02-12-08

Tarascon en Beaucaire

Woensdag 18 juni 2008

Provence 20De verhoopte blauwe hemel is er! Er is geen wolkje te bespeuren. Woensdag is de wekelijkse marktdag in Saint-Rémy en dat mogen we niet missen. Op het marktplein zijn er alleen kleren, maar in de straten van de binnenstad is er de rasechte markt zoals ze die alleen in de Provence hebben: “le marché de la bouffe”! Kleurrijke kraampjes in de schaduw van de platanen, massa’s blinkend fruit en verse groenten overgoten door de zon, maar ook brood, kaas, worsten, olijfolie, kruiden, bloemen, wijn en al het goede dat deze streek voortbrengt: cavaillons, kersen, aardbeien, abrikozen, perziken, appels en peren, aubergines en courgettes in diverse vormen en kleuren, bonen, tomaten en vooral veel trossen look, paarse en witte. Wat een sfeer! Provence 21Ik moet voortdurend denken aan het liedje van Gilbert Bécaud: “voici l’estragon et la belle échalotte…” Er zijn natuurlijk ook veel toeristen naar hier afgezakt want dit is toch wel een van de mooiste markten in de streek. Wij filmen en fotograferen er natuurlijk duchtig op los. Na ruim een uur zijn we het moe. We kopen snel nog wat herbes de Provence en fleur de sel en gaan dan nog een koffietje drinken op het terras van le Grand Café Riche vanwaar we de marktdrukte nog een beetje gadeslaan. Vooraleer naar het hotel terug te keren gaan we in le Bistro Découverte een tafeltje reserveren voor vanavond.  

We besluiten om het vandaag verder rustig te houden en vooral te genieten van de zon die nu echt volop haar wederoptreden heeft gedaan. We beginnen met een bezoek aan Tarascon en Beaucaire en daarna zien we wel of er nog tijd overblijft. Onderweg nemen we nog even de afslag naar Maillane, maar daar blijkt niet veel te zien. Even binnengewipt in een grote potterie, maar ook dat is niet veel zaaks; bij ons in Gent verkopen ze mooiere Provençaalse potten dan hier. Provence 22Tegen 12.30 uur zijn we in Tarascon, de stad van Tartarin, de held uit de gelijknamige roman van Alphonse Daudet die in onze humanioratijd zo belangrijk leek te zijn. Ik vraag me af of de huidige jeugd hem nog kent. We rijden dwars door het mooie oude stadscentrum door smalle straatjes en langs talloze gevels in pastelkleuren. Alles is er kraaknet; wat een verschil met 30 jaar geleden! Op een gezellig terrasje, in de schaduw eten we een slaatje en drinken er ons intussen traditionele karafje roséwijn bij. Gezellig! Daarna slenteren we op ons gemak door de stad en komen uit bij een mooie kerk, maar vooral bij het kolossale en imposante middeleeuws kasteel aan de boord van de Rhône. Op onze verder wandeling door het stadje komen we bij het hoofdhuis van Soleiado, die ook bij ons de mooiste Provençaalse stoffen en vaatwerk verkoopt. We kopen er een paar stukken in solden voor weinig of geen geld. Hier is ook een Soleiado-museum gevestigd maar de entreeprijs is ons te hoog. Het is inmiddels zeer warm geworden, rond de 30° schat ik, maar de thermometer van onze auto op de parking geeft zelfs 36° aan, in de volle zon natuurlijk. 

