20-06-09

De Sixtijnse Kapel van Sicilië

banner sicilie
Woensdag 10 juli 2002 
 

Het lawaai van de haven zorgt ervoor dat ik al voor 7 uur wakker ben: een loeiende sirene, gebonk van containers, af- en aanvarende motorbootjes en een stem door een luidspreker. Daarenboven is het nog altijd zeer warm op de kamer. Het ontbijt wordt geserveerd op het terras waar alles een zeer luxueuze indruk maakt: superstijlvolle obers in het zwart, ruime tafels met bloemen, zilveren couverts, comfortabele stoelen. Het buffet is uiteraard navenant en biedt een grote variatie. We laten het ons smaken en trachten even niet aan de weegschaal te denken: ik eet eieren met spek, parmaham, een broodje met kaas, een croissant en een potje yoghurt met kiwi. Het potje “Maci Abicocchio” (abrikozenmoes) laat ik staan want het smaakt precies hetzelfde als appelmoes uit dozen… 

Vandaag laten we dus de auto een hele dag staan. Wanneer we met het shuttlebusje van 10 uur naar de stad vertrekken is de zon helemaal verdwenen achter de wolken, maar toch is duidelijk dat ze geleidelijk het pleit zal winnen en we hopen op een zonnige dag. Onze wandeling doorheen Palermo zal de hele dag duren en ons langs zo goed als alle bezienswaardigheden brengen. Aan het Teatro Massimo, worden we geconfronteerd met alweer een betoging (Palermo heeft er naar het schijnt dagelijks). Al gauw bereiken we La Vucciria , een typische volkse markt die zich over slechts enkele straatjes in het stadscentrum uitstrekt. Niet te vergelijken met die van Catania, maar toch zeer pittoresk. Hier is de bottarga, ook uovo di tonno genoemd, ruim aanwezig. Ik leer dat het inderdaad de eieren van tonijn zijn die met zout en look in een soort pasta verwerkt worden en daarna gedroogd. Ze zijn niet alleen qua structuur met foie gras te vergelijken, maar ook qua prijs! We zien dus algauw af van het idee om er mee te nemen naar huis, het zou immers zonde zijn van het geld als ze bij thuiskomst door de warmte zouden blijken bedorven te zijn. Aan de Piazza Pretoria, Sicilie 10waar de beroemde fontein met de grote barokke beelden helemaal in de steigers staat voor restauratie, lopen we even binnen in 2 kerken. De San Cataldo is een zeer oude kerk (1160) en vooral als bouwwerk opmerkelijk door de 3 rode koepeltjes die haar een Arabisch karakter geven. De binnenkant heeft een uiterst sobere, bijna minimalistische stijl. Wat een contrast met La Martorana, de Noormannenkerk met haar kleurrijke barokke interieur en vooral schitterende mozaïeken uit de 12e eeuw. Hier hadden in 1282 de Siciliaanse Vespers plaats die veel gelijkenis vertoonden met de Brugse Metten en waarbij de rebellen van het gewone volk de machtige Franse heren in de pan hakten. We trekken verder langs de Piazza Bellini en bezoeken nog de Chiesa Maria Joseph en de Chiesa San Salvatore, waarvan het interieur meer doet denken aan een theater dan aan een kerk.  

