03-01-09

Per fiets door de geschiedenis

Donderdag 10 juli 2003  

Onze vijfde dag begint met een bezoek aan Pitsanuloke. De stad is vrij recent, in de jaren '60, volledig door brand verwoest. In de Wat Sri Ratana heeft een schitterend interieur en er staat een prachtig gouden boeddhabeeld, veel fijner en eleganter dan de meeste andere. Thailand 19De kolossale beschilderde zuilen lopen tegen de zoldering uit op een lotusbloem, in de deuren zijn kunstige versieringen aangebracht door middel van ingelegd parelmoer en de wanden zijn versierd met grote muurschilderingen in warme donkere kleuren. Bij het verlaten van de tempel toont Guido zich opnieuw zeer gehaast. Hij jaagt ons over het grasperk, achter de kraampjes door naar de bus. Het wordt al gauw duidelijk waarom: we worden verwacht op één van zijn favoriete (lucratieve?) plekken: een atelier van boeddhabeelden. Guido geeft een lange technische uitleg die de meesten maar matig kan boeien. Het is wél mooi om eens te zien met hoeveel geduld en op welke oude traditionele manier hier boeddhabeelden in brons worden gegoten. In alle maten en gewichten en elk stuk is uniek. Vooral interessant is het bekleden van de beelden met goud. Zeer vaardig en vingervlug worden de flinterdunne goudblaadjes van een papiertje afgepeld en op het beeld gedrukt waarna ze met een penseeltje worden aangewreven. De honderden papiertjes dwarrelen op een grote hoop op de grond rond het beeld. 


Van hieruit is het slechts een halfuurtje rijden naar een van de culturele hoogtepunten van onze reis: de oude hoofdstad Sukhotai. In de 13e eeuw was dit wellicht één van de rijkste en mooiste steden ter wereld met zijn ontelbare tempels en paleizen. Thailand 20Nu is het nog slechts een ruïnepark, maar wat voor een
Er staan honderden monumenten verspreid in een park van ettelijke vierkante kilometers. Onmogelijk om het helemaal te bezoeken, tenzij… met de fiets. En dat doen we dus. Het is heerlijk fietsen langs de brede autovrije lanen tussen de prachtige bomen, vijvers en kanalen, oude stadsmuren en tempels. Rustig genieten! We stoppen onder andere aan de beroemde Wat Mahathat waar we eerst leren hoe een lotus-bloem moet opengeplooid worden voor ze aan Boeddha wordt geofferd en dan mogen we een wens doen terwijl we een voor een de bloem in een vaas aan een van de vele boeddhabeelden deponeren.

Thailand 21

Even verder komen we aan het standbeeld van koning Ramkhamhaeng die op basis van het Sanskriet het Thaise schrift heeft uitgevonden. Tot dan (ongeveer 1300) hadden de Thais nog geen schrift en tot op heden is dat nog steeds het geval voor sommige van de bergvolkeren. Dit is één van de heilige plaatsen waar alle Thais ooit eens willen komen. Er is een groep schoolkinderen op bezoek in kleurige uniformen in fel geel en blauw. Ze knielen eerbiedig voor het beeld van de koning, maar natuurlijk niet zonder hun schoenen uit te doen. De groteren onder hen worden prompt naar ons gestuurd met een vragenlijstje om ons te interviewen. "Where are you from? What is your name? How do you like Thailand? Do you like Thai food?" en ze doen hun uiterste best om enkele woordjes van ons antwoord te noteren. Praktijkles Engels. 