We steken met de auto de brede Rhône over naar Beaucaire. Tot onze verrassing treffen we hier een grote jachthaven aan (die herinner ik me niet van vroeger). Ervóór staat in een mooi bloemenperk een groot standbeeld van een vervaarlijke stier. Dit is inderdaad de stad van de corrida. Provence 23Het is inderdaad heet; de thermometer van een apotheek geeft 37° aan; mijn Volvo was dus toch juist. In de smalle straatjes kunnen we in de schaduw blijven en met af en toe frisse wind is het best aangenaam. Wat een sensationele ommekeer van het weer; gisteren moesten we wegens de regen nog zo lang mogelijk aan tafel blijven zitten. Hopen maar dat het zo nog enkele dagen aanhoudt. We slenteren op ons gemak de straatjes in en uit en maken opnieuw de ene foto na de andere: enkele schilderachtige poorten en doorgangen, plein met fontein en vooral vele fotogenieke deuren en luikjes. We hebben het stadje voor ons alleen: er zijn geen toeristen en de lokale inwoners blijven blijkbaar op dit moment van de dag liever binnen. 30 Jaar geleden maakte ik een mooie foto van de daken van de stad, maar het is ons te warm om daarvoor te voet door het park naar boven te klimmen. We arriveren op een uitgestrekt plein vóór het stadhuis en de hallen en gaan op een terrasje zitten voor een verfrissend drankje. We hebben grote dorst maar als we niet onmiddellijk bediend worden, stap ik het café binnen. Meteen begrijp ik dat niemand onze komst had opgemerkt: een tiental mannen staan luid supporterend rond de toog naar de tiercé te kijken op tv. De patron verontschuldigt zich achteraf: “Ah oui, les chevauux…”. Ook dit is typisch de Provence denk ik maar. Vooraleer Beaucaire te verlaten, rijden we met de auto nog even tot boven langs les Grandes Arènes, één van de belangrijkste centra van de provençaalse corrida. Veel kleurrijke affiches kondigen ze aan in de hele stad. 

Op de terugreis komen we opnieuw langs Fontvieille waar we een bezoek brengen aan le Château d’Estoublon, Provence 24producteur van zowel olijfolie als wijn. Het kasteel ligt in een uitgestrekt domein met lange oprijlaan, mooie rozentuin en romantische vijver met kwakende kikkers. Het is een zeer verzorgd modern bedrijf dat handig en commercieel inspeelt op de consument in de hogere klasse: chique winkel, mooi verpakte producten, stijlvol personeel. We kopen er een liter blended olijfolie (van verschillende soorten olijven) en een halve liter Provence 25Béruguette” (van één olijvensoort) aan respectievelijk 27 en 19 Euro. Niet goedkoop, maar we weten al langer dat goede olijfolie vaak meer kost dan wijn. En lekker zal ze wel zijn, want ze stond ook bij Bru op tafel. Op de bovenverdieping is er nog een winkel met luxe tuin- en keukenmateriaal. Mooi maar toch wat kitscherig. Christiane past er een strohoed en ik vind dat hij haar zeer goed staat. Na een kleine aarzeling koopt ze de hoed en achteraf zal ze er nog veel plezier aan hebben. De verkoopster in de winkel is vriendelijk en slaat een praatje. Ze beklaagt zich erover dat de toeristen zo weinig kopen. Dat komt ondermeer omdat vliegtuigpassagiers geen vloeistoffen meer mogen meenemen in hun handbagage en dus geen olie of wijn meer kunnen kopen. “Heureusement il y a les Belges!” lacht ze, want die zijn niet alleen talrijk maar ze zijn ook de beste kopers. 

We reizen verder terug langs Le Paradou en Maussane doorheen de Alpilles. Met de zon ziet de hele streek er heel anders uit dan gisteren! Nu hebben we de echte sfeer van de Provence te pakken. We stoppen nog even bij Les Antiques die nu mooi afsteken tegen de staalblauwe hemel. Jammer genoeg staat één van de twee half in de steigers zodat we ons wat moeten in bochten wringen om er toch nog een paar mooie foto’s van te maken. Om 18.15 uur zijn we terug in het hotel, waar we zoals gewoonlijk niet lang vertoeven en al gauw weer vertrekken, richting stad. We eten op het terras van Le Bistrot Découverte, een lekkere innovatieve keuken waarvan we vooral de heerlijke terrine de légumes au pistou zullen onthouden. En raad eens wie we hier ontmoeten… jawel, onze Zuid-Afrikaanse vriendin. De derde keer deze week. Dat komt omdat we blijkbaar dezelfde smaak hebben, zegt ze. We hebben het even over onze ervaringen bij Bru en zij is duidelijk minder enthousiast: ze vond de foie gras ontgoochelend  en van het gepocheerde ei met kabeljauw had ze helemaal niet gehouden. Dus toch niet dezelfde smaak blijkbaar. Hier heeft ze pech: er is geen plaats meer. Wij daarentegen genieten van de mooie avond, de sfeer en het lekkere eten. Het was een prachtige dag vandaag, in de eerste plaats dank zij het mooie zuiderse weer, maar ook omdat we twee stadjes bezochten die ons meer dan aangenaam verrast hebben.

