28-11-09

In het hartje van de Kaapse wijnbouw

Banner ZA
Zondag 18 november 2001
 

Om 9 uur vertrekken we voor een stadswandeling in Stellenbosch. Vlakbij het hotel is er een kerk waar juist de zondagsdienst begint. Families komen per auto aangereden en met het missaal in de hand gaan ze de kerk binnen; taferelen die doen terugdenken aan de zondagvoormiddagen uit mijn jeugd in Sleidinge, zo’n 40 jaar geleden. Ik vraag me af of we er nu in Europa al dan niet op vooruit gegaan zijn? In de ‘Dorp Street’ –de naambordjes komen toch een beetje surrealistisch over- die een aaneenschakeling toont van historische huizen, merk ik een officieel verkeersbord op dat vraagt niets aan bedelende kinderen te geven. De stad wil op die manier verhinderen dat kinderen zich in de werkloosheid schikken en op een gemakkelijke manier leven op het medelijden van de vele toeristen. Wanneer een kleine het toch waagt ons om een aalmoes te vragen, wordt hij door ZA 52Frans zeer ruw en onder dreiging met de politie weggejaagd. In het park roept een zwarte man, duidelijk onder de indruk van ofwel alcohol ofwel drugs, naar onze groep: “Tell them that they’d better stay in England!”. Er schuilen hier dus toch wel degelijk schrijnende sociale toestanden achter de netjes onderhouden witte façades. De wandeling eindigt in ‘Oom Samie se Winkel’, een bekende plek en inmiddels een monument in Stellenbosch. De winkel is in meer dan honderd jaar onveranderd gebleven en getuigt op een zeer reële manier van de sfeer die hier heerste in die tijd. Ik moet onwillekeurig terugdenken aan de winkeltjes die we in het Nederlandse Openluchtmuseum in Arnhem enkele jaren geleden gezien hebben want dit doet zéér Hollands aan. Hier is werkelijk alles te koop, kruidenierswaren, kruiden, blikken dozen, hoeden en schoenen, fietsbanden, eet- en keukengerei tot zelfs gedroogde haring. De oude dame achter de toonbank versterkt nog het realistische beeld van de winkel uit het begin van de vorige eeuw. Het is eigenaardig, maar ik heb het gevoel dat ik hier al eens eerder geweest ben. 

In de omgeving van Franschhoek houden we halt bij de wijnboerderij Boschendal: niet alleen een mooi gebouw, maar ook een schitterend domein met indrukwekkende oprijlaan, ZA 53grasvelden en tuin en bijgebouwen die een sfeer uitstralen van zowel luxe als noeste en onverdroten werkkracht en beroepsernst om zo goed mogelijke wijnen te produceren. We bezoeken het hoofdgebouw dat een écht museum is. Niet alleen het meubilair en de inboedel, maar het hele gebouw getuigen van de manier waarop hier jaren lang geleefd werd. In de tuin bloeien talloze protheas: naaldprothea, naaldenkussen en vooral het fameuze ‘suikerbossie’, de nationale bloem en bij ons vooral bekend van het liedje. Op de bus zingen we het ‘suikerbossie ek wil jou hè, suikerbossie ek sal jou krij’ uit volle borst mee en vanaf nu heeft ook dit melodietje voor mij voortaan meer betekenis en zal het mij voor altijd aan dit moment herinneren. ZA 54Franschhoek is de streek waar vooral Fransen de wijncultuur uit Europa hebben overgebracht. Overal herinneren Franse namen daaraan: La Motte, Le Merci, Le Rhône, La Provence, Dieu Donné, Domaine des Anges, In het levendige dorpje brengen we eerst een bezoek aan het Monument van de Hugenoten en in het centrum wemelt het niet alleen van de toeristen maar ook van lokale bewoners op hun zondagse uitstap. We gaan winkeltje in en uit en genieten van de gezellige zondagse drukte. De pannenkoek met gerookte zalmforel op een druk terras smaakt heerlijk en de wijn (een Sauvignon Blanc La Motte) is uiteraard prima. De zon schijnt warm tegen de blauwe hemel en qua sfeer is dit een hoogtepunt!  