De fietstocht heeft een uurtje geduurd en had gerust nog heel wat langer mogen duren. Maar ja, we moeten nog heel ver vandaag, helemaal tot in Nan, nog ruim 4 uren rijden! Maar eerst gaan we nog lunchen in het prachtige Sukhotai Resort Hotel. Het heeft is omringd door een prachtige tuin en een kunstmatig aangelegde vallei waarover een heuse mini-"River Kwai"-brug. Het is er overigens helemaal leeg en dat is niet te verwonderen want het resort ligt zó afgelegen dat waarschijnlijk niemand het vindt. Het eten is heerlijk. Opnieuw een zeer rijke variatie en steeds nieuwe gerechten. Aan tafel maken we nader kennis met het geheimzinnige eenzame koppel waarvan we zelfs nog steeds de naam niet kennen. Althans, dat proberen we maar we stuiten op een muur van halsstarrig zwijgen. Ik kom alleen te weten dat hij van Gent afkomstig is maar nu in het Brugse woont. Als ik verder vraag, krijg ik enkel als antwoord: "Is dat belangrijk misschien?" Verder blijkt hij zeer bereisd te zijn, maar details vernemen we niet. Zij zegt niets.  

De busrit in de namiddag is zeer lang. Guido heeft de schoolse gewoonte om na de middag het siësta-uurtje aan te kondigen met een melig slaapliedje en na afloop schrikt hij iedereen op door ons te "wekken" met een of ander opgewekt, maar meestal afgezaagd en versleten deuntje dat hij onaangekondigd en keihard door de luidsprekers jaagt. Hij en niemand anders bepaalt wanneer je slaapt en wanneer niet! De lange rit wordt onderbroken voor een korte wandeling in "Geestenstad", een klein stukje natuurschoon dat vrij spectaculair en dus zeker een stop waard is. Door water en wind is de zachte kalkgrond er geërodeerd tot zeer grillige rotsformaties en is een waardig equivalent van de Amerikaanse canyons in het klein. We krijgen ook de gelegenheid er een "Som Tam"-salade te proeven, een pikante mengeling van fijngesnipperde rauwe papaja, limoensap, rode pepers, specerijen en mini-krabjes. Alles wordt in een vijzel gemengd en fijngestampt. Volgens Guido is dit hét nationale gerecht en alleen in kraampjes op straat te verkrijgen. Het zou ook een uitstekend middel zijn tegen een kater, maar het is ondenkbaar dat iemand van de groep daar behoefte aan heeft. 

Nan ligt bijna 200 km buiten de grote weg naar het Noorden en er komen duidelijk minder toeristen. Tot 1938 was het een onafhankelijk koninkrijk en de enige weg die er nu naartoe leidt, is pas in 1965 aangelegd. Tot dan was het stadje van 25.000 inwoners enkel te bereiken via de Nan rivier of vanuit de bergdorpen. We maken deze lange omweg om er morgen de Mabri's te bezoeken, een zeer primitief nomadenvolkje dat diep verborgen in het oerwoud leeft. Dit is een exclusief voorrecht van Anders dan Anders dat te danken is aan een persoonlijke vriendschapsrelatie tussen de directeur-stichter en de lokale politiecommissaris. Deze laatste had het vertrouwen van de Mabri's gewonnen en was één van de weinigen die hun taal een beetje sprak. Op die manier is er 10 jaar geleden een akkoord gemaakt dat Anders dan Anders jaarlijks met 35 groepen bij de stam op bezoek kon komen. Al meermaals zouden andere touroperators geprobeerd hebben om met de Mabri's afspraken te maken, zelfs door clandestien in groepen van Anders dan Anders te infiltreren, maar dat is telkens mislukt. Ooit heeft zelfs een zekere Eugen Lom, een Amerikaans antropoloog, geprobeerd - ook via Anders dan Anders - om hen te benaderen, maar toen de ambassadeur er lucht van kreeg, dreigde hij de wetenschapsman af met gerechtelijke vervolging als hij deze mensen niet met rust zou laten. Guido belooft ons een echte cultuurshock en een belevenis die ons levenslang zal heugen. Tijdens de lange rit maakt hij van de nood een deugd en vertelt ons alvast alles wat wij over de Mabri's moeten weten. 