09:00 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: frankrijk, provence, saint-remy-de-provence |  Facebook | |

29-11-08

Weerzien met een oude bekende

Zondag 15 juni 2008

Ik word wakker om 7 uur en de zon is er al. Maar in de verte doemen er ook donkere wolken op. Ik lig in bed te luisteren naar de stilte die enkel verstoord wordt door tsjilpende mussen, het gekir van een duif en af en toe het langgerekte gekrijs van een zwaluw. Verder hoor ik alleen de rustige ademhaling van Christiane die nog vredig ligt te slapen. De wekker loopt af om 8 uur. Er zijn nog maar weinig mensen wakker lijkt me; buiten is niemand te horen of te zien. Als ik uit de badkamer kom, is de zon achter de grijze wolken verdwenen. Toch besluiten we buiten te ontbijten. We zijn helemaal alleen op het grote terras om te genieten van de frisse ochtend en het weidse uitzicht, maar ons voorbeeld wordt al gauw gevolgd door enkele Engelse toeristen. Het typisch Franse ontbijt smaakt heerlijk. Het bestaat uit een stuk vers stokbrood, een croissant, een chocoladebroodje, fruitsap, een peer en een sappige perzik. Stilaan lossen de wolken op en verschijnt de zon opnieuw. Madame van het hotel vertelt ons dat het morgen slecht weer zal zijn, maar ja… wij trekken nog een stuk zuidelijker en daar zal het hopelijk beter zijn. 

Tegen 10 uur zijn we op weg. We moeten nog maar een goede 100 kilometer doen tot Saint-Rémy, dus we kunnen er vandaag echt onze eerste uitstap van maken. De zon is jammer genoeg al weer verdwenen, maar de temperatuur is aangenaam: 21°. We dalen de heuvel af en steken nog even de baan over naar het centrum van Le Poët Laval. Onder de platanen op het dorpsplein heeft een “vide grenier” plaats, Provence 7een brocantemarkt waar iedereen zijn oude rommel kwijt kan. Er is eenvoudige, maar mooie antiek te zien, van meubels tot poteries en oude boeken. Het is er vooral zeer sfeervol en gezellig. Dan gaat het verder naar Dieulefit op zoek naar de markt en naar Yves de Provence op een pleintje met fontein, waar we volgens de chef van Les Hospitaliers uitstekende olijfolie kunnen kopen.  Het is er behoorlijk druk voor een zondagmorgen. We parkeren de auto buiten het centrum en wandelen naar het stadje. Hier is het dan weer verrassend stil. Er zijn wél zeer schilderachtige hoekjes: huizen in lichtgeel en lichtblauw en dito luikjes, oude opschriften op de gevels, een oude kerk met grote trappen ervóór en natuurlijk overal platanen. Al duidelijk Provençaals, maar er is geen markt vandaag.  Alleen een kraampje met picodons. De kaasboer draagt een alpenmuts en een dikke snor wat hem zeer fotogeniek maakt. Het komt tot een praatje over de Ieren die gisteren ‘neen’ gestemd hebben tegen het Verdrag van Lissabon. Hij steunt de Ieren volledig. “Ik ben niet tegen Europa hoor!” zegt hij, “maar tegen het systeem”. Hij vindt het een schande dat wij niet hebben mogen stemmen. De Ieren vertegenwoordigen maar 1% van de Europese bevolking en nu is hun stem beslissend. “Niet eerlijk!” zegt hij. In het Office du Tourisme vernemen we dat er op zondag een grote Provençaalse markt is in Nyons, een 30 kilometer verder. We mogen wel niet treuzelen, want de markt is alleen in de voormiddag en het is al 11 uur!  We spoeden ons naar de auto. Onderweg rijden we door prachtige landschappen: lavendelvelden en wijngaarden, abrikozen, kersen en allerlei ander fruit. We stoppen toch hier en daar voor een snelle foto, maar veel tijd mogen we jammer genoeg niet verliezen. Zo zijn we voor we het beseffen toch weer veel gejaagder bezig dan we ons hadden voorgenomen. We moeten het nog leren… 