Tegen de middag zijn we aan de indrukwekkende kathedraal. Het is een immens gebouw met heel verscheiden stijlen naast en door elkaar. Dat
komt omdat ze zowel als christelijke basiliek en Sicilie 11Normandische kerk heeft dienst gedaan als als Arabische moskee. Daarenboven heeft ze een Catalaans-gotisch voorportaal en een barokke koepel. Tegenover de kathedraal is een klein steegje versierd met grote borden met honderden lichtjes. De mensen hebben de tapijten uit hun huizen gehaald en midden op straat op de grond gelegd zodat ze een lange loper vormen naar een Mariabeeld dat op het einde van het doodlopende steegje op een met bloemen versierd altaar staat uitgestald. Vóór de kathedraal zijn de voorbereidingen bezig voor de viering van Santa Rosalia, de patrones van de stad. Het feest (U Fistinu), dat morgen begint en vijf dagen duurt, is het grootste feest van het jaar in Palermo. Er zal een grote processie door de stad trekken met metershoge praalwagens. Onderweg naar het Palazzo dei Normanni wandelen we door een mooi park. De schaduw en het frisse groen doen deugd, maar wanneer we daarna aan de Porta Nuova terug in de volle zon komen, valt de hitte nog zwaarder. Het Noormannenpaleis is groots, maar van buitenuit niets bijzonders. Binnenin is er echter één van de mooiste bezienswaardigheden van Sicilië te zien: de Capella Palatina die vergeleken wordt met de Sixtijnse Kapel in Rome, alleen zijn de plafonds hier niet weelderig versierd met schilderijen, maar met prachtige mozaïeken. Ze is echter op de middag gesloten en gaat pas terug open om 3 uur. We hebben dus ruim de tijd voor een lekker middagmaal op een rustig terrasje, maar… dat blijkt in de buurt niet te vinden. We nemen plaats op een terras op het voetpad dat enkel van de drukke weg afgeschermd is door planten in grote bakken. Het is er warm, stoffig, allesbehalve rustig en bovendien is de bediening slecht (driekwartier wachten voor we bediend worden!) en het eten niets bijzonders: dagenoud brood maar de pasta’s zijn ok. Na het eten houden we nog genoeg tijd over om eerst de San Giovanni degli Emeriti te bezoeken. Het ligt wat verscholen in een klein straatje achter een hoge muur waar de rode koepeltjes van het oude kerkje bovenuit steken. De toegangsprijs ligt hoog (4,5 euro per persoon) en het is niet echt zijn prijs waard, vinden we. Het is weliswaar een merkwaardig kerkje, heel eenvoudig en binnenin helemaal leeg, maar de verwachte tropische tuin ontgoochelt ons: hij is zeer klein en ligt er wat vervallen bij, net als de kloostergang met zuilengalerij.
 

Als we tenslotte aan de ingang van het Noormannenpaleis komen is het nog altijd maar kwart over twee en kunnen we nog niet binnen. Er staan al een paar groepen toeristen te wachten aan het hek, dat door een politieman bewaakt wordt.  Stipt om halfdrie laat hij ons binnen en we schuiven gratis mee met een groep Franse toeristen. Bij het binnentreden van de Capella Palatina wordt ons de adem letterlijk afgesneden door de overweldigende aanblik van de overdadig met mozaïeken beklede muren en plafonds.
Sicilie 12Vooral de grote hoeveelheid goudkleur geeft een rijke en tezelfdertijd warme indruk. In de centrale koepel domineert een grote afbeelding van de Christus Pantocrator met daaronder de bijna even grote afbeeldingen van apostelen, heiligen, engelen en allerlei taferelen uit het leven van Christus. Maar al even mooi en vooral verfijnd zijn de vele kleine geometrische mozaïektekeningen met vooral gotische rozetten die vaak nogal Moors aandoen. Prachtig en alleen hiervoor mag je Palermo niet voorbijrijden. 
 

Bij het buitenkomen is het zeer heet. Werkmannen van de stad zijn bezig met het onkruid te verwijderen van de hoge muren van het Noormannenpaleis. Er vallen onvermijdelijk vele en soms vrij grote brokken steen mee naar beneden en dat er een eenzame auto is blijven geparkeerd staan, daar kunnen de werkmannen geen rekening mee houden. De arme eigenaar zal er bij zijn terugkomst waarschijnlijk niet kunnen mee lachen, maar ja… hij had de waarschuwende borden maar moeten zien. Of zouden de Sicilianen dan zo weinig met hun auto inzitten? Verder is het verkeer in de stad ook een zicht waard en één groot claxonconcert. De rode lichten lijken niet te gelden voor de scooterrijders: allemaal rijden ze erdoor. Op een druk kruispunt, midden het gekrioel van auto’s, scooters en bromfietsen staat een oude man met een karretje waarop twee bakken tomaten. Hij blijft er heel rustig bij en de automobilisten al evenzeer. Anders gaat het er aan toe wanneer een jong dametje met haar autootje in een éénrichtingsstraat tegen het verkeer in rijdt. Voorbijgangers schreeuwen haar verbolgen toe, maar het dametje schreeuwt al even luid en opgewonden terug.  