Na de middag wordt het meer en meer bewolkt en vanaf 15 uur is het in de bergen eerder mistig, vallen er zelfs enkele regendruppels en staat er een stevige en vrij koude wind. Jammer, want de rit loopt over de prachtige Vier Passen Route: de Teewaterkloofdam, Sir Lawry’s Pass, de Vijgeboomvallei en de Grabouw Pass, een fruitstreek waar o.a. de beroemde groene Kaapse appelen vandaan komen. Door het tegenvallende weer ontgaat ons toch enigszins de charme van deze ongetwijfeld mooie streek. We moeten opnieuw afzien van een bezoek aan de Tafelberg, want hij is opnieuw gesloten. Om 16.45 uur zijn we terug in Stellenbosch. Op onze kamer ligt een enquêteformulier van de Universiteit van Stellenbosch over het gebruik van wild als culinaire lekkernij. Daar hebben we inderdaad een mening over en als we zien dat aan het invullen ervan een beloning vast hangt bestaande uit een fles wijn en 3 zakjes biltong van kudu en springbok, verlenen we met plezier onze medewerking aan dit wetenschappelijk onderzoek. Er is nog tijd voor een wandelingetje in de stad en op het terras van ‘Mug and Bean’ slaan we nog een beetje het zondagnamiddagleven van de jonge ‘Stellenbosche kerels en meiden’ gade. De formule van de coffee shop is uniek: voor nauwelijks 7 Rand kan je er ‘bottom less’ koffie drinken van de verschillende varianten van de ‘coffee tower’ dat wil zeggen dat je zoveel kopjes mag proeven als je lust. Gezellig. ’s Avonds eten we met de ganse groep in ‘d’Ouwe Werf’. Het eten is niet om over naar huis te schrijven maar de sfeer zit er helemaal in. Zó goed zelfs dat een groepje Vlaamse toeristen aan een ander tafeltje ons op nogal arrogante manier diets maakt dat we nogal luidruchtig waren: “We wisten dat Hollanders en Duitsers veel lawaai kunnen maken, maar blijkbaar kunnen Belgen dat ook…” We zijn er even van geschrokken, maar trekken er ons uiteindelijk niets van aan, want… we vinden dat ze overdrijven. 

klik hier voor het vervolg

08:00 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: zuid-afrika, stellenbosch, westkaap, franschhoek |  Facebook | |

26-11-09

Een moderne wijnboer

Banner ZA
Zaterdag 16 november 2001 (2)

De rit gaat verder via Ashton en door de Breede Vallei naar Robertson, een wijnstreek. Hier heeft Frans dan toch een wijnhuis gevonden dat ons op zaterdag wil ontvangen en dat voldoende garanties biedt voor een goede kwaliteit: Graham Beck. De naam klinkt niet typisch en het splinternieuwe moderne kantoorgebouw roept niet de sfeer op van een ambachtelijke en traditionele wijnbouwer. De luxe en de prachtig aangelegde tuin mét waterpartijen verraden echter wel dat het dit bedrijf voor de wind gaat. Het is inderdaad een jong bedrijf dat voor bepaalde druivensoorten nu pas aan zijn eerste oogstjaren toe is. Het ZA 51
is opgericht door een superrijke Zuid-Afrikaanse steenkoolmagnaat die eerder ook fortuin heeft gemaakt in de paardenfokkerij en de jachtenbouw. Geld genoeg dus om gronden, plantgoed én knowhow te kopen en als je dan nog goede relaties hebt, moet het lukken. Hij is er destijds in geslaagd de champagne te leveren toen Nelson Mandela werd ingehuldigd als president en vandaag nog is hij de champagneleverancier op de vluchten van South-African Airlines. Het bedrijf heeft inmiddels een tweede vestiging in Franschhoek en stelt 174 mensen tewerk. De meeste wijnen zijn lekker zonder evenwel indruk te maken, met uitzondering van de Blanc-de-Blanc ‘vonkelwijn’ die een uitgesproken Chardonnaysmaak heeft en waarover iedereen zeer enthousiast is. De firma gaat er prat op de eerste ter wereld te zijn die een sprankelende pinotage op de markt heeft gebracht. Ook die kan me echter niet bekoren.
 

Wanneer we rond halfzes Stellenbosch naderen vangen we in de verte al een glimp op van de Tafelberg, die ons voor de eerstvolgende dagen in zijn ban zal houden. Van het historische en geklasseerde hotel ‘d’Ouwe Werf’ had ik me veel voorgesteld, maar het valt een beetje tegen. Het is inderdaad een klassehotel met een mooie stijlvolle inkomhal vol antiek en met een reusachtige tuil protheas, maar de kamers zijn eerder ordinair en niet al te ruim. Ook de buitenkant van het hotel doet niet zo historisch aan. Maar enfin, Stellenbosch zelf heeft onmiddellijk onze sympathie: er staan talrijke witgeverfde huizen en grotere gebouwen in Kaap-Hollandse stijl en het geheel ademt zelfs een beetje een Europese sfeer. Onmiddellijk doen we samen met Liliane en Jos een kleine wandeling ter verkenning. Alle winkels zijn gesloten en de straten zijn tamelijk leeg. Er staan overal in de straten oude eiken van meer dan 200 jaar oud. Ze zijn indertijd aangeplant om het hout te leveren voor de wijnvaten, maar door het goede klimaat groeiden de bomen zó snel dat ze van binnen hol werden en nu ondersteund moeten worden. Omwille van hun historisch belang voor de wijnbouw die de streek zoveel welvaart bracht, zijn ze erkend als beschermd monument. ’s Avonds gaan we met de hele groep dineren in een restaurant in de buurt van het hotel. We eten kudu en springbok en drinken er uiteraard een uitstekende witte wijn bij: een Chardonnay Boschkloof aan 56 Rand, nog geen 300 frank. De vooruitzichten voor morgen: slechts 30% kans op regen. We gaan voor de Tafelberg en het voorstel om de twee nog geprogrammeerde wijnproeverijen te schrappen lijkt me OK, maar ik zou toch wel graag Groot-Constantia zien.

klik hier voor het vervolg

 

08:00 Gepost door C en C | Permalink | Commentaren (0) | Tags: zuid-afrika, stellenbosch, westkaap |  Facebook | |