15-09-08

Dag 11: Tussen Californië en Nevada

Donderdag 20 juli 2006 

Ik heb niet te best geslapen. Langs het hotel loopt een spoorlijn waarop de treinen telkens hard claxonneren bij het voorbijrijden en die maakten me verschillende keren wakker. Daarenboven was het zeer heet op de kamer, want de airco blies zo hevig dat ik hem moest afzetten. Er is een sms van H. Gisteren voelde hij zich OK tot 19 uur, maar dan is hij behoorlijk misselijk geworden. Ook in België hebben ze last van de hitte, maar desondanks heeft H goed geslapen. Morgen mag hij naar huis. Na het ontbijt bel ik hem op. Hij maakt het weer beter, maar wacht een beetje angstig af voor de rest van de dag. Er is deze morgen ook een e-mail van F. 

Zoals gepland zijn we vroeg op pad, om acht uur al zijn we weg. Het is slechts een 45 mijl naar de ingang van het Lassen Volcanic National Park. De weg erheen loopt door een mooi golvend landschap: USA NW 48weiden met mooie oude bomen en overal verspreid liggende grote en kleine rotsblokken. Die zijn ongetwijfeld ooit door een vulkaan uitgespuwd. De ingang van het park ligt in een dennenbos. Een vriendelijke ranger duidt ons op de kaart de interessantste plaatsen aan die we binnen een kort bezoek van 2 uren – meer tijd hebben we helaas niet – kunnen aandoen. Onze eerste halte is bij de Sulphur Works. Uit een paar holes komt (een beetje) damp en het stinkt er sterk naar zwavel. Verder is er één enkele 'mudpot' die hoorbaar staat te borrelen, maar hij ligt zo hoog dat je er niet kan inkijken. De korte wandelloop is afgesloten. Dit alles doet natuurlijk denken aan het Yellowstone National Park, ook al is het er slechts een flauwe afspiegeling van.  Maar ja, we zijn nog maar nauwelijks één mijl in het park; hopelijk staat er ons verder meer vulkanische sensatie te wachten. Als we verder rijden, brengt de weg ons steeds hoger in de richting van de besneeuwde Lassen Peak. Het duurt niet lang of we zitten zelf ook midden in de sneeuw. Dit hadden we hier helemaal USA NW 49niet verwacht, maar het is echt prachtig! Een staalblauwe hemel, hoge witte sneeuwmuren, klaterende riviertjes van smeltende sneeuw, groene weiden, talloze felgekleurde bloemen. Gewoon schitterend! We stoppen natuurlijk ettelijke keren voor foto en video en geraken eindelijk toch aan het hoogste punt van de route: 2.594 meter.  Bij Bumpass Hell hebben we een prachtig zicht op de omliggende bergen en zitten we echt midden in de dik opgepakte sneeuw. Dolle sneeuwpret bij de kinderen die zich joelend van de hellingen laten afglijden en hun ouders bestoken met sneeuwballen. We geraken er bijna niet weg, maar toch moet het. Even verder zijn we ademloos bij de aanblik van een met sneeuw bedekt ijsmeer. De sneeuw en het water kleuren blauw en turkoois en op sommige plaatsen heeft de sneeuw zelfs een rode schijn. Het is halftwaalf als we het park verlaten. Er resten ons vandaag nog 180 mijl over kronkelende bergwegen, dus opnieuw zijn we een beetje gejaagd. Het is duidelijk dat we er niet in geslaagd zijn een rustiger reis te plannen dan in 1996. Het is weer heet: tot 98°F (37°C). Tegen de middag zijn we in Greenville waar we na enig zoeken een coffeeshop vinden waar we een lekkere sandwich met pastrami verorberen. De jonge dienster is, zoals overal, zeer vriendelijk. Ze vraagt mij iets te zeggen in mijn taal. "We gaan hier deze middag lekker eten", zeg ik. "I love your voice", antwoordt ze. Dat heeft nog nooit iemand tegen mij gezegd, zeker geen mooie jongedame. Ik ben geflatteerd. In de namiddag gaat de reis door een mooi, tamelijk afwisselend landschap en over zeer mooie wegen, maar we worden zeer regelmatig opgehouden door de onvermijdelijke wegenwerken. 