In de oude stad gaan we op zoek naar de Antica Focacceria San Francesco gelegen aan de gelijknamige kerk. Nik Balthazar deed er heel enthousiast over in Sicilie 13Vlaanderen Vakantieland en we hopen er een koffie met een of andere zoete lekkernij te eten. Na lang zoeken in een tocht door smalle straatjes en steegjes, vinden we het pittoreske pleintje aan de chiesa San Franceso maar de oude broodjeszaak blijkt jammer genoeg gesloten en het grote terras is helemaal verlaten. Toch krijgen we van de ober – zij het duidelijk tegen zijn zin – een caffè freddo. Even later vinden we toch onze zin op een ander pleintje: een overheerlijk stuk taart met bosaardbeitjes en een piepkleine, ijzersterke ristretto. Aan de opera nemen we het Villa Igiea-busje van 17.30 uur. Het was een lange dag. Echt moe zijn we niet maar toch te lui om nog het zwembad in te duiken. Na een verkwikkende douche besluiten we een aperitiefje te nemen op het terras van het hotel. Een glas witte wijn is het enige betaalbare. In de tuin zijn opnieuw de voorbereidselen bezig voor een trouwfeest. Er wordt een grote tafel klaargezet met zilverwerk en prachtige bloemstukken. De gasten arriveren een voor een in schitterende toiletten; de meesten hebben echte filmsterallures.  We besluiten ook vanavond niet in het hotel te eten wegens veel te duur, maar we hebben eigenlijk de hele dag in de stad geen enkel aantrekkelijk restaurant gezien. Dus maar opnieuw een beroep gedaan op de receptionist. Deze keer stuurt hij ons naar de Trattoria A Cuccagna, een eenvoudig restaurant dat vooral gekend is om zijn streekgerechten en waar zeer veel plaatselijken komen eten. Dat klinkt aantrekkelijk. Van zodra we binnenkomen zien we echter al dat het een ontgoocheling wordt: groot, druk, smaakloos en kitscherig ingericht en stampvol toeristen. Als we onze pasta met tonijn krijgen, weten we het zeker: de pasta is niet gaar en de tonijn komt uit blik. Ooit kwamen de koning en de koningin van Spanje hier eten. Hun bedankingsbrief hangt ingekaderd aan de muur. Zij zullen wel iets anders gegeten hebben dan wij, denk ik. Vooraleer de taxi terug te nemen, likken we nog een cono gelato op straat. De taxichauffeur is dezelfde oude man van gisterenavond en ook hij herkent ons nog. Er is wat bewolking komen opzetten en daardoor is het lekker koel geworden, maar op onze kamer is de airco nog steeds stuk en is het snikheet.

klik hier voor het vervolg

08:01 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: italie, sicilie, palermo, capella palatina |  Facebook | |

16-06-09

In het hoofdkwartier van de maffia

banner sicilie
Dinsdag 9 juli 2002

Tijdens het ontbijt op het dakterras kunnen we onze ogen niet van de indrukwekkende Etna afhouden. Tegen de flank ligt een stadje onder de zwavelpluim die constant uit de berg opstijgt. De Nederlanders zijn gisteren op de Etna geweest en vonden het een indrukwekkende ervaring die we niet mogen missen. De sporen van de grote uitbarsting van vorig jaar zijn nog zeer duidelijk zichtbaar. De man vertelt dat hij in Chili op de rand van een krater geweest is en er ziek geworden is van de dampen. Ze zijn beiden zeer enthousiast over Chili. Zij waren op een enorm groot wijngoed in Villa Santa Rita, in de buurt van Santiago. Dát was pas het paradijs, zeggen ze. Te noteren voor later, wie weet?