De afkomst van de Mabri's. is onbekend, maar volgens sommigen zouden ze wel eens de oorspronkelijke bewoners van Thailand kunnen zijn. In hun eigen taal betekent hun naam de "oerwoudbewoners" maar ze worden ook de 'Geesten van de Gele Bladeren' genoemd Deze naam danken ze aan het feit dat ze onder grote bananenbladeren wonen, die na verloop van tijd geel kleuren. Dat is voor hen het signaal om hun primitieve hutten te verlaten en verder te trekken naar een nieuwe plek waar ze een nieuwe hut bouwen van groene bladeren; tot ook die weer geel kleuren, enzoverder. De Mabri's zwerven in groep per familie en nog slechts een 180-tal van hen zouden een echt nomadenbestaan lijden. Ze zijn monogaam, maar om de 4 à 5 jaar verlaat de vrouw haar man en neemt een deel van de kinderen mee. Tot 1953 waren ze een mythisch volk. Iedereen sprak er over, maar niemand had ze ooit gezien.  Het was bij het rooien van de bossen dat een houtvesterbedrijf hen ontdekte. Later werd hun bestaan bevestigd door een Duits antropoloog. Tot 10 jaar geleden waren ze enkel gekleed met gele bladeren maar nu dragen de mannen een lendendoekje terwijl de vrouwen gekleed gaan in afgedankte rokken en T-shirts van de Mongs, een ander bergvolk wiens velden ze voor de kost gaan bewerken. De Mabri's eten nooit rauw: zowel vlees, vis als planten worden in bamboekokers gestoomd. Vis wordt gevangen met de blote hand. Ze kunnen als apen in de bomen klauteren. Overledenen worden hoog in de kruin van een boom achtergelaten ten prooi aan de roofvogels. De Mabri's kennen geen getallen en meten de tijd door bamboestokjes te snijden en er dagelijks een knoop van af te breken. Hun taal is zeer opmerkelijk en bestaat natuurlijk niet in schrift. Ze eindigen hun zinnen met een hoog zangerig toontje. 

Het is al 19 uur als we aan Hotel City Park aankomen. Het is duidelijk een klasse minder dan onze vorige hotels, maar het schijnt dat dit het beste is wat er hier te vinden is. Het geheel maakt een eerder slordige indruk. De kamers zijn ruim maar hier en daar wat versleten en aftands. Ze ruiken muf alsof ze in geen dagen gebruikt zijn. Het interieur is ronduit banaal en kitscherig en doet wat Chinees aan. Het restaurant is refterachtig, de bediening is boers en het eten zeer middelmatig. Aan tafel zitten we opnieuw bij onze zwijgzame kompanen van deze middag en de stilte is vervelend. Na het eten hebben we geen zin om met de anderen mee te gaan naar een café in de buurt waar een "Sing a Song"-avond plaats heeft. Een soort karaoke denk ik, maar aan de oogjes van Guido merk ik dat daar ook nog andere dingen te beleven zijn. Wij verkiezen om te gaan slapen. We zijn nog niet in onze kamer wanneer een heus onweer losbarst.

09:00 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: mabri, thailand, nan, pitsanuloke, sukhotai |  Facebook | |

02-01-09

Een beklijvende ervaring

Woensdag 9 juli 2003  

We bezoeken vandaag verder Ayutthaya, of beter gezegd een klein deeltje ervan, want het zou verschillende dagen vergen om hier alles gezien te krijgen. Ayutthaya is immers na Sukhotai de tweede bakermat van de Thaise geschiedenis. Hier hebben de eerste koningen zich gevestigd en van hieruit een machtig rijk uitgebouwd en daarvan zijn natuurlijk heel wat sporen overgebleven. De meeste tempels zijn niet meer dan ruïnes, maar hun omvang geeft Thailand 16een goed idee van de immense rijkdom en macht die ze destijds ongetwijfeld moeten hebben uitgestraald. Het grootste deel van het erfgoed is echter in de achttiende eeuw verloren gegaan door de Birmaanse verovering en plundering van de stad. Wij bezoeken de Wat Sri Sanphet, die de belangrijkste tempel was van het paleizencomplex. Met drie indrukwekkende chedi's op een rij laat hij een onvergetelijke indruk na. Mij komt het authentieker over dan de praal en de glitter van de tempels in Bangkok. Hier heb je écht het gevoel van op een historische site zijn en niet in een pretpark. We zijn er met onze groep helemaal alleen… 

