen Peru 60we niet, want Karel wil onze voorsprong op de andere toeristen niet kwijtspelen en om vijf vóór negen vatten we de wandeltocht van 3 uren aan. Al heel snel komt de tempel in zicht, schitterend gelegen boven een vallei met prachtige terrassen, omgeven door hoge bergen en onder een helderblauwe hemel. In het oosten waar de zon opkomt, hangt nog een nevel, maar er is geen wolkje te bespeuren. Het is nu al warm genoeg om te wandelen zonder vest of pull-over. De beklimming is hier en daar lastig en niet ongevaarlijk wegens de smalle paadjes langs steile en diepe afgronden. We komen er allemaal flink doorheen, al heeft Henri veel last van hoogtevrees, en we worden beloond met een uniek zicht op de wondermooie ruïnes van deze grote tempel. Hier vind je alle elementen van de Incabouwkunst: muren en muurtjes van naadloos gestapelde reuzenstenen, poorten, irrigatiekanalen, waterbekkens... adembenemend en indrukwekkend. We dalen af langs de andere kant en bereiken terug de plek waar de bus geparkeerd staat. We hebben geen toerist gezien, maar aan het startpunt is het nu behoorlijk druk geworden: kraampjes, verkopers, fluitspelers, bedelaars. Ik koop twee kleine, kleurig beschilderde fluitjes in aardewerk voor 1 sol per stuk. Omdat we zo vroeg zijn – het is amper 11 uur – krijgen we nog een extraatje: bezoek aan de markt van Pisac.

Peru 61

Dit is onze fort natuurlijk: een kleurrijk spektakel. Het kleine marktpleintje is één grote drukte: overal vrouwen met gekleurde rokken en hoedjes van allerlei vorm; kraampjes met kleurrijke doeken, fruit en groenten. Zo hebben we het graag, en... filmen maar! Terwijl de meeste anderen verkiezen om een biertje te drinken op een zonnig terrasje, komen wij nog tijd te kort op de markt. Het kost wel enkele soles natuurlijk.
 

Dan zakken we af naar de Valle Sagrado Lodge, de plaats in de Heilige Vallei waar we de volgende drie nachten zullen doorbrengen. In Yanahuara verlaten we de weg, rijden doorheen een klein dorpje en komen aan een omheinde tuin met grote toegangspoort. Daarachter ligt in een tuin vol bloemen een complex van kleine en grotere bungalows tegen de glooiende helling geplakt. Een bergrivier met watervalletjes stroomt tussen de verzorgd aangelegde bloemperken en een pad slingert zich omhoog naar de huisjes die er alle zeer aantrekkelijk uitzien. Het meest aantrekkelijke is het centrale huis dat iets groter is en waarvan het terras op de bovenverdieping boven alles uitkijkt. Uitgerekend deze kamer wordt ons toegewezen en we prijzen ons zeer gelukkig. Er staat een mooi ogend buffet voor ons klaar en we laten het ons natuurlijk eens te meer smaken. Om 14 uur vertrekken we voor de tweede wandeling van de dag, maar we hebben eerst recht op een uurtje platte rust; tijd dus om de postkaartjes te schrijven. Maar we hebben eigenlijk niet veel zin en geraken dus niet verder dan de adressen. Karel waarschuwt ons dat we ondanks het mooie zonnige weer een warme pull én een vest moeten meenemen want het kan in de vallei fris zijn door de sterke wind. Maar de zon blijft stralen en het is helemáál niet koud. We trekken voor alle zekerheid toch maar onze fleece aan. Met de bus rijden we nu langs de Urubambastroom door de zeer vruchtbare vallei, waar allerlei gewassen weelderig groeien. De grootste plaag schijnen hier de kolonies wilde papegaaien te zijn uit de Amazone, die hier eigenlijk vlakbij ligt. Regelmatig vreten zij de velden kaal. 

Onze bestemming is Ollantaytambo (het duurt enige dagen voor we de naam zonder haperen kunnen uitspreken en Peru 62sommigen slagen er zelfs helemaal niet in...). Hier ligt één van de mooiste Incasites: de Tempel van de Zon. Het is een hele beklimming langs de steile trappen tot boven op de ruïnes, maar van daaruit worden we beloond met een schitterend uitzicht over de stad en de vallei. Het is af en toe hijgen, maar dit is pas indrukwekkend. De site is zeer uitgestrekt en opvallend in haar volledigheid bewaard. Rondom in de hoge bergen zijn trouwens nog verschillende grote Incaruïnes te zien. Hierboven, in de schaduw, staat inderdaad een fikse wind en is het tamelijk frisjes. We wandelen de hele site rond langs de flank van de berg en dalen af langs de andere kant van de stad. Bij de wandeling door de smalle straten hebben we de gelegenheid beter kennis te maken met het dagelijkse leven. Opvallend zijn de rode of blauwe proppen plastiek op een stok aan sommige gevels. Ook onderweg hebben we die trouwens opgemerkt. Karel legt ons de betekenis ervan uit: het is een soort uithangbord van een “café”, m.a.w. Peru 63dit geeft aan dat er in dit huis bier te verkrijgen is. We krijgen de kans om een hedendaags huis te gaan bezoeken en zien hier voor het eerst hoe primitief de mensen hier leven, en deze familie is wellicht nog tamelijk welstellend. Ze tonen in ieder geval hun huis met grote trots. Alles gebeurt hier in één kamer: koken, eten, slapen. De kamer wordt zelfs gedeeld met tientallen cavia’s die piepend door elkaar wriemelen op de onverharde aarden vloer. In een nis boven de open haard staan de schedels van de overleden ouders en grootouders. Toch maar griezelig! Op de Plaza de Armas – ja, ook hier... – bezoeken we nog een klein marktje en tegen 17 uur zijn we terug in de lodge. De zon is achter de bergen verdwenen en het duister valt zeer snel in. We zijn blij met het elektrisch verwarmingstoestelletje op de kamer, want het is nu ronduit koud geworden. We hebben 2 uren om te rusten en maken er dankbaar gebruik van. Na een pisco sour in de bar delen we de tafel met André. We bestellen een wit wijntje, maar dat valt dik tegen: het is een goedkope demi-sec. We hebben een goed gevulde dag achter de rug en besluiten maar eens wat vroeger onder de (warme) wol te kruipen. Om 22 uur liggen we in bed.

09:04 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: peru, ollantaytambo, pisac |  Facebook | |