Om 10 uur vertrekken we voor een rit van bij de 300 kilometer naar Sicilie 7Palermo. De autosnelweg is aanvankelijk zeer druk – in Catania staan we zelfs even in de file – maar daarna is het zeer rustig: een mooie weg, weinig verkeer, overal bloeiende oleanders in de middenberm. We houden een korte stop in Enna, hoofdstad van de provincie Zuid-Oost Sicilië, op 900 meter hoogte gelegen en met een mooi uitzicht op de heuvels van het binnenland. Vooral het uitzicht op het tegenovergelegen bergdorp Calascibetta, dat als het ware over de heuvelrug gedrapeerd ligt, is de moeite waard. Tegen de middag zijn we in Cefalù, dat prachtig gelegen is aan de Tyreense Zee, geplakt tegen een hoge rotswand, en in de groene Michelin twee sterren kreeg en dus een omweg waard is. Sicilie 8We moeten onze Fiat werkelijk door de smalle straatjes wringen en dat gaat niet zonder minstens één keer met de zijspiegel langs de muur te schuren. We gaan meteen op zoek naar een restaurant. La Brace, een restaurant met een Michelinster is echter gesloten, maar in een smal straatje vinden we toch een aantrekkelijk terrasje: Ristorante Kentia. Het is er niet alleen mooi zitten, maar het eten is ook lekker. In het stadje bezoeken we verder de kathedraal met haar Byzantijns geïnspireerde mozaïeken en een middeleeuwse Arabische wasplaats waar op een ingenieuze manier het zuivere water van een riviertje door een reeks wasbekkens wordt geleid. Tot voor enkele jaren deden de huisvouwen hier nog hun was. De smalle hoofdstraat, de Corso Ruggero, biedt enkele leuke winkeltjes en vooral mooie barokke balkonnetjes en kapelletjes met heiligenbeelden. 

Vanuit Cefalù is het nog slechts 60 kilometer naar Palermo. Op de autostrade word ik voorbijgevlogen en trekken ze achter mij hun lichten en claxonneren agressief om uit de weg te gaan. Eentje gaat mij zelfs op de pechstrook voorbij. Ik rijd nochtans 120 waar ik eigenlijk maar 80 mag. In de late namiddag bereiken we de buitenwijken van de Siciliaanse hoofdstad. De zon is bijna volledig achter de nevel verdwenen, maar toch is het nog steeds 30 graden warm. We gaan op zoek naar Grand Hotel Villa Igiea, een vijfsterrenhotel in Jugendstil-stijl dat met zijn groot park als een van de historische bezienswaardigheden van Palermo geboekt staat. Het verkeer is zeer druk en temidden van getoeter en gedrum op de grote boulevard trachten we de wegbeschrijving van Caractère te volgen. Na een kwartier zijn we elk aanknopingspunt kwijt en weten we niet meer welke richting we uit moeten. We belanden in buitenwijken waar we niet durven stoppen, laat staan uitstappen om de weg te vragen. Er is geen wegwijzer of welke aanduiding dan ook te vinden en we zijn op ons instinct aangewezen. We zijn ten volle ondergedompeld in het Palermitaanse verkeer, zoals alles op Sicilië het kwadraat van de rest van Italië. Snelheidsbeperkingen, verkeersborden, rode lichten,… niets wordt gerespecteerd. In het centrum van de stad is er zeer veel politie en zien we mensen met gele vlaggen. Een betoging? Voetbalsupporters? Het is niet duidelijk, maar het verkeer is hoe dan ook ernstig verstoord. Aan de Porta Nuova kunnen we daardoor niet rechtdoor en een politieagent stuurt ons tegen de stroom van 4 files in; we komen ze zowel links als rechts van ons tegen… 

Het zal uiteindelijk een vol uur duren voor we ons hotel, dat even buiten de stad aan de haven gelegen is, bereiken. De opluchting is groot en we parkeren de auto op de parking waar hij twee dagen onaangeroerd zal blijven staan. Sicilie 9Het hotel heeft gelukkig om het uur een gratis shuttle-busje naar de stad. De Villa Igiea is een echt palace. Hier logeerden vele staatshoofden en andere beroemdheden, wiens foto’s in de indrukwekkende gangen aan de muur hangen. Vooral de Spaanse koning schijnt hier vaak te gast te zijn geweest, maar ik lees dat hier ook heel wat maffiabazen hun zaakjes afhandelden. We hebben een zeer ruime kamer met een prachtig uitzicht op de tuin en de haven. De meubels zijn echt antiek en de grote kleerkast onderstreept dat door telkens luidruchtig te kriepen als we ze open of dicht doen. Het is heet op de kamer en wat ik ook probeer, de airco blijkt het niet te doen. De badkamer is nog ouderwetser en nog groter. We verkennen de grote tuin vol exotische planten en bomen. Men is er volop alles in gereedheid aan het brengen voor een trouwpartij: er is een immense tafel opgesteld op het terras en overal worden zilveren schalen en verse bloemstukken klaargezet. Het is inmiddels te laat geworden om nog van het zwembad gebruik te maken. Wanneer we naar de lobby terugkeren, ontmoeten we het Vlaamse koppel dat we al eerder in San Giovanni La Punta én in Enna gezien hebben. Ze blijken van Landegem te zijn en grotendeels dezelfde reis te maken als wij; we zullen ze dus nog vaker ontmoeten waarschijnlijk. Ze hebben al evenveel moeite gehad om het hotel te vinden als wij. Ze blijven evenwel weinig spraakzaam en tamelijk afstandelijk. 