Onderweg naar Saraburi neemt Guido de gelegenheid te baat om ons meer te vertellen over het boeddhisme. Leerrijk en hij slaagt erin om ons in een notendop kennis te laten maken met Boeddha zelf, zijn leer en de regels van zijn volgelingen. Boeddha betekent 'de Verlichte' en is de naam die gegeven werd aan een Nepalese prins die in 572 vóór onze tijdrekening zólang onder een boom ging zitten, tot hij de verlichting kreeg. Hij ontdekte dat het 8-voudig Pad van de Waarheid bestaat uit juiste visie, realisatie, gerichte daden, levensonderhoud, inspanning, wakkerheid van geest en concentratie. Dit pad leidt naar de beëindiging van het lijden en wanneer je dat bereikt hebt, stap je uit de kring van het leven en word je niet meer herboren, maar krijgt toegang tot het Nirwana 

Het boeddhisme is niet zozeer een religie maar een levensbeschouwing. Vele volgelingen van Boeddha beleven die als monnik. Overal in Thailand ontmoet je ze in hun opvallende oranje kleren en met hun kaalgeschoren hoofd. Er zijn twee soorten monniken: zij die er levenslang voor kiezen en zij die voor een korte tijd monnik worden. Elke man is namelijk verondersteld om minstens één keer in zijn leven monnik te zijn geweest. Velen doen dat zo vroeg mogelijk (dat verklaart de vele piepjonge monnikjes) terwijl anderen het doen net vóór een belangrijke gebeurtenis (zoals vb een huwelijk) of bij huwelijksproblemen. Ze kunnen dan weken, maanden of zelfs jaren monnik blijven. De monniken zijn celibatair en mogen geen vrouw en geen geld aanraken. Ze leven van wat ze als gift van de mensen krijgen en daarvoor gaan ze elke morgen op bedeltocht. De verzamelde giften worden in het klooster verdeeld. Ze eten maar één keer per dag. Roken mag wél, want dat kan Boeddha niet verboden hebben aangezien tabak toen nog niet bestond. De monniken streven ernaar om reeds in dit leven de verlichting te vinden en leven enkel om de pijn van de mensen te lenigen. Monniken mogen ten allen tijde uittreden. 

De meeste tempels zijn schatrijk door de gulle giften van de gelovigen. Dat is zeer goed te merken bij elke tempel die we bezoeken. Op allerlei manieren proberen de mensen de gunsten van Boeddha af te smeken door offers en daarvoor moeten ze allerlei kopen: kaarsen, bladgoudblaadjes, lotusbloemen, enz. En daarvoor moet geld afgedokt worden. Het geloof van de mensen is zeer naïef. Zo geloven ze dat, wanneer hun bede niet verhoord wordt, dat waarschijnlijk komt omdat ze te weinig betaald hebben… Is het geloof van de gewone mens nog puur, het instituut is sterk commercieel. Aan het hoofd staat de patriarch, die door de koning wordt gekroond. Er bestaat een hiërarchie maar alle rangen dragen dezelfde kledij. De oranje- of saffraankleur van de pij zou gekozen zijn om zo goed mogelijk te lijken op de kleur van de bevuilde lijkwaden van de overledenen. Er bestaat een kleine strenge orde die bruine kleren dragen en later op de dag maken we ook kennis met monniken in donkerbruin en dat zijn de kruidenmonniken. 