Om 12 uur zijn we in Nyons. Het is er zeer druk en moeilijk om een parkeerplaats te vinden. We spoeden ons naar de markt, die zich uitstrekt over verschillende straten en het grote marktplein.Provence 8 Tientallen kraampjes met alles wat de Provence te bieden heeft: vooral olijven en olijfolie natuurlijk, kruiden, kaas, worst en brood. Verder zijn er ook de typische Provençaalse stofjes en huishoudlinnen, mooie santons, potten en pannen, zepen,bloemen en lavendel maar groenten en fruit zijn hier nauwelijks te vinden. Eigenaardig. Foto- en filmcamera staan natuurlijk niet stil en we genieten van de sfeer. Tegen 13 uur zijn we de hele markt door en zijn we aan het andere uiteinde van het stadje beland. Hier ligt een mooie Romaanse brug, die veel gelijkenis vertoont met de beroemde brug van Mostar in Herzegovina.  Met een sierlijke boog overbrugt ze de smalle bedding waar diep beneden een smal riviertje kronkelt. Op een gezellig pleintje vinden we een terrasje waar we een lekkere omelette aux olives met salade nuttigen samen met een half litertje roséwijn. Het smaakt heerlijk! Alleen de zon ontbreekt. We kunnen Nyons natuurlijk niet verlaten zonder olijfolie te kopen. We mochten er gisteren in het hotel al van proeven evenals van de pikzwarte olijven die werkelijk verrukkelijk waren. We kopen een liter olie en twee pakjes olijven. Even buiten het stadje rijden we door uitgestrekte olijfgaarden met prachtige stokoude bomen. De felgele brem contrasteert harmonieus met het grijsgroen van de olijfbomen en het frisse groen van de vele wijngaarden. We zijn hier in de Côtes du Rhône en rijden door dorpjes met beroemde namen zoals  Gigondas en Vacqueyras. In de verte zien we de grillige Dentelles de Montmirail liggen en het silhouet van de Mont Ventoux maar we hebben geen tijd voor een omweg. Ook Beaumes-de-Venise moeten we links laten liggen omdat het te laat wordt. In Villedieu (na Dieulefit het tweede stadje vandaag waar God een hand in heeft) houden we toch een korte stop omdat het zo’n mooi dorpspleintje heeft. Provençaalser kan niet: platanen, grote fontein in het midden, oude Café Central met terrasje, huizen met verweerde luikjes. Even buiten het dorpje stoppen we bij een kersentuin waar de takken doorbuigen onder een ongezien overvloed aan glanzend rode vruchten. En jong koppeltje kan aan de verleiding niet weerstaan en smult gretig van de sappige kersen. Wij watertanden, maar vinden dat het niet hoort. Vanaf nu besluiten we onze GPS te volgen en die leidt ons langs een viervaksbaan rond Avignon. Dan is het nog slechts 20 kilometer tot Saint-Rémy. Het is geen mooie streek, maar de wegen zijn wel zeer goed met opnieuw ruime en verzorgde rotondes. Zo herinneren we ons Saint-Rémy niet. 