Tegen 16 uur zijn we aan Lake Tahoe. Het meer ligt op 1.300 meter boven de zeespiegel en is het grootste bergmeer van Amerika. Rondom is het omringd door bergen waar in de winter geskied wordt. Dit is één van de populairste skigebieden van de Verenigde Staten. Maar ook in de zomer trekt USA NW 50Lake Tahoe zeer veel toeristen: druk, druk, druk... het ziet ernaar uit dat we in het massatoerisme terechtgekomen zijn. De hemel is zwaarbewolkt en we vrezen voor een onweer, maar gelukkig blijft het beperkt tot één enkel bliksemschicht in de verte. Als we denken dat we op onze bestemming zijn, blijkt het nog 23 mijl te zijn naar South Lake Tahoe, aan de    andere kant van het meer. Daar ligt ons hotel, het Embassy Suites Hotel, een imposante mastodont die ook tot de Hiltongroep blijkt te behoren. Chique en groots maar toch straalt de indrukwekkende lobby niet echt klasse uit. Misschien komt dat ook wel door het publiek, dat eerder op een camping zou passen dan hier. Er is iets surrealistisch in dit hotel, het klopt niet allemaal. Het is allemaal wat overdreven pompeus en overdone. De gelijkenissen met Las Vegas dringen zich op en dat blijkt helemaal te kloppen als we ontdekken dat we hier op de grens met Nevada zitten, waar het gokken USA NW 51wettelijk is toegelaten. Meer nog, de grens tussen Californië en Nevada loopt precies tussen ons hotel en de immense casino’s naast de deur in. Om de goklustigen te lokken, zijn hier net als in Vegas de hotels dan ook zeer goedkoop. En dat lokt natuurlijk ook mensen die zich normaal deze luxe niet permitteren. Alle kamers geven uit op één van de drie atriums, glazen liften klimmen langs de muren op naar de 4 verdiepingen. Alle kamers zijn suites, bestaande uit een ruime salon, slaapkamer, badkamer en kitchenette; op de kamer een afzonderlijke toilettafel met lavabo, microgolfoven en... twee tv’s!  Tussen 16.30 en 18.30 uur is er voor de hotelgasten een gratis ‘Manager’s Reception’ waar naast diverse hapjes ook alle mogelijke dranken en cocktails kunnen besteld worden. Het is aanschuiven, want ik denk dat velen hier hun avondmaal van maken. Ik bestel een Daiquiri, maar daar heeft de bardame nog nooit van gehoord. “Oh!” zegt ze plots een “déjkerie”, ja dat heeft ze wél, maar een “daikierie”, neen dat kende ze niet. Hij smaakt niet slecht, maar hij heeft meer van een limoensorbet dan van een cocktaildrankje. 

We besluiten om toch nog even South Lake Tahoe te verkennen. Het ziet er allemaal splinternieuw en chique uit: grote hotels (in Californië) en twee enorme casino’s (in Nevada), Harvey’s en Harrah’s, beide succursale van het moederhuis in Las Vegas. Het stadje wordt doorsneden door een drukke weg waarlangs behalve de hotels ook vele souvenirwinkeltjes liggen. Het meer zelf krijgen we niet te zien, het ligt te ver van het hotel vandaan. We stappen één van de casino’s binnen en stellen al gauw vast dat dit niet echt ‘ons ding’ is: grote, lawaaierige zalen vol roulette- en blackjacktafels maar vooral met lange rijen “slots”, waaraan mensen van alle leeftijden mechanisch en emotieloos zitten te “spelen”. Eigenlijk doet de hele entourage meer aan Blankenberge dan aan Las Vegas denken. We zijn er dan ook snel weer buiten. Restaurants zijn er niet te zien, althans niet in de buurt van ons hotel. Loges en goedkope hotelletjes zijn er des te meer. We kiezen dus maar voor “Echo”, het restaurant van ons hotel. We worden ontvangen door een blondine, die denkt dat we Duitsers zijn. Ze spreekt de hele avond Duits tegen ons. Ze is een Poolse “studente”, die voor vier maanden hier komt werken om daarna een reis door de USA te kunnen betalen. Voor het eerst op deze reis eten we vlees: New York steak met kruidenboter. Amerikaanse biefstukken zijn inderdaad lekker! Het restaurant, op een mooi terras, heeft al evenmin de klasse die het laat veronderstellen. Er speelt zeer luidruchtige muziek, op de tafeltjes ligt geen tafellaken, er staat ketchup op tafel en tegen de muur staat een plastiek emmer voor het afval. Het publiek draagt petten, shorts en sluffers.