Nog vóór de middag komen we aan in het Tham Krabok klooster, een afkickcentrum voor drugsverslaafden. We worden er ontvangen door Gordon, een Amerikaanse ex-huurling, afkomstig uit Manhattan, New York die hier 21 jaar geleden bij toeval terecht kwam en door de toenmalige abt werd uitverkoren om hem op te volgen en zijn werk voort te zetten.

Thailand 17
Een zeer merkwaardig verhaal en een zeer merkwaardig man en wat een charisma! We luisteren ademloos toe wanneer hij ons de werking van het centrum uitlegt. Hier worden verslaafden van over de hele wereld gratis behandeld. Er is maar één voorwaarde: vrijwillig willen behandeld worden en… volhouden. De verslaafden verblijven hier tussen de 5 dagen en de 6 maanden;  30% ervan zijn buitenlanders: Zwitsers, Nederlanders, Duitsers, Denen spannen de kroon, maar ook de Belgen zitten in de top 10. Vaak zijn ze van zeer rijke afkomst. Bij het binnenkomen wordt hen hun naam afgenomen en worden ze voor de keuze gesteld of ze willen leven of sterven. Volgens Gordon is dat de enige keus. 70% geneest en…"van de andere 30% weten we waar ze zijn: dood!". In België ligt de succesratio voor soortgelijke gevallen op amper 2%! 
 

Hier worden alle soorten verslaving behandeld. In en rond het klooster woont een leefgemeenschap van niet minder dan 20.000 mensen. Het zijn stateloze die door de abt uit de omgevende bergen zijn gehaald. De gemeenschap heeft een eigen wetgeving, een eigen politie en een eigen rechtssysteem. De therapie werkt met kruidendrankjes en de behandeling is keihard. Aan het begin van de behandeling wordt een diagnose gesteld o.m. op basis een analyse van hun adem en hun zweet en naargelang de verslaving wordt een kruidendrank samengesteld. Uitgangspunt is: "For every disease there is a cure... you! You have to believe it." Genezen is voor 80% psychologisch. De patiënten moeten hun geloof op rijstpapier schrijven en opeten. 's Nachts wordt hen een koptelefoon opgezet en zo krijgen ze tijdens hun slaap een brainwashing. Elk moment van hun verblijf staan ze individueel onder controle van een begeleider terwijl ze zware arbeid moeten verrichten. Na de behandeling moeten ze om de 6 maanden een rapport opsturen mét een foto van hun ogen. Daaraan kan opgevolgd worden of ze inderdaad volhouden.Gordon vertelt ons dat George Bush hier geweest is omdat hij wilde dat dezelfde methode in de Verenigde Staten zou worden ingevoerd. Hij kreeg de kruiden mee, maar het experiment mislukte grandioos. De officiële verklaring was dat ze in de States het goede water niet hadden voor de drank, maar Gordon kent de échte reden: zij kunnen er niet 24 uur per dag mee bezig zijn zoals hier. "I don't believe this bullshit" zou Bush gezegd hebben. 

En dan volgt de "demonstratie". Een paar verslaafden hebben zich vrijwillig opgegeven om ten aanschouwe van onze groep de behandeling met kruidendrank te demonstreren. Er verschijnt een groep van een tiental mannen (alleen mannen) in een rood plunje. Ze beginnen onder begeleiding van een trom eentonig ritmisch te zingen. Twee van hen komen naar voor en knielen elk voor een emmer water. Dan verschijnt een kruidenmonnik in bruine pij die het drankje uit een flesje in een klein glaasje giet en aan de patiënten geeft. In één teug gieten zij het binnen en drinken daarna grote hoeveelheden water uit de emmer. .In even grote hoeveelheden wordt dit algauw uitgebraakt en aldus wordt het lichaam innerlijk volledig gezuiverd. Het is een bijzonder indrukwekkend maar weinig appetijtelijk schouwspel, dat ons ongetwijfeld lang zal bijblijven. We worstelen met de vraag of dit inderdaad de meest aangewezen therapie is en of dit menselijk wel verantwoord is, maar één ding is zeker: het is zeer effectief. 