Als we om 17.30 uur bij Le Castelet des Alpilles aankomen, herkennen we nog alles. Ook het centrum van Saint-Rémy-de-Provence blijkt nog ergens op de harde schijf van ons geheugen opgeslagen te zijn gebleven, want we herkennen het nog zeer goed ook Provence 9al konden we er ons vooraf weinig of niets meer van voorstellen. Op het eerste gezicht lijkt er trouwens niet zo heel veel veranderd te zijn. Het hotel, waar we 34 jaar geleden niet overnacht maar wél gegeten hebben, ziet er ook niet veranderd uit. Alles is wat bijgeschilderd, maar het salon, de gangen en de kamers ademen nog dezelfde, ietwat ouderwetse sfeer uit. Het is een charmant hotel met een zekere klasse en een kleine, maar mooie tuin. Vanuit onze kamer hebben we een mooi uitzicht op de Alpilles. We besluiten onmiddellijk het stadje in te trekken voor een eerste vernieuwde kennismaking. Vóór het hotel ligt nog steeds hetzelfde pleintje met standbeeld van Charles Gounod en een klein kerkje. Net zoals vroeger is er een groepje mannen pétanque aan het spelen. Op het marktplein herkennen we onmiddellijk de kerk met haar pompeuze zuilenkolom en ook de terrassen rond het plein van Café de la Bourse, Brasserie du Commerce, Grand Café Riche, Restaurant Le France komen ons nog zeer vertrouwd voor. Ook hier lijkt weinig veranderd. Op het plein staat een oude draaimolen en er is rommelmarkt, onze tweede al vandaag. We wandelen er even door en zoeken dan een terras op voor een frisse Ricard. In Saint-Rémy waren alle activiteiten gesitueerd op de ring rond het stadje en dat lijkt nog steeds zo te zijn. Toch trekken we even het oude stadscentrum in en dat lijkt wel een hele metamorfose te hebben ondergaan.: oude straatjes, leuke winkeltjes, een fontein, een paar pleinen met platanen en alles zeer netjes opgekuist en onderhouden. Ik herinner me niet dat dit in 1974 of zelfs in 1988 al zo was, maar ik kan me vergissen. We reserveren maar meteen een tafel voor vanavond in La Maison Jaune (15/20 in GaultMillau en een Michelinster!) uit schrik vanavond geen plaats meer te hebben. Zo kunnen we gerust de vooravond doorbrengen. Tegen 18.30 uur begint het zowaar lichtjes te druppelen, maar het gaat gelukkig niet echt door. We keren toch maar naar het hotel om ons te verfrissen en mijn dagboek in te vullen. 

We nemen het zekere voor het onzekere en nemen onze regenjas mee als we naar La Maison Jaune vertrekken. We zijn benieuwd want ondanks zijn hoge scores in GaultMillau en Michelin, lazen we op het internet een paar recente negatieve commentaren. Provence 10Het restaurant is ondergebracht op de eerste verdieping van een oud herenhuis in het centrum van het stadje. Het interieur is een beetje koel, maar zeer stijlvol en chique. Er zijn al twee koppels aanwezig die echter niets zeggen, tenzij af en toe iets op fluisterende toon. Er heerst een wat beklemmende en onaangename stilte. Later komt er nog een alleenstaande dame binnen die behoorlijk Frans spreekt, maar toch met een vreemd accent. We kiezen voor een menu met Provençaalse specialiteiten en al gauw blijkt dat dit restaurant niet voor niets een ster heeft gekregen en de kritieken op het internet totaal ten onrechte zijn. Als de twee koppels weg zijn, wordt de sfeer in het restaurant wat losser en we geraken in gesprek met de dame. Ze blijkt uit Johannesburg, Zuid-Afrika te komen en veel van Frankrijk te houden. Ze kent ook Brussel goed dank zij haar werk, maar ik durf haar niet te vragen wat ze precies doet. In ieder geval houdt ze zoals wij van lekker eten en ze zoekt dan ook alle restaurants met één of meerdere Michelinsterren op. We praten nog wat verder door met haar en de vriendelijke ober. Hij zegt dat het weer hier al anderhalve maand slecht is en dat ook hier iedereen snakt naar de zon. Maar hij heeft gehoord dat het vanaf woensdag zeer warm zal worden. Ik weet niet of ik hem mag geloven.

09:00 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: frankrijk, provence, saint-remy-de-provence |  Facebook | |