27-09-08

Meer T, X en Z dan alle andere medeklinkers samen

Zondag 13 mei 2007

Vandaag begint onze reis écht: we rijden Spanje binnen. Ik ben al wakker om 7 uur door het gekraai van een haan en het gezang van de vogels. Verder is er geen enkel ander geluid te horen in deze “relais du silence”.  Ik blijf nog wat soezen in bed, maar om half acht drijft de geur van versgebakken croissants de kamer binnen. Ik kijk door het raam en het is nog nevelig tot bewolkt, maar tegen 8 uur begint de zon er door te komen en een half uurtje later staat ze stralend aan de blauwe hemel. Het is al warm. Voor we vertrekken genieten we met volle teugen van een heerlijk Frans ontbijt: croissants en spanje 5andere koeken, zelfgemaakte confituur, fruit en yoghurt. Na nog wat goede tips van de hoteleigenaar vertrekken we om 9u45 langs mooie baantjes (de weg die we gisterenavond hadden moeten hebben) terug naar Saint-Jean-de-Luz en dan via Hendaye naar Irún. Zonder het te merken zijn we de Spaanse grens over gereden. Irún is helemaal niet mooi en we rijden meteen door naar Hondarribia. Dit is een mooi oud stadje met talrijke kleurrijke herenhuizen in de typische Baskische stijl. Boven op een heuvel troont de kerk en het oude stadscentrum, maar een parkeerplaats is er nauwelijks te vinden. We laten de auto tenslotte achter aan de voet van de heuvel in een zijstraat die naar de zee loopt, en beginnen te voet de klim naar boven. We lopen op het gevoel af enkele trappen op en enkele smalle straatjes door en komen vrij snel op een mooi pleintje met ook hier de typische kortgesnoeide bomen. Uitgedost in hun zondagse kleren – vele mannen dragen de typische zwarte Baskische baretten - stromen de mensen toe op weg naar de kerk. Vandaag is er plechtige communie. De meeste meisjes zijn gekleed in lange witte jurken met veel tule zoals wij ze bij ons al sinds tientallen jaren niet meer zien. De kledij van de jongens varieert van een ouderwets kostuumpje met wit hemd en das tot een wit matrozenpakje, maar sommigen dragen ook een sportieve en meer moderne outfit. De trotse families verzamelen vóór de kerk. Wij lopen ertussen en geven onze ogen de kost. Als we terug bij de wagen komen, zit er een parkeerbon onder de ruitenwisser! We hadden niet gezien dat het betalend parkeren was in deze straat… De bon is natuurlijk ééntalig in het Spaans, maar ik begrijp dat je de boete nog kan vermijden door 3 Euro in de parkeermeter te steken en de knop “annular” in te drukken. Hoe ik ook zoek, ik kan de bewuste annulatietoets niet vinden op de automaat en ik vraag dus maar hulp aan een toevallige voorbijganger. Ook hij is ééntalig Spaans en kan me enkel uitleggen dat er om de hoek een bureau is van de policia municipal. We besluiten daar dan maar even langs te gaan, maar om de hoek is er in de verste verte geen politiekantoor te bekennen. Er zit dus niets anders op dan door te rijden en thuis de boete gelaten af te wachten. Eerlijk gezegd is mijn humeur er lichtjes door aangetast, maar gelukkig duurt dat niet lang. (Overigens, thuis hebben we niets meer van de Hondarribiaanse politie gehoord…). Een ander zorg duikt even op wanneer het fototoestel van Christiane abnormaal begint te doen: bij het afdrukken is er geen klik meer te horen. Het blijkt het echter wél nog te doen, dus ook hiervoor zullen we wel zien. Vóór we verder trekken, bel ik nog even de buurvrouw op, die vandaag jarig is. In België is het vandaag ook moederdag. Christiane krijgt later nog een sms-je van Hendrik.