10:07 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (1) | Tags: usa, california, oregon, north-west |  Facebook | |

14-09-08

Dag 10: Onverwachte ontmoeting met twee bekenden

Woensdag 19 juli 2006 

Vandaag is het ontbijtbuffet in de hotelprijs inbegrepen, dus we doen ons ruim te goed aan o.a. kleine hamburgers met champignonroomsaus en allerlei gebak. We moeten opnieuw een vrij grote afstand afleggen en hebben de les van gisteren geleerd: veel treuzelen mogen we niet doen, dus om 9 uur zijn we al vertrokken. Toch eerst nog even langs de vuurtoren van Crescent City USA NW 45voor een mooi plaatje. Het is mooi weer: de wind van gisteren is weg, maar er hangt een lichte mist boven de zee en de omringende bergen. Het is nog aan de frisse kant ondanks de zon. Enkele kilometers buiten Crescent City begint al het Redwood National Forest and Parks. Het is moeilijk precies af te bakenen en we ontmoeten ook geen officiële ingangspoort. Betalen hoeft dus niet. Een mooie brede weg (de grote US101) loopt dwars door de bossen met reuzengrote sequoiabomen. Hier en daar hebben we een zicht op de mooie kust. Ik geniet echter niet voluit want ik zit zeer verveeld met het feit dat mijn gsm hier niet werkt. Ik kan dus H niet opbellen zoals ik nochtans beloofd had. Ik voel me zelfs schuldig omdat ik het niet vroeger deze ochtend geprobeerd heb. “Geen Toegang” zegt mijn toestel en ik weet niet of dat hetzelfde is als “Geen Netwerk”. Ik begin te vermoeden dat er per ongeluk iets aan mijn instellingen is veranderd. In dat geval kunnen we het misschien wel voor de rest van de reis vergeten, juist nu dat we zo graag nieuws zouden horen. De hele voormiddag probeer ik het telkens opnieuw, maar tevergeefs. Tegen de middag heeft het geen zin meer, want in België is het dan al 21 uur en zo laat wil ik H niet meer bellen in de kliniek. 

We blijven de US101 volgen tot in Eureka. Hier staan verschillende grote huizen in een pompeuze Victoriaanse stijl, heel speciaal en dus echt een omweg waard. We willen echter niet te veel tijd USA NW 46verliezen en ook... mijn gsm zit me dwars! Dus we blijven er niet te lang en trekken verder langs de 299, richting Redding. In Willow Creek houden we halt om op het terras van de ‘Buttercup Bakery’, in de schaduw, een sandwich te eten. We drinken er een lekkere, zelfgemaakte iced coffee bij. De verfrissing doet deugd want de temperatuur is al opgelopen tot 98°F en alle wolken zijn verdwenen. Onder het afdak van het terras valt het nog mee. We nemen nog een lekkere, vers gebakken brownie toe, die we delen. De rest van de 299 is echt prachtig. We rijden door het Shasta-Trinity National Forest en volgen een hele tijd de Trinity River, die op sommige plaatsen rustig en op andere tamelijk wild is. De rivier trekt dan ook heel wat rafters en kajakkers aan. Het verkeer is tamelijk druk, vooral veel campers en motor homes – RV’s zeggen ze hier, Recreation Vehicles. Ook hier vallen de vele wegenwerken op. Bij één ervan staan we de eerste in de rij en de signaalgeefster doet een praatje. Haar dag zit er bijna op en daar is ze niet rouwig om. “In deze hitte valt het werk heus niet mee”, zegt ze. Onze Saturn geeft 104°F (40°C) aan, maar zij doet er nog een schepje bovenop: “In de schaduw is het 110°...”zegt ze, “...en in de zon op het zwarte, pas gegoten asfalt 140°!” Dat zou 60°C zijn, moeilijk te geloven, maar zeer heet zal het zeker zijn. Ze zegt dat ze 15 uren per dag klopt en een groot deel ’s nachts werkt. We hebben medelijden met haar. Ze is een mollige veertigplusser en ze doet het enkel voor het geld, zegt ze. "It's all about money! I earn here an awful lot in a few weeks".