Nog vóór de middag trekken we verder. In de buurt van Saraburi  vallen de granietmolens op en de vele bergen die gedeeltelijk verdwenen zijn. Hier wordt graniet gewonnen en daarvoor worden door ontploffingen de bergen geleidelijk "afgebroken" tot er binnen enkele jaren alleen nog een vlak landschap zal overblijven. Naar het schijnt is de hele omgeving hier in de zomer asgrijs door het stof. Na een half uurtje bereiken we Lopburi. Het stadje is bekend onder de naam Monkey City wegens de vele aapjes die er vrij in de stad rondlopen. De namiddag brengen we voor het grootste deel door in de bus want het is een hele afstand naar Pitsanuloke, onze eindbestemming van vandaag. We doen er 4 uren over, dus tijd genoeg voor Guido om ons nog wat wetenswaardigheden mee te geven over "zijn" land. Hij vertelt ons o.m. dat de begroeting van een Thai steeds uit twee delen bestaat: eerst de Sa Wa Dee Krap (goeiedag) en onmiddellijk daarna: "heb je al gegeten?".  In het eerste deel wordt de "r" niet uitgesproken, dus we leren de "sawadiekap" van buiten en zullen het de hele reis dagelijks tientallen keren horen of zelf gebruiken. De begroeting door de vrouwen is echter niet helemaal dezelfde: zij zeggen "Sa Wa Dee Ka". De vraag die bij een begroeting meestal op de derde plaats komt is "waar kom je vandaan en waar ga je heen?". Thailand mag gerust het land van de glimlach genoemd worden, want dat kunnen ze als geen ander. Er bestaan echter 10-tallen soorten glimlach. Wat belangrijk is ligt "behind the smile". Voor de Thais is het imago naar buitenuit van het allergrootste belang. Eén van de gevolgen daarvan is bv. dat er in Thailand zeer veel kappers zijn. Het zijn echte beauty salons, je betaalt er amper 90 Baht en wordt er verzorgd door 2 à 3 personeelsleden. In je contact met Thais moet je ervoor zorgen dat ze nooit hun gezicht verliezen. Dat is het ergste wat hen kan overkomen en het wordt ook als de grofste onbeleefdheid beschouwd als je daar geen rekening mee houdt.  Thais zijn ook zeer chauvinistisch en hebben een zeer sterk nationaal gevoel. Zo wordt op vele plaatsen elke dag om 8 uur én om 16 uur het volkslied gespeeld. Dan valt het hele leven stil. In de bioscoop wordt bv vóór de film begint een foto van de koning getoond, waarop iedereen eerbiedig in stilte gaat rechtstaan. Tenslotte is er een grote dualiteit tussen mannen en vrouwen. De mannen zijn over het algemeen onbekommerd en laten "de boel maar draaien". Ze zijn in het huwelijk niet erg trouw. De vrouwen daarentegen zijn dat wél en hebben een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Daarom staan in veel bedrijven vrouwen aan het hoofd. 

Thailand leeft in de eerste plaats van het toerisme en de landbouw. Verder zijn er een klein aantal tin- en goudmijnen. Het land moet de meeste producten invoeren, en wat de uitvoer betreft komt de rijst op de eerste plaats. Met 20 miljoen ton per jaar zijn ze zelfs de grootste rijstexporteur ter wereld. Verder op de exportlijst volgen in volgorde van belangrijkheid: suiker, tapioca, maïs, rubber, tropisch fruit, diepgevroren scampi's, ingeblikt fruit en vis, computeronderdelen, textiel (vooral zijde), matrassen, lederwaren en diamant. En tenslotte nog twee leuke dingen uit het dagelijkse leven, meer bepaald uit de hoek van de hobby's met vogels. Er wordt in Thailand immers nogal wat met vogels "gespeeld". Zo kennen ze hier zangwedstrijden voor duiven, zowat hetzelfde systeem als de vinkenzetterij bij ons. Verder zijn er ook zeer veel hanengevechten. zie je steeds een kommetje met water en waarop een kleiner kommetje drijft. Het is de chronometer: het kleine kommetje heeft een gaatje in de bodem en vult zich zeer geleidelijk met water. Het is zo gemaakt dat het precies 17 minuten duurt voor het zinkt. En dat is het sein dat de kamp voorbij is.  