En dan zetten we de reis verder door het Baskenland. Net als in België zijn hier verkiezingen op til en dat is overal merkbaar aan de talrijke affiches en opschriften voor de ETA en andere politieke partijen die duidelijk schreeuwen voor bevrijding van hun land. Onze volgende halte is Pasaio Donibane, een klein havenstadje. Pasaio bestaat overigens uit drie stadsdelen, waarvan de andere twee eerder industrieel zijn: o.a. een grote kade met nieuwe auto’s, een groot autoschip, en vooral immense hopen oud ijzer. Weinig aantrekkelijk dus. Donibane is moeilijk te vinden. We houden vol en vinden uiteindelijk toch de enge straat die naar het haventje loopt. spanje 6Het straatje biedt maar ruimte voor één rijrichting en rode lichten laten de auto’s om de tien minuten beurtelings door. Het is vrij druk en we moeten even zoeken om de auto geparkeerd te krijgen. Het smalle straatje loopt steil af naar de haven. Zeer pittoresk. Ook hier weer de echte  Baskische  stijl en op heel  wat balkonnetjes  hangt trots de Baskische vlag te wapperen. Op het centrale pleintje staat een podium waarop een folkloristisch orkestje – mannen met zwarte alpenpetten – volksmuziek ten gehore brengt. Kleine schrille fluiten, die met één hand bespeeld worden, domineren de muziek en creëren een speciale sfeer. Rond het pleintje en in de straatjes is er veel volk, toeristen maar ook feestvierende lokale inwoners en de bars en tabernas zijn vol luidruchtig pratende mensen. Het draait inmiddels rond de middag en het lijkt ons een goed idee hier alvast een hapje te eten. Op dit uur van de dag is het voor de Spaanse lunch nog véél te vroeg, maar de tapa’s (pintxos noemen ze die hier) zijn al overal ten overvloede aanwezig. In één van de tabernas wringen we ons tussen het volk, dat druk discussiërend bier of wijn staat te drinken, en nemen plaats aan de lange toog die helemaal vol staat met een enorme massa pintxos. Ze zien er bijzonder aantrekkelijk uit en het is zeer moeilijk kiezen: ham, kaas, chorizo, bloedworst, paprika’s, tomaat, inktvis, ansjovis en allerhande belegde broodjes. We kiezen er elk een viertal uit en bestellen een glas rode wijn. De rekening bedraagt 16 Euro voor twee (elke tapa kost 1,5 Euro) en we hebben ruim genoeg gegeten! Dit is een culinaire belevenis zoals we ze op elke reis hopen te ontdekken. Na het eten kuieren we nog even door het smalle straatje – er staat o.a. een huis waar Victor Hugo een tijdlang verbleef – en fotograferen en filmen dat het een lieve lust is. We zitten duidelijk in het hartje van Euskadi of Baskenland. Hier hangen overal zeer veel politieke slogans, maar ook de andere opschriften zijn enkel in het Baskisch, een raar taaltje waaraan geen touw vast te knopen is en waarin de X, T en Z meer voorkomen dan alle andere medeklinkers samen.