 

In de buurt van Eureka rijden we de befaamde Humboldt State University voorbij. In Weaverville gaan we binnen in een grootwarenhuis, in de eerste plaats voor een sanitaire pauze, maar we maken van de nood een deugd en kopen er twee perziken en twee zakjes van die overheerlijke kersen. De witte ‘USA NW 47Rainiers’  uit Washington kosten 5,99 dollar voor een pond (kleine halve kilo) en de rode “Bing cherries’  uit Californië kosten slechts 3,69 dollar, dat is respectievelijk 11 en 6,75 euro per kilo. Niet goedkoop, maar de Rainiers schijnen in Japan soms meer dan een dollar per stuk te kosten. Het is dan ook niet te verwonderen dat meer dan driekwart van de jaarlijkse oogst uitgevoerd wordt. Het is me niet duidelijk of ik de kersen zelf moet afwegen of niet en ik vraag dus raad aan een winkelende klant. Het is tot mijn verbazing een bekend gezicht; ik ken die vrouw… en jawel, het is de signaalgeefster van daarnet, die inmiddels haar werk beëindigd heeft. Wat een toeval! Even verder, in de hoofdstraat van Weaverville zijn enkele mooie beelden te schieten: een hotel, een theater en enkele winkeltjes, alle in de typisch Amerikaanse stijl, die we kennen uit de films. Er is zelfs een heuse Chinese wijk, maar dan wel in miniformaat. We trekken verder en langs de weg valt mij een verkeersbord op met de tekst “Report drunken drivers”. Een sterk staaltje van wat Amerikanen burgerplicht noemen, vind ik. Even verder wordt het nóg straffer: “Don’t pick up hitchhackers”. Die Amerikanen toch... maar al snel is duidelijk waarom: hier ligt, afgelegen in het veld, een grote jeugdgevangenis. In Redding (kennen we dat niet van Armand Pien?) ontmoeten we nog een oude bekende: de I5 (Interstate Five), die we al leerden kennen in Seattle. Nu volgen we hem een 30-tal mijl zuidwaarts tot in Red Bluff, waar we zullen overnachten. C heeft wat last van haar dij, maar dat komt vooral door opzwelling door de warmte, denkt ze. 

Om zes uur zijn we aan hotel ‘Hampton Inn & Suites’ in Red Bluff. We hebben 265 mijl afgelegd vandaag. Het is nog steeds drukkend warm: 103°F (39°C), ook al gaat de zon af en toe schuil achter een lichte wolkensluier. In het hotel hebben we ruim de tijd om ons te verfrissen. Terwijl C de valiezen herschikt, neem ik een duik in het zwembad. C durft zich niet in badpak vertonen wegens haar kolossale blauwe vlek. Hoopvol probeer ik mijn gsm nog eens en jawel… hij werkt weer. We zijn duidelijk in wat minder afgelegen gebied. Ik kan H op dit uur niet bellen, maar stuur hem alvast een e-mail om uit te leggen waarom ik vandaag niet gebeld heb en om te zeggen dat ik morgen wél bel. Ik stuur ook een mail naar buurvrouw S, Hilde van Flandria-reizen en aan de Christelijke Mutualiteiten, die ons al laten weten hebben dat ze de kosten zullen terugbetalen mits we een factuur en bewijs van betaling kunnen voorleggen. Dat laatste hebben we, het eerste zullen we later zien te krijgen. Er is ook een e-mail van R, die zegt dat we fier mogen zijn op H. Hij houdt zich zeer sterk en dat doet ons beiden deugd. 

We gaan eten in een Mexicaans restaurant tegenover ons hotel: sizzling fajitas van steak en shrimps. Lekker, maar een reusachtige hoeveelheid, die we niet op krijgen. De wijn is minder goed, maar de bediening is vriendelijk en enthousiast. Het grote restaurant met kitscherig Mexicaans decor, wordt druk bezocht door lokale mensen, die er al dan niet een feestje komen bouwen; verjaardag denk ik. Om kwart na tien zijn we terug op onze kamer. Ik zet de wekker om 6 uur want morgen willen we een uurtje vroeger vertrekken. We willen voldoende tijd hebben voor Lassen Volcanic.

10:28 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: usa, oregon, north-west |  Facebook | |