Als we om half zes in Pitsanuloke aankomen, staan er zwarte dreigende wolken aan de hemel en blaast er een strakke wind. Het Amari Lagoon is een groot hotel en Guido is er fier op dat hij dit hier zelf heeft gevonden. Onze verwachtingen zijn dus hoog gespannen, maar waarschijnlijk daardoor valt het wat tegen. Ten onrechte eigenlijk, want het is toch wel mooi: park, indrukwekkende oprit met vijvers en palmbomen, zwembad, vogelkooien, fitnessclub, enz. Aan het zwembad zit nog een groep Vlamingen. Ondanks het dreigende onweer nemen we toch een duik. Verfrissend hoopten we, maar het water is zo warm dat het pas verfrissend is als je eruit stapt. Het dinnerbuffet is ronduit schitterend: een ruime keuze uit warme en koude gerechten, pasta's, wok, fruit en gebak. 

Na het eten staat een rit door de stad per samlok op het programma. Een samlok is een driewielige fietstaxi, waar de driver voorop en de passagier achterop zit. Er staan er een 10-tal klaar en per koppel nemen we plaats onder de grootste hilariteit en joelend als kinderen die op schoolreis vertrekken. Het is een hele bedoening: een lange rij van fietsen, als kerstbomen met lampjes versierd, Thailand 18die tussen het verkeer stadinwaarts trekt. Guido heeft plaats genomen op een brommertje en rijdt voortdurend op en af om het verkeer hier en daar tegen te houden. Langs de weg worden we voortdurend door de mensen enthousiast toegewuifd. Het is een prima manier om de stad te beleven: je voelt alles veel beter aan en kan ook alle geuren opsnuiven, zoals bv de stank van een stapel doerians. In de stad houden we halt aan een kraam met allerlei gebakken insecten en ander ongedierte: sprinkhanen, krekels, wormen, schorpioenen hele kikkers en de huid van padden. Niet iedereen durft het aan, maar wij willen deze kans niet laten voorbijgaan en trachten van alles eens te proeven. Alleen de paddenhuid en de schorpioen vinden we toch wel wat over de limiet! De rest smaakt niet goed maar ook niet slecht. Er hangt wel een zeer aparte geur rond het kraam. 

Onze tweede stop is de "flying spinach" ofte "vliegende spinazie"-show. Voor het terras van een restaurant staat een kleine truck gestationeerd, waarop een platform is gebouwd. Aan een wok bereidt intussen een kok spinazie waarbij hij de vlam tot wel 3 meter hoog laat oplaaien. Wanneer de spinazie gaar is, gooit hij ze met een grote zwaai vanuit de wok achter zijn rug omhoog en bovenop de truck wordt ze keurig op een bord opgevangen. En dan is het onze beurt… althans voor een paar dappere vrijwilligers en zij brengen het er nog goed van af ook. Een en ander zorgt natuurlijk voor de nodige ambiance, maar het mooiste is nog het enthousiasme waarmee de organisatoren en onze fietsbegeleiders het allemaal beleven niettegenstaande zij dit waarschijnlijk al jaren enkele keren per week opvoeren. En dan gaat het in dezelfde kleur- en lichtrijke stoet terug naar het hotel. We komen er aan tegen 22 uur en kruipen onmiddellijk in bed. Het is genoeg geweest voor vandaag;  er resten nog heel wat dagen…

09:00 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: thailand, ayutthaya, pitsanuloke |  Facebook | |