Het is uiteindelijk 14 uur als we vertrekken. Het is amper een kwartiertje rijden naar San Sebastian, onze eindbestemming voor vandaag. Van bij het binnenrijden blijkt het al een prachtige, mondaine stad te zijn met brede lanen, veel groen en zeer statische en luxueuze gebouwen. Veel rijke Spanjaarden ontvluchten hier graag de hitte van het binnenland om te genieten van het koele zeeklimaat dat hier heerst. Ook San Sebastian is een Baskische stad en dat blijkt o.m. uit het feit dat zijn Baskische en Spaanse naam meestal in één adem genoemd worden: Donostia-San Sebastian. We rijden langs Azrak, één van de toptien restaurants ter wereld, en kunnen het natuurlijk niet laten hier even te stoppen om naar de kaart te kijken. We hebben pech, want het restaurant blijkt gesloten en er is nergens een kaart te zien. We vinden vrij gemakkelijk ons hotel Zaragoza aan de gelijknamige plaza, op een boogscheut van “la Concha”, het zandstrand aan de grote spanje 7schelpvormige baai waaraan San Sebastian is gelegen. Ondanks de kleine kamer, en vooral zéér kleine badkamer, valt dit ultramodern gerenoveerd hotel zeer goed mee. Het is niet te begrijpen dat het maar twee sterren heeft; we zijn al in veel driesterrenhotels geweest die veel minder waren. Vlakbij is er een publieke parkeergarage, maar die is vol, dus moeten we op zoek. Gelukkig is er wél plaats in de volgende ondergrondse parking, maar daar moeten we meer dan 20 Euro per dag betalen. We hebben geen keuze. We trekken er meteen op uit om de stad te bezoeken en komen op de prachtige promenade langs het strand. Het is zonnig en ondanks een stevige bries is het lekker warm. Het is dan ook aangenaam wandelen via een park met mooie palmbomen naar de vissershaven en de oude stad. Overal staan zeer mooie, rijke huizen met torentjes en weelderig versierde balkons. San Sebastian is een kuststad met allure. Aan het uiteinde van de baai ligt het ietwat protserige stadhuis met daarachter een berg met bovenop een groot kruisbeeld. Van daaruit moet je een schitterend uitzicht hebben over de baai, maar we hebben geen zin, noch de moed om de beklimming te doen. We besluiten dan maar rond de berg te wandelen. Het loont de moeite. De zon verdwijnt nu af en toe achter een wolk en de wind heeft nog in kracht toegenomen. We genieten van het wilde schouwspel van de golven die wit schuimend hoog opspatten tegen de rotsen en de dijk. Via de vissershaven keren we terug en gaan door de stadspoort het oude stadsgedeelte binnen. Hier ligt een heel ander San Sebastian: smalle straatjes, winkeltjes, bars. Ook hier weer de toog vol pintxos die nu – het is intussen half vijf – veel succes hebben. Wij beperken ons tot een sangria, maar kunnen toch niet nalaten er elk één hapje bij te nemen. De vloer van de bar ligt bezaaid met verfrommelde witte servetjes, die na elke tapa achteloos op de grond gegooid worden. Ze moeten wellicht getuigen  van  het  succes  van  de  hapjes  en  zo  het  vertrouwen winnen van voorbijgaande potentiële klanten. Af en toe worden ze door de ober weggeveegd, maar al gauw ligt het weer vol.

De hoofdstraat mondt uit op de indrukwekkende Plaza Mayor, aan vier zijden afgezoomd door statische gebouwen. Boven elk balkon staat een nummer geschilderd. Dat stamt uit de tijd dat ze werden verhuurd als loges voor de stierengevechten die op het plein plaats hadden. We hebben dorst en vleien ons neer op één van de drukbezochte terrassen. Het witte wijntje smaakt heerlijk en we genieten van de sfeer en het mooie weer. Vóór we naar het hotel teruggaan, wandelen we nog even door de nieuwe stad met zijn grote boulevards, paseo's, parken en standbeelden en vele mooie gebouwen. Indrukwekkend! Tegen 19.30 uur zijn we terug in het hotel. Dit is het voordeel van Spanje: zowel middag- als avondeten liggen twee uren later dan bij ons en dat maakt de dag uiteraard een stuk langer. Vóór 21 uur moet je hier ’s avonds niet gaan eten, dus we hebben ruim de tijd om te douchen, te schrijven, batterijen op te laden en te internetten. Ik heb onze laptop meegenomen en hier hebben ze gratis Wifi-verbinding. We moeten er wel voor in het restaurant gaan zitten, want het netwerk reikt niet tot op de kamers. We kunnen onze e-mails checken en nog eens nagaan wat de weerberichten zijn voor morgen. Tegen 20.30 uur trekken we terug naar de oude stad op zoek naar een restaurantje. We hebben gelukkig een pull-over meegenomen, want het is ronduit koud geworden. Er blijken niet zoveel restaurants te zijn en het wordt intussen vrij laat (dat van 21 uur geldt blijkbaar in Noord-Spanje nog niet…). We stappen dus maar met weinig overtuiging binnen in restaurant El Caserio vlakbij de Plaza Mayor. Het restaurant zit zo goed als vol met enkel toeristen. Het is zoeken naar iets typisch op de kaart en we komen uit op gekookte groenten als voorgerecht en voor Christiane als hoofdgerecht zarzuela van vis en zeevruchten. Ik neem wangetjes van merluzo (colin in het Frans) maar dat valt dik tegen; het lijkt eerder op visafval en is ook nauwelijks gekruid. Om 23 uur zijn we terug in het hotel, maar het is ruim half twaalf als alle administratie achter de rug is.

 

09:34 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: spanje, baskenland, san sebastian |  Facebook | |