Palermo is natuurlijk berucht om de Cosa Nostra of de Siciliaanse maffia. Die zou alomtegenwoordig zijn, maar voor toeristen zoals wij uiteraard onzichtbaar. We hebben er dan ook geen last van, maar als je weet dat er in sommige jaren 150 en meer mensen door de maffia werden vermoord, is er toch ook bij ons een zwijmpje van ongerustheid aanwezig. Vooral in de zeventiger jaren zijn talloze rechters, journalisten en iedereen die de maffia maar een strootje in de weg legde, meedogenloos en vaak op gruwelijke wijze ‘koud gemaakt’. De moord op de rechters Falcone en Borsellino in 1992 en het blootleggen van de banden van de maffia met de politiek, hebben voor gevolg gehad dat de maffia hardnekkiger werd bestreden. Sinds het monsterproces in 1985 tegen niet minder dan 450 maffiosi, is de strijd tegen de maffia toch reëel geworden en hun macht wellicht al wat ingedijkt. Toch verneem ik dat op dit eigenste moment op Sicilië, gezien de uitzonderlijke droogte, het leger de controle over de waterbedeling in handen heeft genomen om te verhinderen dat de maffia dat zou doen en aldus de macht naar zich zou toetrekken. Dus... ze zijn er ongetwijfeld nog steeds. 

De conciërge wijst ons een restaurantje aan voor vanavond en doet de reservatie; hier in het hotel dineren is namelijk écht te duur. We laten er ons met een taxi heen brengen en het restaurant (Lo Scudiero) valt mee: mooi antiek interieur, stijlvol ingericht, druk bezocht door plaatselijken en een meer dan behoorlijke keuken. De ober presenteert ons de verse vis van de dag op een grote schotel en we kiezen er elk een aanlokkelijk ogende zeebaars uit. Vooraf maken we voor het eerst kennis met een bijzondere Siciliaanse delicatesse: bottarga di tonno, gedroogde kuit van tonijn. Het ziet er wat uit zoals foie gras, heeft dezelfde smeuïge structuur en een zeer fijne, doordringende vissmaak. Dit kenden we niet en we nemen ons voor hiervan op het einde van de reis een flinke portie te kopen om mee te nemen naar huis. Na het eten nemen we een taxi op het stemmige grote plein voor de opera. Honderden minuscule lichtjes zijn er over het plaveisel gespreid zodat je bijna de indruk hebt dat het sterrenfirmament hier onder je voeten ligt in plaats van boven je hoofd. De taxi is een klein Fiatje en de vriendelijke chauffeur is zeker 70 jaar oud. Hij is zeer vriendelijk en brengt ons vlot en veilig terug naar ons hotel. Vóór het slapen gaan wensen we toch nog wat te genieten van de mooie en vooral luxueuze sfeer van ons hotel en we nemen plaats op het terras met schitterend uitzicht op de haven en de baai van Palermo, die la Conca d’Oro of de Gouden Schelp wordt genoemd. We drinken een grappa (ik) en een Marsalawijn (Christiane). Er speelt live pianomuziek, of beter gezegd muzak, en de temperatuur is zwoel. Om kwart na elf gaan we naar bed. Zo’n enorm bed heb ik nog maar zelden gezien. Het zijn eigenlijk 2 tweepersoonsbedden naast elkaar en ze hebben blijkbaar geen matras gevonden die breed genoeg is: aan weerszijden is het bed ruim 20 cm breder dan de matras. Zonder rechtop te gaan zitten kan ik trouwens niet bij het nachtkastje.

klik hier voor het vervolg

08:00 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: italie, sicilie, palermo, enna, cefalu |  Facebook | |